Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kader of keurslijf?! Over monisme en dualisme in de lokale politiek (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kader of keurslijf?! Over monisme en dualisme in de lokale politiek (1)

13 minuten leestijd

Op 16 juni jongstleden > vercl in Amersfoort een congres met bovengenoemde titel georganiseerd door Voorlichting & Vorming, naar aanleiding van het rapport van de Staatscommissie-Elzinga. De bijeenkomst stond onder leiding van de heer W. van der Hoeven, secretaris van het bestuur van Voorlichting & Vorming. Met zo'n honderd mensen, v/aaronder raadsleden, Avethouders, statenleden, kamerleden, bestuurders van SGP-verenigingen en belangstellenden, waren v^e bij elkaar om 's middags een toelichting van de voorzitter van de Commissie, prof. mr. DJ. Elzinga, op het rapport te beluisteren. De heer A.T. van de Pol, SGP-wethouder in de gemeente Nunspeet, plaatste vervolgens kanttekeningen bij het rapport, waarna beide heren met nog een SGP-bestuurder, v/ethouder G. van Brenk uit Zeist, onder leiding van de heer J.P. Tanis de discussie met elkaar aangingen. Na de maaltijd konden de aanwezigen één van de drie v^orkshops volgen. Deze hadden als thema de positie van het college, de positie van de raad, of de vraag naar de keuze voor monisme of dualisme. De dag v^erd afgesloten met een plenaire discussie naar aanleiding van de vragen die in de workshops boven kwamen drijven. Een impressie van een leerzaam congres.

PROBLEEMANALYSE

De heer Elzinga begon zijn lezing met te zeggen daf hij op de uitnodiging van de SGP om het rapport te komen toelichten op dit congres, meteen ja heeft gezegd. Hij heeft waardering voor de grondige inbreng van de SGP als het gaat over het terrein van de grondslagen van ons staatsbestel. Hij hoopt op deze wijze ook wat meer begrip en wellicht bijval voor het standpunt van de commissie te kunnen krijgen. Elzinga benadrukte de historische benadering van de Commissie op de term du­

alisme. Het dualisme heeft zelfs wortels in het protestants-christelijke ge

dachtegoed. Heden ten dage lijkt het meer en meer een vulgair begrip te zijn: bij dualis

me denkt men aan 'torentjesoverleg', de Haagse manier van het dichttimmeren van beslissingen door middel van een regeerakkoord of besloten vergaderingen. Maar in historisch licht gezien kan het een positief begrip zijn. Ook in het bedrijfsleven goot men zich bezinnen op de manier van besturen; ook daar moet dualisering van het bestuur, 'corporate governance' genoemd, leiden tot een betere bestuursstructuur.

De Commissie-Elzingo heeft gewerkt vanuit de probleemanalyse. Het eerste werk van de Commissie was dan ook om, binnen de opdracht van het kabinet, het probleem te omschrijven waarvoor ze de oplossing moesten zoeken. De opdracht die de Commissie kreeg was om advies uit te brengen over de dualisering van het lokaal bestuursmodel. De drie hoofdproblemen die opgelost moesten worden, luiden volgens professor Elzinga: 1) de positie van de politieke partijen (dalende opkomsten, weinig politieke herkenbaarheid, tanende belangstelling voor de lokale afdelingen van partijen), 2) rolverwarring in het lokale stelsel (bijvoorbeeld wethouders die zichzelf moeten controleren omdat ze nu ook raadslid zijn) en 3) de collegialiteit in het lokale bestuur (met name op het vlak van burgemeester en wethouders). Elzinga lichtte deze problemen nader toe.

1. Positie politieke partijen

De problemen omtrent de belangstelling voor de politiek en de ledenaantallen van politieke partijen zijn niet voor alle partijen evenredig groot. Als we kijken naar de opkomst bij verkiezingen en het (niet) floreren van lokale afdelingen v partijen, en we vergelijken dat: f de opkomst van de burgerij bij .: n lokale bijeenkomst over bijvoorbeeld de komst van een asielzo kerscentrum, dan is het verschil merkwaardig. Als het gaat om c n- crete zaken die de burger heel < reet kunnen roken, dan is er beti k- kenheid. Moor goot het om verk .izingen en het zich aansluiten bi: een politieke partij, dan is die b trokkenheid opeens veel minder Ook de rekrutering van lokale b stuurders is vaak een probleem, het rapport van de Commissie b dot dit niet een typisch Nederlc probleem is, maar het komt in h Europa voor. In Nederland zijn politieke partijen, voor wie dit g en probleem is. De Commissie vind echter van wel, en heeft gezoch naar oplossingen.

2. Rolverwarring

Het lokale bestuur heeft nu mee> de vorm van een verenigingsstructi. r, waarin iedereen het met elkaar ^ens is of probeert te worden, dan e i politieke structuur, waarin hetv( x een groot gedeelte draait om h' . debat. Dit komt onder andere o or de dubbelrol van bijvoorbeeld '9 wethouder, die ook raadslid is. 'Je scheiding die Thorbecke al ma. '< fe tussen de functie van het raadf d, die veel belangrijker is, en de ; nctie van de wethouder, die puui .litvoerend is, is vervaagd. Daarc .n goot de dubbelrol van de wet; ; !U der klemmen. In het huidige, i onistische stelsel is het zo dot de r ad alle bevoegdheden heeft. De bevoegdheden van het college zijn daarvan afgeleid; het college krijgt har, ., bevoegdheden van de raad. Vragen we echter aan een doorsnee bur > sr w\e het voor het zeggen hee'1 in de genrieente, don zal die zegqen: ten eerste de burgemeester, ver eigens de wethouders en ten slot: . de gemeenteraad. Dit is op dit mo . ent staatsrechtelijk onjuist; de om- ekeerde volgorde is juist. Hieruit i.iijkt dat de burger niet meer weci wie politiek voor welke zaken oars-preekbaar is. Het monistische beei j en de dualistische werkelijkhei: ; gaan dus steeds meer door elkao lopen. Dit komt de inzichtelijkhei'i van het openbaar bestuur voor de ; jrger niet ten goede. Ook aan

dit probleem wil de Commissie- Elzr ga iets doen.

3. Collegialiteit Het derde probleem dat de CoïVimissie signaleert, ligt op het \ lak van de burgemeester, in I ^otie tot de wethouders. Nu . het zo dat de burgeme< . iter geen invloed heeft op de il vulling van het college en het ollegeprogramma. De burger: jester heeft eigenlijk te wep ig middelen om een goed bes 'urder te zijn. Volgens de Coi missie moet hij daarom mee mogelijkheden krijgen in pro! ische en modelmatige zin om vloed uit te oefenen. Ook hier ilijkt dat het beeld en de we! .^lijkheid niet met elkaar spo, n. De burger denkt dat de l rgemeester de meeste bestuu' jke verantwoordelijkheid heer in de gemeente, terwijl dat 3 gemeenteraad is.

UITGANGS­PUNTEN

Voor met name bovengenoemde c e problemen zag de Commissie z : h geplaatst een oplossing te vinden. De voorzitter van de Commissiv zette voor ons de volgende uitga igspunten uiteen, die zij daarbij h iteerde. Allereerst ging men er vc ; uit dat de autonomie van de gem-renten naar budget en bevoegdheden vergroot moet worden. iJe gr : > ndwettelijke autonomie van de g-: neenten, zo merkte de heer Elzinca met een knipoog naar ons Tweet 3-Kamerlid Van den Berg op, "loet. ersteld worden, zodat Neder land v.eer een echte gedecentraliseerde eenheidsstaat wordt. Tegenwoordig krijgt de gemeente teveel '^Pge! gd vanuit Den Haag.

Een tweede uitgangspunt van de Commissie is de eindverantwoordelijkheid van de raad. Deze mag niet verzwakt worden. Als de politieke positie van de raad versterkt wordt, komt het debat terug en dit bevordert de partijpolitiek; waardoor de burger uiteindelijk weer meer belangstelling zal krijgen voor de gemeentepolitiek.

Een derde punt is de eigenstandige positie van de burgemeester. De rol van de burgemeester kon op twee manieren gezien worden: 1) als een soort premier, dus gebonden aan een eigen partij en invloed hebbend op de invulling van het college en op het regeringsprogramma, óf 2)

als een onafhankelijke, neutrale, eigensoortige functie. Uit het onderzoek dat de Commissie heeft laten doen, blijkt dat 70 a 80 % van de Nederlandse bevolking kiest voor de tweede mogelijkheid.

OPLOSSINGEN

De Commissie zag het als haar taak om vanuit deze probleemanalyse met de genoemde uitgangspunten een samenhangende oplossingsrichting aan te wijzen. Elzinga lichtte de volgende punten uit het rapport om deze richting toe te lichten. Ten eerste de positie van de wethouder. Volgens de Commissie leidt ontkoppeling van het wethouder- en raads­ lidmaatschap tot versterking van de politieke positie van de raad. De raad wordt het controlerend orgaan, de wethouders het uitvoerende orgaan van het gemeentelijk bestel. Het wordt zo mogelijk dat een wethouder met raadsleden uit zijn eigen partij in debat kon gaan. Volgens de voorstellen van de Commissie wordt het politieke debat ook teruggehaald door de wethouders geen voorzitter meer te laten zijn van de commissies. Iets wat niet door een structuurverandering te bewerkstelligen is, is de deelname van de wethouders aan de fractievergaderingen. Dit is een zaak van de cultuur van de partijpolitiek. Ook

daar moet iets veranderen. Vervolgens ging Elzinga in op de versterking van de positie van de raad. Dit is volgens de Commissie onder andere te bereiken door de financiële controle meer politiek te laten worden. Ook de verordenende bevoegdheid van de raad moet versterkt worden. In de landelijke politiek komt het regelmatig voor dot door het parlement wetsvoorstellen gedaan worden. In de gemeente is dit echter geen aandachtspunt. In het dualistische stelsel zouden de bevoegdheden naar het college moeten, op een paar belangrijke na. Hiervoor is wel een Grondwetswijziging nodig.

Ter versterking van de positie van de raad zou de mogelijkheid tot het instellen van lokale rekenkamers geboden moeten worden. Het kabinetsstandpunt wijkt hier af van het voorstel van de Commissie. Het kabinet zou de rekenkamers verplicht willen

stellen. Elzinga c.s. vinden echter dat een lokale rekenkamer voor met name kleine gemeenten niet altijd nodig is; zij zullen er weinig gebruik van maken. Een alternatief is het instellen van regionale rekenkamers.

Tenslotte ging Elzinga in op de positie van de burgemeester. Deze moet versterkt worden in de procesrol. De burgemeester moet meer bestuurlijke mogelijkheden gegeven worden, invloed op de collegevorming, de algemene verantwoordelijkheid voor het lokaal democratisch stelsel en a- genderingsbevoegdheid. Deze nieuwe rol mag echter niet uitlopen op

Vervolg op pagina 12 een sterk partijpolitieke burgemeester.

Aanstellingswijze burgemeester

Het punt dat rondom het verschijnen van het rapport van de Commissie- Elzinga zoveel aandacht kreeg, namelijk de aanstellingswijze van de burgemeester, hield Elzinga in zijn lezing voor het laatst. Hij vertelde dat dit punt ook in de Commissie het laatst behandeld was. Zelf vindt Elzinga het geen dominant punt. De Commissie heeft in het advies hierover uiteindelijk geen unanimiteit bereikt. In de analyse was eerst de nieuwe taak van de burgemeester in het dualistische stelsel aan de orde geweest, en daaruit voortvloeiend werd gezocht naar de meest passende aanstellingswijze. Elzinga noemde eerst een aantal modellen die duidelijk niet passend zijn. De Commissie wil de Kroonbenoeming handhaven. De meerderheid van de Commissie is voor een burgemeestersaanstelling op enkelvoudige aanbeveling.

Kabinetsstandpunt

Enkele weken geleden is het kabinetsstandpunt ten aanzien van het rapport van de Commissie-Elzinga gepubliceerd. Veel voorstellen zijn overgenomen. Elzinga persoonlijk vindt de versterking van de vertegenwoordigende democratie met een grote rol voor de politieke partijen het belangrijkst. In die zin verwoordt het rapport ook een 'oud' standpunt. Het gezamenlijke probleembesef en het debat over de problemen daarover moet weer opleven. Hij was daarom blij met het debat dat, ook binnen de SGP blijkens dit congres, tot stond gekomen is naar aanleiding van het rapport Dualisme en de lokale democratie van de naar hem genoemde commissie.

KANTTEKENINGEN

"De Commissie-Elzinga en mijn buurman", zo luidt de titel van het referaat waarmee wethouder Van de Pol uit Nunspeet reageerde op de lezing van professor Elzinga. De titel refereert aan een heel andere invalshoek, namelijk die van een doorsnee burger. Van de Pol citeerde uit een gesprek met zijn buurman: "Elzinga? Wie is dat? " Wat zijn de gevolgen voor de burger als de voorstellen van de Commissie overgenomen worden door regering en Kamers? Voor een burger is het van belang dat het bestuur open. eerlijk en betrouwbaar is, of dat nu in een monistisch stelstel of in een dualistisch stelsel plaatsvindt. Van de Pol wees dan ook op het belang van een verandering in de cultuur van het bestuur, en niet zozeer de structuur, zoals de Commissie beoogt.

De coreferent plaatste enkele kanttekeningen, bijvoorbeeld bij de aanleiding tot het rapport. Tijdens de kabinetsformatie van Paars II stagneerden de besprekingen rondom de ideeën van D6ó over de invoering van de gekozen burgemeester en het duale stelsel. Men stelde een Staatscommissie in om dit probleem op te lossen. De opdracht aan de Commissie was echter niet om te onderzoeken óf het duale stelsel er moet komen, moor hóe. Dat het er moet komen, stond immers al in het regeerakkoord! De voorvraag "moet er een duaal systeem komen? " is dus niet eens gesteld.

Ook de vraag hoe monisme en dualisme zich verhouden, is niet grondig bij de discussie betrokken. Een derde onbehandelde vraag is die naar welke bestuursstructuur het best past bij de gemeente van de toekomst. Neemt de beleidsvrijheid van de gemeente en neemt de lokale autonomie echt toe bij dualisering van het bestuur? Wordt de burger in een duaal stelsel meer betrokken op de politiek? Dualisme lijkt het toverwoord van de Commissie te zijn. Haar voorstellen zijn echter een formalisering van de huidige bestuurspraktijk. Is dit don allemaal wel nodig?

Wethouder Van de Pol ging in op de volgende drie zaken uit het rapport: 1) versterking van de raad, 2) politieke herkenbaarheid en 3) het breder rekruteringsbeleid.

1. Versterking van de raad

Van de Pol vraagt zich af of de raad versterkt wordt als hij zijn bevoegdheden kwijtraakt, als het hoofdschap van de gemeente overgaat naar het college. De middelen zoals recht van amendement, initiatief, interpellatie en het stellen van vragen, die ter compensatie aan de raad gegeven zullen worden, staan voor een groot gedeelte als ter beschikking van de raad. Er wordt alleen geen gebruik van gemaakt. Zal dit veranderen door formalisering?

2. Politieke herkenbaarheid

Of de ontvlechting van de bestuursrollen wethouder en raadslid zal lei­ den tot meer debat en politieke herkenbaarheid, is nog maar de \ aag. Van de Pol verwacht dat wethc ders toch de fractievergaderingen z !len blijven bijwonen. Misschien zo; deze ontvlechting leiden tot stapei moties en vragen. Dot kan een : oop spektakel geven, moor maakt d : het bestuur voor de burger inzichte'i, ker? Een consistent bestuur is vc . veel groter belang. Duaal bestb, is meer een kwestie van cultuur, dun van structuur. Van de Pol is niet rincipieel tegen op een wethoudei /an buiten de raad, als deze maar bekwaam is en democratisch gelegitimeerd.

3. Breder rekruteringsbereik

Dalende opkomstcijfers hoeven et per definitie een teken te zijn vc ontevredenheid van de burger c er het bestuur. In verhouding tot armere Europese landen is de opkom . in Nederland juist hoger. De crisis an de vertegenwoordigende demo' a- tie, waar Elzinga het over had, . niet uitsluitend te wijten aan de i jkale democratie. Een ongelukkige ''itspraok van een landelijke politic .'s kan veel doen bij lokale verkiez! - gen. Maar ook maatschappelijk , ontwikkelingen als individualises ^g, globalisering, ontzuiling en seci jrisatie kunnen gerekend worden * de oorzaken. Het is waar, de h kenbaarheid van politieke partijen is ver te zoeken. Het is vaak one lidelijk waar een partij voor staat - en waarom. Partijen en politiek mo-'ren daarom terug naar het ontwikke en van beleid en leiderschap; hier I gt een taak voor de gemeentelijke > n de landelijke politiek.

Het dualisme is reeds vostgetimi' erd in het regeerakkoord van Paars '.-. Van de Pol verwacht dan ook de' het er wel zal komen. Zijns inzitns zit de echte oplossing voor de c' jor de Commissie genoemde probkrien grotendeels in een cultuurverandering; hij benadrukt het belang von representatieve democratie, act eva burgers en assertieve partijen, e burgers zijn het meest bij gebaci* bij een herkenbaar, betrouwbaar, cliëntgericht en consistent bestuur. Tot zover een impressie van de e- zingen. In een volgende afleve ng van Doelwit zal aandacht best? ed worden aan de punten die in d^ forumdiscussie, de workshops en de daaropvolgende plenaire discu3sie aan de orde gekomen zijn.

R. Biemond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2000

De Banier | 20 Pagina's

Kader of keurslijf?! Over monisme en dualisme in de lokale politiek (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2000

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken