Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tachtigtwintig

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tachtigtwintig

9 minuten leestijd

TEKST & UITLEG

Zo'n tien a 15 jaar geleden v\^as er hier en daar een enkeling die een pleidooi voerde voor een verdergaande vorm van samenwerking dan lijstineenschuiving bij verkiezingen. Het v/as een roepende in de v/oestijn. Wanneer we ten aanzien van dat onderwerp heden ten dage om ons heen zien. dan kunnen we constateren dat het druk gev^orden is in de woestijn. Vrijwel alle denkbare mogelijkheden van samen werken, samenv/erken en samengaan, zijn in de achterliggende tijd aan de orde geweesf. Het meest recente voorstel in die richting is afkomstig van het oud-GPV-kamerlid dr.A.J. Verbrugh.

EEN PARAPLU

In het Nederlands Dagblad van 3 oktober j.!. presenteerde hij zijn gedachten over de wenselijkheid van en de mogelijkheden voor meer samenwerking. RPF en GPV zijn inmiddels al min of meer samen op weg, maar zij zouden zich moeten inspannen voor meer samenwerking met de SGP. In een later stadium zou zelfs het CDA daarbij betrokken moeten worden.

Dit plan werd gepresenteerd als een concrete uitwerking van "de droom" van RPF-leider L.van Dijke over "de ene paraplu" waaronder RPF, GPV, SGP en delen van het CDA zouden worden samengebracht. In het parlement zouden RPF/GPV en SGP moeten optreden als één fractje op basis van wat Verbrugh een' '80-procenfprogramma' noemt. Naar zijn mening moet het onder de huidige omstandigheden voor de SGP mogelijk zijn om samen met RPF en GPV een tachtig procent-programma samen te stellen, waar een gezamenlijke fractie zich voor inzet. Don blijft er twintig procent over voor discussie en getuigenis vanuit eigen kring en voor politieke scholing inzake punten waarin de SGP verschilt. Daarvoor is nodig, aldus Verbrugh, dot de SGP in het gemeenschappelijk programma datgene vindt dat haar leden zien als "een belangrijke stap in de richting van datgene dat het volledige politieke ideaal van de SGP is".

BLIJVENDE BEZINNING

Over dit onderwerp is al heel veel gezegd en geschreven. Daarbij zijn verschillende vormen van gezamenlijkheid aan de orde geweest, variërend van het voorstel van Van der Vlies voor het opzetten van een gezamenlijke strategie, tot en met het vormen van een christelijke Alliantie. Daartussen is het een en ander denkbaar. Het voorstel van Verbrugh is daarbij één van de mogelijkheden. En het feit dat er, ook in het recente verleden, al meerdere modellen zijn besproken zonder dat er direct een vonk oversprong, hoeft ons niet te weerhouden van een hernieuwde bezinning op het moment dot daarover serieuze gedachten naar buiten worden gebracht. Te allen tijde moet de vraag aan de orde komen of het voorgestelde dienstbaar kan zijn aan de verwezenlijking van het doel van onze partij: het tot meerdere erkenning brengen van de beginselen van Gods Woord op staatkundig terrein. Nooit mog dan ook achteloos of bij voorbaat verwerpend worden omgegaan met voorstellen die mogelijk daaraan zouden kunnen bijdragen. Het gaat ons immers niet om het in standhouden van de SGP als partij of als organisatie, maar het gaat om de beginselen. De beginselen van Gods Woord; de grote vraag: hoe komt God aan Zijn eer in het publieke leven. En dat, als het goed is, in het verlengde van de vraag: hoe komt God aan Zijn eer in mijn persoonlijk leven. Waar die vraag leeft, blijft dat niet zonder gevolgen voor mijn houding ten opzichte van mijn medemens. Niet alleen de enkeling, maar ook in de bredere verbanden.

GEEN DUIMBREED

Het gaat dus niet allereerst om de vraag of de partij ermee gediencook niet om de vraag of het gehvan de christelijke politiek er bcbij heeft, ook niet of we door m, of andere vormen van samenwe^king meer tegenwicht kunnen b; den aan de anti-christelijke onK-.kelingen. Hoe belangrijk dat oc, lemoal is, als ons bezigzijn nietovereenkomstig Gods Woord ishetgeen dageraad hebben. Eé'man in de kracht Gods is meer .tien in eigen kracht. En don bec.ik niet het onder ons ook niet or.kende spreken over dat 'ene wcachtige zeteltje' waarin een zekverachtingdoorklinkt voor het vdevolle van een zo groot mogelaantal SGP-vertegenwoordiger!.Maar we moeten ons bij ieder v . orstel eerlijk de vraag stellen of er Dij de uitwerking sprake zal zijn, r en - voor zover wij daar zicht op h.; > ben - in de toekomst, van onverkDrfehandhaving van de beginselenEr is niet één enkele tijdsomstarheid denkbaar waarvan wij kurzeggen dot we wel met iets minbeginsel genoegen mogen nem; ak/ale ar-g- en5r

HET DOEL

Wij gaan er zondermeer van ur Jat het de bedoeling is om elkaar b - nen de voorgestelde Assemblee oldoende ruimte te gunnen voor c eigen beginselmatige inbreng. Daarvoor is dan de 'twintig procent' 3- schikbaar. Daar rijzen vragen. Waarbij he nij niet gaat om de vraag of twinti; : procent te ruim of te krap beme n is. Wellicht is, procentueel gezi; . : , tien procent ruimschoots voldoe Ie. Maar het gaat meer om de aar^ om het gewicht, om de inhoud v jn de verschillen. Dat zijn verschilk i die de wortel raken en die daO' m ook een uitstralingseffect hebbe op andere zaken. Zaken waarover de drie' het eens zijn als het over s -mgedrag gaat, moor waarbij de v derliggende argumentatie weze lijk kan verschillen. Hoe go je daar lee om? Het gaat toch niet alleen o ' het aantal dat vóór of tégen ste 't? Natuurlijk bepaalt dot wél het n-suk toot, maar daarmee is hopelijk iMet alles gezegd. In heel veel geva: en gaat het bij principiële zaken en een verhoudingsgewijs gering nantal tegenstemmen. En veel belangrijker dan het aantal stemmen is oon de stemverklaring, het getuigenis dat daarbij wordt afgegeven.

De tachtig procent van Verbrugh is alleen tachtig procent als er naast een identiek stemgedrag ook sprake is V ; !n identieke argumentatie, zeker als oeginselen in het geding zijn. En daar ligt in mijn ogen het grote gevaor dat we ons gaan laten leiden dof r het resultaat alleen. Zeker als gei.pereerd zal gaan worden vanuit één fractie.

HET MIDDEL

Bij net kennisnemen en vervolgens het beoordelen van voorstellen voor enige vorm van samendoen of samengaan, is het bovendien naar mijn mening niet geheel van belang ontbloot hóe deze voorstellen gepresenteerd worden. En dan rijst de vraag in hoeverre de zaak die wordt aangedragen er mee gediend is dot degenen die er het nauwst bij be'iokken zijn, in dit geval de drie partijen, hiermee via de krant gecoufronteerd worden. Var, een uitgewerkt voorstel kan in zon krantenartikel nauwelijks sprake zijn. Alleen de hoofdlijnen worden weergegeven. Er is geen mogelijkheid om eerst eens heel eenvoudig te vragen: wat bedoelt u daar nu precies mee.

Al; Verbrugh bijvoorbeeld zegt dot Voor het welslagen van zijn idee nodig IS dat de SGP in het gemeenschappelijk programma datgene vindt dat haar leden als een belangrijke stap zien in de richting van datgene dat het volledige politieke ideaal van de SGP is', wat bedoelt hij dan? In het volledig politiek ideaal van de SGP is er namelijk hele­ maal geen plaats voor een GPV ofRPF. Daarin is zelfs de SGP overbodig.

Zo'n Verbrugh-formulering komt dan wel heel geruststellend over in de richting van SGP-ers, maar wat kan ik daarmee? Het mogen immers niet alleen maar woorden zijn!

Toch wordt zo'n krantenartikel gebruikt om de beoogde 'deelnemers' te bevragen op hun stellingname ten aanzien van de geopperde gedachte, zonder dat er tijd is voor bestudering en bezinning. Van een weloverwogen, bestudeerde reactie kan geen sprake zijn. Veelal is de reactie dus een gevoelsmatige, die overigens niet verkeerd hoeft te zijn. Maar een meer uitgewerkte en beargumenteerde interne benadering zou ook een meer uitgewerkte en beargumenteerde reactie opleveren. Niet dat die reactie dan zo direct anders geweest zou zijn dan nu. Maar je doet elkaar meer recht. Dit soort discussies behoren niet in de eerste plaats publieke discussies te zijn.

De ad hoe-reacties die het resultaat zijn van deze manier van elkaar informeren, kunnen het verwijt opleveren zoals dat ook min of meer doorklonk in het RD-commentaar. De reacties waren 'voorspelbaar', 'voorzichtig positief' en 'met veel omzichtigheid'. Enerzijds wil niemand overkomen als een tegenstander van bundeling van christelijke krachten en anderzijds wordt hoorbaar rekening gehouden met eigen reserves en met dat deel van de achterban dat blijft staan op het standpunt: eigenidentiteit eerst.

DE TIJDGEEST ALS HOUTWORM

Daarnaast blijft het een moeilijke bezigheid om te bepalen wat er van ons gevraagd wordt in de tijd waarin wij leven. Een vraag van levensbelang, dot is zeker waar. Niet in het minst ook voor een politieke partij. Moor daarom juist ook een vraag waarbij we voor de beantwoording niet te rade moeten gaan bij onze inzichten. Ook de tijdsomstandigheden, hoezeer zij bij de beoordeling moeten worden betrokken, zij mogen onze raadsheer niet zijn. Ook niet de publieke opinie; zelfs niet die van wat wij plegen aan te duiden als onze 'achterban'. Helaas is het meer waar don goed voor ons is, dat die achterban nauwelijks tegen de stroom inzwemt, maar met de moderne samenleving meebeweegt richting afgrond. Het recente RD-onderzoek maakte dat duidelijk en bevestigde in kille cijfers de werkelijkheid van de interne uitholling. De tijdgeest als houtworm, 't Is altijd erger don wij zien. Omdat het aan de buitenkant lang intact blijft en nog functioneert, terwijl intussen de inwendige vermolming voortwoekert.

Daar hopen wij, bij leven en welzijn, nog wel eens op terug te komen. Ook omdat we als partij bij een afkalvende achterban niet mogen volstaan met het ophalen van de schouders en het per conclusie aanwijzen van de tijdgeest als oorzaak, zonder bezinning op eigen taak, plaats en functioneren in deze tijd.

Maar daarbij is het van groot belang te beseffen dat het geen zin heeft energie te steken in kansloze ondernemingen. Wat (ais partij) niet groeit op dezelfde wortel, kan niet één zijn. Voor het samen strijden tegen een gemeenschappelijke tegenstander zijn er mogelijkheden, die in voorkomende gevallen - ook in het verleden - zijn benut. Ik denk aan de abortuswetgeving. Mogelijk is er op dat terrein, qua strategie en optimale benutting van alle gelegenheden, meer te bereiken. Maar dat laat ik graag over aan degenen die daar zicht op hebben.

DN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1998

De Banier | 20 Pagina's

Tachtigtwintig

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1998

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken