Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Doelwit · Monumentenbeleid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Doelwit · Monumentenbeleid

9 minuten leestijd

Voor de SGP mag monumentenbeleid geen ondergesneeuwde zaak zijn. Monumenten tonen ons de gesctiiedenis van Nederland of brengen die geschiedenis in herinnering; ze vormen een stuk zichtbare historie met een educatief, kunstzinnig en recreatief aspect. De vele monumentale kerkgebouwen in ons land wijzen bijvoorbeeld op de christelijke wortels van onze samenleving, waar het de SGP aan gelegen ligt om die te conserveren. Monumenten verdienen onze aandacht.

De laatste decennia is er ook van rijkswege meer aandacht - en geld- gekomen voor monumenten. Dat is een positieve ontwikkeling. De regelgeving met betrekking tot monumenten is echter behoorlijk ingewikkeld. Vandaar dat de VNG onlangs een voorstel voor nieuw monumentenbeleid lanceerde in de nota Toekomst voor het verleden. Dit naar aanleiding van een suggestie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, dr. F. van der Ploeg, die een nieuw beleid wil invoeren om de instandhouding van gerestaureerde monumenten te bevorderen. In december 2001 presenteerde hij een voorstel aan de Tweede Kamer Een andere VNG-publicatie waar we in dit artikel op in willen gaan, is de brochure MonumentenZorg lokaal op koers, waarin de VNG de gemeenten een handreiking doet om gemeentelijk monumentenbeleid handen en voeten te geven.

Wat zijn monumenten?

Monumenten kunnen gedefinieerd worden als alle fysieke onderdelen van de omgeving die het aanzien van een gebied bepalen: dus zowel een bruggetje, een hunebed, een boerderij, als een laantje, een dorpsplein of een stadsgezicht vallen onder deze definitie. Het gaat niet alleen puur om objecten, maar ook structuren zijn van belang. Om een monument te beschermen, is het nodig dat het van nationaal belang is, uniek, en ten minste 50 jaar oud.

In Nederland zijn er ongeveer 350 beschermde stads- en dorpsgezichten en 44.000 monumenten van vóór 1850. Door het Monumenten Selectie Project (MSP), dat in de afrondende fase is, zullen meer dan 10.000 monumenten uit

de periode 1850- I940 en ongeveer 200 beschermde stads- en dorpsgezichten aan de rijksmonumentenlijst worden toegevoegd. Het MSP is een landelijke inventarisatie en selectie van monu­-

menten (architectuur en stedenbouw) uit genoemde periode.Veel gebouwen uit deze tijd hebben iets te maken met de industrialisering van ons land, zoals spoorwegstations of fabrieken. Niet alle panden die geïnventariseerd zijn ten bate van het MSR worden ook geselecteerd voor de rijksmonumentenlijst. De niet-geselecteerde panden zouden wél door gemeenten op een gemeentelijke monumentenlijst gezet kunnen worden. Op dit moment wordt al voorzichtig ge­ keken welke objecten uit de periode 1940-1965 - de Wederopbouw- t.z.t. toegevoegd kunnen worden aan de monumentenlijsten.Wat dit tijdvak betreft valt te denken aan pompstations, elektriciteitscentrales en nieuwbouwwijken.

Huidige regelgeving

In het monumentenbeleid moet onderscheid gemaakt worden tussen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. Bij het beleid ten aanzien van rijksmonumenten zijn verschillende departementen betrokken. Zo is de voorbereiding en de uitvoering van de monumentenzorg een taak van het Ministerie van OCenW. De Minister houdt een rijkslijst van beschermde monumenten per gemeente bij.Voor toevoeging van een

monument aan deze rijkslijst van monumenten moet op basis van de Monumentenwet 1988 altijd advies gevraagd worden aan de gemeenteraad. Als het gaat over de bescherming van stads- en dorpsgezichten, is ook het Ministerie vanVROM hierbij betrokken. Van de beschermde stads- en dorpsgezichten wordt eveneens een register bijgehouden.

In de Monumentenwet wordt burge­meester en wethouders de bevoegdheid gegeven te beslissen over aanvragen van vergunningen tot wijziging, afbraak of verwijdering van beschermde rijksmonumenten. Het college moet hierin geadviseerd worden door een commissie op het gebied van de monumentenzorg. De inschakeling van zo'n commissie wordt geregeld in een verordening. Een dergelijke monumentencommissie kan ook adviseren waar het gemeentelijk monumentenbeleid betreft. Op het gemeentelijk monumentenbeleid wordt verderop in dit artikel uitgebreider ingegaan.

Subsidies

Als gevolg van het Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997 (Brrm) wordt het budget voor restauraties niet meer verdeeld op basis van aantallen monumenten, maar op basis van een behoefteraming. Deze subsidie wordt volgens een ingewikkeld systeem geregeld waarbij alle bestuurslagen betrokken zijn en waarbij verschillende financiële instrumenten gebruikt worden, zoals fiscale aftrek, subsidie, laagrentende lening en voorfinanciering. Het besluit wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Monumentenzorg. Gemeenten die beschikken over een monumentenverordening en waarin tenminste 100 beschermde monumenten zijn gelegen kunnen eens per vier jaar een restauratiebehoefteraming indienen bij de minister van OCenW. De gemeente treedt als budgethouder op. De overige gemeenten dienen deze behoefteraming in bij de provincie, die als budgethouder optreedt.

Het provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma (Prup) voor niet-budgethoudende gemeenten wordt jaarlijks door de provincie opgesteld op basis van door die gemeenten op te stellen prioriteitenoverzichten. Het gemeentelijk restauratie-uitvoeringsprogramma (Grup) wordt door de gemeenteraad vastgesteld, nadat het budget door de minister vanVROM voor de budgethoudende gemeente is vastgesteld. De eigenaar van een monument kan alleen subsidie ontvangen als het monument in zo'n uitvoeringsprogramma is opgenomen.

Dan zijn er nog het Besluit rijkssubsidiëring onderhoud monumenten (Brom), het Besluit rijkssubsidiëring historische buitenplaatsen (Brhb) en het Besluit rijkssubsidiëring grootschalige restaura- ties (Brgr), die uitgevoerd worden door het rijk. De onderhoudssubsidie is bestemd voor monumenten die moeilijk te exploiteren zijn, waardoor het onderhoud voor de eigenaar een onevenredig zware financiële last betekent, zoals bij kerken, kastelen en molens. De Brhb is een subsidie voor particuliere eigenaren van buitenplaatsen. De Brgr betreft monumenten die grootschalige restauratie behoeven zoals de Beurs van Berlage in Amsterdam en Kasteel De Haar in Vleuten/De Meern.

Nieuw beleid

Door een tekort aan gelden was aan het einde van de vorige eeuw een flinke achterstand ontstaan op het gebied van restauraties van monumentale gebouwen. Halverwege de jaren '90 is een grote operatie gestart om deze achterstanden in te halen. Nu deze achterstanden binnenkort grotendeels weggewerkt zullen zijn, maakt staatssecretaris Van der Ploeg er werk van om de door restauratie behaalde resultaten te behouden. Hij pleit voor een gedegen instandhoudingbeleid voor monumenten. Een andere reden om het huidige beleid te veranderen is de complexiteit van de regelgeving. Zoals blijkt uit de paragraaf subsidies zijn er allerlei subsidieregelingen voor verschillende soorten monumenten en verschillende te subsidiëren activiteiten.

In zijn brief van 18 december 2001 aan de Kamer presenteert de staatssecretaris een nieuw beleid ten aanzien van restauratie en onderhoud. Dit houdt ten eerste in een vereenvoudiging van de regelgeving zodat het voor de eigenaren van monumenten gemakkelijker wordt van de juiste subsidies en andere regelingen gebruik te kunnen maken. In het nieuwe beleid zal dan ook de eigenaar centraal staan. Deze moet zoveel mogelijk gestimuleerd worden om het monument, als het eenmaal gerestaureerd is, in stand te houden.Volgens Van der Ploeg kan dit gebeuren door: - samenhang van de verschillende regelingen omtrent restauratie en onderhoud; - vereenvoudiging van de regelingen en verbetering van financiële advisering en begeleiding door het instellen van één overheidsloket waar de eigenaar met al zijn vragen terechtkan; - directe financiering; - kwaliteit en effectiviteit in de monumentenzorg; - planologische inbedding van het monument. Een aantal van deze voorstellen om het monumentenbeleid te verbeteren, wordt ook genoemd door deVNG in haar voorstel 'Toekomst voor het verleden.VNG-voorstel voor een nieuw monumentenbeleid'. DeVNG benadrukt evenals de staatssecretaris het centraal stellen van de eigenaar in het nieuwe beleid. Ook zijn ze het eens over het creëren van één overheidsloket waar eigenaars terechtkunnen: volgens de VNG moet dat de gemeente zijn als de dichtst bij de burger staande overheidslaag. Daarnaast wil de VNG alle bestaande subsidieregelingen combineren tot één budget Cultureel Erfgoed. Dit budget zou gebundeld moeten worden met het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing. Een zelfde regeling zou moeten gelden voor rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten.

Plan voor gemeentelijk beleid

De gemeentelijke monumentenlijst werd in dit artikel al meerdere malen genoemd. Monumenten die niet in aanmerking komen voor de rijksmonumentenlijst, kunnen door de gemeente aan-

gewezen worden als beschermd monument. De gemeente heeft namelijk de mogelijkheid om naast de rijksmonumentenlijst een eigen gemeentelijke lijst aan te leggen, waarop monumenten geplaatst worden die niet voorkomen op de rijkslijst, maar waarvan de bescherming wel wenselijk is.

Naast de in de inleiding al genoemde redenen om als SGP aandacht te hebben voor monumenten, kan een goed monumentenbeleid door middel van recreatie ook economisch voordeel opleveren. Overigens moet gezegd worden dat de zondagsopenstelling van veel mo-numenten natuurlijk een betreurenswaardige en af te keuren zaak is. De publicatie'Monumentenzorg lokaal op koers. Een handreiking voor een gerichte aanpak van gemeentelijk monumentenbeleid' van de VNG geeft een praktische handreiking hoe in de gemeente met beperkte middelen een eigen monumentenbeleid gevoerd kan worden.

In een plan van acht stappen wordt een methode gegeven om tot een gemeen­telijk monumentenbeleid te komen: 1. Monumentenbeleid inbedden in gemeentelijk beleid en organisatie. De neuzen binnen de gemeenteorganisatie moeten allemaal één kant op staan, te meer omdat monumentenbeleid zoveel verschillende sectoren raakt (denk aan cultuur, onderwijs, recreatie, volkshuisvesting, ruimtelijke ordening). 2. Natuurlijk moeten ook de inwoners enthousiast gemaakt worden; het creëren van extern draagvlak is van groot belang. 3. Door middel van het opstellen van een gemeentelijke monumentenverordening wordt een heldere procedure voor het aanwijzen van objecten tot gemeentelijk monument en vervolgens het beschermen van het monument vastgelegd. 4. Om deskundigen te betrekken bij het monumentenbeleid moet een monumentencommissie ingesteld worden. 5. In een subsidieverordening worden de voorwaarden voor financiële bijdragen aan onderhoud en restauratie vastgelegd. 6. Vervolgens worden objecten geselecteerd en geregistreerd die in aanmerking komen voor plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst. 7. Over de aanwijzing van gemeentelijke monumenten wordt een besluit genomen; de aanwijzing moet van rechtswege beschermd worden. De rechten en plichten van de eigenaar worden formeel bevestigd. 8. Nu komt het aan op uitvoering en handhaving van het beleid. Er kan een loket geopend worden voor eigenaren van monumenten.Verder wordt gecontroleerd of de monumenten in goede staat blijven; of subsidies effect hebben en de betrokken partijen de afspraken nakomen.

De laatste stap van dit plan laat zien dat monumentenbeleid een doorlopend proces is. Met name omdat regelmatig onderhoud grote restauraties (met hoge kosten) kan voorkomen, is het van belang monumentenbeleid tot een zorg van de gemeente te maken - als dat nog niet zo is. De monumenten zijn het waard!

N.a.v. "Monumentenzorg lokaal op koers. Een handreiking voor een gerichte aanpak van gemeentelijk monumentenbeleid", VNG-uitgeverij, Den Haag 2000, en "Toekomst voor hetVerleden.VNG-voorstel voor een nieuw monumentenbeleid", VNG, juli 2000.

Rudi Biemond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 2002

De Banier | 24 Pagina's

Doelwit · Monumentenbeleid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 2002

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken