Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

VRAGENDERWIJS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VRAGENDERWIJS

6 minuten leestijd

Door de heer Van Rossum zijn de volgende vragen aan de minister van Verkeer en Waterstaat, de heer Westerterp, gesteld over de vaststelling en publicatie van het gewijzigde vaarreglement:

1. Wanneer zal het gewijzigde vaarreglement van kracht worden?

2. Is het waar dat er op een aantal punten nogal ongelijkheid bestaat tussen de bepalingen voor het verkeer te land en die voor het verkeer te water, en dat bijvoorbeeld het rijden onder invloed als misdrijf en het onder invloed varen als een overtreding beschouwd wordt, voor welk geval slechts geringe boetes worden opgelegd? Hoe is een en ander in andere EEG-landen geregeld?

3. Hoe luiden de veiligheidseisen ten aanzien van de pleziervaartuigen die in ons land varen? Hoe is het toezicht van overheidswege hierop geregeld? Werden hierbij herhaaldelijk tekortkomingen geconstateerd wat betreft verkeerde uitvoering van motorinstallaties of verkeerd gebruik daarvan of wat betreft voor het doel ongeschikt materiaal?

4. Is de invoering van een vaarbewijs voor bepaalde categorieën van motorboten en pleziervaartuigen binnenkort te verwachten?

5. Zijn de Ministers bereid tot herinvoering van de functie van waterschout, die toch in de Politiewet en het Wetboek van Strafvordering genoemd wordt?

6. Willen de Ministers alles doen wat in hun vermogen is om de overzichtelijkheid van de wetgeving voor het verkeer te water te bevorderen?

Toelichting

De vragen zijn ontleend aan een gesprek dat de redactie van „Schuttevaer" had met de districtscommandant van de Rijkspolitie te Water mr. S. P. M. Spaanderman.

ANTWOORD VAN DE MINISTER

1. De voorbereiding der regelingen ter uitvoering van de bij Koninklijk besluit van IS'juni 1973 (Stb. 276) tot stand gekomen wijziging van het Vaarreglement verkeert in een zodanig stadium, dat deze wijziging, naar wordt verwacht, nog in 1975 in werking zal kunnen treden.

2. Met betrekking tot het gebruik van alcohol zijn inderdaad de bepalingen voor het verkeer te land en die voor het verkeer te water niet gelijk. Voor het wegverkeer is bij de Wegenverkeerswet voorzien in een bijzondere regeling.

Handelen in strijd met artikel 26 van de Wegenverkeerswet vormt een misdrijf; hiervoor kan gevangenisstraf worden opgelegd. Voorts is voorzien in de mogelijkheid van een verplichte ademtest en van een verplichte bloedproef en kan ingeval van veroordeling als bijkomende straf de bevoegdheid, motorrijtuigen te besturen, worden ontzegd (artikel 26, 33, 33a, 35, 36, 38 en 39 der Wegenverkeerswet).

De ervaring heeft uitgewezen, dat deelneming als bestuurder van een motorrijtuig aan het wegverkeer onder invloed van alcoholhoudende drank door de vermindering dientengevolge van de in dit verkeer gevorderde hoge reactiesnelheid de kans op het veroorzaken van ongevallen sterk vergroot. Daarentegen verschilt de situatie voor het verkeer te water dusdanig van die voor het verkeer te land, dat voor het varen onder invloed van het gebruik van alcoholhoudende drank tot nu toe geen behoefte is gevoeld aan een bijzondere regeling, zoals deze geldt voor het wegverkeer. Het gebruik van alcoholhoudende drank heeft blijkens de toepassing van de Binnenvaartrampenwet vrijwel nimmer tot een ongeval, zoals bij die wet bedoeld, geleid.

Daarom is voor het verkeer te water volstaan met artikel 426 van het Wetboek van Strafrecht, waarbij strafbaar wordt gesteld het in staat van dronkenschap verrichten o.m. van handelingen waarbij, tot voorkoming van gevaar voor leven of gezondheid van derden, bijzondere omzichtigheid of voorzorgen worden vereist. Opgelegd kunnen worden hechtenis en geldboete; het strafbare feit vormt een overtreding. Wat de andere lid-staten van de EEG betreft wordt blijkens verkregen informatie in het merendeel van die staten, evenals in Nederland, voor het varen onder invloed van het gebruik van alcoholhoudende drank geen bijzondere regeling gegeven, hetgeen in die staten wel is geschied in het wegverkeer; dit is het geval in Denemarken, Engeland, Frankrijk, Ierland en Italië.

In België, waar eveneens een bijzondere regeling voor het wegverkeer geldt, wordt terzake in een bijzondere regeling voor de binnenvaart voorzien - volgens welke regeling de schipper, die door dronkenschap stoornis veroorzaakt of de vaart hindert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 14 dagen of geldboete van ten hoogste ongeveer ƒ 400; materieel is deze regeling niet strenger dan die in Nederland. Alleen iil de Boridsrepirbliek Duitsland worden de binnenvaart en het wegverkeer op gelijke voet behandeld. Gevangenisstraf wordt bedreigd bij par. 315a van het „Strafgesetzbuch" tegen hem die een schip voert en bij par. 315c van dit boek tegen hem die in het wegverkeer een voertuig bestuurt, hoewel hij als gevolg van het gebruik van alcoholhoudende drank niet in staat is het schip veilig te voeren resp. het voertuig' veilig te besturen en daardoor o.a. het leven van anderen in gevaar brengt. Bij par. 316 wordt gevangenisstraf oif geldboete bedreigd tegen hem die een schip voert dan wel een voertuig bestuurt, hoewel hij als gevolg van het gebruik van alcoholhoudende drank niet in staat is het schip veilig te voeren resp. het voertuig veilig te besturen. Bij par. 37 en bij par. 42m wordt voorzien in de mogelijkheid tot ontzegging van de bevoegdheid een motorrijtuig resp. een motorvaartuig te besturen.

Bij de voorbereiding van het ontwerp voor een Binnenschepenwet (zie het antwoord op vraag 4) wordt nagegaan of ook in ons land bijzondere voorzieningen dienen te worden getroffen.

3. Wat pleziervaartuigen betreft worden thans alleen veiligheidseisen gesteld voor snelvarende motorboten. De inrichting van deze boten en van de motor dient zodanig te zijn, dat gevaar voor brand of ontploffing en hinder door rook wordt voorkomen. Voorts worden eisen gesteld voor de stuurinrichting en voor de inrichting tot afvoer van afgewerkte gassen. Door de met de handhaving der desbetreffende regelingen belaste ambtenaren wordt op de naleving van deze eisen toezicht gehouden. Van tekortkomingen op enigszins verontrustende schaal is daarbij niet gebleken.

4. Verwacht mag worden, dat nog dit jaar een ontwerp voor een Binnenschepenwet wordt ingediend. In deze wet wordt onder meer het bezit van een vaarbewijs voor het varen met bepaalde categorieën schepen in de beroepsvaart en de pleziervaart geregeld.

slot vragenderwijs

5. Waterschoutsambten zijn gevestigd te Amsterdam en Rotterdam. De waterschout vervult aldaar de functie van ambtenaar van aanmonstering en is als zodanig belast met de handhaving van de regeling omtrent de samenstelling der bemanning van Nederlandse zeeschepen en met het toezicht op scheepsdagboeken en op registers van strafbare feiten van Nederlandse zeeschepen, een en ander ter uitvoering van de "artikelen 348-352 en de artikelen 451-451i van het Wetboek van Koophandel en van artikel 53 9u van het Wetboek van Strafvordering (zie de artikelen 1-4 van het Schepelingenbesluit en de beschikking van de Minister van Justitie van 31 januari 1968, Stcrt. 34). Ten behoeve van de uitoefening van zijn taak bezit de waterschout de bevoegdheid tot opsporing van strafbare feiten en is hij hulpofficier van Justitie (artikel 141, onder 5e, en artikel 154, onder 4e, van het Wetboek van Strafvordering). Het bestaande ambt van waterschout is derhalve niet werkzaam op het terrein van de binnenvaart, resp. op het gebied bestreken door het vaarreglement. Een aanstelling van een schout speciaal op dit gebied conform de nieuwe figuur van de verkeersschout voor het wegverkeer, lijkt voorshands gezien de situatie op de binnenwateren niet vereist.

6. Op basis van de uniforme Europese waterwegenreglementering is een nieuwe wettelijke regeling voor de scheepvaart op de binnenwaterwegen hier te lande in voorbereiding. Het is de bedoeling daarbij te komen tot een meer overzichtelijke opzet van de wetgeving voor het verkeer te water.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1975

De Banier | 8 Pagina's

VRAGENDERWIJS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1975

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken