Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Oordeel en genade

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Oordeel en genade

5 minuten leestijd

''Wie "Wie veractit veracht den de dag der kleine Icleine dingen? '(Zacharia 4: 10)

Met wat een kleine dingen begint men als men wat gaat bouwen of planten! Is dat de orde Gods niet? Gij plant een kleine boom en als gij lang leeft, zo roeit gij een grote uit. Een mens begint met weinig, en als hij sterft, laat hij veel na. Wie van ulieden veracht de dag der kleine dingen als God zo doet? Met wat een kleine en geringe zaak begon Hij als Hij de wereld ging scheppen! Wat was het een ruwe klon: ip op de eerste dag, en hoe heerlijk .vas het op de zesde dag! Wil God een staat en republiek groot maken, met wat een kleine aanvang begint Hij het!

rioe gaat het als God een staat of '? publiek groot maakt? Evenals in Is- 'oël. Op de allergrootste weldaden volgen de allergrootste misdaden, zodat de HEERE van hen moest zeggen: "Ik heb kinderen groot ge- "naakt en verhoogd, maar zij heb- ': en tegen Mij overtreden", Jes. 1: 2. 'Als nu Jeschurun vet werd, zo .loeg hij achteruit; en hij liet God -'aren Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijn heils". Er is niets moeilijker dan godvruchtig het kruis te dragen, maar nog moeilijker voorspoed zonder zich daarin te bezondigen. De koning Salomo vreesde daarvoor: HEERE, zei hij, laat ik niet te veel kruis en laat ik niet te veel voorspoed hebben!

Als God grote zegeningen geeft en het volk laat daar grote misdaden op volgen, zo volgen daar dan de allergrootste oordelen op. Heeft God Israël geplant op een vaste heuvel en verwachtte Hij dat ze goede druiven zouden voortbrengen en doen zij het tegendeel, zo gaat God hun wijnpersbak en hun toren afbreken (Jesoja 5). Dan gaat het als in Jeremio 45: 4: "Zie, wat Ik gebouwd heb, breek Ik af, en wat Ik geplant heb, ruk Ik uit, zelfs dit ganse land." Dan komt er een vuur van Gods oordelen, en dat verteert zeker al de zegeningen van Gods rechterhand die Hij hun republiek had meegedeeld.

Als God dan zo een staat alles afgenomen heeft en als Hij hen tot laagte gebracht heeft, is het er dan mee gedaan? Moet men don zeggen: Het is buiten hope? Dat was de rechte weg en het rechte middel om kerk, ziel, en al wat kostbaar is, tegelijk te verderven. Wat don gedaan? Er is een zekere en enige remedie om het te boven te komen, en er zal geen andere noch betere komen tot op het oordeel toe. En wat is die remedie? Een uitwendige en een hartelijke vernedering. Don is er verandering, als dot onder alle soort van mensen gezien wordt. Als Farao zich vernederde, zei God tegen de oordelen: Houd op. Gaat Achab enige dagen langzaam, zodat men het zien kan dat hij voor de HEERE zwijgt: houd op zei God tegen de oordelen, Achab zwijgt voor Mij.

Vernederen zich de Ninevieten zodat men het zien kan (de koning kwam van zijn troon, de kleinen, de groten, tot de beesten toe, roepen tot God, zij schreien, zij vasten): God Die veranderde het nog, het kwaad kwam niet. Komt Nebukadnézar tot zichzelf en erkent hij dat de Hemel heerst: zijn beestenhart gaat wag en hij wordt weer hersteld in zijn vorige heerschappij, Dan 4 Dat kan het uitwendige doen.

Als er nu inwendige verbetering in het hart komt, dat kan ook niet wezen of het moet naar buiten uitgedrukt worden, en wat doet dan God? Dan zegt God: "Gerechtigheid verhoogt een volk". Spreuken 14: 34. Al wat Ik over hen gezworen had, en hef kwaad dot ik over hen gesproken had, zal Ik doen ophouden, en Ik zal berouw hebben over het kwaad dot Ik hun dacht te doen; in plaats van ze uit te roeien zal Ik ze planten, in plaats van ze af te breken zal ik ze bouwen.

Als wij dat zeggen, denk dan niet dat dot onze eigen opvattingen zijn. Dat weet de duivel zelfs wel. Hoe toont hij dat? Zo: als een zondig land aan het vollen is, wil hij dot van de bekering afhebben, en hij zegt als het ware: Geef wat uitstel aan God van u te bekeren, beraad u wat. De goddelozen dwingen God dat er watervloeden, stormen en andere oordelen komen, en als ze er zijn, dan ziet gij ze zelfs tot de scheepslieden toe met tranen als er onweer is. Dan is het: Heere, beproef ons nog ditmaal, laat ons leven, wij zullen ons niet meer tot afwijken begeven. Dit weten ook de vromen in den lande. Als het op het uiterste gekomen is, don spreken zij elkander aan: "Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken, en laat ons wederkeren tot den Heere", Kloagl. 3: 40.

Wat doen dan vromen en onvrmen? Laten wij ons, zeggen zij, van de duivel niet laten ophouden; loten wij ons gaan bekeren tot de Heere, Hem daarom aanlopen waar wij onmachtig toe zijn, dot Hij het belieft te werken in onze harten. Zegt gij: Hoe moet ik dat dan verstaan, als gij zegt dat ik mij bekeren moet? Gij moet erom bidden. Jeremio d- eed het voor de geruïneerde republiek. Go in uw binnenkamers, zei hij, en zeg: "HEERE, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dogen als vanouds", Klaogl. 5: 21.

Wijlen ds B. Smytegelt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1998

De Banier | 20 Pagina's

Oordeel en genade

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1998

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken