Bekijk het origineel

Christus’ Koningsschap vast en zeker

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Christus’ Koningsschap vast en zeker

6 minuten leestijd

„Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijner heiligheid". Psalm 2: 6.

Er is één zaak, waaraan het menselijk hart behoefte heeft, namelijk vastheid en zekerheid temidden van een wereld vol onrust en een hart vol onvrede. De mens zoekt zekerheid in zichzelf, maar die vindt hij nooit, sinds hij een balling op aarde geworden is en een verloren Paradijs achter hem ligt.

Van meer belang is, dat er zekerheid boven ons is en dat de mens uit genade door het geloof daaraan houvast verkrijgt. De godvruchtige dichter van deze psalm heeft daaraan bevindelijk kennis verkregen.

Hij mag van 's Heerenwege weten van die vaste grondslag in een Drieënig God. Die onwrikbare vastigheden, die God gelegd heeft op de berg Sion, Hem gewijd. De tekst is een weerwoord van de God en Vader van onze Heere Jezus Christus tegenover de goddeloze wereldmacht: , , Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijner Heiligheid". Christus, de eeuwige Zoon des Vaders, is wettig gezalfd tot Koning over Sion. Dat is de verkoren berg te Jeruzalem, waarop de tempel gebouwd werd en de stammen Israels God ontmoetten onder cle offeranden met bloed. Vlakbij de heuvel Golgotha, waar de Borg Jezus gekruisigd is om langs die rechte weg aan Gods geschonden deugden te voldoen, om voor het verkoren Sion de gemeenschap met God te herstellen. Toen scheen het alsof Christus' Koningsschap slechts bestond in een doornenkroon en Zijn troon een kruis was. Maar in der waarheid behaalde Sions Borg de gloriekroon in Zijn zegepraal over hel en dood, zonde en wereldmacht. De gezalfde Christus is Overwinnaar.

, , Waarom woeden dan de heidenen, en bedenken de volken ijdelheid? " Dat is de vraag aan het begin van deze psalm. Van deze , , waaroms" is de wereld vol. En ook het persoonlijk leven, als de ramp ons treft, het leed doorwondt, en de rouw haast doet bezwijken. Ook met het oog op het wereldgebeuren klinkt de vraag: , , Waarom toch? " Wat beogen toch de wereldgroten, wat beraadslagen wereldlijke en kerkelijke vorsten in topgesprekken en conferenties? Wel, zo ziet de dichter het: Zij allen stellen zich op en beraadslagen tesamen tegen de Heere, en tegen Zijn Gezalfde, zeggende: , , Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen". Er is eigenlijk één gemeenschappelijk streven in te onderkennen, namelijk de mens moet koning zijn. Geen banden en geen touwen meer aan Hem, Die de God des gansen aardbodems genaamd wordt. Zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zijn zal. Zo leeft de mens, jong en oud, vroom of goddeloos zijn Gode vijandig bestaan uit.

O, waarom toch? vraagt de Heere. Is Mijn dienst zo zwaar, zijn Mijn koorden zo knellend, is Mijn juk zo drukkend? Laat ons liever vragen: Waarom ben ik zo weerspannig, zo stug en weerstrevig? 's Heeren gunstvolk mag door genade leren: 's Heeren touwen, waarmee zij getrokken worden zijn liefdekoorden en Zijn juk is zacht, Zijn last is licht.

O, arme mens, o boze wereld, die u tegen God verhardt. , , Die in de hemel woont, zal lachen; de Heere zal hen bespotten". Op aarde wordt ook gelachen, er wordt gruwelijk gespot met het heilige. Maar dat loopt uit op wenen, want God zal lachen in het verderf der goddelozen, de Allerhoogste zal spotten, wanneer hun vreze komt.

En waarom belacht de Heere het woeden der volken en het woelen van de zondaar? Wel: , , Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijner heihgheid". En de volken zijn geacht als een drup aan de emmer en een stofje aan de weegschaal. En wat zal een mens, een nietige aardworm tegen God, zijn Maker, vermogen? Sions Koning regeert vanuit 's Vaders troon van zee tot zee, van de rivieren tot aan de einden der aarde! En alle dingen zijn aan Zijn voeten onderworpen.

Hoort maar, hoe de Zoon spreekt: , , Ik zal van het besluit verhalen". De groten der aarde houden hun raadsvergaderingen tegen de hemel. Welnu, zegt de Zoon, daar was een raadsvergadering tussen Vader, Zoon en Heilige Geest in de stilte der nooit begonnen eeuwigheid. Het was de Raad des vredes, toen Ik met Mijn hart Borg werd om tot God te naderen voor Sion, 's Vaders verkorenen. Op grond van Mijn verzoening door voldoening mocht Ik eisen van de Vader. En Ik verkreeg de heidenen tot Mijn erfdeel en de einden der aarde tot Mijn bezitting.

En dat Goddelijk raadsbesluit zal volvoerd worden, de eeuwen door het einde der wereld toe. De poorten der hel zullen Sion, Zijn Gemeente niet overweldigen. De Koning zal Zijn vijanden verpletteren met een ijzeren scepter en in stukken slaan als een pottebakkersvat.

Laat dan nog even de wereld rumoeren en haar machthebbers besluiten, de mens der zonde spotten: Gods kerk mag opzien tot haar Koning, Die haar leiden zal door de verdrukking heen, haar troosten zal door Zijn Geest, en voeren naar de eeuwige overwinning.

Johannes op Patmos zag reeds het Lam, staande op de berg Sion en met Hem de grote schare van de gekochten met Zijn bloed, hebbende de Naam Zijns Vaders ge, schreven aan hun voorhoofden.

Daarom nog één waarschuwing, één opwekking: , , Nu dan, gij koningen, handelt verstandiglijk; laat u tuchtigen, gij rechters der aarde!" Dat is ook een dringend vermaan aan een ieder van ons. Laat u tuchtigen, buigt onder de roede Gods. Keert weder, o zondaar; bekeert u, gij afkerige kinderen en betuigt voor de Heere: , , Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten".

Ja, , , dient de Heere met vreze, en verheugt u met beving". Want onze God is heilig en wij zijn slechts stof en as. Daarom; , , Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne, en gij op de weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden- "., , Welge!ukzalig zijn allen, die Hem vertrouwen". Dat is het volk wat onderwerping leerde, degenen die in Sion geboren zijn. Hun opstand werd gedempt, zij werden getrokken met de touwen der liefde en kwamen met smeking en geween. In hun zonden en schuld werden zij aan 's Heeren voeten gebracht, ja tot Zijn heilige berg.

Die Koning werd hun ziel dierbaar, gepast en noodzakelijk. En temidden van de strijd, in benauwdheid en droefenis mochten zij onder de schaduw van Zijn vleugelen de toevlucht nemen. Welnu, die Koning zal niet beschamen.

Want die op Hem betrouwt, op Hem alleen, Ziet zich omringd met Zijn weldadigheên.

de banier 12 januari 1989

Groningen Ds. D. Hakkenberg

door Ds. D. Hakkenberg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1989

De Banier | 20 Pagina's

Christus’ Koningsschap vast en zeker

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1989

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken