Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Samenwerking werk en inkomen(1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Samenwerking werk en inkomen(1)

10 minuten leestijd

INLEIDING

De ontwikkelingen in socialezekerheidsland hebben de laatste jaren bepaald niet stilgestaan. Onder het kabinet Kok-I zijn tal van veranderingen in de sociale regelgeving voortvarend doorgevoerd. De meest sprekende voorbeelden zijn de veranderingen in de Ziektewet (ZW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Daaraan is de laatste jaren in De Banier ruimschoots aandacht besteed. Het is hier niet de plaats noch de bedoeling om die veranderingen uitvoerig te memoreren. Er is echter wel een duidelijk Leitmotiv in de ontwikkelingen te ontwaren. Die rode draad zal ook door andere terreinen binnen de sociale zekerheid gevlochten gaan worden. Het is de draad van de herverdeling van verantwoordelijkheden.

Bij de bedoelde veranderingen in de ZW en WAO is er een verschuiving opgetreden van de collectieve naar de individuele verantwoordelijkheid. De gevolgen -waarmee dan vooral de financiële gevolgen worden bedoeld- van ziekte en arbeidsongeschiktheid moeten gedragen worden door diegene, onder wiens verantwoordelijkheid deze ontstaan zijn. In concreto houdt dit in dat de premie voor de WAO moet worden afgestemd op het feitelijke arbeidsongeschiktheidspercentage in de betreffende onderneming. Om de premie zo laag mogelijk te houden zullen ondernemers er alles aan doen om te voorkomen dot hun werknemers in de ZW of WAO terecht komen. Een ondernemer kan er zelfs voor kiezen om de financiële risico's van arbeidsongeschiktheid van zijn personeel voor eigen rekening te nemen.' Verantwoordelijkheden ten aanzien van de WAO-ers verschuiven dus van het collectief naar het individu. Dit alles om een aanzienlijke volumereductie te realiseren en de kosten van ziekte en arbeidsongeschiktheid te minimaliseren.

Maar niet alleen in de zogenaamde materiewetten^ is een omslag in de visie op de verdeling van de verantwoordelijkheid ten aanzien van uitkeringsgerechtigden tussen de betrokken partners gaande. Ook ten aanzien van de procedurewetten, waarin onder meer geregeld is wel­ ke instantie welke uitkering toekent en verstrekt en door welke instantie toezicht gehouden wordt op de verstrekking van de uitkeringen vanuit een oogpunt van rechtmatigheid en doelmatigheid, zijn er ontwikkelingen in gang gezet. Zo is gepleit voor een vorm van marktwerking bij de uitvoering van de sociale zekerheid, waardoor het mo­ gelijk wordt dat de uitvoeringsinstellingen elkaar beconcurreren. De efficiency van de uitvoering moet aldus op een hoger plan worden getild. Verder is gepleit voor een bundeling van de diverse instanties die te maken hebben met het (her)plaatsen van uitkeringsgerechtigden op de arbeidsmarkt. Nu houden zich meer dan één instelling bezig met toerusting voor en toeleiding tot de arbeidsmarkt van werkzoekenden. Om enerzijds voor de werkzoekende maximale duidelijkheid te geven bij welk loket hij zich moet vervoegen in zijn specifieke situatie en anderzijds de specifieke deskundigheid van de diverse instellingen optimaal te benutten door bundeling, wordt gewerkt aan de verwerkelijking van de zogenaamde één-loketgedachte. In de toekomst kon een werkzoekende zodoende bij een eenduidig aan te geven loket aankloppen om geholpen te worden in zijn poging een plaats op de arbeidsmarkt te "veroveren".

Beide geschetste ontwikkelingen in de uitvoering van de socialezekerheidswetgeving -marktwerking en de één-loket-gedachte- komen samen in het als SWI aangeduide proces. De afkorting SWI staat voor Samenwerking Werk en Inkomen. In het vervolg van dit artikel wil ik achtereenvolgens aan de orde stellen: de inhoud van het SWI-proces, de geschiedenis van het proces tot nu toe, een overzicht van de rol van de afzonderlijke betrokken partners bij het proces en tenslotte de veranderende rol van de gemeente bij het geheel.

SWI

Zoals reeds aangeduid is de kern van het SWI-proces het bevorderen van de samenwerking tussen de verschillende kolommen die zich bezig houden met het plaatsen van werkzoekenden op de arbeidsmarkt.-' Wie zijn de betrokken instanties en wat is hun functie? De in het SWIproces participerende instellingen zijn gemeenten, de Arbeidsvoorzieningsorganisatie (Arbvo) en de uitvoeringsinstellingen, vertegenwoordigd door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv).

De rol van gemeenten bij het voorzien in werk voor verschillende doelgroepen is vooral te kennen uit de Algemene bijstandswet (ABW)\ de Wet sociale werkvoorziening (WSW), de Wet inschakeling werkzoekenden (WIW) en de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA). Op grond van deze wetten heeft de gemeente de taak "de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces van arbeidsgehandicapten die recht hebben op een uitkering" (art. 1 2, eerste lid. Wet REA). Ten aanzien van werklozen bepaalt artikel 2 WIW; "De gemeente draagt zorg voor voorzieningen voor in de gemeente woonachtige langdurig werklozen, uitkeringsgerechtigden en jongeren, die sociale activering en een zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen en die kunnen leiden tot inschakeling in het arbeidsproces". De gemeente heeft op basis van genoemde wetten ter uitvoering van de haar daarin opgedragen taak een scala instrumenten tot haar beschikking. Ik noem er slechts enkele, zonder daaraan nadere uitwerking te geven: subsidieverstrekking, inkopen van dienstverlening, aanbieden van een dienstbetrekking, scholingsactiviteiten, opstellen van een toeleidingstraject.^ De ABW geeft een algemene taakbeschrijving voor de gemeente in dit opzicht; "De bijstand is erop gericht de belanghebbende in staat te stellen zelfstandig in het bestaan te voorzien. Burgemeester en v^ethouders bevorderen dat de belanghebbende gebruik maakt van voorzieningen die bijdragen aan diens zelfstandige bestaansvoorziening. Zij dragen zorg voor voorlichting en bemiddeling die daartoe noodzakelijk zijn".'

De Arbeidsvoorzieningsorganisatie is op grond van de Arbeidsvoorzieningswet 1 996 gehouden om "de aansluiting tussen vraag en aanbod van arbeidskrachten op de arbeidsmarkt te bevorderen, in het bijzonder door dienstverlening aan moeilijk plaatsbare werkzoekenden".' Arbvo is in het kader van haar taak gehouden tot de volgende prestaties: het inrichten en in stond houden van een landelijk gespreide organisatie voor de openbare arbeidsbemiddeling, het registreren van werkzoekenden, het registreren van vacatures, het voordragen van een aantal geschikte vacatures aan werkzoekenden, het voordragen van een aantal geschikte werkzoekenden voor vacatures, het verzamelen en analyseren van informatie met betrekking tot ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, het geven van informatie en advies met betrekking tot arbeidsmarktvraagstukken, studie- en beroepskeuze, om-, her- of bijscholing en het geschikt maken voor de inschakeling in de arbeid, in het bijzonder door scholing, van arbeidsgehandicapten."

De uitvoeringsinstellingen' tenslotte hebben tot taak om uitvoering te geven aan onder meer de wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de wettelijke ziekengeldverzekering en de wettelijke werkloosheidsverzekering en te bevorderen dat personen die een uitkering ontvangen worden ingeschakeld in het arbeidsproces.'"

Gemeenten, Arbvo en uitvoeringsinstellingen hebben ten aanzien van de werkzoekende of arbeidsgehandicapte elk hun eigen verantwoordelijkheden, die op meer dan één punt elkaar overlappen of in ieder geval in eikaars verlengde liggen. Het kan voor een werkzoekende erg verwarrend zijn bij welke instantie hij zich op welk moment moet vervoegen om in zijn pogen een vaste boon te vinden geholpen te worden. Daarom is besloten om genoemde instanties, vanwege het feit dat zij uiteindelijk dezelfde belangen voorstaan, te integreren in één organisatie, het zogenaamde Centrum voor Werk en Inkomen (CWi)." Vanzelfsprekend is een dergelijk operatie niet in een handomdraai gerealiseerd. Met de belangen van de verschillende kolommen dient voorzichtig te worden omgegaan. Niettemin beginnen de contouren van de beoogde uitkomst van het proces zich steeds duidelijker af te tekenen. Om het nagestreefde eindplaatje beter te kunnen begrijpen is het goed op deze plaats even een korte terugblik op het SWI-proces te geven. Wanneer is het begonnen, wat is er gebeurd en wat moet er nog plaatsvinden?

GESCHIEDENIS

Op 5 september 1995 is tussen het Centraal Bestuur Arbeidsvoorziening (CBA), het Tijdelijk Instituut voor Coördinatie en Afstemming (Tico)'^ en de VNO een overeenkomst gesloten om gezamenlijk te werken aan een "procesgerichte samenwerking" tussen de drie genoemde partners. De aldus ontstane regiegroep heeft op 8 maart 1996 hun Startdocument aan de toenmalige minister en staatssecretaris van SZW aangeboden, die het per brief van 14 maart 1996 aan de Kamer hebben doorgezonden. In het startdocument werd het SWI-terrein verkend. Daarbij hoort een schets van de werkprocessen van de deelnemende organisaties, voorwaarden voor de samenwerking, eventuele vormen van samenwerking'^ en een overzicht van de te ondernemen activiteiten. Het werk van de regiegroep leidde ertoe dat in januari 1997 een eindadvies aan de Kamer kon worden aangeboden. In het eindadvies werd gekozen voor het één-loket-model, vanuit het uitgangspunt dat altijd aansluiting gezocht moet worden bij de uitkeringsgerechtigde werkzoekende; "Inzet daarbij is een betere dienstverlening en het toeleiden naar de arbeidsmarkt zodat een uitkering voorkomen kan worden dan wel dat de duur van de uitkering beperkt kan blijven".'" Vervolgens wordt beschreven op welke wijze de uitkerende instanties en Arbvo kunnen samenwerken vanaf de eer­ ste intake. De afspraken over de samenwerking tussen de drie kolommen wordt eind 1997 geformaliseerd in het Samenwerkingsbesluit SWI.'- Daarin is bepaald dat "gemeenten, het Landelijk instituut sociale verzekeringen en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie bevorderen dat vóór 31 december 1998 een landelijk dekkend geheel van afspraken over het in gezamenlijke afstemming verrichten van werkzaamheden (...) wordt neergelegd in samenwerkingsovereenkomsten waarin de gemeenten, de Regionale Besturen voor de Arbeidsvoorziening en de uitvoeringsinstellingen die samenwerken met name worden genoemd"." In de laatste maand van 1998 zullen de meeste gemeentebestuurders dan ook wel een dergelijke samenwerkingsovereenkomst ter goedkeuring voorgelegd hebben gekregen.

In een volgende bijdrage zal worden bezien welke keuzemomenten er in de nabije toekomst voor de gemeenten ten aanzien van (de inrichting van) de CWI's nog liggen.

mr. J.W. van der Ham

Aantekeningen

1 In de huidige WAO is dit mogelijk voor een periode van ten hoogste vijf jaar (zie artikel 75a WAOj.

2 Socialezekerheidswetten die regelingen bevatten omtrent (de voorwaarden ten aanzien van] de toegang tot, hei verblijf in en de beëindiging van uitkeringen,

3 Het ook genoemde aspect van de marktwerking zal in dit artikel nagenoeg buiten beschouwing worden gelaten.

4 Alsmede de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (loawj en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelf standigen (loazj.

5 Zie bijvoorbeeld de artikelen 3, 4 en 9 WIW en artikel 12 Wet REA

6 Artikel 111, eerste lid, ABW.

7 Artikel 3 Arbeidsvoorzieningswet 1996; cursivermg JWvdH.

8 Artikel 4 Arbeidsvoorzieningswet 1996.9 In het SWI-proces vertegenwoordigd door hetLisv.l O Artikel 38, eerste lid. Organisatiewetverzekeringensociale1997. In het kader van het gememoreerdeelement van marktwerkingin het SWI-procesis het aardig te vermelden, dat aan het Lisv in artikel38 (eerste lid, onderdeel ij is opgedragende concurrentie tussen de uitvoeringsinstellingenombevorderen. Dat element wordt hier verder buitenbeschouwinggelaten.I l Merk op dat SWI een aanduidingis van hetproces om de verschillende instanties te laten samenwerkenen CWI een aanduidingtevan de feitelijkeorganisatie die uit dit proces moet voortkomen.12 Voorloper van hel Lisv.13 Gekeken werd naar het één-dossier-model, hetéén-locatie-model en het één-loket-model.14 Eindadvies Regiegroep Samenwerking Werk & Inkomen, 20 januari 1997, p. 5.15 Stb. 1997, 804, in werking getreden op 3 I december1997.16 Artikel 2, eerste lid, Samenwerkingsbesluit SWI.

9 In het SWI-proces vertegenwoordigd door hetLisv.

l0 Artikel 38, eerste lid. Organisatiewetverzekeringensociale1997. In het kader van het gememoreerdeelement van marktwerkingin het SWI-procesis het aardig te vermelden, dat aan het Lisv in artikel38 (eerste lid, onderdeel ij is opgedragende concurrentie tussen de uitvoeringsinstellingenombevorderen. Dat element wordt hier verder buitenbeschouwinggelaten.

11 Merk op dat SWI een aanduidingis van hetproces om de verschillende instanties te laten samenwerkenen CWI een aanduidingtevan de feitelijkeorganisatie die uit dit proces moet voortkomen.

12 Voorloper van hel Lisv.

13 Gekeken werd naar het één-dossier-model, hetéén-locatie-model en het één-loket-model.

14 Eindadvies Regiegroep Samenwerking Werk & Inkomen, 20 januari 1997, p. 5.

15 Stb. 1997, 804, in werking getreden op 3 I december1997.

16 Artikel 2, eerste lid, Samenwerkingsbesluit SWI.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1999

De Banier | 20 Pagina's

Samenwerking werk en inkomen(1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1999

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken