Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE NIEUWE LERARENOPLEIDING

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE NIEUWE LERARENOPLEIDING

7 minuten leestijd

door ds. Abma

IN 't KORT DE INHOUD

Sinds enkele jaren functioneren op zeven plaatsen in het land al nieuwe dagopleidingen op experimentele basis, waar aanstaande leraren een bevoegdheid van de tweede en de derde graad kunnen behalen volgens een systeem waarbij elke student twee vakken bestudeert: een hoofdvak en een daaraan verwant bijvak.

Deze nieuwe, professionele lerarenopleidingen zijn gevestigd in Amsterdam (twee instituten), Delft, Groningen, Nijmegen, Tilburg en Utrecht.

Hoofdpunt van discussie is thans het voornemen van de Minister om aan deze dagopleidingen per 1 augustus 1977 ook parttime opleidingen te verbinden, die de plaats moeten gaan innemen van de huidige m.o.-opleidingen .Omdeze nieuwe parttime opleidingen voor ieder redelijkerwijs bereikbaar te maken zullen in Limburg, Overijssel en Zeeland dependances worden gevestigd.

Voor de parttime studenten die geen leraar willen worden (een categorie die op het ogenblik meestal een m.o.-opleiding volgt) wil de Minister , , parttime opleidingen van algemene aard" in het leven roepen, met gebruikmaking van de kennis en de ervaring waarover men bij de m.o.-instituten beschikt.

Leraren van de tweede en de derde graad zijn, ruw genomen, bevoegd voor het onderwijs aan twaalf- tot zestienjarigen. De eerstegraadsopleiding is vooral een zaak van universiteiten en hogescholen.

NIET OP KORTE TERMIJN

Men zegt wel eens, dat haastige spoed zelden goed is. Het is dus zelden goed als het gaat om het wegwerpen van oude schoenen. Ik vlei mij met de gedachte, dat de Minister met deze openingszinnen al knap op de hoogte is van het standpunt van mijn fractie over dit agendapunt.

Wij zijn van oordeel, dat deze operatie met talloze overgangen niet op korte termijn kan plaatsvinden. De invoegstrook lijkt ons te kort en de vaart te hoog. Men kan nu wel met ogen dicht hopen, dat er geen grote ongelukken zullen gebeuren, maar voor het zelfde geld kan het mis gaan. Ik heb gezegd voor het zelfde geld, want wij hebben al gehoord, dat de voorgelegde oplossing kostbaarder wordt, tenzij - de heer Konings heeft eenen ander met interessante berekeningen aangetoond - men ertoe overgaat koppen te snellen, gedwongen door de eis van de financiële neutraliteit.

Volgens de gegevens zal er voorts een aanzienlijke beperking plaats- vinden van de keuze vakken. De situatie is wat dit betreft lang niet optimaal en ook de logica in de combinaties is soms ver te zoeken. Zijn de beperkingen alleen veroorzaakt door de moeilijkheden bij de start van dit experiment, of zijn zij mede geïnspireerd door de behoefte van de praktijk? Ook ten aanzien van de vaardigheidsvakken zijn er bepaalde moeilijkheden.

Ik sprak over het zelfde geld. In het algemeen heb ik begrepen, dat Kamer en kabinet in de toekomst het een en ander aan de lijn moeten doen. Het precieze cijfer dat die lijn moet typeren laat ik graag aan de economen over. Ik meen dat deze omstandigheid de gehele onderneming, zoals die is voorgesteld, kwetsbaarder maakt. Dat is niet in het belang van de zaak zelf. Het is niet raadzaam de dag te prijzen eer het avond is. Voor de materie, waarover het nu gaat, zou ik dat willen variëren: Wij moeten niet aan de avondopleiding l)eginnen - of de part-time-opleiding, zoals die vaker wordt genoemd - voordat wij de dagopleiding kunnen prijzen. De Minister heeft een evaluatie toegezegd, maar die evaluatie zal toch wel de effectieve resultaten tot inhoud moeten hebben. We weten wat er gebeurt als een blinde een blinde leidt. We zouden in een soortgelijke situatie kunnen geraken als het ene experiment - of nauwelijks de experimentele fase ontgroeid - het andere moet begeleiden. De Minister heeft gezegd, dat de evaluatie er deze zomer nog komt. Als wij echter nu al een beslissing nemen, komt de evaluatie als mosterd na de maaltijd.

Bovendien heeft de Minister van de evaluatie gezegd - misschien om ons te troosten - dat het niet al te zeer gaat om vergelijkbare taken, die overigens wel op één stam moeten worden geënt. Dat is het nu juist. Omdat het niet ten volle vergelijkbare sectoren zijn is er wat meer tijd nodig voor de evalutatie en dientengevolge ook voor de realisering van de plannen, die de Minister nu aanhangig heeft gemaakt.

Zo rijst bijvoorbeeld het probleem of beide takken met twee vakken moeten excerceren. Het part-time karakter kan wellicht een ietwat andere orde of nisschien zelfs een andere volgorde aanbevelen. Deze onvergelijkbaarheid is tevens actueel als de numerus fixus aan de orde komt; daarbij komt het vraagstuk van verdeling over beide sectoren aan de orde. Als ik goed gelezen en geluisterd heb, zou ik zeggen dat bijna alle voorwaarden aanwezig zijn om tot een foute verdeling te komen van de numerus fixus over beide takken. Dat heeft ook te maken met het feit, dat de part-time-opleiding verschillende categorieën van cursisten kent. Met name speelt een rol de omstandigheid dat een aantal cursisten niet direct de mogelijkheid ambieert om een leraarsbenoeming naar zich toe te halen.

De oplossing is dat de bestaande MO-opleidingen een nieuwe taak kunnen vinden in een opleiding van een wat algemener karakter. Op die manier zou men die groepering uitnemender kunnen dienen. De vrees dringt zich op of op die manier de attractie voor deze opleidingen niet kan afnemen. Ik spreek dan nog niet eens over de dichtheid van de deelname en over de geboden mogelijkheden om een beperkt assortiment vakken te volgen. Het verstand weet genoeg argumenten aan te voeren om te zeggen, dat het juist in het belang is van de gegadigden dat er een meer toegesneden opleidingsmogelijkheid komt. Toch houd ik mijn vraag staande, want waar het verstand zijn argumenten heeft heeft het hart menigmaal zijn redenen.

Bovendien scheppen de geschetste omstandigheden een dilemma bij het bepalen van de cursusgelden. Wat voor de ene groep billijli is, is voor de andere groep niet billijk, gezien in het kader van de mogelijkheden die moeten worden geboden voor velen die niet in de gelegenheid waren, eerder een opleiding te volgen of onderwijs te genieten.

De opzet buigt bedenkelijk door onder een hypotheek van vele bezwaren. Zowel her - in deze Kamer - als der - in het befaamde veld - komt dit naar voren. Daar tegenover staat het argument van de professionalisering van de lerarenopleidir^. Dat is een voornaam argument, dat wij in volle zwaarte willen laten wegen. Zodoende verkeer ik met mijn fractie in de aparte situatie dat wij de kwaliteit van dat ene zwaarwegende argument moeten afwegen tegen een kwantiteit van belangrijke en redelijke bezwaren. Misschien zouden wij er uit kunn(? n komen door wat minder onstuimig te werk te gaan. Dan zou de kwaliteit wellicht winnen en de kwantiteit afnemen en de keuze nauwelijks meer bestaan.

DE UITKOMST

Van de vijf ingediende moties, werden er uiteindelijk vier in stemming gebracht en haalden er drie de eindstreep. Deze eer viel te beurt aan: de motie-Van Leijenhorst over het op elkaar afstemmen van de inhoud van de nieuwe lerarenopleiding en de behoeften van het voortgezet onderwijs; de motie-Her mes over de gevolgen voor de huidige m.o.opleidingen van een uitstel van de start van de part-time opleidingen aan de instituten voor de nieuwe experimentele lerarenopleidingen; en tenslotte de belangrijkste motie-Evenhuis (WD). In deze laatste motie wordt uitgesproken dat om reden van talloze onzekerheden de start van de part-time opleidingen aan de experimentele lerarenopleiding niet per 1 augustus 1978 - dat was het inmiddels geworden - mag doorgaan, zij nodigt daarom de regering uit, op een zodanig tijdstip - te denken valt aan de eerste helft van de jaren tachtig - met nieuwe voorstellen bij de Kamer te komen dat redelijkerwijs aan de naar voren gebrachte bezwaren kan zijn tegemoetgekomen. Vóór stemden de fracties van de VVD, ARP, CHU, KVP, SGP, GPV, DS'70, CPN, BP, RKPN en drie leden van de fractie van D'66. Als gevolg hiervan kunnen de oude m.o.-opleidingen nog zeker tien jaar vooruit. Gelukkig maar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1976

De Banier | 8 Pagina's

DE NIEUWE LERARENOPLEIDING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1976

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken