Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geen vloek, maar zegen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geen vloek, maar zegen

6 minuten leestijd

'De HEBRE, zijn God, is met hem, en het geklank des Konings is bij hem.

Humeri 23: 21b

Grote verwachtingen had Bolak van Bileam. De inzet van Bileom zal hem uit de impasse helpen. Balak ziet Bileom als de reddende engel, want hij is zeer bevreesd voor Israël. De overwinningen van Israël doen hem vrezen voor zijn ' 'iergang. Militaristisch kan hij niets . -Uinnen, omdat het volk overwinning op overwinning behaalt. Alleen het wapen van het woord kan nog uitkomst geven. De man die in Mesopotamië woont, 600 km ver, kan spreken als machthebbende. De woorden van Bileom werken als een projectiel; ze treffen doel. Zijn vloekuitspraken zijn vernietigend, zodat de God van Israël machteloos zal staan. Vandaar dat de boden van Balak met overtuiging tegen Bileam zeggen: "Ik weet dot wie gij zegent, die z : gezegend zijn, en wie gij vervloekt, ' zal vervloekt zijn",

weten dot Bileam kwam en hóe hij 9 omen is. Balak werd diep teleurges'i'd. Bileam mag niet vloeken, maar moet tegen wil en dank zegenen. Wat de Heere hem ingeeft, moet hij uitspreken. Balak hoort ontdaan de eerste spreuk aan. Als Bileam vanaf een hoog punt de legering van Israël ziet, wordt hij getroffen door de stilte en de rust.

Met nadruk zegt hij tegen Balak: "Ziet, dat volk zal zeker wonen en het zal onder de natiën niet gerekend worden". Het is gelegerd op betwist grondgebied zender bondgenoten, maar het ligt daar ongestoord in vrede. Hun vrede en veiligheid zijn gewaarborgd. Israël zal niet vergaan. Wanneer Bileam zijn tweede 5' cuk laat horen, spreekt hij van de = zaak: "De HEERE, zijn God, is met nt-n". Welk een getuigenis en een zicht op Israëli

Hij ziet de tegenwoordigheid van de Heere. Israels God en Heere is niet alleen boven, maar ook beneden. Van niet één heidense god kon dit gezegd worden, Israels God is zeer nabij. Hij woont zelfs bij en onder Israël. Dit heeft de Heere Zelf gewild. Het hort van de Heere ging open voor Israël, Zijn denken werd gericht op Israël en Zijn handen strekten zich uit naar Israël. Zijn Namen, deugden en eigenschappen gingen schitteren onder Israël. En waarom? Omdat de Heere dit wilde, en dat blijvend. De onveranderlijkheid en trouw van de Heere wijken niet. En dat machtige wonder van 's Heeren genade ligt gegrond in Zijn welbehagen, in God Zelf. Ook dit moest Bileam belijden. Hij moest goed van God spreken.

Dit wilde hij niet, maar hij moest Balak laten horen. Wie de God van Israël is. "God is geen man, dat Hij liegen zou, noch een mensenkind, dot het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken? " In geen enkel opzicht is de Heere de mensen gelijk. Israels God en Heere is de Betrouwbare, de Onveranderlijke, de God van ja en omen.

Dit getuigenis van Bileam is niet tijdgebonden. God de Heere blijft Wie Hij is. Niemand zal Hem kunnen dwingen noch verleiden tot verandering. De Heere zegt het Zelf: "Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen". Bileam moest de zelfbelijdenis van deHeere doorgeven, zodat Balak zijnhoop wel kon laten varen. De vloek zalIsraël niet treffen, want de Heere heeftZich voor altijd aan het volk verbonden.Geen boze kan daarin veranderingbrengen. Op de woestijnreis heeft Hij inwoorden en doden Zijn trouw waargemaakt.De Heere is met Zijn liefde, genadeen troost nabij in alle nood en strijd.

Welgelukzalig de mens die de behoefte kent aan de aanwezigheid van de Heere, die het "met hem" zoekt en daar niet buiten kan.

Ziet u ernaar uit? Vraagt u: "Kan d(t voor mij? " Denk aan de schone naam die het Kind van Bethlehem ging dragen: Immanuël, en dat naar de opdracht van God de Heere. Met die Naam moest Zijn Zoon door het leven gaan, lijden en sterven; de dood ingaan, maar ook het graf verlaten. Het "God met ons" wordt beleefd, als men de Zaligmaker zoekt en tot Hem de toevlucht neemt. Verdrukten, door onweder voortgedrevenen, ongetroosten worden door Hem niet beschaamd (Jes. 54).

Want Jezus zegt het: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien". Welk een genade en wonder het "God tegen ons" wordt door Hem veranderd in het "God mef ons". En dot voor eeuwig!

Bileam heeft nog meer te zeggen. Hij geeft niet alleen door wat hij ziet, maar ook wat hij hoort. "Het geklank c/es Konings is bij hem". Maar heeft Israël dan een koning? Een vorst die leeft onder zijn volk? Immers, we moeten aan een zichtbaar persoon denken. Bileam geeft door wat in de toekomst realiteit wordt en wat er nu in principe al is. Bij de profeten komen we dat ook tegen. Ze hebben vaak in één profetie, in één blik dingen samengetrokken, die in het verloop van de historie, soms pas eeuwen later, verwerkelijkt werden of worden. Denk aan het Messiaanse spreken van Jesaja. Het geloof verblijdt zich in wat zeker komt en plaatst het zelfs in het heden.

Bileam hoort ook de jubelroep over de Koning. De Vorst aller vorsten. Die komen zal. De Leeuw uit de stam van Juda, de Wortel van David. De Gezalfde des Heeren, Die heerst en regeert tot in alle eeuwigheid. Men zal juichen als Hij komt. Men zal Hem eer toebrengen.

Hem verheerlijken, dienen en vrezen. De vreugde van het bezit van deze Koning blijft niet verborgen. Hij heeft alle macht in hemel en op aarde, en Zijn koninkrijk neemt geen einde. Men bejubelt Hem! We kunnen hierbij betrekken wat we lezen in de Psalmen, de liederen 21, 47 en 72. En dot jubelgeroep neemt geen einde, want de Koning sterft niet. Hij blijft. Wie Hij is. Hij zal eeuwig Israels Koning zijn.

Dit leefde bij Bileam, maar hij kende zelf niet het geklank van de Koning. De blijdschap in de Koning was hem vreemd en hij had er ook geen behoefte aan.

En hoe is het met ons? Psalm 89 : 7 is ons bekend. In de dienst wordt gezongen: "Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort. De klanken van de Koning Zelf en voor de Koning. De woorden van de Koning Zelf en het gesproken en gezongen woord, wat de Koning tot inhoud heeft. En wat blijkt? Zij wandelen in het licht van het Godd'lijk aanschijn voort. Op hun levensweg worden zij beschenen door het licht (het heil) uitstralend van des Heeren aangezicht. Zij zullen in 's Heeren Naam zich al de dag verblijden. Zijn goedheid s- traalt hun toe; Zijn mocht schraagt hen in het lijden; Zijn onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen. Hij houdt vast, draagt en leidt. Zijn gerechtigheid zal hen naar Zijn woord verhogen". Dit gebeurt. Balak, Bileam ten spijtl Zalig is het volk, dat het Konings geklank kent!

Moab gaat ten onder, maar het Israël van God de Heere zal rijk gezegend leven.

Want: de HEERE, zijn God is met hem, en het geklank des Konings is bij hem. • Zien we uit naar deze werkelijkheid?

Ds. M.C. Tanis, Werkendam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1999

De Banier | 20 Pagina's

Geen vloek, maar zegen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1999

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken