Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Overwegingen bij de opheffing van het bordeelverbod

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Overwegingen bij de opheffing van het bordeelverbod

10 minuten leestijd

De laatste maanden is de opheffing van het bordeelverbod veel in het nieuv/s ge> veest. Alle gemeenten hebben zich met dit onderwerp bezig moeten houden of houden zich daar nog mee bezig, ledere dag is wei berichtgeving over de behandeling van dit onderv^erp terug te vinden in het Reformatorisch Dagblad. Voor een SGPraodslid was de problematiek aanleiding om zijn raadszetel ter beschikking te stellen. Dat geeft aan hoe diep dit onderv/erp een bestuurder kon raken. En dat > ve hier met een moeilijk en ook principieel onderwerp te maken hebben, is duidelijk.

GRENZEN GEMEEN­TELIJKE AUTONOMIE

Met het oog op 1 oktober - de datum van de inwerkingtreding van de v^et- hebben veel gemeenten de achterliggende weken hun besluitvorming over de gevolgen van de opheffing van het bordeelverbod afgerond of zijn zij bezig aan de afronding van de behandeling. Als gevolg van deze nationale wetgeving waren colleges van B& W en raadsleden gedwongen zich met deze problematiek bezig te houden, of zij nu wilden of niet. De complexiteit van de materie wordt vooral veroorzaakt door de onduidelijkheid die er bestaat over de grenzen van de gemeentelijke autonomie. Centraal staat de vraag: mag een gemeente nog een eigen beleid voeren met betrekking tot het prostitutiebeleid of is die vrijheid zo sterk ingekaderd, dat van een eigen beleid geen sprake meer kan zijn?

Voor de paarse partijen in het parlement, maar vaak ook elders in het land, is die vraag niet echt van belang, omdat de vraag voor hen als zodanig niet bestaat. Voor hen is het een uitgemaakte zaak dat de gemeenten niet de bevoegdheid hebben een nulbeleid te voeren. Vaak is het zo dat de raadsfracties die voorstander zijn van een positief prostitutiebeleid niet gehinderd worden door enige kennis van zaken. In die zin is het wrang om te constateren dat de christelijke partijen, die tegen de opheffing van het bordeel­ verbod waren en zijn, zich in deze materie moesten vastbijten, op zoek naar openingen en handvatten voor een nulbeleid, omdat naar hun mening die openingen er zijn. Want in veel artikelen, literatuur, ledenbrieven van de VNG, noch in het Handboek Lokaal

prostitutiebeleid wordt uiteindelijk het laatste woord ge­

zegd over de grenzen van de ge meentelijke beleidsvrijheid. Er is na de parlementaire behandeling veel onduidelijkheid blijven bestaan. We zullen een paar punten noemen.

ONDUIDELIJKHEID IS BLIJVEN BESTAAN...

...op het terrein van bet gemeenterecht Daarbij kan allereerst verwezen worden naar de behandeling van het wetsvoorstel in het parlement. Bij herhaling merkte de minister op, dat de rechter het beslissende woord zou moeten spreken. "Waarschijnlijk" zou de rechter een nulbeleid in strijd achten met artikel 19, derde lid, van de Grondwet.

De VNG heeft op dit standpunt verder geborduurd (zie o.a. in de Ledenbrief 99/1 88 van 20 december 1999). Daarbij gaat de VNG echter niet op de vraag in hoe artikel 149 van de Gemeentewet zich verhoudt tot het te ontwikkelen prostitutiebeleid door gemeenten. Bovendien laat de VNG zelf ook enige mist hangen om dit probleem. In dezelfde ledenbrief stelt zij: "fHet uiteindelijke oordeel over de juridische haalbaarheid van een gemeentelijk bordeelverbod, al dan niet ingebed in regionaal beleid, ligt uiteraard bij de rechter. Zolang er geen jurisprudentie bestaat, kan niets met zekerheid worden gesteld" (p. 4). Daarbij moet aangetekend worden, dat de VNG de kans van slagen hoger inschat, wanneer er in het kader van regionale afspraken een nulbeleid wordt gevolgd door de gemeenten. (Waarbij de VNG naar mijn mening even voorbijgaat aan het feit dat iedere gemeente dan toch dat nulbeleid ergens vast zal moeten leggen. fHet is de vraag of de problematiek daardoor we: verandert.)

Verder hanteert de VNG een h': merkwaardig standpunt, als he gaat over het weren of tegeng van raam- en/of straatprostitut dezelfde al eerder aangehaak brief stelt de VNG dat raam- ei straatprostitutie geweerd mag \ den (zie p. 6). Kan dat dan we Volgens de VNG is het ontwoc daarop 'ja': "fHoewel ook hieri kwestie van de grondwettelijke heid van arbeidskeuze aan de is, gaan wij ervan uit dat geme ten waar tot op heden in het gt niet getippeld wordt, dit in het lang van het woon- en leefklim' ook in de toekomst moeten kun voorkomen" (p. 6). Is dit niet o lend tegenstrijdig? Het gaat inr om dezelfde problematiek, nor dat van de gemeentelijke autoi (art. 149 Gemeentewet) versu, s grondwettelijke vrijheid van ar keuze (art. 19, derde lid, Groi wet)? In dit geval gaat de VNC. van de gemeentelijke autonorr Waarom? Waarop gebaseerd dat het in strijd met het woonleefklimaat kan zijn? Is dat dai het geval bij de vestiging van . delen? Kan daar ook niet de v of leefomgeving in het geding Dat lijkt mij niet echt onwaarsc lijk. Waarom zou bij de vestig van een seksinrichting, bijvoor een bordeel, datzelfde woonleefklimaat niet kunnen worde getast? rij- 'de 1- .eel in alia rs lijk •Tiie 'e , ids- Omliet r- )on- 'ijn? .jjneeld n aan-

... op het gebied van de ruimfelijke ordening Over die boeg gooit, bijvoorbeeld, de gemeentesecretaris van Vr ezen- veen het. In een artikel van zijn han-: in het Nederlands Dagblad van 30 augustus jl. schrijft hij dat juist die leefbaarheid zo'n belangrijke rd speelt bij de opstelling van best'.nnmingsplannen, hlij stelt dan: "In ' eel gemeenten kan rustig voorden gesteld, dat vestiging van bordele'- de leefbaarheid van een gemee: ; schap kon verstoren, hiet is het goe^ recht van een gemeentebestuu om op grond van dergelijke, plai oiogische overwegingen te komer tot het weren van 'voorzieningen als bordelen."!

Reeds in de brochure Het bordeelver! id van de baan, die vorig jaar nac alle SGP-raads- en statenleden is 9 stuurd, is ingegaan op de mogeL > heid van een de facto nulbeleic zie o.a. p. 37 van genoemde bro lure). Toen het VVD-kamerlid Nic laï de vraag aan de orde stelde oeveel ruimte er voor een ruimteli nulbeleid is, als er goede argume en voor zijn aan te dragen, wa de reactie van de minister hierop 'at hij daarvoor geen mogelijkhec 'n zag. fHij ging er van uit dat "oc •. een kleine gemeente in het ruiri-.telijk beleid een of meer bestemmif en kan vinden en aanwijzen WO '• het mogelijk is om prostitutie te 1 ïdrijven". De fracties van SGP en 'PF/GPV stelden in de Eerste Kame. vragen over dit punt. Minister Ko, 'nals merkte in antwoord op deze ragen op, dat er geen sprake VQ' een impliciete verplichting kan zijr een expliciete bestemming voor bot leien in bestemmingsplannen op te r jmen. Het antwoord van de minis jr: "De opheffing van het algeme-^n bordeelverbod resulteert echter .iet in een verplichting voor gefnc nten om ergens in de gemeente ee bestemming op te nemen die profitutie, impliciet of expliciet, ter pic ; tse mogelijk maakt. Gemeenten ne oen de bevoegdheid in een beste; .mingsplon géén voorziening op te 3men ten behoeve van gebruik va; gronden en opstallen waarvoor ge; ; ri behoefte is gebleken".2 Prostituf: - kon volgens de minister gewe rd worden van een concrete locai 9 op grond van de verwachte ruimtelijke uitstraling van een prostituticbedrijf ter plaatse. Bovenstaande laat zien dot het instrument van de ruimtelijke ordening voor gemeenten mogelijkheden biedt. Deze mogelijkheden mogen nier overschat, maar zeker ook niet onderschat worden. Ik heb de sterke indruk dat dat laatste echter wel ge­ beurt. Als er geen behoefte is gebleken voor bordelen e.d., hebben gemeenten de bevoegdheid in een bestemmingsplan geen voorziening op te nemen voor gebruik van gronden en opstallen. Herziening van een bestemmingsplan of verlening van een vrijstelling met het oog op vestiging van een bordeel kan echter alleen op ruimtelijke en niet op principiële gronden geweigerd worden. Op dat punt zal de rechter toetsen.

STANDPUNT BEPALING

Raadsleden die met deze problematiek geconfronteerd worden in hun gemeente, staan voor een moeilijke afweging. Mogen zij voor een nulbeleid stemmen? Gaan zij dan tegen de wet in wanneer zij daar inderdaad voor kiezen? Handelen zij in strijd met de eed, die zij hebben afgelegd, zoals door sommigen gesteld is?

We zagen zo-even dat de onmogelijkheid van een nulbeleid helemaal geen uitgemaakte zaak is. De jurisprudentie zal moeten gaan uitwijzen wat wel of niet kan. Ter vergelijking kan in dit verband gewezen worden op het coffeeshopbeleid. Hoewel het velen onmogelijk leek, koos de gemeente Naaldwijk toch voor een nulbeleid. De gemeente Naaldwijk werd echter niet teruggefloten door de rechter.

Het is dan ook begrijpelijk dat raadsleden van de SGP uit gemeenten waarin tot op heden geen bordeel o.i.d. gehuisvest was, voor een nulbeleid - al dan niet in regionaal verband- opteren. Deze raadsleden kunnen vanwege de principiële kant van de zaak niet aan een eventueel 'maximum 1-beleid' meewerken. Overigens blijkt uit de vele discussies die her en der in het land gevoerd worden, dat er verschillende varianten voorkomen. Enerzijds is er sprake van de variant waarin het nulbeleid in de APV geregeld wordt en de bestemmingsplannen dichtgetimmerd worden. Anderzijds zijn er gemeenten die in de APV regels opnemen die aan bordelen gesteld kunnen worden, terwijl ruimtelijk een nulbeleid gevoerd wordt. Een andere variant is die de gemeente Bunschoten, waar in de APV ter plaatse geregeld is dat binnen een straal van 500 meter van een school, jeugdcentrum en kerk geen seksinrichting mag komen. Het zou echter tekort door de bocht zijn hieruit de conclusie te trekken dat raadsleden die tóch voor een maximum 1-beleid kiezen daarmee niet principieel zouden zijn. De omstandigheden van een gemeente kunnen aanleiding geven tot zo'n standpunt te komen, waardoor zij ook bij hun afwe­

ging heel nadrukkelijk hun bestuurlijke verantwoordelijkheid voelen. Wat moet je bijvoorbeeld als raadslid doen, wanneer je onder de rook van een grote stad woont en bestuurt en die grote stad grijpt de nieuwe regelgeving aan om deze nieuwe 'bedrijfstak' te saneren? Je kunt als randgemeente dan heel nadrukkelijk geconfronteerd worden met een uitwaaiering van bedrijven. Kun je don als gemeente het risico lopen om tegen een voor de gemeente negatieve uitspraak van de rechter aan te lopen? De situatie kon dus per gemeente verschillend zijn.

En zeker wanneer in de gemeente waarin reeds bordelen of een bordeel gevestigd is, zal bet raadslid geconfronteerd worden met de vraag met het vraagstuk van beheersbaarheid en ordening. Daar ben je immers als bestuurder ook verantwoordelijk voor.

Wanneer we nog even kijken naar de vraag met betrekking tot de ambtseed, dan goot het op dit moment te ver om te stellen dat raadsleden die vóór een nulbeleid zijn tegen de wet in, dus in strijd met de ambtseed zijn. Dat wordt anders wanneer op dit vlak de mogelijkheden en onmogelijkheden van een nulbeleid in jurisprudentie uitgekristalliseerd is. Maar zolang dat niet het geval is, is het nonsens raadsleden die voor een nulbeleid gaan, de ambtseed tegen te werpen.

Noten

1 In aansluiting hierop stelt mr. A. Hoogendoorn dat het opnemen van een vergunningenstelsel, wat de modelverordening van de VNG inhoudt, niet logisch is. "Toepassing daarvan is dan immers niet aan de orde. Een gemeentebestuur zou zichzelf dan tegenspreken". 2 Eerste Kamer, vergaderjaar 1998- 1999, 25 437, nr 189b, pp 10/11.

P. van Vugt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 2000

De Banier | 20 Pagina's

Overwegingen bij de opheffing van het bordeelverbod

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 2000

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken