Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ministeriële verantwoordelijkheid in theorie en praktijk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ministeriële verantwoordelijkheid in theorie en praktijk

7 minuten leestijd

Veel aandacht is er deze zomer uitgegaan naar het begrip ministeriële verantwoordelijkheid. De Opiniebladzijden van de spraakmakende dog- en weekbladen stonden stijf van de meningen die allerlei deskundigen over dit onderwerp ten beste gaven. Ook een aantal topambtenaren deed een duit in het zakje, waarna verantwoordelijke minister, Peper van Binnenlandse Zaken, niet achter kon blijven, evenals later zijn 'chef', premier Kok.

UIT DE LUCHT

Die discussie kwam natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. De aanleiding werd gevormd door een aantal affaires waar het kabinet voor het zomerreces in verstrikt was geraakt. Het meest vers in het geheugen zit natuurlijk de in de ogen van velen onbevredigende afwikkeling van de Bijlmerenquête. Diverse ambtenaren moesten die enquête met een fikse straf bekopen, terwijl de verantwoordelijke bewindslieden op hun plaats bleven zitten. Dat wrong en wringt. Naast de 'Bijlmer' speelden verder nog andere affaires. Ook bij die onderwerpen liep politiek Den Haag op tegen de vraag naar de omvang (en consequenties) van de ministeriële verantwoordelijkheid wat betreft het ambtelijk handelen.

Over de opvatting van de SGP-fractie op dit punt kan geen misverstand bestaan. Om maar direct met de kern van ons standpunt binnen te vallen: de SGP vindt dat ministers verantwoordelijk zijn voor alles wat er zich op 'hun' departement afspeelt. Een minister kan aangesproken worden op het doen en laten van alle aan hem/haar ondergeschikte ambtenaren. Deze 'klassieke' leer van de ministeriële verantwoordelijkheid is goed verwoord in het meest gezaghebbende werk over ons staatsrecht, het 'Handboek van het Nederlands staatsrecht'. De auteurs van dat standaardwerk schrijven: "De ministeriële verantwoordelijkheid is nooit louter en alleen een verantwoordelijkheid geweest voor wat men zelf naliet of deed. Zij heeft ook iets van die van een voetbaltrainer: als het resultaat tegenvalt, dan gaat hij de laan uit, hoe onberispelijk zijn inspanning en kundigheid ook geweest mogenzijn."

CARRINGTON

De verdedigers van deze interpretatie van de leer van de ministeriële verantwoordelijkheid verwijzen vaak naar Groot-Brittannië, waar minister van Buitenlandse Zaken Carrington in 1982 aftrad na de verovering van de Falklandeilanden door Argentinië. Die aanval kwam volstrekt onverwacht. Carrington vond dat hij verantwoordelijk was voor het niet tijdig onderkennen en voorkomen van de agressieve plannen van de Argentijnen. In zijn memoires lichtte hij dit toe: "Het was niet een soort schuldgevoel, dat ik aftrad... De belangrijkste overweging was dat ik er begrip voor had dat heel ons volk boos was en zich vernederd voelde... Naar mijn mening moet er in zulke omstandigheden iemand aftreden. Iedereen voelt als het ware de schande van het gebeurde. Die schande moet worden uitgewist. Degene die die schande moet uitwissen, en dus moet gaan, is de verantwoordelijke minister. Dat was ik." Aldus lord Carrington, wiens naam voorgoed verbonden is aan deze zuivere opvatting over de ministeriële verantwoordelijkheid, getuige het inmiddels ingeburgerde begrip 'Carrington-doctrine'.

In ons land is lange tijd a la Carrington inhoud gegeven aan het begrip ministeriële verantwoordelijkheid. Een goed, en nog redelijk recent voorbeeld daarvan is het aftreden in 1988 van staatssecretaris Van der Linden van Buitenlandse Zaken. Hij pakte (weliswaar onder druk, maar toch) z'n biezen omdat er onder het beleid van zijn voorganger, van Eekelen, allerlei dingen mis waren gegaan bij het fabriceren van een fraudebestendig paspoort. Hoewel Van der Linden zelf nauwelijks blaam trof, ging hij toch. Hij werd verantwoordelijk gehouden voor het overnemen van de boedel van Van Eekelen. Zelf had de afg: tredene het over een 'kar met vierkante wielen' die hij niet verder v - mocht te trekken.

Overigens hoede men zich ervoote denken dat het vroeger dienao • gaande altijd beter was. Er zijn ook voorbeelden te noemen van bewindslieden op wier verantwoord - lijkheidsbesef nogal wat bleek af . dingen. Ook daarvoor hoeven wt niet ver terug in de geschiedenis, .'o bleef minister Braks van Landbouv en Visserij rustig zitten, hoewel ac het licht was gekomen dat ambter > ren die onder zijn verantwoordeli - heid vielen, hadden gefaald bij h^ bestrijden van frauduleuze praktijken in de visserijsector. Premier LL bers nam zijn minister in bescherming met het argument dat de mir - ter persoonlijk niets te verwijten was. Daarmee ondergroef de toer malige minister-president de klassi ke leer van de ministeriële verantwoordelijkheid zodanig dat een hoogleraar staatsrecht de premier verweet van het staatsrecht een 'r-, jetoe' te maken.

GODZALIGHEID EN EERBAARHEID

Waarom hamert de SGP zo op df ze uitleg en invulling van de leer van de ministeriële verantwoorde! < - heid? Het antwoord is eenvoudig omdat het hierbij heel uitdrukkelij' gaat om het ambt van de overhei 'dienaresse Gods'. Ministers en staatssecretarissen zijn het boegbeeld van die (Rijks)overheid. Zij hebben een ambt dat in allerlei of zichten hoog moet worden gehou den. Dat zijn ze verplicht tegenov God, aan V^ie iedereen verantwoording schuldig is. Dat zijn ze eveneens verplicht tegenover de k - ningin, ten overstaan van wie ze ce eed (of belofte) hebben afgelegd. Dat zijn ze tenslotte ook verplicht '^genover de burgers, wier belangen ze moeten dienen opdat ze een ': ^'I en gerust leven in alle godzalighe d en eerbaarheid' kunnen leiden...

M. de Bruyne H.^f begin van het verenigingsseizcen komt zo zachtjesaan weer 'm zicht. Dat wordt ook in deze Banier a' zichtbaar. Een kader waarin aandacht wordt gevraagd wordt hef inaienen van Voorstellen voor de Jaarvergadering, een vooraankondiging van het jaarlijkse SVV/HB-congres en de aangekondigde bijeenkomsten van kiesverenigingen, het zijn allemaal blijken van een ontwaken uit de zomerrust die het verenigingsleven kenmerkt.

BERICHTGEVING

'v'anaf dit nummer zal ons partijorgaan ook weer met de gebruikelijke frequentie van één keer per veertien dagen verschijnen. In de hoop dat de gestadige druppel ook deze steen nog eens uitholt, wijzen we er nog eens op dat berichten die u opgenomen wilt hebben in 'De Banier' .uiterlijk een week vóór de verschij- '.ngsdatum in ons bezit moeten Z'jn. Dat geldt zowel voor overlijcensberichten als voor het aonkon- Cgen van vergaderingen van uw kiesvereniging of andere bijeenkomsten.i- de rubriek Partijvaria kunt u genr-el gratis uw bijeenkomst loten verrnslden.

JUBILEUM

In bijzondere gevallen doen we, als de beschikbare ruimte dot toelaat, cok nog wel eens iets extra's. Dot (be)treft dit keer de kiesvereniging 'Gideon" te Hilversum. Deze vereniging werd in het jaar 1 924 opgericht. Waaruit volgt dat ze in 1999 het 75-jarig bestaan mag herdenken. Het bestuur heeft besloten daaraan op gepaste wijze aandacht te schenken. Alle (oud-)leden en belangstellenden, met hun gezins- en familieleden, worden van harte uitgenodigd op de te houden jubileumavond. Deze avond zal gehouden worden op D.V. vrijdagavond 10 september in de zaal van het kerkgebouw van de Geref.Gemeente aan de Fred, van Edenlaon 15 te Hilversum. Onze fractievoorzitter in de Tweede Kamer, B.J.van der Vlies, is uitgenodigd als spreker en daarnaast zal aan de hand van dia's worden stilgestaan bij memorabele feiten uit het verleden.

Hilversum, vanuit het partijbureau van harte gefeliciteerd en als kiesvereniging een gezonde en gezegende toekomst toegewenst.

BELANGSTELLING

Herdenkingsbijeenkomsten zijn in onze partij geen zeldzaamheid. En stilstaan bij het verleden heeft ook zeker zijn principiële kanten. Nu komt het voor dat een kiesvereniging jubileert, daarvoor een speciale bijeenkomst belegt, tijdig daarvan melding maakt in 'De Banier' uitnodigingen stuurt aan nabijgelegen kiesverenigingen en aan de provinciale vereniging; kortom alles doet wat gedaan behoort te worden om op de avond zelf te constateren dat de aanwezigen allen tot de eigen kiesvereniging behoren. Dat is jammer! Mogen we elkaar - en daar rekenen wij onszelf ook toe - opwekken om ook ten aanzien van deze gelegenhedenm belangstelling voor elkaar te hebben en te tonen? En natuurlijk kan er verhindering zijn. Er is nogal wat te doen tegenwoordig, op allerlei terrein. Maar in dat geval is een schriftelijk blijkje van dank voor de uitnodiging, ver­ gezeld van een felicitatie voor vereniging en bestuur, toch niet teveel gevraagd. Het zijn de kleine dingen die 't em doen.

TOTAAL-OPLAGE

U hebt nu in handen nummer 16 van de lopende jaargang. In nummer 1 8, met D.V. als verschijningsdatum donderdag 30 september, zal ruimschoots aandacht geschonken worden aan Prinsjesdag en aan de Algemene Beschouwingen van onze Tweede-Kamerfractie, bij de Rijksbegroting. Deze oplage gaat, zoals gebruikelijk, naar alle leden en donateurs. Als u dus nog nieuwe leden hebt te melden, kon dot nog. Moor dan o.u.b. wel per omgaande. Zo'n grote oplage vraagt namelijk nogal waf aan voorbereiding.

DN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1999

De Banier | 20 Pagina's

Ministeriële verantwoordelijkheid in theorie en praktijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1999

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken