Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De plaats van de Vrouw in de Staatkundig Gereformeerde Partij (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De plaats van de Vrouw in de Staatkundig Gereformeerde Partij (2)

10 minuten leestijd

TEKST & UITLEG

Regeerambt en lidmaatschap

De SGP heeft de activiteiten van de PKV nooit geheel los van het regeerambt gezien en daarom als partij vanouds het standpunt ingenomen dat vrouwen geen lid van een kiesvereniging kunnen zijn. Dat werd nog eens heel nadrukkelijk aangegeven in de brief die het Hoofdbestuur in augustus 1991 aan alle kiesverenigingen, en daarin aan alle leden, verzond. Daarover bestond nauwelijks verschil van mening. Alleen omdat één van de toenmalige HB-leden het met deze brief niet eens was, ontbrak het woordje 'unaniem' bij het weergeven van dit HB-standpunt.

Het kan intussen geen kwaad, het verband tussen het regeerambt en de taak van een kiesvereniging wat nader toe te lichten.

Volgens de Statuten en het Algemeen Reglement van onze Partij zijn leden van de Partij zij, die zich bij een plaatselijke kiesvereniging hebben aangesloten. Zij hebben o.a. de volgende rechten:

1. Zij hebben toegang tot de Algemene Vergaderingen van de Partij.

2. Zij kunnen afgevaardigd worden naar de Algemene Vergaderingen, naar de Huishoudelijke Vergaderingen en naar vergaderingen van de Provinciale verenigingen en Statenkringverenigingen en hebben daar het recht aan de besprekingen en stemmingen deel te nemen.

3. Zij kiezen de leden van het Hoofdbestuur en zijn voor deze functie verkiesbaar.

4. Zij kiezen de eerste kandidaat voor de Tweede-Kamerverkiezingen.

5. Zij zijn betrokken bij het totstandkomen van de kandidatenlijst voor de Tweede- Kamerverkiezingen.

6. Zij zijn betrokken bij het totstandkomen van de kandidatenlijst voor de Provinciale Statenverkiezingen.

7. Zij stellen de kandidatenlijst op voor de gemeenteraadsverkiezingen.

8. Zij kiezen de leden van de besturen van de plaatselijke kiesverenigingen, de gemeentelijke kiesverenigingen, de Statenkringverenigingen en de Provinciale verenigingen en zijn voor deze functies verkiesbaar.

9. Zij kunnen verkozen worden als lid van het Europese Parlement, de Eerste en Tweede Kamer, Provinciale Staten, Gemeenteraden en in alle functies en ambten waarin een lidvan een politieke partij kan wordengekozen of benoemd.

10. Zij kunnen gekozen worden in de Raad van Advies.

Op grond van het bovenstaande meent het Hoofdbestuur duidelijk te hebben aangetoond dat het lidmaatschap van een PKV niet los te denken is van het regeerambt.

Daarmee is niet alles gezegd. Waarom niet? Omdat in de bovenstaande punten 1 t/m 10 ook niet alles is gezegd over de functie die onze kiesverenigingen binnen onze partij vervullen.

Dubbele doelstelling

Kiesverenigingen zijn binnen de structuur van onze partij middelen om de beginselen van de SGP, gegrond op Gods Woord, verstaan overeenkomstig de belijdenisgeschriften, te verbreiden en bekend te maken. Dit betekent enerzijds bezin n ing en besluitvorm ing ten aanzien van de grote vragen van de maat­ schappij en samenleving in onze tijd, om ons volk terug te roepen tot en te bewaren bij het heilzame leven naar de inzettingen des Heer en.

Anderzijds geven kiesverenigingen aan deze taak van ouds af gestalte door het kandideren en doen verkiezen van vertegenwoordigers in deStaten-Generaal, enz. enz."

Bovenstaande passage is afkomstig uit de eerste brief die het Hoofdbestuur, in augustus 1991, inzake de kwestie van het lidmaatschap van vrouwen, aan de kiesverenigingen schreef. Op deze brief wezen wij reeds in het eerste artikel omdat ook daarin reeds werd aangegeven dat het regeerambt niet los gezien kan worden van het lidmaatschap van een kiesvereniging. Daaruit werd dan ook de conclusie getrokken dat vrouwen geen lid kunnen zijn van een kiesvereniging.

Hierbij is nogal eens gevraagd om een nadere onderbouwing van de verbinding tussen het regeerambt en het lidmaatschap van de kiesvereniging. Er wordt dan geredeneerd in de trant van: 'Dat Gods Woord ons leert dat het regeerambt de vrouw niet toekomt, is duidelijk; maar nergens lees ik in de Bijbel dat vrouwen geen lid mogen zijn van een kiesvereniging'.

Maar dat is geen steekhoudend argument. Er zijn tal van zeer afkeurenswaardige zaken te noemen, waarover onder ons geen enkel verschil van mening bestaat en die nochtans geen van alle bij name in Gods Woord worden genoemd. Het is helder dat het woord 'kiesvereniging' in de Bijbel niet voorkomt. We hoeven dan ook niet te zoeken naar een direkte uitspraak over wie daarvan wel en wie daarvan geen lid kan worden. Het moet ons er om gaan om, onder biddend opzien tot God om de verlichtende werking van de Heilige Geest, de zin en mening van de Schrift te verstaan. Altijd in het besef dat Gods mocllijkc en gevoclige taak

Woord ons, ook in alle maatschappelijke omstandigheden en problemen, de weg wil en kan wijzen. Ons verstand is van nature verduisterd en onze wil is verkeerd. Alleen dat zou ons al tot voorzichtigheid moeten nopen als het om veranderingen gaat. Niet dat alle verandering verkeerd is, alleen omdat het verandering is; maar wat vroeger op grond van Gods Woord waarheid was, dat is het nu nog!

Tweedeling in takenpakket

Maar, zo schreven we, daarmee is niet alles gezegd. Uit de aangehaalde zinsnede blijkt ook dat het takenpakket van de huidige kiesvereniging grofweg in twee delen kan worden onderscheiden. Allereerst heeft de kiesvereniging taken die zijn gericht op het bestuur van onze partij en ons land. Hieronder kan worden verstaan het besturen van de verschillende partijgeledingen, de afvaardiging naar hogere vergaderingen, de participatie in de Raad van Advies, de opstelling van kandidatenlijsten voor raden, staten, kamers en het Europese Parlement en de mogelijkheid om in deze colleges te worden gekozen. De zogenaamde 'regeertaken' dus.

In de tweede plaats heeft de kiesvereniging een taak in de bezinning op en de bestudering van de beginselen van Gods Woord voor staat en maatschappij. In dit kader passen ook zaken als werving en voorlichting. Bij de te ontplooien activiteiten rond algemeen politieke en maatschappelijke vraagstukken kunnen ook vrouwen worden betrokken. Daarbij moet worden bedacht dat het opleidingsniveau van vrouwen in de loop der jaren steeds hoger is geworden. IVIede als gevolg daarvan zijn zij ook steeds meer betrokken geraakt bij het maatschappelijk gebeuren, In zogenaamde doelorganisaties als de VBOK en de NPV is de participatiegraad van vrouwen hoog. Ook zijn veel vrouwen werkzaam op het terrein van het onderwijs en de maatschappelijke dienstverlening. Vrouwen zouden dan ook bij de bestudering van diverse politieke en maatschappelijke vraagstukken een niet te veronachtzamen inbreng kunnen hebben.

Van dit onderscheid in takenpakket zou gebruik gemaakt kunnen worden bij het beantwoorden van de vraag naar de taak en de plaats van de vrouw in onze partij en de daaraan verbonden vraag hoe we daaraan statutair/reglementair gestalte geven.

Splitsing van de verenigingen?

Het is niet onbegrijpelijk dat gedurende het laatste anderhalfjaar met enige regelmaat de vraag werd gesteld waar het voorstel betreffende de uitwerking van de betrokkenheid van vrouwen toch wel bleef

Maar daarbij mag niet vergeten worden dat de commissie met een buitengewoon moeilijke en ook gevoelige taak was belast. Putten-II was de begrenzing. Alles wat tot de regeertaak behoort, moest daarom buiten deze betrokkenheid blijven. Een niet geringe handicap is daarbij, dat het woord 'lid' op de klank af reeds wordt verbonden met genoemde regeertaken en de commissie daarom die term, in welke vervoeging of met welke voorvoegsels dan ook, buiten beschouwing wilde laten.

Het Hoofdbestuur is er getuige van geweest dat de commissie op alle mogelijke manieren heeft getracht om van de bestaande tweedeling in het takenpakket van de kiesverenigingen gebruik te maken. Bestudeerd is in hoeverre het mogelijk zou zijn om deze verschillende takenpakketten onder te brengen in onderscheiden verenigingen of colleges. Daarbij zou de koppeling die er nu automatisch is tussen het lidmaatschap van de kiesvereniging en het partijlidmaatschap verbroken kunnen worden. Deze (kies)verenigingen zouden daarmee zelfstandige verenigingen kunnen worden, los van de moederpartij. Deze verenigingen zouden dan zelf hun toelatingsbeleid kunnen bepalen en zich bezig houden met de bestudering van algemene politieke en maatschappelijke vraagstukken, zonder zich te bemoeien met alles wat tot de regeertaken wordt gerekend.

Om in dat geval toch de verbinding tussen deze verenigingen en de partij te leggen, zou er binnen de vereniging een zogenaamde kerngroep of kiescollege kunnen bestaan. Deze kerngroep zou dan min of meer zelfstandig zijn en de leden daarvan zouden een dubbellidmaatschap hebben. Ze zouden lid zijn van de vereniging èn lid van de partij. Deze kerngroep zou dan uitsluitend toegankelijk zijn voor mannen van 18 jaar en ouder en deze kerngroep zou de regeertaken voor zijn rekening kunnen nemen. Daarbij zou bepaald kunnen worden dat uitsluitend leden van deze kerngroep in aanmerking komen voor het bestuur van de '(kies)vereniging'.

Bovengenoemde mogelijkheid, die het noodzakelijk zou maken dat alle kiesverenigingen worden omge- vormd en een kerngroep zich daaruit afzondert van het geheel, heeft echter meerdere nadelen. Een principieel bezwaar tegen deze mogelijkheid is, dat het bestuur van de vereniging, hoewel dat uitsluitend bestaat uit mannen, gekozen moet worden door de leden van de vereniging. Door mannen èn vrouwen dus. Dat kan niet anders omdat in het verenigingsrecht is vastgelegd dat het stemrecht onlosmakelijk aan het lidmaatschap is verbonden. En dat strijdt dan met ons standpunt dat een vrouw niet kan deelnemen aan stemmingen binnen de partij.

Een groot praktisch bezwaar is dat bij deze construrtie alle kiesverenigingen noodzakelijk zouden moeten splitsen in een kerngroep voor de regeertaken en een vereniging voor het bezinnend deel. Een wel zeer rigoureuze ingreep, met bovendien een verplichtend karakter.

In de uitwerking van het bovenstaande is nog wel een aantal varianten mogelijk en ook nader bestudeerd. We noemen het maar even, niet om alternatieven aan te dragen voor het uiteindelijke voorstel, maar om te laten zien dat het vraagstuk van alle kanten is bekeken en door commissie noch Hoofdbestuur lichtvaardig is gegrepen naar een voor de hand liggende of voorspelbare mogelijkheid.

Studieverenigingen

et het bovenstaande is indirect tegelijk ook antwoord gegeven op de nog steeds veel gehoorde vraag waarom meisjes en vrouwen tot en met de leeftijd van 26 jaar wel lid kunnen zijn van een staatkundig gereformeerde studievereniging en daarna geen lid kunnen worden van een kiesvereniging. In de statuten van het Landelijk Verband van Staatkundig Gereformeerde Studieverenigingen staat als doel van deze vereniging vermeld: "Het Landelijk Verband heeft tot doel het bevorderen van de studie der politieke en maatschappelijke vraagstukken in nationaal en internationaal verband, daarbij uitgaande van de beginselen van de Staatkundig Gereformeerde Partij".

Hieruit blijkt dat het lidmaatschap van een studievereniging van een heel andere orde is het lidmaatschap van een kiesvereniging. Aan het lidmaatschap van een kiesvereniging zoals wij dat kennen, zijn regeertaken verbonden en aan het lidmaatschap van de studievereniging niet.

Ook in die richting is gekeken naar mogelijkheden voor het regelen van de betrokkenheid van vrouwen, maar ook daar waren geen bevredigende mogelijkheden te vinden.

Juridische toetsing

ij alle mogelijkheden die de commissie heeft onderzocht en doorgesproken was er, na de principiële toetsing en de begrenzing aangegeven in de opdracht, nog een aspect dat zeer nadaikkelijk een rol heeft gespeeld in de uiteindelijke advisering. Dat is het juridisch aspect geweest. Nadrukkelijk schreven we niet naast, maar na de principiële toetsing. We zullen het er hopelijk over eens zijn dat het geen enkele zin heeft de partij een voorstel voor te leggen als dat de eerste de beste keer dat het de rechter ter toetsing wordt voorgelegd, als onbruikbaar wordt afgewezen omdat het niet voldoet aan wet- en regelgeving op dat terrein.

En dat een nieuwe statutaire bepaling aan de rechter zal worden voorgelegd, is bepaald niet denkbeeldig. Denkt u alleen maar even aan de nu nog lopende processen.

Samenvatting

We geven de uitspraken van Putten-II nog een keer kort weer.

1. Het regeerambt is op grond van Gods Woord toebetrouwd aan de man.

Opdracht: Leg dat ondubbelzinnig vast in Statuten en/of Program van Beginselen.

2. Het lidmaatschap van onze partij zoals in onze Statuten verwoord, komt vrouwen niet toe, maar de SGP acht de betrokkenheid en de verbondenheid van vrouwen met de partij en de door haar voorgestane beginselen van grote waarde. Opdracht: Regel die betrokkenheid in Statuten en/of Algemeen Reglement, binnen de begrenzing van PuUen-U.

Het Hoofdbestuur meent dat in het uiteindelijke voorstel aan het bovengenoemde is voldaan. Daarover D.V. in het derde en laatste artikel meer.

DN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 7 September 1995

De Banier | 20 Pagina's

De plaats van de Vrouw in de Staatkundig Gereformeerde Partij (2)

Bekijk de hele uitgave van Thursday 7 September 1995

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken