Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Beknopt verslag van de rede van ir. M. Houtman bij de behandeling van de begroting voor 1990 van de provincie Zuid-Holland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Beknopt verslag van de rede van ir. M. Houtman bij de behandeling van de begroting voor 1990 van de provincie Zuid-Holland

11 minuten leestijd

Deze begrotingsbehandeling staat in het teken van verleden en toekomst. Dat een begroting op de toekomst gericht is, behoeft geen nadere toelichting. Wel is duidelijk dat bij deze begrotingsbehandeling de blik verder dient te gaan dan het begrotingsjaar 1990. De intree in het laatste decennium van deze eeuw geeft gerede aanleiding tot bezinning op de problematiek van de jaren negentig, met tevens een verdere blik tot over de eeuwwisseling heen.

De herdenking van het honderd vijftigjarig bestaan van de provincie in zijn huidige omvang, geeft deze begrotingsbehandeling ook een relatie met het verleden. De problemen in ons land en in onze provincie waren in die tijd niet minder dan nu. Een bestuurlijke problematiek in verband met de afsplitsing van de zuidelijke provincies, in verband met discussies over gezag en verantwoordelijkheden van kroon, regering en parlement, wijzigingen in het kiesrecht (alles bij elkaar een complete reorganisatie van het binnenlands bestuur) en dat in een tijd van een financieel bankroet van de overheidsfinanciën, dat alles vroeg toen de aandacht.

Groen van Prinsterer, waarlijk niet de geringste onder de staatslieden van die tijd, volgt in zijn „Handboek voor de Geschiedenis van het Vaderland" de gebeurtenissen op de voet, en geeft er ook een duiding aan. De ontwikkeling van de maatschappij, de immense problemen waarin het land terecht gekomen is, zijn voor hem geen gegevens die louter onvermijdelijk uit de omstandigheden voortkomen en daar aan te wijten zijn. Hij vraagt zich af: „Zou de uitkomst dezelfde geweest zijn, indien men zich met het richtsnoer van Gods Woord in de doolhof der menseUjke dwaling een veiUger uitweg gebaand had dan zich te wikkelen in de heersende opvattingen." Voor hem is het antwoord op die vraag duidelijk. En hij geeft zijn tijd dan ook de waarschuwing mee uit het Spreukenboek: „De vreeze des Heeren is een springader des levens om af te wijken van de strikken des doods."

Op een aantal punten uit het in uw beleidsnota aangekondigde beleid wil ik nader ingaan.

In de eerste plaats is dat het werkgelegenheidsbeleid. Terecht constateert uw collega in de beleidsbeschouwingen de dreiging van een tweedeling in de samenleving. Enerzijds de werkenden en anderzijds de langdurig werklozen. Daarbij dient beseft te worden dat in de laatste groep de niet- of lager geschoolden en de etnische en culturele minderheden naar verhouding sterker vertegenwoordigd zijn dan andere bevolkingsgroepen.

Een tweede punt van zorg is de aandacht voor het milieubeleid. Na een jarenlang durend proces van ontwerpen en bijstellen komt het miUeubeleidsplan op korte termijn tot een eerste voltooiing.

De stap van milieu naar welzijn, is minder groot dan wel eens gedacht wordt. De aard van de regelgeving mag dan ook op beide beleidsterreinen verschillend van aard zijn, het zich psychisch en fysiek welbevinden staat niet los van elkaar. Het gehele terrein van het welzijn laat zich samenvatten in het bieden van zorg voor wie dat nodig heeft, en het bieden van ontplooiingsmogelijkheden voor wie daar behoefte aan heeft.

Welzijn heeft niet alleen te maken met sociale zorg en cultuur, maar evenzeer met wonen, werken, recreëren en derhalve met ruimtelijke ordening. Veel staat op stapel voor de komende tijd. Wij willen onze waardering uitspreken voor de wijze waarop uw college bezig is aan een „ruimtelijke ordening nieuwe stijl" gestalte te geven.

Voor een bepaalde bevolkingsgroep vraagt onze fractie ook in het kader van deze begrotingsbehandeling en in het kader van de ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening in het bijzonder de aandacht van uw college. Dat is de agrarische sector.

Datzelfde geldt overigens voor de glastuinbouw. Wij achten het noodzakelijk dat op korte termijn deze Staten uitspraken doen over het in de toekomst te voeren agrarisch beleid van deze provincie. Ook deze sector waar vele lange-termijninvesteringen gedaan worden dient te weten waar zij in deze provincie in de toekomst aan toe is.

De ons toegemeten spreektijd maakt het ons niet mogelijk om op alle facetten van het provinciale beleid in te gaan in het kader van deze begroting. Dat is ook niet nodig. Belangrijke beleidsstukken komen op andere momenten afzonderlijk ter sprake in deze staten.

Toch nog kort enkele opmerkingen. Allereerst dit. Het is ons opgevallen dat uw college meer dan in het verleden het provinciaal bestuur officieel vertegenwoordigt of althans acte de presence geeft bij activiteiten en manifestaties die op zondag plaats vinden. Onze principiële bezwaren daartegen zijn u bekend. Wij verzoeken u om evenals vroeger een officiële vertegenwoordiging van de provincie bij dergelijke evenementen achterwege te laten.

Het is een goede traditie dat bij een begrotingsbehandeling waardering uitgesproken wordt voor de inzet van de velen die in dienst zijn van de provincie. Veranderingen in taken en in bestuurscultuur kuimen snel leiden tot onzekerheid en daarom ook tot spanningen in een ambtelijk apparaat. Wij willen onze waardering uitspreken voor allen die door hun inzet en creativiteit het voor ons als statenleden mogelijk maken om op zinvolle wijze als statenleden ons werk te doen.

Tot slot ook namens onze fractie een woord van dank aan de heer Boone.

Het zal duidelijk zijn dat wij een duidelijke scheiding aanbrengen tussen zijn persoon en het door hem gevoerde beleid. Ik heb de indruk dat de heer Boone de gedeputeerde was die het meest van alle gs-leden een beleid verdedigde dat inging tegen onze inzichten. Of het nu ging over financieel beleid (verhoging opcenten), over ouderenbeleid (huisregels, democratisering), gemeenteUjke herindeling, of delen van het cultuurbeleid, altijd wilde hij op die gebieden anders dan wij, en helaas kreeg hij dan ook nog de meerderheid van de staten achter zich.

Desondanks zeggen wij hem dank voor de wijze waarop hij de discussie ook met minderheden in deze Staten gevoerd heeft. Ook namens onze fractie: hartelijk dank voor alles watje voor de provincie gedaan hebt. Het is echter niet alleen daarvoor dat we je als laatste advies voor je vertrek meegeven: vergeet ook in je nieuwe functie de wapenspreuk van onze provincie niet. Vigilate, Deo confidentes.

HET GESCHILLENARTIKEL

Op de laatstgehouden Algemene Vergadering (d.d. 25 februari 1989) is een voorstel van het Hoofdbestuur aanvaard om in het Algemeen Reglement een geschillenartikel op te nemen. De Vlaardingse kiesvereniging stelde voor de betreffende tekst redactioneel te laten doornemen door een neerlandicus.

Het Hoofdbestuur zegde toe aan dit verzoek gevolg te zullen geven en het betreffende artikel in de gewijzigde tekst op te nemen in De Banier.

Als gevolg van vele andere werkzaamheden dit jaar (twee verkiezingen en drie huishoudelijke vergaderingen) was het daar nog niet van gekomen. De tekst van het geschillenartikel, zoals nader door het Hoofdbestuur vastgesteld, luidt als volgt.

Artikel 20 Geschillen

a. Dit artikel is van toepassing op het slechten van geschillen waarin dit reglement niet elders voorziet.

b. Van een geschil in een plaatselijke kiesvereniging doet het bestuur van de kiesvereniging dan wel tenminste een derde deel van het aantal leden onverwijld schriftelijk mededeling aan het bestuur van de betrokken provinciale vereniging, doch, ingeval de kiesvereniging is aangesloten bij een statenkringvereniging, aan het bestuur van de betrokken statenkringvereniging.

c. Ingeval de kiesvereniging niet is aangesloten bij een statenkringvereniging beleggen twee afgevaardigden, aan te wijzen door en uit het bestuur van de provinciale vereniging, in overleg met het bestuur van de plaatselijke kiesvereniging, binnen drie maanden nadat het geschil ter kennis van het bestuur van de provinciale vereniging is gebracht, een ledenvergadering van de kiesvereniging teneinde te beproeven het geschil tot een oplossing te brengen. De afgevaardigden stellen binnen een maand na de ledenvergadering een gedagtekend en mede door de partijen tussen wie het geschil is gerezen ondertekend rapport samen en zenden dit aan het bestuur van de provindiale vereniging en van de plaatselijke kiesvereniging.

d. Ingeval de kiesvereniging is aangesloten bij een statenkringvereniging vindt de behandeling van het geschil plaats overeenkomstig lid c, met dien verstande dat voor de provinciale vereniging wordt gelezen: de statenkringvereniging. Indien het geschil niet tot een oplossing is gebracht doet het bestuur van de statenkringvereniging daarvan binnen een maand na de dagtekening van het in lid c. bedoelde rapport onder medezending van dit rapport, mededeling aan het bestuur van de provinciale vereniging. De behandeling door het bestuur van de provinciale vereniging vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in lid c.

e. Een geschil gerezen binnen een statenkringvereniging, wordt door het bestuur dan wel door tenminste een derde deel van het aantal aangesloten verenigingen schriftelijk ter kennis van het bestuur van de provinciale vereniging gebracht en wordt behandeld overeenkomstig het bepaalde in lid c, met dien verstande dat daar waar sprake is van de (plaatselijke) kiesvereniging wordt gelezen statenkringvereniging.

f. Wordt een geschil als omschreven in de leden b. en e. door het bestuur van de provinciale vereniging niet tot een oplossing gebracht dan wordt het geschil door de afgevaardigden van dit bestuur binnen zes maanden na de dagtekening van het in lid c. bedoelde rapport, onder medezending van dit rapport, schriftelijk voorgelegd aan het Hoofdbestuur, dat zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen zes maanden, een bindende uitspraak doet.

g. Een geschil gerezen binnen een provinciale vereniging, wordt door het bestuur dan wel door tenminste een derde deel van het aantal aangesloten kiesverenigingen schriftelijk ter kennis van het Hoofdbestuur gebracht, dat zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen zes maanden, een bindende uitspraak doet.

h. Wanneer in enige instantie een geschil wordt behandeld, worden partijen in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze schriftelijk en/of mondeling voor te dragen.

i. Van schriftelijke stukken of mondehnge verklaringen zal alleen gebruik worden gemaakt voor zover partijen in de gelegenheid zijn gesteld van de stukken kennis te nemen en het afleggen van mondelinge verklaringen bij te wonen.

j. Het is personen, betrokken bij de behandeling van geschillen, verboden enig feit omtrent een aanhanging geschil, enige wetenschap omtrent de behandeling van een geschil en voorts al hetgeen hun vertrouwelijk ter kennis is gekomen, openbaar te maken.

Vervolg op pagina 18 NIEUWE UITGAVE

Reeds in de vorige Banier is medegedeeld dat op de komende Partijdag D.V. in druk zal verschijnen een nieuwe uitgaaf van Statuten, Algemeen Reglement en Program van beginselen. Bij nadere overweging zal daaraan worden toegevoegd het Gemeenteprogram omdat de vorige uitgaaf daarvan niet meer voorradig is. Heel handig om dan alles in één band te hebben. De prijs zal zo spoedig mogelijk worden medegedeeld.

GEMEENTERAADS­ VERKIEZINGEN (VI)

Van 50 kiesverenigingen is op het Partijbureau de kandidatenlijst ontvangen met verzoek om de betreffende machtiging van het Hoofdbestuur. In ongeveer 150 gemeenten is de SGP thans vertegenwoordigd in de gemeenteraad, hetzij op een lijst van onze partij alleen, hetzij op een lijst tezamen met het GPV en/of de RPF. Aangezien wij in heel wat meer gemeenten aan de verkiezingen deel zullen nemen, namelijk in die waarin wij thans geen zetel hebben, moeten er ook heel wat meer dan 150 verzoeken om een machtiging van het Hoofdbestuur op het Partijbureau worden ontvangen. Dringend verzoek aan de betreffende besturen de kandidatenlijsten zo spoedig mogelijk toe te zenden aan het Partijbureau.

Van onze kant zullen wij trachten dat uiterlijk half januari de betreffende machtiging wordt toegezonden aan de besturen van de kiesverenigingen.

Wanneer u uitkomt op één lijst met het GPV en/of de RPF, dan heeft u niet twee of drie machtigingsformulieren nodig, doch slechts één! Dit formulier moet dan echter getekend zijn door de gemachtigden van alle deelnemende partijen! Op zulk een formulier moeten dan twee of drie handtekeningen staan in plaats van één. Voor dat doorzenden naar de gemachtigden van de andere partijen is uiteraard tijd nodig. Vandaar het dringende verzoek om in ieder geval die kandidatenlijst, die betrekking hebben op meerdere partijen, zo spoedig mogelijk toe te zenden aan het Partijbureau.

ONTVANGEN GIFTEN

Met genoegen kan ik ook in deze laatste Banier van 1989 giften verantwoorden. Volgens globale berekening moet ik de rekening van het Verkiezingsfonds dit jaar afsluiten met een nadeUg saldo van f 100.000, - (honderdduizend gulden!). Daarom van harte aanbevolen dit nadelig saldo D.V. in 1990 trachten te laten verdwijnen.Thans kan ik de volgende giften verantwoorden: f 500, - uit Scherpenisse;

f 350, - uit Rotterdam; f 150, - uit Rijswijk; f 80, - uit Woerden; f 50, - uit Staphorst; f 25, - uit 's-Gravenhage, Hendrik Ido Ambacht, Katwijk en Sommelsdijk; f 20, - uit Zeist; f 15, - uit 's-Gravenhage en Hardinxveld; f 10, - uit Capelle a/d IJssel, Rotterdam en IJsselmuiden; f 5, - uit Haarlem en Maartensdijk. Alle gevers en geefsters heel hartelijk

dank.

J. pijl

Dit artikel werd u aangeboden door: Staatkundig Gereformeerde Partij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1989

De Banier | 20 Pagina's

Beknopt verslag van de rede van ir. M. Houtman bij de behandeling van de begroting voor 1990 van de provincie Zuid-Holland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1989

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken