Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

2000 een sabbatsjaar voor arme landen?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

2000 een sabbatsjaar voor arme landen?

9 minuten leestijd

Al vele jaren wordt door een groot aantal rijke landen aan ontwikkelingssamenwerking gedaan. Arme landen worden met raad en daad bijgestaan om ze "op te stoten in de vaart der volkeren ". In dit artikel laten we echter zien dat hef zo'n vaart nog niet loopt. Er zal echt wat moeten gebeuren voordat we rustig achterover kunnen leunen. Er i's werk aan de winkel.

BELANGRIJK?

De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter. Terwijl in 1 820 de rijke landen drie keer zoveel te besteden hadden als de arme landen, was dit in 1 997 meer dan 70 keer zoveel. In de tussentijd is het verschil alleen maar groter geworden. Momenteel gebruikt 20% van de mensen op deze aarde 80% van de goederen die geproduceerd worden. Er is dus sprake van een enorm scheve verdeling tussen de bezittende en de bezitloze klasse.

Moeten we deze groeiende kloof accepteren als een normale uitkomst van een economisch proces? Niet vanuit algemeen menselijke beginselen. We praten hier niet over een gradueel verschil tussen meer of minder rijk. Het kan letterlijk het verschil uitmaken tussen leven en dood. Velen komen jaarlijks om van honger en dorst, gebrekkige gezondheidsvoorzieningen. Volgens het meest recente overzicht (Human Development Report, 1999) is in Sierra Leone bijvoorbeeld de levensverwachting 37 jaar, in Nederland 78 jaar. In dat zelfde land heeft óó% geen toegang tot schoon water, kan 64% niet rekenen op een goede gezondheidszorg, vieren 316 van de 1000 kinderen nooit hun 5e verjaardag. W\e vanuit het comfortabele Nederland zich een beeld probeert te vormen van de armoede en ellende op deze wereld moet toch verantwoordelijkheid voelen?

BELANGRIJK!

Dit wordt, als het goed is, versterkt als we letten op de beginselen waar de SGP vanuit gaat. Een citaat uit Calvijns institutie vat het krachtig samen (deel II, biz. 193): "Maar zo zal ieder veeleer bij zichzelf bedenken, dat hij, hoe groot hij ook is, voor zijn naasten een schuldenaar van zichzelf is, en dat er geen andere grens gesteld mag worden aan het weldoen van hen, dan wanneer zijn vermogen hem in de steek laat; en hoe ver zich dit uitstrekt, moet naar de regel der liefde worden afgebakend." Heb u naaste lief als u zelf blijft dan niet beperkt tot de eigen kring, het veilige Nederland. Christenen en christelijke politiek behoren zich in te zetten voor een ie­

der die het moeilijk heeft. Denkt u maar aan de barmhartige Samaritaan, die met innerlijke ontferming bewogen was met het lot van zijn naaste. Als we vanuit die gestalte onze hulp geven, dan kunnen we wat missen.

Daar komt nog bij dat we ontwikkelingshulp juist kunnen zien in het kader van het verkondigen van het evangelie aan alle volken (Mattheüs 28). Ontwikkelingssamenwerking kon meerwaarde hebben boven materiële leniging van noden door het brengen van het evangelie. Met recht hebben we dan niet alleen de welvaart, maar ook het welzijn van onze arme naaste op het oog.

DE HUIDIGE HULP

Veel landen doen aan ontwikkelingshulp. Naar verhouding spant Nederland zich daarbij hard in. Ten opzichte van andere rijke landen geeft de Nederlandse overheid veel geld. In totaal gaat het daarbij om 0, 8% van het nationaal inkomen. We geven van elke gulden die we met elkaar verdienen bijna een cent aan de arme landen.

Naast noodhulp (die natuurlijk ten allen tijde gegeven moet worden) richt het ontwikkelingsbeleid zich op structurele hulp. De bedoeling daarbij is dot arme landen op termijn zelfstandig voor hun burgers kunnen zorgen. Als het even kan moet je ie­ mand die honger heeft geen vis geven maar een hengel, is een bekerd gezegde. Naast programma's die lopen via het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking wordt ook hulp gegeven via zogenaamde me definancieringsorgonisaties (M- FO's). Deze MFO's zijn ontstaan vanuit de verzuilde structuren. Zowel protestanten, katholieken, hum v nisten en neutralen (? ) hebben hun eigen MFO. Deze organisaties hebben vaak eigen, goed ontwikkelde contacten in ontwikkelingslanden. Waar sommige deuren voor overhi^den gesloten blijven, krijgen MFO's wel voet aan wal. Bij de protestantse ICCO zijn ondermeer Tear Fund ZOA en Woord en Daad aangesloten. Behalve door de MFO's wordt veel goed werk verricht door allerlei kleinere, vaak identiteitgebonden, organisaties. Ook via multilaterale weg vindt hulpverlening plaats. Met name de Wereldbank en het IMF proberen met de hen toevertrouwde gelden ontwikkelingslanden te stimuleren.

RIJK CONTRA ARM?

Met alle hulp die Nederland en ar dere landen geven kun je je wel a' vragen of we nu bereiken wat beoogd wordt. Als we de resultaten van de ontwikkelingshulp bezien dan moet geconstateerd worden dat de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter wordt. Hoe komt dit nu?

Een van de oorzaken is dat de gegeven middelen niet effectief ingezet worden. Veel geld blijft in de ri ke landen steken omdat de betrokken organisaties kosten maken om de hulp te geven. Hoewel hulp natuurlijk nooit gratis gegeven kan worden, administratie, ontwikkeling van plannen, begeleiding is nodig, noopt dit wel tot een goede evaluatie van de betrokken instanties. Het efficiënt besteden van gelden vereist dat hulp via de organisaties wordt gegeven die met de minste middelen het meeste bereiken. Vooral bij de grote en logge internationale organisaties kun je je afvragen of dit doel bereikt wordt. Veel geld blijft echter ook in de arme landen op de verkeerde plaatsen hangen. Geld bedoelt voor de armen komt nogal eens bij de rijkeren terecht of gaat verloren door ondeskundig gebruik. N et voor niets heeft minister Herfkens onlangs het beleid op het ministerie behoorlijk op de kop gezet. Terwijl minister Pronk graag overal V 'ide zijn en overal een klein beetje ^.Jd besteedde zodat Nederland inspraak zou hebben, richt Herfkens zich op de landen met een goed sociaal-economisch beleid v^aar de armoede en hulpbehoefte het grootst is. Zodoende is het aantal landen dot hulp van Nederland ontvang teruggebracht van 120 naar 20. Dat dit een efficiënte besteding van middelen bevordert mag duidelijk zijn.

Een tweede reden waarom ontwikkelingshulp niet altijd effectief is, komt voort uit het verleden. Sommige ontwikkelingslanden gaan dermate gebukt onder de leningen die in de afgelopen jaren verstrekt zijn dat er per saldo geld naar de rijke landen toekomt. De rente en afschrijvingen die deze landen moeten betalen wegen dan niet op tegen de hulp die aan hen gegeven wordt. In dat geval is het geen wonder dat ze alleen maar armer worden.

Tenslotte worden ontwikkelingslanden via een totaal andere weg juist tegengewerkt. Terwijl de ontwikkelingshulp de groei van hun economie probeert te stimuleren zijn er anderzijds allerlei belemmeringen waardoor deze landen maar moeizaam mee kunnen concurreren met rijkere landen. Om de broodnodige harde valuta te verdienen moeten ontwikkelingslanden proberen zoveel mogelijk producten aan rijkere landen te verkopen. Om hun eigen producten te beschermen hebben de ontwikkelde landen echter besloten grenzen juridisch of middels subsidies en belastingen gesloten te houden.

RIJK PRO ARM!

De SGP-jongeren pleiten voor een ombuiging van het ontwikkelingsbeleid. Niet in termen van het concentratiebeleid van minister Herfkens. Dat juichen we toe omdat daardoor ontwikkelingsgelden efficiënter besteed worden. Wel is een ombuiging nodig wat betreft de omvang van de hulp, de manier waarop dit gegeven wordt, de voorwaarden die hiervoor gelden en de afstemming met ander economisch beleid.

Aan het begin van dit artikel is ge­ constateerd dat Nederland ten opzichte van andere landen veel aan ontwikkelingshulp doet. Je kunt je echter wel de vraag stellen of wij nu zoveel geven of andere landen zo weinig. Met andere woorden: in het land der blinden is Eenoog koning.

Wij pleiten voor een duidelijke verhoging van de omvang van de ontwikkelingshulp. De financiering hiervoor kan wat ons betreft gevonden worden door de besparingen op de rente die betaal moet worden op de schuld die Nederland heeft. De huidige economische situatie maakt het mogelijk om de staatsschuld te verminderen. Terwijl momenteel zo'n 30 miljard (4% van het nationaal inkomen en 1 2% van de rijksuitgaven) wordt uitgegeven aan rente op overheidsschuld, kan dit in de komende jaren fors afnemen. Een verdubbeling van de gelden voor ontwikkelingshulp moet dus mogelijk zijn. Dit extra geld maakt het mogelijk meer te doen aan de structurele ontwikkeling van arme landen. Met name denken we dan aan het stimuleren van onderwijs, gezondheidszorg en waterprojecten. De evidentie van gezondheidszorg mag duidelijk zijn gezien de barre omstandigheden in een aantal ontwikkelingslanden. Het belang van onderwijs is onder andere gelegen in het opbouwen van kennis waardoor de achterstand in technologische ontwikkeling afneemt. Arme landen hebben dan de kans een grotere en eerlijker rol te spelen op de wereldmarkt. Water­

projecten zijn essentieel voor een deel van de ontwikkelingslanden.

De komende jaren zal het tekort aan goed drinkwater een van de grootste zorgpunten voor deze landen zijn, met niet alleen effecten op de volksgezondheid maar tevens gevolgen voor internationale conflicten.

Wat betreft de manier waarop de hulp gegeven wordt, pleiten wij voor het optimaal gebruiken van de MFO's en andere relatief kleinschalige organisaties. Over het algemeen hebben zij de beste ingang in ontwikkelingslanden en gaan zij efficiënter om met te besteden middelen. Bovendien maakt dit naast de daad het brengen van het Woord mogelijk. De overheid zou meer geld via deze organisaties moeten laten lopen. Wel moet gewaakt worden voor een goede afstemming tussen organisaties, nationaal en internationaal. Hierbij kunnen de bestaande internationale organisaties een goede rol spelen.

De voorwaarden waaronder hulp gegeven wordt verdienen nadere analyse. Niet altijd is het efficiënt en effectief om leningen te verstrekken tegen een relatief hoge rentevoet. Rekening moet gehouden worden met de terugbetaalcapaciteit van ontwikkelingslanden. Mits voldoende prikkels aanwezig blijven om geld goed te besteden en controle daarop mogelijk is, kan meer gebruik gemaakt worden van renteloze leningen en giften. Daarnaast moeten de huidige schulden zo snel mogelijk afgebouwd worden voor die landen die hier onder gebukt gaan. Een gullere houding zou gepast zijn gezien onze grote welvaart. Bovendien profiteren we uiteindelijk alleen maar van de economische ontwikkeling van andere landen. Gigantische afzetmarkten kunnen ontstaan waar ook Nederlandse producten een weg kunnen vinden. Het jaar 2000 zouden we kunnen zien als sabbatsjaar, een jaar waarin alle schulden kwijt gescholden worden.

Tenslotte moet voorkomen worden dat het ene ministerie afbreekt wat het andere opbouwt. De belemmeringen die gelden voor de verhandeling van producten uit ontwikkelingslanden moeten zo snel mogelijk weggenomen worden. Het geven van een hengel heeft alleen zin als de hengelaar ook toegang krijgt tot de vijver waar de vis zwemt. Dat dit een offer vraagt van de eigen ingezetenen is duidelijk. Dat daar zorgvuldig mee omgegaan moet worden ook. Maar de ingrijpende problematiek van de ontwikkelingslanden vraagt om voorrang voor de armen.

Wim Akster (lid sectie Politiek) Elbert Dijkgraaf (Voorzitter SGP-jongeren)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 2000

De Banier | 32 Pagina's

2000 een sabbatsjaar voor arme landen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 2000

De Banier | 32 Pagina's

PDF Bekijken