Bekijk het origineel

ZETjes

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

ZETjes

7 minuten leestijd

OOK EEN ANTWOORD

De examenopgave Mavo 4 voor Nederlandse Taal heeft in orthodoxe kring heel wat stof doen opwaaien. Het ging over een stuk van de uit de Amsterdamse Raad zo bekende Roel van Duyn getiteld , , De kruisiging van Franciscus van Assisi". Daarin wordt onder andere geschreven dat de christelijke beschaving niet voldoende heeft aan de kruisiging van Jezus Christus. Er is behoefte aan een nieuwe kruisiging. Wie oplet ziet dat wij met het uitmoorden van de dieren nu ook Franciscus van Assisi aan het kruis hangen. Blijkens inzenders van de tekst is deze passage duidelijk godslasterlijk. Zodra de gegevens mij bereikten van verschillende kanten heb ik een aantal vragen gesteld aan de staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen. Bij inzending bleek dat juist even tevoren soorigelijke vragen ingezonden waren door de heer Jongeling. Zodoende schoot nog één vraag over en wel in aansluiting bij de gestelde vragen wat nu in feite de uitdrukking in de Grondwet , , met eerbiediging van ieders godsdienstige begripper." practisch voor het beleid te betekenen heeft? Elders in dit nummer vindt u het volledige antwoord van de staatssecretaris.

De bewindsman merkt op, en terecht, dat de uitdrukking in eerste instantie geldt voor het openbaar onderwijs, doch hij geeft zelf ook toe dat de zinsnede vanzelf sprekend de uitvoerders van de wet ook in wijder zin een opdracht geven. Afgezien daarvan mag niet worden vergeten dat er toch altijd mensen zijn van een positieve christelijke opvatting die hun kinderen uit overtuiging naar het openbaar onderwijs sturen. Het openbaar onderwijs propageert trouwens dat alle gezindten bij hem terecht kunnen. Dat kon de staatssecretaris er ook nog bij bedacht hebben. Hij vervolgt zijn antwoord met de opmerking dat leerlingen niet bepaalde opvattingen mogen worden opgedrongen. Evenmin mogen opvattingen verkondigd worden die kwetsend kun­ nen zijn voor de mening van bepaalde leerlingen. Tot zover voorlopig de staatssecretaris. Dat is precies het punt en daar gaat de bewindsman niet verder op door. Er zijn opvattingen verkondigd die zonder meer kwetsend waren. Welnu, dat mag niet, zegt de staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen. Dus? Nee niets daarvan.

Hij gaat er echter heel vlug aan voorbij en zegt dat het van belang is en bijzonder voor leerlingen van het openbaar onderwijs om in kennis te worden gebracht met de verscheidenheid van levensovertuigingen die in ons land leven. Accoord. Voor leerlingen van het bijzonder onderwijs is dat trouwens eveneens van belang. Dat wordt niet betwist. Op de les kan dit gebeuren en dan kan de leraar een en ander toelichten en daar een andere opinie tegenover stellen. Een examen heeft echter niet de bedoeling de leerling sv. de examinandus in kennis te brengen met opvattingen als wel kennis en begrip van de leerlingen te toetsen. Ik vind het antwoord beneden de maat.

BEZUINIGING.

Eindelijk is de bewuste brief bij de Kamer gearriveerd. De brief waarin het kabinet plannen ont- vouwt om de uitgaven specifiek in de collectieve sector terug te dringen. Over deze brief is het laatste woord nog lang niet gezegd. De eerste reacties hebben inmiddels de ronde gedaan.

Om te beginnen is heel belangrijk de vraag of het kabinet niet te laat is met de maatregelen. Er is genoeg gewaarschuwd. Ik zou denken van meetaf dat het kabinet aantrad. Dit kabinet zou het eventjes opknappen. Na de schriele kabinetten van De Joi^ en Biesheuvel zou Nederland eens zien wat wezenlijk progressief beleid vermag. De uitgaven renden de ladder op. Het kabinet heeft zich die eerste weken en maanden luidruchtig op de borst geslagen. Nu is Leiden en meer dan Leiden in last. De vraag is derhalve gewettigd of een verstandiger beleid het minder diep zou moeten ophalen dan de huidige ploeg. Zelfs 1976 is nog verloren voor een zode of wat aan de dijk. De jaren daarna komt de operatie nog niet eens onmiddellijk met volle kracht op toeren. Misschien weet ik wat de reden hiervan is. Wanneer onze landgenoten ter stembus tijgen is het minstens meegenomen wanneer zij niet al te zeer nog aan de Ujve de gevolgen van de bezuiniging hebben ervaren. Zij zijn wel verwittigd van wat op komst is, maar zij hebben het nog niet concreet op hun boterham of juist niet op die boterham.

Het lukt niet om zelfs met de be­ raamde maatregelen de werkloosheid spectaculair terug te dringen. Door investeringen te stimuleren en door subsidies voor loonkosten moeten arbeidsplaatsen behouden en uitgebreid worden. Afgewacht moet worden of alles behoorlijk kan worden afgezet. De koopkracht in ons land gaat er behalve voor de minimum inkomens niet of nauwelijks op vooruit. Beperkingen in bepaalde sectoren bijvoorbeeld voor Verkeer en Waterstaat zullen aan de andere kant ook weer werkloosheid creëren. Dat Defensie niet aan de bijl, die dan blijkbaar niet de botte mag heten, ontsnapte is een moeilijk te verteren zaak. Want waarom spant men zich in het maatschappelijk leven en het economisch klimaat overend te houden wanneer men het aan de andere kant onvoldoende onbeschermd laat?

Onaanvaardbaar is ook dat het tekort beduidend aanzwelt. Het kabinet meent dat het allemaal kan, want er komt via belastingen ook meer binnen. Is bij dit alles serieus rekening gehouden met de inflatie, die rustig voortknaagt? Ik vermoed dat daar niet al te veel bij is stilgestaan. Bij de inflatie die niet stilstaat.

Tenslotte is getracht de bittere pil- want de groei is er goed uitvergulden. De lepel levertraan moet geslikt, maar dikke duikerklonten heeft de regering al gereed. VAD, vermogensaanwasdeling, ondernemingsraden zonder directeur enzovoort. De gedachte moet postvatten dat er bij kleine teruggang enorme sprongen vooruit worden gedaan. Het zal overigens de lust tot investeren, ook al komt het kabinet met faciliteiten, niet bevorderen. Zelfs grondpolitiek als smakelijk klontje glinstert achter al dat andere in Den Uyls milde hand. Het kind moet voor een operatie naar het ziekenhuis doch mooi speelgoed is reeds in uitzicht gesteld. Wee u, land, welks Koning een kind is en die regeerder is een kind die zijn onderdanen als kleine kinderen behandelt.

ONDERWIJS.

Inmiddels heeft de nooit opdrogende en altijd rijk vloeiende bron van het Departement van Onderwijs en Wetenschappen tussen de nota's door een concept Wet op het basisonderwijs de wereld ingezonden. Wanneer dit .concept zonder veel kleerscheuren beleeft het trotse moment van verheffing tot wet zullen wij praten over de directeur wanneer wij de bovenmeester bedoelen. Maar dat is het minste. Het zij de hardwerkende schoolleiders van harte gegund, want voor velen is het heel hard ploeteren. Alleen zij zullen het wel als een schraal prijsje ervaren. Wij zullen ook weten wat een schoolwerkplan is, een schoolcommissie, een schoolraad en een overlegorgaan. Het schoolwerkplan moet uitsluitsel geven over hoe en wat er allemaal gebeurt op school. Dit plan moet doelstelling, didactische werkvormen, materiaal, leerpakketten, voorzieningen voor leerlingen die niet al te best mee­ kunnen en schooltijden, vakanties en vrije dagen opnoemen. Elke school behoort een schoolcommissie te hebben, waarin directeur, een lid van het wel en een lid van het niet onderwijzend personeel, alsmede een meerderheid van ouders zitting hebben. Gemeenten waar meer dan een school is gevestigd hebben een schoolraad, die gemeenschappelijke belangen en samenwerking bevordert alsmede contacten onderhoudt met schoolcommissies. Een schoolcommissie hoeft er niet te zijn, wanneer ouders in meerderheid het schoolbestuur vormen. Overigens moeten in ieder schoolbestuur eenderde van de leden uit ouders bestaan.

Schoolgebouwen moeten overgaan in het bezit van de gemeente om ook 's avonds en bij gelegenheid dat de gebouwen voor het onderwijs niet beschikbaar hoeven te zijn voor andere activiteiten te kunnen dienen. Voor godsdienstonderwijs mogen ten hoogste drie uren per week worden meegeteld voor het aantal uren dat de leerlingen ten minste moeten ontvangen. Er zal ook les gegeven worden in de Engelse taal. Schoolwerkplannen moeten worden goedgekeurd door de inspekteur.

Sommige dingen spreken vanzelf, doch de vraag is toch altijd nog wat precies zal worden gevraagd en geëist. Het zal nodig wezen nauwlettend toe te zien waar en in hoeverre de vrijheid van onderwijs gevaar loopt. Het gaat om grote en hoge belangen. Laten wij elkaar opscherpen en schouder aan schouder staan. Want niets breekt meer af dan versnippering onder hen die in velerlei opzicht, ongeacht nuanceringen, hetzelfde voorstaan en begeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1976

De Banier | 8 Pagina's

ZETjes

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1976

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken