Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

PARLEMENTAIR LOGBOEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

PARLEMENTAIR LOGBOEK

8 minuten leestijd

EERSTE KAMER

De derde dinsdag van september is in november voor de meeste mensen al weer ver verleden tijd. Zo niet in de Eerste Kamer. Daar, in de waardige zaal waar eertijds de eerbiedwaardige en machtige Staten van Holland vergaderden, worden de algemene politieke beschouwingen n.a.v. troonrede en miljoenennota altijd eind november gehouden. Namens de SGP voerde fractievoorzitter mr. Holdijk het woord.

De SGP-afgevaardigde putte zich, in de beperkte spreektijd die hij had, niet uit in het aanstippen van allerhande verschillende thema's. Dit keer mondde zijn bijdrage uit in een beschouwing over de actuele vraag: hoe dient de overheid de rol van de religie in de samenleving te waarderen en een plaats te geven? Dit mede naar aanleiding van het allochtonenvraagstuk en de aanslagen in de VS. Daarbij sloot hij aan op de brochure 'Verkenningen 2002, bouwstenen voor toekomstig beleid'.

No ingegaan te zijn op de taak van de overheid meer algemeen, constateerde Holdijk dat de vestiging van zo'n anderhalf miljoen allochtonen in ons land de regering voor de opdracht plaatst deze nieuwe Nederlanders een "vaderlands gevoel" bij te brengen. In de 19e eeuw kon dat nog door te wijzen op een gemeenschappelijke geschiedenis en taal en (ten dele) godsdienst. Dat kan nu niet. Het ontwikkelen van zo'n gevoel is overigens niet alleen een zaak van particuliere organisaties en personen, maar ook een verantwoordelijkheid van de (Rijks)overheid. Van hieruit maakte de SGP-senator de stap naar de neerbuigende manier waarop de 'verlichte' wester­ se mens kijkt naar godsdienst en religie. Holdijk citeerde in dit verband de godsdienstsocioloog en cultureel antropoloog Van der Veer, die erop heeft gewezen dat de gemoderniseerde, ontkerkelijkte, post-verzuilde Nederlander het streng religieuze oosten beschouwt als een achtergebleven gebied. De maatschappelijke, en dus politieke rol van de godsdienst, is volgens Van der Veer moderner en positiever dan menigeen in het westen denkt.

ACHTERHAALD

Holdijk: "In het westen bestaat volgens Van der Veer een hardnekkig geloof dat sinds de verlichting in de zeventiende eeuw een proces van modernisering heeft plaatsgevonden waarbij de rol van religie in de samenleving steeds verder naar de achtergrond is verdwenen. Westerse staten werden op steeds rationelere ideeën gegrondvest, de democratie deed haar intrede en daarmee ook het nationalisme. Staat en kerk gingen uit elkaar. Godsdienst werd een aangelegenheid van de privé-sfeer. Vooral sinds het einde van de jaren zestig van de vorige eeuw is het idee ontstaan dat religie een onmoderne, achterhaalde ideologie is en wordt de marginalisering van de religie als een bevrijding gezien."

Van dat beeld klopt niets. Uit historisch onderzoek in onder meer Nederland en Groot-Brittannië blijkt dat religieuze bewegingen juist een grote rol hebben gespeeld bij het ontstaan van het natiegevoel en het daarbij behorende publieke debat. Veel kritiek op de rol van religie in het publieke leven kan bovendien verklaard worden uit de angst dat "de verworvenheden uit de jaren '60" worden teruggeschroefd. Holdijk beëindigde zijn inbreng dan ook met de oproep dat de overheid (weer) ruimte moet geven en laten voor het element religie. Wie godsdienst, cultuur en politiek ontvlecht, is verkeerd bezig. Er moet met name ruimte gelaten worden op het grensgebied tussen de publieke en private sfeer. Dat behoort óók tot de kwaliteit van het overheidsbeleid, en die vaststelling mag paars best eens in haar oren knopen.

ZEELAND

Twee weken geleden was de SGP- Tweede Kamerfractie met enkele medewerkers op (werk)bezoek in de bakermat van de SGP: Zeeland. Delegatieleider en partijvoorzitter Kolijn wachtte met enkele mede- Zeeuwen de Haagse SGP'ers op ii zijn eigen woonplaats, Terneuzen. Eerste stop was een bezoek aan dt lokatie waar de in aanbouw zijndi tunnel onder de Westerschelde aai landt. Daar kreeg het gezelschap uitleg over de stand van zaken met betrekking tot die tunnel, en dan ir name wat betreft het aspect veiligheid. Een alleszins actueel onderwerp, gezien de recente ongelukke ' in het Alpengebied én het gegeven dat er ook in ons land steeds vaker tunnels worden gegraven en geboord om een deel van de verkeersproblemen in goede bonen te leiden.

Wat dat laatste betreft: verderop c ochtend liet 'Den Haag' zich ook voorlichten over de mogelijkheid e wenselijkheid om zowel in het Sld gebied als bij Terneuzen te komen tot uitbreiding van de havencapac teit. Ook daarbij is er een duideliji verband met het verkeers- en vervoersvraagstuk. Zeeland als alterr tief of uitwijkmogelijkheid voor Ro: terdam en de Maasvlakte? En: hoe moet het verdere vervoer richting achterland dan worden ingericht, inclusief ook hier het belang van c^ veiligheid?

Kamerlid Van den Berg voegde zich pas 's middags bij de SGP-delegctie. Dot was nadat ook hij al gerui me tijd op Zeeuwse bodem had veitoefd, en wel samen met kamerleden van andere partijen ir. Middelburg. Zij waren daar om samen met Belgische parlementariërs te spreken over de uitdieping van de Westerschelde. Later deze maand hoopt de fractie haar scep'sche houding in dezen in te brengen in het geplande overleg over deze kwestie met de regering. Bij een bezoek aan Zeeland hoort uit-'iaard ook een gesprek met de land bouw en de visserij. Dat stond voci de vrijdagmiddag op de agenda. Uit de praktijk kregen de SGP'ers de problemen en wensen aangereikt. De Zeeuwse dag werd beëir, digd met een buitengewoon geslaagde avond in Middelburg. Als de opkomst op die vergadering maatgevend is voor de positieve belangstelling voor de SGP in het land, dan belooft Middelburg de SGP veel goeds...

BOUWFRAUDE

Vrij plotseling heeft Nederland er een nieuwe affaire bij: de 'bouwfraude'. Voor een goed begrip van de kwestie waar tiet hier over gaat, is het goed twee dingen uit elkaar te houden. Enerzijds is er de schikking die er is getroffen tussen enkele bouwbedrijven en het Openbaar Ministerie over de bouw van de Schipholtunnel. Daardoor ontliepen de betrokken ondernemers vervolging door de strafrechter. Terecht was de verontwaardiging hierover groot, omdat zo'n gang van zaken strijdt met ieders rechtsgevoel. Ook de SGP is er verbolgen over, maar, qegeven ons staatkundige bestel, is daar nu niets meer aan te doen. Een motie van treurnis' over deze schikking van ons kamerlid Van den Berg, waarin hij uitsprak dat dit een geval moet zijn voor de categorie 'eens-maar-nooit-weer', kreeg een 'uime Kamermeerderheid. Alleen de '\6A stemde tegen, en, verrassenderwijs ook de CU.

De andere kwestie betreft berichten als zou er bij de aanbesteding van grote werken door de erbij betrokken bedrijven op grote schaal worden gefraudeerd, soms met medeweten en zelfs de hulp van ambtenaren. Verhalen over dit soort malversaties in de bouwwereld zijn uiterst kwalijk, ook voor de overheid. Reden genoeg dus om hier de onderste steen boven te halen. Mocht blijken dat die berichten over ongeoorloofde prijsafspraken en verzonnen facturen op niets gebaseerd zijn, dan worden de ondernemers en ambtenaren van alle blaam gezuiverd. En als het wél waar is, dan kan een onderzoek zuiverend werken voor de toekomst.

LANDBOUW

Afgelopen week rekende de Tweede Kamer af met landbouwminister Brinkhorst. Het was voor het laatst dat hij zijn begroting verdedigde. Voor diverse kamededen was dat dan ook het moment om de eindbalans op te maken. Dat die bij nogal wat partijen niet goed uitpakte voor deze bewindsman, stond al bij voorbaat vast. Geen minister van landbouw, maar minister tégen de landbouw zei CDA'er Atsma. Zijn VVD-collega Oplaat was evenmin over Brinkhorst te spreken. U verknalt uw eigen beleid door uw arrogante optreden, luidde het verwijt van de liberale coolitiegenootoverigens zelf wel mede-verantwoordelijk voor het beleid.

SGP-fractievoorzitter Van der Vlies stelde dat een meer meelevende houding met de boeren de minister niet misstaan zou hebben. Boeren hebben dat nodig en verdienen het ook. De minister zegt wel dat hij geen belangenbehartiger van de sector is, maar van de weeromstuit hoeft hij zich nu ook weer niet tegenover de sector te plaatsen. En dat is zoals het ervaren wordt. De feiten sluiten daarbij aan: meer dan 40% van de gezinnen zit onder de armoedegrens, per week sluiten ongeveer 90 bedrijven de deuren en de inkomsten dalen zienderogen. In deze omstandigheden is het

nodig perspectief te bieden, niet om boeren nog verder te ontmoedigen.

Na deze inleiding stond de SGPafgevaardigde nog stil bij de onderwerpen die in de voorbije periode het beeld hebben bepaald: de uitbraak van het mond- en klauwzeervirus en de daarmee gepaard gaande ruimingen, de onplezierige nasleep ervan, het noodfonds, de BSE-crisis, uiteraard ligt er nog het mest-dossier, het agrarisch natuurbeheer, de bedrijfsopvolging en zo nog wat zaken meer.

ONDERWIJS

Ook bij het beleidsterrein onderwijs blikte ir. Van der Vlies terug op vier jaar kabinetsbeleid. Gelukkig komt deze sector er beter vanaf, in ieder geval wat betreft de forse investeringen die er konden worden gedaan ten behoeve van zaken als groepsgrootteverkleinding, ICT en onderwijsachterstanden. Tegelijkertijd blijft het lerarentekort knellen. De SGP-woordvoerder ging in zijn betoog uitvoerig in op de talrijke aspecten van het onderwijsbeleid, zoals - om slechts een paar dingen te noemen- de huisvesting, de materiële bekostiging, de bijzondere problemen van scholen met schipperskinderen en de oplopende vervoerskosten.

Veel aandacht ging er dit keer ook uit naar de onderwijsvrijheid. Nederland heeft een uniek onder-

wijsbestel, mede tot stand gebracht na vele persoonlijke offers en jarenlange strijd om kinderen te kunnen laten opgroeien bij het licht van een opengeslagen Bijbel. Het kabinet was wat de toekomst van dit bestel betreft niet eenduidig. Enerzijds verdedigden de bewindslieden het recht van bijzondere scholen om een eigen toelatingsbeleid te voeren, anderzijds worden er ontwikkelingen gestimuleerd die een gevaar vormen voor de traditionele onderwijsvrijheid. Waar dat in uitmondt, zal het volgende kabinet leren...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2001

De Banier | 20 Pagina's

PARLEMENTAIR LOGBOEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2001

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken