Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Alles heeft zijn prijs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Alles heeft zijn prijs

8 minuten leestijd

TEKST & UITLEG

Zaterdag 15 november j.l. belegden GPV en RPF, na afloop van de Federatieraadvergadering, een gezamenlijke persconferentie. Daarin v^erd wereldkundig gemaakt dat deze partijen een belangrijke stap vooruit maakten in de onderlinge samenv^erking. Een stap vooruit die v/erd betiteld als een verloving. Dat er ook trouv/plannen zijn, werd }/\felisv\raar niet uitgesproken, maar dat is bij een eerbare verloving inbegrepen. De vervolgvraag is dan ook niet zozeer óf het ooit wel zover zal komen, maar alleen nog maar wannéér het zover zal zijn.

DE STAP

De persconferentie bracht op zich niet veel echt nieuws, maar had meer het karakter van een voortgangsrapportage. Het 'nieuws' kwam er op neer dat een commissie bestaande uit zwaargewichten afkomstig uit beide partijen, heeft geconstateerd dat de politieke overtuigingen van GPV en RPF in hoge mate samenvallen. Wel moest tegelijk worden vastgesteld dot de grootste sto-in-de-weg voor samengaan wordt gevormd door het verschil in visie op de plaats en de functie van de belijdenisgeschriften in de grondslag van beide partijen. De commissie heeft cis vervolgopdracht meegekregen daarvoor 'oplossingsrichtingen' aan te dragen. Omdat o! eerder werd besloten dat de betrokken partijen elk met een eigen lijst aan de komende Tweede-Kamerverkiezingen zullen deelnemen, zal het rapport van de commissie zeker niet vóór de verkiezingsdatum publiek gemaakt worden.

Daarnaast is, vooruitlopend op ver­ dergaande samenwerking na de verkiezingen, de politieke leiding van beide partijen gevraagd een manifest op te stellen over de voortzetting en intensivering van de bestaande politieke samenwerking op fractieniveau.

NIETBII GEVAL

Als het gaat over de vraag welke van de drie kleine christelijke partijen altijd het meest heeft aangedrongen op meer bestuurlijke en politieke samenwerking, dan is daarop maar één antwoord mogelijk. Dat is de RPF geweest. Daar mag in één adem aan toegevoegd worden dat die roep om bestuurlijke en politieke samenwerking vanaf begin 1996 wel heel specifiek gericht was aan het GPV. Op zich is dat best een nadere analyse waard, maar dat is een andere zaak. Alleen wil ik in het kader van dit artikel toch niet ongezegd laten dat het mij te gemakkelijk is wanneer gezegd wordt dat de oorzaak daarvan gezocht moet worden in de visie van de SGP op de plaats van de vrouw in de politiek.

Vv'ij geloven dot er niets bij geval geschiedt. In het kader van die belijdenis mag naar mijn mening, dan ook zeker de artikelenserie van onze voorzitter onder de titel 'Samen op weg'hierbij betrokken worden. Wat daarin werd besproken, raakt zeer zeker ook de zaak waarover wij nu wat willen schrijven.

GRONDSLAG

Wanneer we terugzien op de ontwikkelingen die geleid hebben tot bovengenoemde verbintenis, dan zouden we kunnen zeggen dat er sinds begin 1996 sprake is van vaste verkering tussen GPV en RPF. In februari van dat jaar besloten de besturen een begin te maken met officiële besprekingen op bestuurlijk niveau. Daarbij werd vooraf aangegeven dat één van de voornaamste punten van overleg zou moeten zijn: de inhoud en de functie van de gereformeerde belijdenis in de grondslag van de beide partijen.

Daar ligt inderdaad een niet gering verschil. Wie enigszins op de hoogte is van het ontstaan van het GPV en het daaraan feitelijk onlosmakelijk verbonden toelatingsbeleid, weet dat met name de betekenis van de confessie tot voor kort bij het GPV van zodanig gewicht was dat iedereen die daaraan wilde tornen, op afstand werd gehouden. Het GPV wilde een confessioneel-gereformeerde partij zijn. Heel nadrukkelijk komt dot tot uiting in de grondslag. Die is bij het GPV: "De Heilige Schrih, waarvan de Drie Forn]ulieren van Enigheid van de Gereformeerde Kerken in Neder land, gehandhaafd in de vrijmakinc dezer kerken, de hoofdsom leren, i de enige grondslag en regel van fit Verbond, ook voor het staatkundige leven ".

Terecht is men bij het GPV altijd varmening geweest dat de belijdenisook daorwerkelijk moet functionereals uitgangspunt voor de politiek.Dat kan en mag niet anders vooreen partij die zich graag siert metde toenaam: confessioneel-gereformeerd.In de nota Krachtige belijningdie in 1996 verscheen, wordtdat nog eens heel nadrukkelijk onderwoorden gebracht. Mede naaraanleiding van deze publicatiewerd de RPF bevraagd over haar vsie op de rol van de confessie in d; -. politiek.

Immers, de RPF beroept zich wel o de belijdenis als document dat van af de oprichting in de grondslag is opgenomen, maar papier is gedui dig. Ook daar is de vraag hoe de belijdenis functioneert. In maart 1996 schreef de directeur van het wetenschappelijk bureau van de RPF, de heer Kuiper:

"Er zijn nog altijd mensen die het ontgaat dat in de grondslagformui'. ring van de RPF de 'Drie Formulieren van Enigheid worden genoemc dus de héle confessie."

Ik nodig u uit om even mee te leze' wat er werkelijk staat:

"De RPF aanvaardt als enige norm voor haar politiek denken en hand' len het onfeilbare Woord van Goc zoals ten aanzien daarvan ook be leden wordt in de Drie Formulierer van Enigheid".

Inderdaad worden de Drie Formuli ren hierin genoemd, althans, de woorden worden gebruikt, maar wie deze grondslag goed op zich laat inwerken, zal moeten toegeve dat de bepaling "voor zover" feitelijk betekent dat de belijdenisgeschriften als grondslag ontbreken e slechts worden genoemd voorzove zij aangeven dot het Woord van God onfeilbaar en gezaghebbend is. En dat is geen wonder omdat oi deze manier de RPF toegankelijk bleek voor niet-reformatorisch denkenden zoals leden van Pinksterge meenten, Vergadering van gelovigen. Baptisten e.d.

NIET HET VROUWEN­ STANDPUNT

Er valf dus een fors verschil te constateren tussen de grondslagformuleling bij GPV en RPF. Hoe dat verschil overbrugd kan v^^orden, is mij niet duidelijk. Enerzijds is dat voor de SGP in het geheel niet van belang, aangezien onze partij geen betrokkene is in dit geheel. Maar nu het over de belijdenisgeschriften gaat, mag toch nog wel eens duidelijk benadrukt worden dat de scheidslijn tussen GPV en RPF aan de ene, en de SGP aan de andere kant, ten principale zeer beslist niet wordt getrokken door het SGP-

standpunt ten aanzien van de plaats van de vrouw in de politiek. Die scheidslijn ligt wel degelijk in de belijdenisgeschriften. Daarin wordt nagesproken wat - naar onze stellige overtuiging - Gods Woord ons voori'oudt o.a, ten aanzien van de taak van de overheid. Ontneem ons de belijdenisgeschriften, ineens of stap voor stap, ontneem ons Artikel 36 NGB - het hart van de SGP - en u ontneemt de SGP haar recht van bestaan. Naar onze diepste overtuiging raakt dat de ere Gods.

Maar het is ook niet alleen artikel 36, hoezeer ook van vitaal belang voor onze partij. Wij willen een christelijke politieke partij zijn. Een partij van en voor mensen die weten dat er op de vraag van onze Heide- Ibergse Catechismus: 'Waarom wordt gij een christen genaamd? '

maar één antwoord is: 'Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo Zijn zalving deelachtig ben'. Daarom zijn de geestelijke wortels van een partij van levensbelang. Daarom ook moeten, om maar een voorbeeld te noemen, de Dordtse Leerregels ten aanzien van zaken als wedergeboorte en geloof, worden beleefd.

OMGAAN MET VERSCHILLEN

hiet persbericht van GPV en RPF was vergezeld van een notitie van de besturen van deze partijen: Samenwerken in perspectief. Daarin staat ten aanzien van de verschillen in grondslag o.a. te lezen dat in beide partijen de belijdenis 'politiek relevant' wordt geacht. Politiek relevant wil zeggen dat het inhoudelijk gebruik van de belijdenis wordt bepaald door de vragen die zich voordoen in de politieke praktijk. De politieke relevantie wordt bepaald door de politieke actualiteit. Geen onderschatting van de belijdenis dus, maar zeker ook geen overschatting.

Hier wordt een wissel omgezet! Althans voor GPV-ers. Alle 'enerzijdsanderzijds', alle behoudend-bedoelde voorzichtigheid ten spijt wordt hier het totaal-aanvaarden van de belijdenis door een zich confessioneel-gereformeerd noemende partij losgelaten.

De geschiedenis herhaalt zich. Een voorbeeld? Dr A.Kuyper zal de vraag en het antwoord van de Heidelbergse Catechismus met betrekking tot de Paapse mis als vervloekte afgoderij, ongetwijfeld niet polif/e/c-re/evont hebben gevonden. Uiteindelijk kwam hij uit bij het genoegen nemen met het Woord van God als gemeenschappelijke uitgangspunt. Het heeft nog heel lang geduurd voor die verkering werd afgesloten met het CDA-huwelijk.

DE NOOD DER TIJD

Van bovengenoemde notitie kan niet gezegd worden dat daarin de verschillen niet genoemd worden. Het is ook niet aan ons om te beoordelen of de wijze waarop deze worden weergegeven en de waarde die daaraan wordt gehecht recht doet aan de werkelijkheid. Maar wel is duidelijk dat hiermee een punt is gemarkeerd waarna noch GPV noch RPF zonder schade zullen kunnen terugkeren. De notitie lezend wordt trouwens duidelijk dat met die mogelijkheid ook eigenlijk geen rekening wordt gehouden. Enerzijds is dat correct; een verloving is immers niet vrijblijvend. Anderzijds relativeert dat in niet geringe mate het gewicht van de zaken die een 'huwelijk' in de weg staan.

Daarbij wordt nog als argument genoemd: de nood van de tijd is groot en daarmee de politieke wenselijkheid van nauwe samenwerking onomstreden, terwijl velen - niet alleen binnen de RPF - zelfs samengaan wenselijk vinden.

Maar zou de nood van de tijd wel echt een argument zijn? Maakt nood waarachtige eenheid? Ik denk daarbij aan het gezegde: Nood leert bidden. Dat heeft ook een schijn van waarheid, maar is het niet. Nood dóet bidden; de Heilige Geest léért bidden. Daarin is een wereld van verschil.

Zou het zo ook niet zijn met het ontstaan van eenheid? Nood kan wel doen verlangen naar eenheid, maar nood maakt geen eenheid. Ook daar is meer voor nodig. Wat ook weer niet betekent dat we daarin een lijdelijke en afwachtende houding hebben aan te nemen. We mogen de eenheid zeker zoeken; maar daarbij nooit iets prijsgeven van de beginselen. Ook hier geldt: niet door kracht van argumentatie, noch door geweld van redenen, maar door Mijn Geest zal het geschieden,

DN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1997

De Banier | 20 Pagina's

Alles heeft zijn prijs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1997

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken