Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gemeentebestuur (45)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gemeentebestuur (45)

7 minuten leestijd

In aansluiting op het artikel in "De Banier" van 24 november 1983 volgen nu de overige op het schorsings- en vernietigingsrecht betrekking hebbende bepalingen uit de gemeentewet. Artikel 185a luidt als volgt:

„Een besluit, dat nog goedkeuring behoeft, kan niet worden geschorst of vernietigd. Een besluit, waartegen beroep aanhangig is of open staat, kan, zolang dit het geval is, niet worden vernietigd."

Zoals we de vorige maal zagen, moet van het schorsings- en vernietigingsrecht een spaarzaam en voorzichtig gebruik worden gemaakt. Het is het uiterste middel, dat niet ter hand moet worden genomen, zolang nog andere wegen open staan. Een besluit, dat aan goedkeuring onderhevig is, kan, zolang deze goedkeuring niet is verkregen, bovendien niet werken. Schorsing of vernietiging heeft in dit stadium dus geen enkele zin. Vandaar de bepaling in het eerste lid van dit artikel.

Een ten dele vergelijkbare situatie doet zich voor als en zolang tegen een besluit beroep aanhangig is of open staat. Als geen beroep blijkt te zijn ingesteld of op het ingestelde beroep onherroepelijk is beslist, kan de Kroon, mits de beroepstermijn is verstreken, het vernietigingsrecht hanteren. Schorsing is in het geval, bedoeld in het tweede lid, wel mogelijk, omdat beroep vaak niet meebrengt, dat daardoor de werking van het besluit wordt opgeschort.

Artikel 185b: „Een besluit waarbij een in kracht van gewijsde gegane uitspraak van de rechter wordt uitgevoerd of waartegen beroep is ingesteld dat door de rechter ongegrond is verklaard, kan niet worden vernietigd wegens strijd met een wettelijk voorschrift waarop de uitspraak steunde of mede steunde.

Met een uitspraak als in het vorige lid bedoeld worden gelijkgesteld de bindende besluiten uitspraken en adviezen van commissies als bedoeld in artikel 3, tweede lid sub b en derde lid der Ambtenarenwet 1929."

Dit artikel heeft ten doel conflicten tussen de Kroon en de onafhankelijke rechter te voorkomen. Aan de uitspraak van de rechter zal ook de Kroon zich moeten houden. Dit behoeft echter niet zo ver te gaan dat de Kroon niet zou mogen vernietigen, indien naar haar oordeel het besluit in strijd is met andere wettelijke voorschriften dan die, waarop de rechterlijke uitspraak (mede) steunde of met het algemeen belang. Vernietiging zal in deze gevallen wel hoge uitzondering moeten blijven, indien de Kroon niet de indruk wil wekken dat zij rechterlijke uitspraken, die haar niet bevallen, wil teniet doen. Het onderhavige artikel spreekt van wettelijk voorschrift, waarop de rechterlijke uitspraak steunde of mede steunde. Dit begrip dient ruim te worden opgevat in die zin dat ook ongeschreven voorschriften, zoals algemene beginselen van behoorlijk bestuur, daaronder kunnen worden begrepen. Artikel 186 luidt als volgt:

„Ons besluit tot schorsing of vernietiging wordt met redenen omkleed en in het staatsblad geplaatst. Ons besluit tot schorsing bepaalt de duur hiervan.

De voordracht tot vernietiging wordt Ons gedaan door of met medewerking van Onze Minister van Binnenlandse Zaken."

De uitdrukking , , met redenen omkleed" wil zeggen, dat de gronden aangegeven moeten worden, waarom het vernietigende of geschorste besluit in strijd met de wet of het algemeen belang wordt geacht. Hoewel hierin een waarborg moet zijn gelegen tegen te gemakkelijk gebruik van het schorsings- en vernietigingsrecht, is in de praktijk de reden, waarom wordt geschorst vervallen tot een standaardformulering n.l. "dat hangende de vraag of het besluit in strijd is met de wet of het algemeen belang, de werking daarvan behoort te worden gestuit." De voordracht tot vernietiging (dus niet tot schorsing) wordt aan de Kroon altijd gedaan door of met medewerking van de minister van binnenlandse zaken, omdat de vernietigingsprocedure is geregeld in de gemeentewet. Met de uitvoering van deze wet is immers genoemde bewindsman belast.

Omdat schorsing slechts dient om tijd te winnen, teneinde te kunnen nagaan of een bepaald besluit in strijd is met de wet of het algemeen belang, behoort zij een beperkte duur te hebben. Artikel 187:

„Schorsing stuit onmiddellijk de werking der geschorste bepalingen. Zij kan, ook na verlenging, niet langer duren dan een jaar." Het onmiddellijk stuiten van de werking der geschorste bepalingen is uiteraard nodig om te voorkomen dat een besluit, dat vernietigd blijkt te moeten worden, toch tijdelijk rechtsgeldig heeft kunnen werken. Verlenging van de schorsing is slechts mogelijk binnen de aanvankelijk gestelde termijn en mits hiermede binnen de maximale duur van 1 jaar wordt gebleven.

Artikel 188:

„Indien de vernietiging van de bepalingen van een afgekondigd besluit niet binnen de tijd voor welke zij zijn geschorst, door Ons is uitgesproken, brengen burgemeester en wethouders dit ter openbare kennis."

Als binnen de voor schorsing gestelde termijn de vernietiging niet is uitgesproken, behoudt het besluit zijn geldigheid en zijn er geen beletselen om het uit te voeren. Als het een afgekondigd besluit betreft, brengen burgemeester en wethouders ter openbare kennis dat op de schorsing geen vernietiging is gevolgd.

Artikel 189:

Bepalingen, die geschorst zijn geweest, kunnen niet opnieuw worden geschorst." Dezelfde bepalingen kunnen dus maar eenmaal worden geschorst.

Artikel 190:

„Vernietiging brengt mede vernietiging van alle daarvoor vatbare gevolgen der vernietigde bepalingen, voor zover bij Ons besluit niet anders is bepaald."

Vernietiging van een besluit brengt mede dat dit besluit geacht wordt nooit te hebben bestaan. Daarom moeten de gevolgen, die het besluit reeds heeft gehad, eveneens vernietigd worden, voor zover de mogelijkheid hiervoor nog aanwezig is. Zo kan bijvoorbeeld In het geval van vernietiging van een besluit tot verlenging van een bouwvergunning de bouw intussen voor een gedeelte al zijn voltooid. De minister heeft in gevallen als deze nog wel eens van het bevorderen van vernietiging afgezien, omdat hij afbraak van het gebouwde te ingrijpend achtte. Op grond van de tegenwoordige redactie "voor zover bij Ons besluit niet anders is bepaald" (zie de tekst van artikel 190 hierboven) kan de Kroon bepalen dat de vernietiging voor het reeds gebouwde geen gevolgen heeft. Daarmede is de zaak echter niet klaar, omdat de bouw ook dan toch niet kan worden voortgezet. Achterwege laten van de vernietiging of het verlenen van schadevergoeding zou de oplossing zijn om de rechten van de te goeder trouw zijnde aanvrager te beschermen. De tot schadevergoeding leidende "onrechtmatige overheidsdaad" komt hier trouwens ook nog om de hoek gluren. In een ander geval, met name wanneer tot een burgerlijke rechtshandeling is besloten (b.v. koop, huur e.d.) kan bij vernietiging de definitieve overeenkomst (b.v. koopcontract) reeds zijn gesloten. Velen zijn van mening dat zo'n overeenkomst dan niet meer een voor vernietiging vatbaar gevolg is, maar al zou dit wel zo zijn, dan opent de tegenwoordige redactie de mogelijkheid dat de Kroon kan bepalen dat de vernietiging voor deze overeenkomst geen gevolgen heeft. Bij intrekking van een besluit op verzoek van de minister, alvorens het zou worden vernietigd, vervallen de gevolgen niet van rechtswege. Het besluit is dan immers tot aan de intrekking geldig geweest. Het is een paar maal voorgekomen dat, ondanks het feit dat de raad zijn besluit had ingetrokken (hier uiteraard niet op verzoek van de minister), de minister het alsnog vernietigde speciaal om ook de gevolgen te vernietigen.

Artikel 191:

„De raad of burgemeester en wethouders zorgen, in geval van gehele of gedeeltelijke schorsing of vernietiging hunner besluiten, dat aan artikel 187 of het bepaalde bij of krachtens artikel 190 worde voldaan en opnieuw in hetgeen de geschorste of vernietigde bepalingen regelden, voor zoveel nodig is, voorzien." De raad of burgemeester en wethouders zorgen dus, in geval van schorsing of vernietiging van hun besluiten, dat de werking van de geschorste bepalingen wordt gestuit (artikel 187) en dat de gevolgen van de vernietigde bepaUngen worden ongedaan gemaakt, voor zover dat nog mogelijk is en de Kroon niet anders heeft beslist (artikel 190). Tevens zorgen de raad of burgemeester en wethouders dat opnieuw in hetgeen de geschorste of vernietigende bepahngen regelden, voor zoveel nodig, wordt voorzien.

Betreft het een besluit in het kader van de autonomie (huishouding der gemeente) dan zullen de raad of burgemeester en wethouders zelf moeten beoordelen of en in hoeverre deze voorziening nodig is. Is het daarentegen een kwestie van medebewind (medewerking aan uitvoering van rijkswetten e.d.), dan zijn de raad of burgemeester en wethouders verplicht te voorzien in hetgeen de geschorste of vernietigde bepalingen regelden.

Blijven zij in gebreke, dan kan uiteindelijk de Commissaris van de Koningin in de uitvoering voorzien.

Hendrik-Ido-Ambacht

C. den Uil.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1984

De Banier | 24 Pagina's

Gemeentebestuur (45)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1984

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken