Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vuur, vlam en stoppel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vuur, vlam en stoppel

4 minuten leestijd

door Ds. A. Hofman, Aalburg

En Jakobs huis zal een vuur zijn, en Jozefs huis een vlam, en Ezau's huis tot een stoppel. Obadja vers 18a.

Obadja is de kleinste van alle profeten. Zijn naam betekent: knecht des Heeren. De profetie van Obadja is gericht tegen Edom. Edom was de erfvijand van Israël. Voor Edoms geslacht is geen enkel woord van troost of bemoediging in de Heilige Schrift te vinden. Vanuit Juda wordt de banbliksem geslingerd naar Seïr, Edoms woonplaats. En waarom is er nu geen enkele hoop voor de nakomelingen van Ezau? We lezen in vers 10: „Om het geweld, begaan aan uw broeder Jakob, zal schaamte u bedekken; en gij zult uitgeroeid worden in eeuwigheid." Edoms haat was godsdiensthaat. Twee lijnen zien we hier lopen n.l. de lijn van het vrouwenzaad en de lijn van het slangenzaad. Ezau verkocht zijn eerstgeboorterecht voor een schotel linzenmoes. Toen is de vijandschap van het slangenzaad tegen het vrouwenzaad tot openbaring gekomen. De kinderen stieten zich samen in het lichaam van Rebekka de moeder van Ezau en Jakob; dat was het begin. In de woestijn was het Amalek de kleinzoon van Ezau die tegen Israël streed. Na de veertigjarige woestijnreis verzoekt het huis van Jakob aan Edom om door hun land te trekken. Maar de Edomieten weigeren beslist en willen met het zwaard het broedervolk te lijf. Later zien we Doëg de Edomiet zijn godsdiensthaat koelen aan de priesters des Heeren. En dan komt eindelijk de wegvoering van Juda en Benjamin naar Babel. O, wat waren de Edomieten toen blij. De nazaten van Ezau stonden toen op de wegscheiding om de ontkomenen van Jakob uit te roeien, zie de verzen 11/14.

De dichter van psalm 137 zegt: Heere, gedenk aan de kinderen van Edom, aan de dag van Jeruzalem: die daar zeiden: Ontbloot ze, ontbloot ze, tot haar fondament toe! Eeuwen later zit er een Edomiet op Davids troon. De koning der Joden wordt gezocht door een vorst uit Ezau's geslacht. De Edomieten uit onze tijd zijn zij, die evenals Ezau grijpen naar het linzenkooksel. We verstaan daardoor de dingen van deze wereld. Velen scharen zich onder de rode vaan van Edoms banier. En velen onder hen kwamen voort uit gezinnen waar gebogen werd voor Gods Woord. In de loop der eeuwen zijn hele geslachten weggezonken. Dat we er toch erg in zullen hebben dat Ezau Godvrezende ouders had. Er is geen stilstand op de weg der zonde en der afval: ook niet in de geslachten. Het oordeel door de Heere uitgesproken over Ezau's huis, is een vaststaand oordeel.

Er zijn geen inmengselen van Gods goedertierenheid, er zal in Edom geen overblijfsel zijn. Obadja de profeet gebruikt een beeld. Jakobs huis zal een vuur zijn, Jozefs huis zal een vlam zijn en Ezau is de stoppel die door het vuur verteerd zal worden.

Het gericht over Edom houdt een totale ondergang in. De Heere zegt door de dienst van de profeet Maleachi: „En Ezau heb Ik gehaat; en Ik heb zijn bergen gesteld tot een verwoesting, en zijn erve voor de draken der woestijn." Des Heeren toorn over Edom is een eeuwige toom. We lezen immers in het vervolg bij Maleachi dat de Heere zegt: „En men zal hen noemen: Landpale der goddeloosheid, en een volk, op hetwelke de Heere vergramd is tot in eeuwigheid." De ongergang van de Edomieten werd door de Makkabeeën voorbereid. Johannes Hyrkanes onderwierp hen in het jaar 129 voor Christus. De weinigen die overbleven gingen onder de Arabieren verloren. Er leven thans nog miljoenen Joden, ondanks dat er in de loop der eeuwen miljoenen Joden zijn omgebracht. Maar nergens ter wereld is er ook maar één Edomiet te vmden. Het oordeel Gods is vreselijk als het vuur en de vlam de stoppel raakt.

Gods Woord leert ons dat in de grote dag des Heeren alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet een stoppel zullen zijn. Ulieden daarentegen die Zijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onzer Zijn vleugelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1983

De Banier | 24 Pagina's

Vuur, vlam en stoppel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1983

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken