Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Beantwoording van minister Bakker

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Beantwoording van minister Bakker

3 minuten leestijd

Ik wil mijn betoog beginnen met de opmerking, dat ik het bijzonder op prijs stel, dat dit wetsontwerp zo snel in de Kamer kon worden behandeld. Op 10 september van het vorige jaar is de Wet havenschap Vlissingen van kracht geworden. Gezien het samenspel dat zal dienen plaats te vinden tussen het havenschap Vlissingen en het havenschap Terneuzen is het mijns inziens van belang te achten dat de totstandkoming van het laatste niet lang op zich zal laten wachten. Ik heb zelf ook mijn best gedaan, zo snel mogelijk het voorlopig verslag te beantwoorden. Ik ben bijzonder verheugd over en de Kamer zeer erkentelijk voor de snelle behandeling van dit wetsontwerp.

De relatie met de Belgische havenautoriteiten

De heer Van Rossum heeft gesproken over de relatie met de Belgische havenautoriteiten en hij heeft gewezen op het informele overleg, waarover ik in de memorie van antwoord heb geschreven. Zou dat niet te institutionaliseren zijn? Dat zou misschien wel kunnen, maar het is de vraag, of dat een absolute noodzaaak is. Het moet natuurlijk niet leiden tot een elkaar vliegen afvangen. Juist in het Westerschelde-gebied moeten wij proberen te komen tot een duidelijke afstemming van Belgische en Nederlandse belangen. Ik hoop dat wij tijdens het overleg op 8 maart in Middelburg een verdere stap kunnen zetten op het gemeenschappelijke pad. Misschien kan het op dit gebied leiden tot een wat minder informeel samengaan.

De heer Van Rossum heeft er nog eens bij mij op aangedrongen, vooral te letten op de kwaliteit van het water, ook met het oog op de Nederlandse concurrentiepositie. Daarmee heeft hij het volstrekte gelijk aan zijn zijde. Mijn collega De Saeger is daarvan ook overtuigd en ik zal daarop bij een volgend gesprek opnieuw de aandacht vestigen. Er is geen onwil van Belgische kant, zich aan de verdragsbepalingen te houden, maar dikwijls vergen die een nadere technische uitwerking en de bouw van technische installaties. Daar gaat natuurlijk tijd in zitten. België zal zich aan de vedragsbepalingen moeten houden en daar zullen wij strak aan vasthouden.

De subsidie aan het waterleidingbedrijf

De heer Van Rossum heeft ook ge­ vraagd, wat ik met prohibitief heb bedoeld met betrekking tot de prijzen voor het waterleidingbedrijf. Dat kan ik niet in een cijfer uitdrukken. Ik herinner mij dat, toen wij voor het eerst in het kabinet over de subsidiering van het waterleidingbedrijf in Zeeuwsch-Vlaanderen spraken, er cijfers uit de bus kwamen die voor de industrievestiging toch wel bijzonder bezwaarlijk waren. Er was toen dus aanleiding, een subsidie te geven om het vestigingsklimaat in Zeeland zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Misschien is dit vandaag aan de dag wat minder noodzakelijk, nu Zeeland in het algemeen voor industrievestiging nogal is aangeslagen. In 1963-1965, toen voor het eerst over deze zaken werd gesproken, was het klimaat nog niet zo gunstig en moest het Sloegebied nog in opkomst komen.

De heer Van Rossum (S.G.P.): Ik heb er geen bezwaar tegen gemaakt, dat het gebeurt. Is er echter geen afstemming van de prijzen van het water in het Sloegebied op die van het havenschap Terneuzen, zodat de onderlinge verhoudingen goed blijven?

Minister Bakker: Het subsidie heeft er natuurlijk toe gediend, ervoor te zorgen dat men hier tot een industrieprijs kan komen, die naast andere vestigingsfactoren voor dit gebied ook aanvaardbaar zou zijn.

De heer Van Rossum heeft nog eens op de problemen voor de middenstand gewezen. Ik begrijp dat. Hij heeft ook gelijk, als hij zegt dat er in de tijd verschillen zijn. Aan de andere kant heeft hij bij mij niet op maatregelen aangedrongen. Ik zou ook niet weten, hoe die door mijn ministerie gemakkelijk zouden kunnen worden genomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1971

De Banier | 8 Pagina's

Beantwoording van minister Bakker

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1971

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken