Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een goed begin

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een goed begin

7 minuten leestijd

Het Nvas een goed begin van het nieuwe vergaderjaar. Er stond een wetsvoorstel op de agenda, dat op een belangrijk thema, de zondagsrust, een stap in de goede richting wil zetten. Daarmee doel ik op het voorstel van de PvdAer mevrouw^ Bussemaker en de huidige ChristenUnie-voorman Van Dijke. Werknemers krijgen door deze wet het recht om in bepaalde gevallen te weigeren mee te > verken aan onnodige zondagsarbeid.

Inmiddels is een grote meerderheid in de T> veede Kamer ermee akkoord gegaan en ligt het voorstel bij de Eerste Kamer. Ook onze fractie heeft het voorstel van harte gesteund. Tegelijk hebben wij aangedrongen op verdergaande stappen.

ACHTERGROND

Wat is de achtergrond van dit voorstel? Onder het eerste paarse kabinet is door wijzigingen in winkeltijdenwetgeving en de Arbeidstijdenwet de deur naar onnodige zondagsarbeid verder opengezet. Van de geboden mogelijkheden tot uitbreiding van de koopzondagen wordt helaas gretig gebruik gemaakt. De hoofdnorm: niet werken op zondag, is door uitzonderingsbepalingen dan ook volstrekt uitgehold. Een toename van niet-noodzakelijke zondagsarbeid is het gevolg. In het licht van het vierde gebod is deze ontv^ikkeling een verdrietige zaak. De sporen van ontkerstening in het publieke gelaat van onze samenleving worden zo pijnlijk zichtbaar. Het gevolg is bovendien dat steeds meer werknemers in de problemen zijn gekomen. Een RMU-onderzoek liet dat haarscherp zien. In een toenemend aantal gevallen gaat de bereidheid tot zondagswerk een beslissende rol spelen in sollicitatieprocedures. Wie bezwaren heeft tegen nodeloze zondagsarbeid, komt daardoor steeds moeilijker aan een baan.

Zorgwekkende uitkomsten dus, waarvoor ook onze fractie in het parlement herhaaldelijk de aandacht heeft gevraagd. En wij niet alleen. Het draagvlak voor een aanscherping van wetgeving groeide. De hoop was dat bij de voorziene evaluatie van de Arbeidstijdenwet,

waarover dit najaar wordt gesproken, de bereidheid zou bestaan om de doorgeschoten regels inzake de zondagsarbeid bij te stellen.

VOORGESCHIEDENIS

Intussen bleek uit onverwachte hoek de bereidheid om vooruitlopend hierop een regeling te treffen voor werknemers met gewetensbezwaren tegen zondagsarbeid. Naar aanleiding van RMU-bijeenkomst over de problemen rond zondagsarbeid wilde Dó6-kamerlid Bakker een wettelijke voorziening treffen. Wij waardeerden het positief dat e i-en kansrijk voorstel zou komen, U welke partijpolitieke koker zo'r nitiatief afkomstig zou zijn, was . or ons daarbij van ondergeschikt belang. Dat er uiteindelijk een . orstel lag, was op zich al een m^ kante stap. Wel hadden we eepaar stevige bedenkingen tege je vormgeving in dit wetsvoorstel, ns voornemen was don ook om bi; e behandeling van dit wetsvoorste met wijzigingsvoorstellen te kon-., n.

De ChristenUnie (toen nog RPF/GPV-fractie) in de persoon .n Van Dijke bezorgde ons vorig je .r echter een verrassing. Onverwc it koos hij een andere route, door on j te kondigen samen met de PvdA - en eigen initiatiefvoorstel in te dier . . Ter voorkoming van versnipper!van voorstellen is vanuit onze fr ne daarop het initiatief genomen c een gemeenschappelijk beraao - houden met alle woordvoerders m de fracties die wetswijziging te' aanzien van zondagsarbeid vc stonden. De weg naar bredere samenspreking en samenwerkir bleek door Bussemaker en Van ke echter afgesloten. Hierin ligt he; ntwoord op de door sommigen g"; elde vraag, waarom de naam vo 'ie SGP niet aan dit initiatief is verr i- den.

CONSTRUCTIEVE OPSTELLING

Hoewel we het betreurden dat als christelijke kamerfracties hie door op dit belangrijke thema ' gemeenschappelijk konden op' den, hebben we ons van meet - aan ook tegenover de inhoud '• dit wetsvoorstel positief opgestf' • en de indieners met dit wetsvo' *el gecomplimenteerd.

Dat neemt niet weg dat we oconze eerlijke kritiek niet hebbe gespaard. Daarbij hebben we gepoogd dit constructief in ee^ aantal wijzigingsvoorstellen om te .: etten (zie ook de vorige Banier) Een voorname kanttekening w 'S dat de onnodige zondagsarbeid c s zodanig niet wordt aangepai'' door dit wetsvoorstel. Het is positie' dat de werknemer kan weigeren op sen koopzondag te werken, maa' daar- me' blijft het probleem dat de nietno' dzakelijke zondagsarbeid als zo...anig gewoon doorgang mag vir Jen. In de Arbeidstijdenwet is zo .der enige begrenzing de mogelijkneid geboden om wegens bedrijfso: standigheden op zondag aan ner werk te gaan - winstvergroting en concurrentiemotieven zijn al voldo'-; nde motief. Daarom hebben wij eeii wijzigingsvoorstel ingediend orr; hier tot inperking te komen. De plicht tot zondagsrust geldt immers eenieder: het gaat er uiteindelijk om 00' olie nodeloze arbeid op zondag wc dt nagelaten! Dat is wezenlijk voor onze theocratische inzet. Heiaas bleek een kamermeerderheid er niet voor te voelen de mogelijkrieden voor zondagsarbeid in te dammen. Het door de SGP ingediende amendement werd verworpen.

Een tweede kritiekpunt is dat het wetsvoorstel niet voorziet in een bescherming van sollicitanten. Wij hechten daar zeer aan, omdat ook de indieners zelf onderkenden dat de versterking van de rechten van zittende werknemers ertoe kan leiden dat werkgevers juist bij het aannemen van nieuw personeel extra gaan letten op de bereidheid tot zondagswerk. Dat hangt nauw samen met de spanning die er nu in onze wetgeving wordt gebracht: de spanning dat enerzijds om allerlei redenen op zondag gewerkt mag worden, maar anderzijds de werknemer om allerlei redenen mag weigeren op zondag te werken. Met wettelijke bepalingen kun je nooit alles afdichten, dat is waar. Maar het maakt de positie van een sollicitant wel sterker als hij zich uitdrukkelijk kan beroepen op een wetsbepaling. De teleurstellende ervaringen rond de ambtenaar van de burgerlijke stand die gewetensbezwaren heeft tegen medewerking aan een "homohuwelijk" laten zien dat een stevige wettelijke basis bepaald geen overbodige luxe is. Ook het amendement dat wij op dit onderdeel hebben ingediend, kreeg helaas geen meerderheid. Hoewel PvdA en CDA aanvankelijk de mogelijkheid voor steun open lieten, hebben zij zich bij hun uiteindelijke stemgedrag laten leiden door het betoog van Bussemaker en Van Dijke dat deze sollicitantenbescherming niet nodig zou zijn. Een gemiste kans!

NOODZAKELIJKE ZONDAGSARBEID?

Een derde kanttekening bij het wetsvoorstel is dat niet alle werknemers met gewetensbezwaren tegen zondagsarbeid met succes een beroep op het voorstel zullen kunnen doen. Het weigeringsrecht slaat niet op zondagswerk dat voortvloeit uit de aard van de arbeid.

Op zichzelf zijn we het er natuurlijk graag mee eens dat een werknemer zich niet zomaar mag onttrekken aan 'werken van noodzakelijkheid' zoals het verzorgen van het vee of 'werken van barmhartigheid' zoals het verzorgen van zieken op zondag. Het probleem is echter dat dit criterium 'aard van de arbeid' in onze tijd steeds ruimer wordt ingevuld. Bussemaker en Van Dijke rekenden niet alleen het werk in de hele zorgsector tot de noodzakelijke zondagsarbeid, maar ook het schoonmaken van gebouwen, werk in de horeca en werk in de recreatie-sector.

In die ruime uitzonderingen van hele sectoren konden wij ons niet vinden.

Mede-indiener Van Dijke heeft de openstelling van horeca op zondag verdedigd met de stelling dat het op zondag drinken van een biertje op een terrasje toch al eeuwen mogelijk is geweest. Van Dijke heeft gelijk. Reeds in de catechismusverklaringen uit de zeventiende en achttiende eeuw wordt erover gesproken. Maar wel steeds in afkeurende zin! De kroegen zitten vol, zo klaagde de Middelburgse predikant Smijtegelt in zijn dagen al. Hij zag het als een ernstige ontheiliging van Gods dag.

De strijd om de herovering van de zondagsrust zal menselijk gesproken niet op een dag gewonnen kunnen worden. Dat het wetsvoorstel van Bussemaker en Van Dijke sporen van compromis vertoont is in dit licht dan ook niet vreemd. Maar juist dan is het wel zaak om de verderliggende idealen helder overeind te houden. Het gebruik of de nood mag niet tot deugd verheven worden. Er is dan ook alle reden om ook na aanvaarding van dit wetsvoorstel met kracht te blijven aandringen op verdergaande stappen in de goede richting. In dat perspectief is het wetsvoorstel niet meer en niet minder don een goed begin.

mr. C.G. van der Staaij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 2001

De Banier | 32 Pagina's

Een goed begin

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 2001

De Banier | 32 Pagina's

PDF Bekijken