Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

PARLEMENTAIR LOGBOEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

PARLEMENTAIR LOGBOEK

5 minuten leestijd

Veel mensen, en zeker kamerleden, zijn dikwijls lang van stof en kort van memorie. Vooral dat laatste. Daarom is het, als je in een bepaalde kwestie vooruit wil komen, zaak om het juiste moment waar te nemen en door te pakken. Wie (te) long wacht, het 'momentum' niet aangrijpt, loopt het gevaar geen meter op te schieten.

Een zaak waar dit heel duidelijk speelt is de versterking van Nederlands dijken. Toen enkele jaren geleden het water letterlijk tot aan de lippen stond, waren de geesten er rijp voor om snel en adequaat te handelen. Minister-president Kok kwam zowaar uit zijn torentje om het volk te laten weten dat de regering er alles aan zou doen om de veiligheid van de bevolking te garanderen. De schop moest zo snel mogelijk de grond in, zo nodig via allerlei noodscenario's en -voorzieningen.

Feit is dat onder verantwoordelijkheid van minister Jorritsma van Verkeer en waterstaat de direct noodzakelijk versterkingen inmiddels zijn uitgevoerd. Acuut gevaar lijkt er, menselijkerwijs gesproken, niet meer. Maar ook is er in het verleden de harde toezegging gedaan om de minder kwetsbare, maar nog altijd niet aan de veiligheidsnormen voldoende rivierdijken, in het jaar 2000 op orde te hebben. Die harde afspraak dreigt echter achter de horizon te verdwijnen.

SGP-waterstaatswoordvoerder Van den Berg wees er vorige week, toen de Tweede Kamer met de verantwoordelijke bewindsvrouwe overleg voerde over de voortgangsrapportage Deltaplan grote rivieren, op, dat het draagvlak voor de nog resteren­ de dijkverzwaringen afneemt. Reden temeer, aldus Van den Berg, om nu niet te versagen en te vertragen. Waar Van den Berg in dit verband de degens over kruiste met minister Jorritsma, is vooral de aanpak van de bekende problematiek van de Zeeuwse dijken. Hij zei zich niet aan de indruk te kunnen onttrekken dat de minister haar eigen (financiële) verantwoordelijkheid lijkt te willen ontlopen door de noodzakelijk gebleken aanpassingen te beschouwen als onderhoud. Dat betekent dat de zeer hoge kosten daarvan voor rekening van de waterschappen zouden komen. Iets dergelijks speelt trouwens ook m.b.t. de Krimpenerwoord (Lekdijk-West).

De SGP'er betoogde met klem dat het niet aangaat de waterschappen op te zadelen met deze algemene problematiek. Hij herinnerde de minister nog maar eens aan de woorden van premier Kok, die, toen de dijken bijna bezweken, erop wees dat hier sprake is van een landsbelang, en dus een verantwoordelijkheid van het Rijk. Zijn verklaring hierover in de Kamer was niet voor tweeërlei uitleg vatbaar.

ZtUtLIJKHEIDS-WETCEVING

Vorig jaar ontstond er in België grote opschudding n.a.v. de affaire-Dutroux. De schokkende gebeurtenissen bij onze zuiderburen brachten een golf van emotie en afschuw teweeg. Duizenden gingen in het wit de straat op en alles leek erop als zou de overheid haar verantwoordelijkheid nu gaan invullen om paal en perk te stellen aan allerlei praktijken die direct of indirect hebben bijgedragen aan een klimaat waarin dit soort verschrikkelijke uitwassen konden voorkomen.

Echter, ook in België blijkt dat, als er maar genoeg tijd verstrijkt, politici de aandacht laten verslappen. Zelfs koning Albert liet vorige week in een gesprek met de ouders van slachtoffertjes doorschemeren ontevreden te zijn over de wijze waarop de politiek de affaire-Dutroux van een vervolg heeft voorzien.

Vorige week is ook in het Nederlandse parlement van gedachten gewisseld over het onderwerp zedelijkheidswetgeving. Dat gebeurde met minister Sorgdrager van Justitie, de verantwoordelijke bewindsvrouwe voor dit onderwerp. Op de agenda stond de bestrijding van sexueel geweld. De woordvoerder van SGP-zijde was Van den Berg. Hij sneed enkele thema's aan, waaronder de kinderpornografie. Waarom wordt hier niet veel frontaler tegen opgetreden, vroeg hij zich af. Hij verweet de minister dat zij zich nog teveel verschuilt achter onderzoek dat nog uitgevoerd moet worden en andere vooruitschuif-operaties.

In dit verband legde de SGP'er de vinger bij een misstand die al veel te lang duurt, namelijk het onderscheid dat in de Nederlandse strafwet nog altijd wordt gehanteerd tussen degenen die kinderporno in hun bezit hebben en degenen die het vervaardigden. De laatsten zijn strafbaar, de eersten niet. Dit verschil, uniek in Europa, is niet te verdedigen. Van den Berg drong er op aan om dit onderscheid uit de wet te verwijderen, liever vandaag nog dan morgen. Ook het bezit van (kinder)porno moet strafbaar zijn. Dat zou de opsporing bijvoorbeeld sterk ten goede komen. En passant voerde Van den Berg een pleidooi voor de versterking van de jeugd- en zedenpolitie, takken van de politie-organisatie die bij de doorgevoerde reorganisatie in de verdrukking zijn gekomen.

Een ander deel van de discussie met de regering ging over de vraag in hoeverre virtuele pornografie, dot is pornografie waaraan geen foto's te pas komen, maar met de computer gemaakte plaatjes en afbeeldingen, ook strafbaar moet worden. Voor de SGP is dit eigenlijk geen vraag. Ja, natuurlijk. De regering neigt naar een nee, zich erop beroepend dat hier geen sprake is van misbruik van kinderen. Maar dat is natuurlijk slechts een deel van het verhaal. Er is namelijk niet alleen het aspect van het misbruik van kinderen (terecht dat daar oog voor is), maar er is ook nog zoiets als de aanstotelijkheid voor de eerbaarheid. En daarover zegt de SGP: ook hier moet de overheid haar verantwoordelijkheid verstaan. Dat wil zeggen: het zedenkwetsende, de losbandigheid tegengaan. Er zou al heel wat gewonnen zijn als de bestaande bepalingen op dit terrein ook metterdaad werden toegepast. ^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1997

De Banier | 20 Pagina's

PARLEMENTAIR LOGBOEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1997

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken