Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

INITIATIEFWET HELE KLUS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

INITIATIEFWET HELE KLUS

4 minuten leestijd

Al weer twaalf jaar geleden startte in Groningen het 'parlementsproject'. Groninger staatsrechtdeskundigen vatten het plan op om in een reeks boeken het Nederlandse-parlementsrecht in kaart te brengen. Parlementsrecht definieerden zij als volgt: "Parlementsrecht is het geheel van normen, dat in geschreven of ongeschreven vorm, het functioneren van de Eerste en Tweede Kamer dan wel de positie van de individuele parlementariër beïnvloedt."

GEREEDSCHAPSKIST

De rij monografieën telt inmiddels acht delen en deeltjes, hiet laatste, achtste deel, verscheen drie jaar geleden. Het onderwerp dat erin behandeld wordt is het recht van initiatief. Uit de parlementaire gereedschapskist is dit niet het onbelang­ rijkste recht. Het is het in de Grondwet verankerde recht van kamerleden om zelf wetsvoorstellen te bedenken, aan de orde te stellen en te verdedigen. Een typische wetgevingstaak dus. Geachte afgevaardigden mogen even ministertje te spelen.

Mr. J.W.M. Engels en mr. N. Knol, de twee auteurs van deel 8, hebben de nadruk gelegd op een vrij minutieuze beschrijving van de gang van een initiatief-wetsvoorstel. Uitvoerig en gedetailleerd wordt de totstandkoming van een initiatiefwet ontleed: van het ontstaan van het idee tot de bekrachtiging door de regering. Daarnaast worden de constitutionele grondslagen en ontwikkelingen van het initiatiefrecht alsmede de betekenis van het initiatief onder de loep genomen, zodat zowel de theorie als de praktijk volop aan bod komen. Zakelijk en overzichtelijk; lezenswaardig voor leek en leraar, net als de meeste andere delen trouwens.

De SGP-fractie in de Tweede Kamer heeft nooit veel geschermd met het recht van initiatief. Eensdeels zal dit er ongetwijfeld mee te maken hebben dat gebruikmaking van dit recht bijzonder arbeidsintensief is. Leden van kleine fracties zullen alleen al om die reden minder vaak naar het initiotief^wapen grijpen, omdat dit noodzakelijkerwijs ten koste gaat van andere, dikwijls dringender werkzaamheden. Bij het spaarzamelijk gebruik van het recht van initiatief heeft voor de SGP echter ook altijd meegespeeld dat dit parlementsrecht enigszins verdacht is, en wel in die zin, dat er een zekere argwaan werd en wordt gekoesterd tegen kamerleden die op de stoel van de regering gaan zitten.

WATERGANGEN

Deze afstandelijkheid heeft SGP'ers er echter niet van weerhouden om, als zij dat nodig achtten, zelf initiatiefwetten in te dienen. Het meest recent is het eind jaren '70 ingediende wetsvoorstel 'tot het stellen van aanvullende regels tot bescherming van de menselijke vrucht tegen ontneming van het leven', de anti-abortuswet die ds. Abma indiende samen met z'n GPV-collega Verbrugh.

De eerste SGP'er die het initiatiefpad bewandelde was echter ir. Van Rossum. In 1967 wist hij een initiatiefwet betrekking hebbend op het onderhoud van openbare watergangen in het Staatsblad te krijgen. Een tweede initiatief van Van Rossum was eveneens succesvol; niet omdat het bekrachtigd werd, maar omc'at het bereikte wat ermee beoogd was: een wet van de regering zcif waarmee het loodswezen in ons land geholpen was. Overigens merkte de indiener over het mee algemene punt van de bevoegdhe ien van regering en Kamer op, dat een kamerlid dat een initiatiefwet ac hangig maakt zijns inziens geen .onaanvaardbare grens overgaat, e.wel omdat het de regering altijd «rij stooteen aangenomen Kamerinit'atief naast zich neer te leggen. Ee.i plicht tot ondertekening bestaat er niet.

Die laatste stelling wordt ook ver: : : edigd door de schrijvers van het boek dot voorligt. Ze gaan in ee aantal bladzijden nader op deze kwestie in omdat niet iedereen in het verleden ervan overtuigd was dat ie regering een 'weicorrecht' heeft. Engels en Knol beroepen zich o.o. op de (behandeling van de) Grondwetsherziening van 1983. Zowel van 'e zijde van de Kame' als van de kant var, het kabinet werd b-.toogd dat een auto matische bekrachti ging onverenigbac • is met het hoofdbegi. 'el van ons stootsbest'dot de formele wei e- ving een zaak is v de regering en de Stoten-Genero gezamenlijk. Trouwens, de tekst /on artikel 87 van de Grondwet is ook helder over de twee elementen die nodig zijn om een wetsvoorstel tot wet te maken: "Een voorstel worcli wet, zodra het door de Staten-Generoal is aangenomen en door de Koning is bekrachtigd."

N.a.v.: Het recht van initiatief door: mr. J.W.M. Engels en mr. N. Knol Wolters-Noordhoff, Groningen, 1994 152 biz. Prijs: ƒ 54, 50

M. de Bruyne

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1997

De Banier | 20 Pagina's

INITIATIEFWET HELE KLUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1997

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken