Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vanuit het Europese Parlement

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vanuit het Europese Parlement

5 minuten leestijd

Het is voor een lid van het Europese Parlement altijd een hoogtepunt wanneer hij namens een parlementaire commissie waarvan hij lid is in de plenaire vergadering van het Parlement een rapport mag presenteren. Als lid van de Vervoerscommissie viel dit onze SGP/RPF/GPV-Europarlementariër Van der Waal voor de eerste maal ten deel in de zittingsweek van september 1985.

Het betrof toen een voorstel om de Rijnvaartschippers te beschermen tegen concurrentiepraktijken van schippers uit de Oostbloklanden, wanneer in de toekomst het scheepvaartverkeer van de Donau rechtstreeks op de Rijn kan komen na het gereed komen van de Rijn-Main-Donauverbinding.

In de eerste zittingsweek na het zomerreces (van 8 t/m 12 september jl.) mocht onze afgevaardigde opnieuw als rapporteur optreden en wederom voor een onderwerp betreffende de binnenvaart.

CABOTAGE IN DE GEMEENSCHAP

Op 11 september kwamen twee rapporten inzake de cabotage aan de orde; één betreffende het wegvervoer (door een Duitse christen-democrate) en één inzake de binnenvaart (door ons Europarlementslid).

Het woord cabotage is afkomstig uit de zeevaart en bedoelt dan de kustvaart tussen twee havens in hetzelfde land. Inmiddels is de betekenis van het woord uitgebreid en cabotage kan nu ook betrekking hebben op het wegvervoer of de binnenvaart tussen plaatsen in hetzelfde land.

Door de vrijheid van cabotage op de weg en in de binnenvaart, krijgt elke vervoerder uit een EEG-lidstaat de vrijheid, vervoersdiensten binnen de overige lidstaten te verrichten. Die vervoerder, opererend in personen-of goederenvervoer, behoeft dan niet in die andere lidstaat te wonen of daar een vestiging op te richten. Zonder bijkomende kosten of vereisten kan dan een wegvervoerder of schipper uit Nederland vracht vervoeren tussen bijvoorbeeld Antwerpen en Gent. Wel moet de vervoerder dan een attest bezitten waaruit blijkt, dat er een reële band bestaat tussen hem als vervoerder of eigenaar van het voertuig/schip en één van de EEG-lidstaten. De markt wordt hierdoor beschermd tegen ondernemingen die niet overeenkomstig de in de Gemeenschap geldende economische beginselen opereren (men denke met name aan staatshandelslanden).

CABOTAGE IN DE BINNENVAART

Het verdrag van de EEG verplicht de lidstaten om te komen tot een vrij vervoer voor goederen, personen, diensten en kapitaal. In het SGP/RPF/GPV Euromanifest wordt daaromtrent gezegd: , , Ten behoeve van het vervoer van goederen binnen de Gemeenschap dient opheffing van resterende handelsbelemmeringen krachtig te worden bevorderd. Aan de binnengrenzen van de EEG dienen de fysieke controle en de administratieve formaliteiten bij het goederenvervoer te worden vereenvoudigd." Strikt genomen had de vrijheid voor het vervoer conform het EEG-verdrag al in 1969 moeten zijn gerealiseerd, maar op dit punt bleek de Raad de vereiste besluiten traag of helemaal niet te nemen. Het Europees Parlement dat hierover slecht gestemd was, daagde in verband daarmee de Raad van Ministers in 1983 voor het Europese Hof van Justitie. Vorig jaar mei stelde het Hof het EP in het gelijk en veroordeelde de Raad wegens nalatigheid. Dit omdat niet conform de Verdragsverplichting het vervoer was geliberaliseerd. Met nadruk en met name stelde het Hof vast, dat de Raad verzuimd had, de cabotage voor het wegvervoer en de binnenvaart vast te stellen. Na dat arrest deed de Europese Commissie hierover alsnog voorstellen, zodat de Raad nu die nalatigheid zou kunnen inlossen.

Voor de cabotage in de binnenvaart benoemde de EP-vervoerscommissie onze Europese afgevaardigde tot rapporteur. Het rapport terzake werd op 11 september jl. door het EP met 170 stemmen voor, 1 tegen bij 3 onthoudingen goedgekeurd.

Namens de Vervoerscommissie betuigde het rapport van de SGP/RPF/GPVafgevaardigde in principe instemming met het voorstel van de Europese Commissie om met ingang van 1 januari 1988 binnenschippers in alle vrijheid aan het vervoer in andere lidstaten te laten deelnemen. Voorwaarde daarbij is dat niet-ingezeten schippers zich net als de ingezeten schippers onderwerpen aan de in een lidstaat geldende nationale regels.

Ondanks deze goedkeuring door het Parlement van het Commissie-voorstel, gaf rapporteur Van der Waal tevens nog niet opgeloste knelpunten in de binnenvaart.

1. In de Gemeenschap heeft de binnenvaart te kampen met een omvangrijke, structurele overcapaciteit. Dat vraagt om een aanpak in communautair verband. Want hoewel er nationale sloopprogramma's uitgevoerd worden (in Nederland en Bondsrepubliek Duitsland), komen schepen die in Duitsland uit de vaart worden genomen, niet zelden in Nederland weer in de vaart. Daarom bepleit het rapport Van der Waal een aanpak in EEG-ver- band om die overcapaciteit effectief te kunnen terugdringen. Waar nodig met begeleidende sociale maatregelen.

2. Er bestaan nog verschillende eisen inzake vaardiploma's en certificaten. Dit werkt belemmerend voor niet-ingezetenen om in een andere lidstaat aan het vervoer deel te nemen. Echte gelijkheid van kansen om aan het vervoer deel te nemen in andere landen kan er dan ook pas zijn als er wederzijdse erkenning van vaardiploma's bestaat.

3. Formeel bestaat er nu al cabotagevrijheid in sommige lidstaten, o.a. België, maar in de praktijk maken nietingezeten vervoerders geen gebruik van die mogelijkheid wegens de sociale druk en niet zelden intimidatie door vervoerders vanuit de lidstaat.

Juist de Europese Commissie moet er in nauwe samenwerking met de autoriteiten van de lidstaten op toe zien, dat de verordening in de praktijk geen dode letter blijft.

Naast deze aanmerkingen in de richting van de Commissie namens de Vervoerscommissie, sprak Van der Waal een moment op persoonlijke titel. In de Transportcommissie was namelijk met 11 stemmen voor en 9 tegen destijds een amendement aangenomen, dat het toerbeurtsysteem met ingang van 1992 wil afschaffen. Men achtte dit in strijd met vrije concurrentieverhoudingen. Onze Europarlementariër distantieerde zich van die opvatting.

Bij de plenaire stemming over diverse amendementen werd van Nederlandse zijde getracht de uitspraak tot opheffing van het toerbeurtstelsel uit het rapport te halen. Helaas lukte dat niet. Toch vormt dat onderdeel geen wezenlijk knelpunt; het ging allereerst om een verordening inzake de cabotage in de binnenvaart, alsmede om druk op de Commissie, de overcapaciteit aan te pakken. Het toerbeurtsysteem, uit de crisisjaren '30 daterend, zal vermoedelijk toch met de komst van een gemeenschappelijke vervoersmarkt in 1992 wel in discussie moeten komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1986

De Banier | 20 Pagina's

Vanuit het Europese Parlement

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1986

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken