Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

LEERLINGENVERVOER: WIJZIGINGEN DIE GELD KOSTEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

LEERLINGENVERVOER: WIJZIGINGEN DIE GELD KOSTEN

9 minuten leestijd

Gemeenten krijgen de mogelijkheid om hogere eigen bijdragen te vragen voor het leerlingenvervoer. Dat is ten gunste van de gemeentekas, maar gaat ten koste van het gezinsbudget. Gemeentebesturen die gezinnen met een krop budget willen ontzien, hebben daarvoor echter ook de ruimte. Dit artikel beoogt ouders en raadsleden te informeren over de op handen zijnde v/ijzigingen en de mogelijkheden voor het ontzien van lagere inkomensgroepen en/of gezinnen met meerdere kinderen.

1. WETSWIJZIGING

Eind september v^erd door de Tv/eede Kamer het wetsvoorstel ter verruiming van de bijdrageregeling voor het leerlingenvervoer aanvaard. Ondanks een aantal verbeteringen ten opzichte van het eerdere wetsvoorstel heeft de SGP-fractie, evenals CDA, RPF en GPV, tegen het wetsvoorstel gestemd, omdat de verhoging van de eigen bijdrage toch fors uit kan pakken, juist voor de lagere en middeninkomens. Als het wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer komt, treedt het waarschijnlijk begin volgend jaar in werking. De gemeentelijke verordeningen zullen dus waarschijnlijk per 1 augustus 1999 worden gewijzigd.

2.EIGEN BUDRAGE

In de huidige regeling worden de kosten van leerlingenvervoer betaald door de gemeente, indien de te reizen afstand meer is dan een vastgestelde kilometergrens. In de meeste gemeenten is dat intussen 6 km. Op de eigen bijdrage van f 240 na, betaalt de gemeente de volledige kosten. Iemand die tot op 6 km van de school woont, betaalt dus zelf het volle pond, iemand die .op meer dan 6 km woont, betaalt slechts f 240 (per kind). Om deze - in zekere zin - ongelijkheid op te heffen, regelt de nieuwe wet dat iedereen de kosten (op basis van openbaar vervoer) tot een bepaalde afstand voor eigen rekening moet nemen. Kiest de gemeenteraad voor 6 km, dan is de eigen bijdrage gelijk aan de prijs van een OVjaarabonnementvoor jongeren) van 2 sterren/zones, op dit moment ca. f 570. De verhoging ten opzichte van de huidige eigen bijdra ge is dus f 330. De meeste gemeenten zullen de 6 km-grens bl ven hanteren, zodat d bijdrage f 570 is. Méér km en dus f 570 is niet mogelijk, omdat bij amendement (van Schutte, Van der Vlies en tellingwerf) de ó km-grens nu in de wet is opgenomen.

3. LAGERE EIGEN

Er zijn wel mogelijkheden om minder dan f 570 te vragen. Hieronder worden daarvoor suggesties gedaan.

3.1. Geen eigen bijdrage De gemeenteraad kan besluiten om gewoon helemaal geen eigen bijdrage te vragen.

3.2. Kleinere afstand/bijdrageDe gemeenteraad kan een zodanigeafstandsgrens vaststellendot niet een 2-zone-abonnement nodigis, maareen 1-zone-abonnement.De kosten daarvan zijn ca. f352, zodat ook de eigen bijdrage don f 352 is.

3.3. Differentiatie per schoolsoort Per schoolsoort kunnen verschillende afstondsgrenzen worden vastgesteld. Voor speciale scholen worden vaak lagere afstondsgrenzen gehanteerd dan voor gewone basisscholen.

3.4. Vrije keus Te verdedigen valt dat de gemeenteraad ook de vrijheid heeft om een bedrag tussen O en 570 als eigen bijdrage te vragen. De nieuwe systematiek lijkt dot uit te sluiten en ook in de toelichting bij de wet wordt gesuggereerd dot dit niet kon. Anderzijds kon worden gesteld dat wie het meerdere (570) kon vragen, ook het mindere kan vragen, bijv. het oude bedrag van f 240. In het n > we (zevende) lid staat dat de ge meentelijke regeling "kan" bepo : dot de vergoeding wordt beperk ot het bedrag dat uitgaat boven de • •• gen bijdrage. Die beperking hóe dus niet. Ik zie daarom niet in wc T- om het gemeentebestuur niet gewoon op de oude voet verder ze kunnen gaan.

3.5. Algemene vergoeding In de lijn van de gemeentelijke beleidsvrijheid doorgeredeneerd, z • er nog meer mogelijkheden. Art. -; lid 1 Wpo zegt (verkort): ten behoeve van het schoolbezoek kennen > ; en W desgewenst een gehele of ; : edeeltelijke vergoeding van de not d- zokelijk geachte vervoerkosten to In principe kan de gemeente zee creatief te werk gaan, zolang mo- r voldaan wordt aan de 'minimum voorwaarde' van een vergoedint van de kosten op basis van open baar vervoer minus de eigen bijd: age/ó km-grens (het aangepast vei voer buiten beschouwing gelaten De gemeente zou bijvoorbeeld a -i leerlingen die verder dan 2 km v •! school wonen een fietsvergoedinr, kunnen geven. Of een combinatie van een fietsvergoeding voor de zomermaanden met een OV-vergoe ding voor de wintermaanden.

4. MINIMABELEID

De gemeente kan nog verder goon en gewoon een algemene reiskostenvergoeding geven voor alle leerlingen. (Degenen die niet met de fiets of de bus hoeven, kunnen ei dan bijvoorbeeld nieuwe schoenen voor kopen.) Wie de regeling wat ruir interpreteert, zou kunnen stellen 'at de gemeente hier ruimte het ' wooT minimabeleid. Immers; ge? nnen met inkomens tot f 39 )00/jaar zijn vrijgesteld van de eig- n bijdrage. Dus de gemeente kar iedereen die daar onder zit bijvor beeld f 500 per jaar geven. Hic voor is wel een v/at ruime interpre atie van het begrip "vervoerkosten nodig. Lastiger is nog het feit dat don eigenlijk voor lage inkomens geen ofstandsgrens wordt gehoi ieerd en voor hogere inkomens we Het is de vraag of dat kon. Wie deze weg op wil, moor ook zekerheid wil, kan beter de route van het (categoriale) bijzondere-bijsta idsbeleid volgen. De meeste gemeenten hanteren daarvoor wat beperktere inkomensnormen, meestal tot 1 10% van de bijstandsnorm moar zij zijn daar vrij in. Ze kunnen desnoods ook kiezen voor een norm va - 1 30% en dat komt overeen met f 39.000. Nu al geven veel gemeenten een soort schoolkostentoeslag als instrument van minimabeleid. In feite kan zo'n toeslag wordei' verhoogd met een reiscomponent. In feite heeft de gemeenteraad dus ruimte voor een eigen kinderbijslc^gbeleid! Op z'n minst kan zo de eigen bijdrage van minima worden weggestreept tegen zo'n toeslag.

5. MAXIMABELEID

Wet gemeenteraden in elk geval ook kunnen doen is het maximeren van het aantal eigen bijdragen tot bijvoorbeeld 2 kinderen. Een amendement van GPV/SGP/RPF daarvoor werd afgewezen, maar gemeenten hebben zelf wel de vrijheid om het te doen. Dat kan ik dan ook van harte aanbevelen. Desgewenst kon de gemeenteraad m.i. ook in zo'n geval kiezen voor een inkomensgrens. Wat de gemeente in eik geval niet kon, is - indien sprake is van een begeleidende ouder - het vragen van een afzonderlijke eigen bijdrage voor die begeleidende ouder. Dat zou immers sowieso tot verdubbeling van de eigen bijdrage leiden. In sommige gemeenten blijkt dit voor te komen. Indien dat zo is, moet dit worden gecorrigeerd, zo zei staatssecretaris Adelmund op kritische vragen van Schutte en Van der Vlies hierover.

6. AFSTAND > 20 KM

6J_. Inkomensafhankelijke bijdrage Als de afstand groter is dan 20 km, kan (hoeft dus niet) de gemeente een inkomensafhankelijke bijdrage vragen. Die komt dan in de plaats van de normale eigen bijdrage; allebei kan niet, zo zei de staatssecretaris expliciet op een vraag van Van der Vlies. (Het komt nu wel voor!) Als de gemeenteraad hiervoor kiest, stelt hij een tabel vast met een eigen bijdrage die hoger wordt naarmate het gezinsinkomen hoger is. Dat kan tot duizenden guldens per jaar oplopen. Door een amendement van mevrouw Lambrechts (Dóó), dat werd overgenomen door de regering, is hierin echter een belangrijke wijziging aangebracht.

De wijziging houdt in dat geen inkomensafhankelijke bijdrage kan worden gevraagd indien de dichtstbijzijnde (openbare of bijzondere) speciale basisschool toch nog verder is dan 20 km, het dan niet past dot de ouders daarvoor extra moeten betalen. Zij hebben immers geen keus.

6.2. Reikwijdte De vraag is nu wat de reikwijdte is van deze wijziging. Geldt dit ook in gevallen dat de dichtstbijzijnde speciale school van een bepaalde richting, bijv. reformatorisch, op meer dan 20 km staat? Uit het debat blijkt dit niet, maar ook niet het tegendeel. Een consequente toepassing van de wet leidt naar mijn oordeel tot een positief antwoord. Immers, de hele wettelijke regeling gaat uit van het niet maken van onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs (lid 2) en het respecteren van de keuze van de ouders voor een school op basis van godsdienst of levensovertuiging (lid 3). Feitelijk betekent dit dat er weinig of niets overblijft van de inkomensafhankelijke regeling. Toepassing is in bovenstaande redenering alleen nog relevant voor basisscholen. Afstanden van meer dan 20 km komen daarbij gelukkig zelden voor. Bovendien geldt ook van ouders die kiezen voor de (dichtsbijzijnde) basisschool van een bepaalde richting dat zij geen andere keus hebben. Het zou daarom goed zijn als de hele inkomensafhankelijke regeling verdwijnt.

6.3. WSNS Als extra argument voor bovenstaande redenering geldt dat in lid 5 uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met de samenwerkingsverbanden in het kader van Weer Samen Naar School (WSNS) tussen basisscholen en speciale basisscho­ len. Als een leerling van een reformatorische basisschool wordt verwezen naar een speciale basisschool (sb), zal dat de sb zijn van het eigen samenwerkingsverband. Of dat dichterbij of verderweg is dan andere sb'en doet niet terzake. Het gaat om de dichtstbijzijnde sb van de eigen richting en/of van het eigen verband.

Voor de volledigheid merk ik hier nog op dat op grond van lid 5 altijd recht op vergoeding bestaat in het geval wordt verwezen naar de sb van het WSNS-verband waarvan de basisschool, die het kind tot dan toe bezocht, deel uitmaakt. Maar indien de betreffende sb van een andere richting is dan de basisschool, kunnen de ouders ook kiezen voor een andere sb, die wel van de eigen richting is, ook als die verder weg en/of in een ander WSNS-verband zou liggen.

7. CREATIVITEIT OUDERS

Behalve raadsleden kunnen ook de ouders zelf creatief omgaan met de vergoedingen voor leerlingenvervoer. De vergoedingen die zij krijgen, kunnen ze bijvoorbeeld in een gezamenlijke pot stoppen en daar een busje van loten rijden. Als dat busje alleen voor dat doel wordt gebruikt is er ook nog de mogelijkheid van vrijstelling van de Motorrijtuigenbelasting. Daarvoor is wel nodig dat men als onderneming geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel. Dat heeft dan weer tot gevolg dat men in beginsel btw-plichtig is. Die btw-plicht is weer te omzeilen door een aparte stichting te vormen zonder winstoogmerk. Voor wie hier aan begint, verdient het echter aanbeveling zich hierover grondig te laten informeren door bijvoorbeeld de KvK of deskundigen van een besturenorganisatie.

{D\t artikel is een verkorte versie van de notitie die inmiddels is toegestuurd aan de fractievoorzitters van de SGP-raadsfracties. Met dank aan H. Nijkamp van de LVCS voor het meelezen en meedenken. Zie voor meer algemene informatie over leerlingenvervoer ook De Banier van 16 juli en 13 augustus.)

Mr lede Bakker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1998

De Banier | 20 Pagina's

LEERLINGENVERVOER: WIJZIGINGEN DIE GELD KOSTEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1998

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken