Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tweeërlei zaad

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tweeërlei zaad

6 minuten leestijd

„Gij zult uw wijngaard niet met tweeërlei bezaaien; opdat de volheid des zaads, dat gij zult gezaaid hebben, en de inkomsten des wijngaards niet ontheiligd worde." Deut. 22 : 9

De HEERE heeft alles schoon gemaakt! Heel Zijn schepping vormt één harmonieus geheel. Dat geldt in 't bijzonder voor de schepselen Gods. Hoe verschillend de geaardheid tussen hen mag zijn, doch het is alles harmonieus. Inderdaad is de geaardheid van de schepselen Gods verschillend. Die van een mens is anders dan die van een dier. En de geaardheid van een dier is weer anders dan die van een plant. Duidelijk heeft de Heere in Zijn schepping grenslijnen getrokken, die zich aftekenen in verschillende soorten. Deze grenslijnen komen op uit de eigen natuur van de schepselen. In de mensenwereld loopt er daarom een scheidslijn tussen man en vrouw. In de dierenwereld een grenslijn tussen os en ezel en in de stoffen een scheidslijn tussen wol en linnen. Ook is er onderscheid tussen de zaden die voor de akkerbouw gebruikt worden. De grenzen door de Heere daarin gesteld moesten door Israël onderhouden worden. Alle vermenging van het ongelijksoortige was voor Israël contrabande. Om die reden lezen wij ook in ons teksthoofdstuk, dat het kleed van een man niet mocht zijn aan een vrouw en omgekeerd een man geen vrouwenkleed mocht aandoen. Ook dat een os en een ezel niet tesamen voor een ploeg gespannen zouden worden. Zelfs mocht geen kleed van twee verschillende stoffen, wol en linnen, tegelijk aantrekken. En op straffe van verbeurdverklaring van het land was het verboden om tweeërlei zaad op de akker èf in de wijngaard uit te strooien. De Heere eiste eerbied voor de door Hem gestelde grenzen. Waarom moest Israël deze grenzen in acht nemen? Het antwoord is: uit protest tegen allerlei heidense zeden. De HEERE wilde dat Israël „geheel anders" zou zijn dan al die heidense volken. Voor ons valt uit dit alles nog wel het één en ander te leren. Wij kunnen dit eruit leren, dat de Heere eist dat er op elk levensterrein éénheid en zuiverheid zal zijn. Alle vermening van wat niet bij elkaar behoort is de HEERE een gruwel.

In zijn algemeenheid willen wij daarom drie voorbeelden geven waar geen vermening mag zijn, doch waar o zoveel vermenging wordt gevonden. In de eerste plaats denken wij dan aan de akker van onze geest. Wat wordt er in ons denken tweeërlei zaad gevonden. Wat nemen wij een tegenstrijdige denkbeelden in onze geest op. Wat komt het ook onder ons voor, dat tengevolge van een beginselloze verdraagzaamheid de geest wordt opengesteld voor allerlei ongelijksoortige meningen die bij monde of in geschrift worden uitgezaaid. Overal wordt blijkbaar een element van waarheid in gezien. Maar zo zijn óf worden wij geen beginselvaste mensen, doch warhoofden van wie het denken herinnert aan een veld dat met dooreengemengde graansoorten bezaaid is. Het denken is niet beginselvast, omdat het niet enkel en alleen van de waarheid Gods uitgaat en daaraan vasthoudt. De waarheid Gods en de onwaarheid van de mens worden dooreengemengd. En wat de gevolgen daarvan kunnen wij opmerken in ons staatskundig bestel waarin de waarheid Gods ten onder wordt gehouden. Daarom is het parool: géén tweeërlei zaad in ons denken. Maar ook geen tweeërlei zaad op de akker van ons hart. Wat dat betreft mogen wij ons wel zeer nauw onderzoeken èf er op de akker van ons hart geen tweeërlei zaad wordt aangetroffen. Want juist wat ons hart betreft schept Gods alleen behagen in het zuivere en ongemengde. Geen tweeslachtigheid, want die kan in Zijn oog niet bestaan. Helaas, wat wordt er vaak een tweeslachtigheid in het hart gevonden. Men gaat nog wel naar de kerk en men zingt de liederen Sions en men hoort de preek wel aan, maar het leven in de andere dagen van de week is daarmee niet in oversteenstemming. Men houdt zich op in wereldse kringen waar men zich allerminst een vreemdeling gevoelt. Men doet en men denkt precies hetzelfde als de wereld doet. Men gelijkt op een akker die met vele graansoorten bezaaid is. Zo'n akker biedt een verwarrende aanblik. Niet minder verwarrend en verbijsterend is de aanblik van hen, die half uit het heilige en half uit de wereld, half uit de zonde en half uit de genade, half uit het vlees en half uit de Geest denken te leven. Zij bedriegen zich voor een nimmereindigende eeuwigheid. Zij zijn toonbeelden van het gemengde wat de Heere een walg is. Derhalve mocht onze dagelijkse bede wel zijn of de Heere ons eerlijk wil maken. Eerlijk voor Hem én eerlijk voor onszelf. Want van nature zijn wij allen tweeslachtig en mengen in onze dwaasheid dooreen wat niet bij elkaar behoort. Weet u wat wij daarom nodig hebben? Bekering! Altijd maar weer: bekering. En dat bij God vandaan. En zelfs als wij mogen weten van een eerste bekering in ons leven, hebben wij nog nodig dat wij iedere dag bekeerd worden. Want zelfs na eens ontvangen genade kunnen wij nog zo tweeslachtig zijn. De Heere wat en de wereld wat! Tweeërlei zaad! Doch ook in het leven van Zijn volk is dat de Heere een gruwel. Geen tweeërlei zaad in ons denken. Geen tweeërlei zaad ons hart. Doch ook geen tweeërlei zaad in ons gezin. De Heere heeft ons kinderen willen toevertrouwen, opdat wij ze als ouders zullen opvoeden in de leer die is naar de Godzaligheid. Het hart van onze kinderen is ontvankelijk voor elk zaad is, dat onze kinderen én thuis én op school én in de kerk in zich opnemen. Er moet in onze opvoeding een éénheid zijn. Wie zijn kind thuis opvoedt bij de Schriften, maar het naar een school laat gaan waar met Gods Woord geen rekening wordt gehouden, zaait tweeërlei zaad. Het zaaien van enerlei zaad én thuis én in de kerk én op school mag ons als ouders daarom wel zeer ter harte gaan. De Heere geve ons daarin getrouwheid. En voorts bedenke een ieder, dat wij gaan sterven en God gaan ontmoeten. Dat kan alleen met een ongedeeld hart en leven!

door ds. G. S. A. de Knegt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 26 January 1989

De Banier | 20 Pagina's

Tweeërlei zaad

Bekijk de hele uitgave van Thursday 26 January 1989

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken