Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Doelwit · Is uw gemeente veilig? (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Doelwit · Is uw gemeente veilig? (I)

9 minuten leestijd

Enschede en Volendam zijn de plaatsnamen die in bestuurlijk Nederland de afgelopen anderhalf jaar waarschijnlijk het meest gevallen zijn. De rampen liggen al weer geruime tijd achter ons, maar de bestuurlijke nasleep zal nog geruime tijd m beslag nemen. Wat zijn de consequenties van deze rampen voor het veiligheidsbeleid in uw gemeenten? Die vraag willen we in enkele Doelwit-artikelen beantwoorden. Daarbij laten we ook SGP-politici en bestuurders aan het woord.

Schokkende bevindingen

De onderzoeken van de Commissie- Oosting naar de ramp in Enschede en van de Commissie-Alders naar de ramp in Volendam en de rampenbestrijding in diverse andere gemeenten leverden opmerkelijk vergelijkbare bevindingen op. In veel gemeenten v/as sprake van onzorgvuldig en onterecht verlenen van bouwvergunningen en gebruiksvergunningen.Vergunningen werden vaak verstrekt zonder dat ambtenaren ter plaatse kennis genomen hadden van de bestaande (veiligheids)situatie in en rond gebouwen. De gemeenten bleken ook structureel te weinig aandacht te besteden aan de controle op de naleving van milieu- en veiligheidsvoorschriften. Dat had bij de lokale overheden geen prioriteit. Daarnaast beschikten veel gemeenten niet over een rampenplan, of was het hopeloos verouderd. In het geval van Enschede bleek daarnaast ook de rijksoverheid nog eens te falen: landelijke veiligheidsinspecties deden hun werk ver onder de maat.AI met al schokkende bevindingen. Duidelijk kwam naar voren dat er niet alleen op het terrein van regelgeving en bestuurlijke coördinatie veel mis was, maar ook dat er sprake was van totaal verkeerde bestuursculturen.

Lessen uit Enschede en Volendam

Uit de rampen in Enschede en Volendam moesten enkele heel basale lessen getrokken worden, zo vonden Oosting, Alders en met hen heel bestuurlijk Nederland. Het meest kernachtig was Alders, die aan het eind van zijn rapport de hartenkreet slaakte: "Laten we nu met zijn allen eens gaan doen wat we afgesproken hadden te doen!" We hebben zoveel regels op het terrein van veiligheid. Laten we die regels nu eens uitvoeren en onze afspraken nakomen. Belangrijke conclusie was ook: op allerlei terreinen valt voor gedoogbeleid wel wat te zeggen, maar op het terrein van de veiligheid kan gedogen niet aan de orde zijn. De overheid kan het niet maken om de hand te lichten met de veiligheid van de burgers. Dat is immers levensbedreigend. Daarnaast werd breed ingezien dat een goed preventief veiligheidsbeleid van het grootste belang is. Het accent moet verschuiven van rampenbestrijding - dan is de ramp immers al gebeurd! - naar het voorkomen van rampen. En tenslotte was iedereen het er over eens dat 'veiligheid van ons allemaal is'. De eerste verantwoordelijkheid voor veiligheid ligt zelfs bij burgers, ondernemers en instellingen, en niet bij de overheid. De verantwoordelijkheid van de overheid is hiervan een afgeleide. De rol die de rijksoverheid vervult op het gebied van veiligheid is een meer kaderstellende en controlerende rol. Samengevat zijn er dus vier belangrijke lessen uit de rampen in Enschede en Volendam getrokken:

1. Doen wat is afgesproken; 2. Niet gedogen, maar handhaven; 3. Preventie van rampen is prioriteit nr. I; 4. Gezamenlijk zijn we verantwoordelijk voor veiligheid.

Bestuurlijke structuur rampenbestrijding

In de rest van dit artikel en in de komende afleveringen gaan we na welke bestuurlijke vertaling aan deze vier lessen gegeven wordt.Voor de helderheid vatten we eerst even samen hoe de bestuurlijke structuur van de rampenbestrijding in Nederland in elkaar zit, om vervolgens bij elk van de bestuurslagen afzonderlijk stil te staan.Voor de rampenbestrijding en het veiligheidsbeleid zijn vier bestuurlijke niveaus verantwoordelijk: het rijk, de provincie, de brandweerregio en de gemeente.

I.Het rijk is systeemverantwoordelijk voor de rampenbestrijding en het veiligheidsbeleid. De centrale overheid stelt wettelijke regels vast, maakt beleid, regelt de bestuurlijke structuur op hoofdlijnen (denk aan de inrichting van de brandweerregio's), stelt kwaliteitseisen vast en draagt zorg voor het tweedelijnstoezicht (de rijksinspecties voor VROM en Brandweerzorg). Daarnaast voorziet de centrale overheid in het leeuwendeel van de kosten die gemoeid zijn met veiligheid en rampenbe­ strijding.

2. De provincie heeft met name een toetsende en toezichthoudende rol ten aanzien van de brandweerregio's en de gemeenten. De provincie kijkt of de regionale beheersplannen en de lokale rampenplannen in orde zijn.

3. De brandweerregio's hebben een coördinerende rol. Op het niveau van de regio's maken gemeenten onderling afspraken over verantwoordelijkheidsverdeling, capaciteitsverdeling (denk aan het regionale beheersplan) enzovoort.

4. De gemeenten voeren het vastgestelde beleid inzake veiligheid en rampenbestrijding uit. Het lokale niveau is immers het vlak waar veiligheidsvraagstukken het meest concreet spelen. We gaan nu achtereenvolgens elk bestuurlijk niveau langs om te kijken wat er na de genoemde twee rampen veranderen gaat.

De rol van het rijk

De rijksoverheid is na vaststelling van de actieprogramma's Enschede en Volendam de motor achter de uitvoering van de 147 daarin opgenomen actiepunten.We halen de belangrijkste ervan voor het voetlicht.

1. De rijksinspecties, met name die voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding, zullen uitgebreid worden, zodat ze meer werk kunnen verzetten. Ook zullen de wettelijke mogelijkheden voor deze inspecties uitgebreid worden om onderzoek te verrichten naar de wijze waarop bestuursorganen, zoals gemeenten, hun taak op het gebied van veiligheid en rampenbestrijding uitvoeren.

2. De regering is bezig met de oprichting van een onafhankelijke raad voor onderzoek naar ongevallen, die zich bezig gaat houden met rampen als die in Enschede en Volendam. Het voordeel van een dergelijke vaste raad is dat hij expertise op kan bouwen, die bij elk nieuw geval ingezet kan worden.

3. Op de ministeries zal onderzocht worden in hoeverre regelgeving op het gebied van veiligheid en bouwen vereenvoudigd kan worden en hoe tegenstrijdigheden in die regelgeving weggenomen kunnen worden. Dit is noodzakelijk om aan burgers, ondernemers, instellingen en lagere overheden op eenvoudige wijze duidelijk te kunnen maken aan welke vereisten ze moeten voldoen. De be- oogde uitkomst van dit onderzoek zal bestaan uit heldere handleidingen voor betrokkenen, waarbij goed gelet zal voorden op de aansluiting van technische voorschriften op praktische gebruiksvoorschriften. In tussentijd (2002) kunnen gemeenten terecht bij een centraal informatiepunt voor vragen over bouwregelgeving.

4. Hieraan gekoppeld zal een wettelijke plicht ingevoerd worden voor burgemeesters en wethouders om een beleidsplan op te stellen waarin zij beschrijven hoe zij zich van hun preventieve en repressieve toezichthoudende taken en bevoegdheden op het gebied van bouwregelgeving zullen kwijten en hoe zij de gemeenteraad daarover informeren.

5. Op centraal niveau zullen wettelijke regels opgesteld worden waaraan gemeentelijke rampenplannen en rampbestrijdingsplannen moeten voldoen, teneinde de gemeenten in staat te stellen zich van hun uitvoerende taak te kwijten, en idem dito de provincies voor wat hun toetsende taak aangaat.

6. De regering is aan het studeren op mogelijkheden om aan ondernemers en instellingen bestuurlijke boetes op te leggen wanneer zij niet aan wettelijk voorgeschreven bouwveiligheidseisen voldoen.

7. De mogelijkheden voor invoering van een soort keurmerk (via certificering) van veilige gebouwen en inrichtingen wordt momenteel onderzocht. Van een dergelijk keurmerk moet een stimulerende werking uitgaan naar ondernemers en instellingen om echt werk te maken van de veiligheid.

8. Via de TV en andere media verzorgt de centrale overheid voorlichtingscampagnes voor vergroting van het veiligheidsbewustzijn van burgers, ondernemers, instellingen en bestuurders.

De rijksoverheid heeft, begrijpelijk, de tijd nodig om één en ander uit te voeren.Aan elk van de actiepunten is daarom ook een tijdpad verbonden. Gemiddeld genomen zullen de meeste punten in 2002-2004 ten uitvoer worden gebracht. Dit betekent dat veiligheid ook van het komende kabinet, dat na de verkiezingen van 15 mei 2002 geformeerd zal worden, een topprioriteit zal moeten zijn. Het is de taak van de Kamer om zich niet door de waan van de dag te laten leiden - niet alle actiepunten zijn politiek immers even aan-

trekkelijk -, maar erop toe te zien dat de regering bestuurlijk en financieel ook echt doet wat ze beloofd heeft.

De rol van de provincie

Over de rol van de provincie bij de rampenbestrijding bestaat nogal eens wat onduidelijkheid. Kort gezegd komt het erop neer dat de provincie een toetsende bevoegdheid heeft ten aanzien van de brandweerregio's en de gemeenten. Die toetsende bevoegdheid geldt de volgende drie plannen: I. Het gemeentelijke rampenplan, vastgesteld door de gemeenteraad, waarin een overzicht gegeven wordt van de soorten rampen en zware ongevallen die de gemeente kunnen bedreigen, alsmede een organisatieoverzicht en een actueel waarschuwings- en afsprakenschema. Dit plan wordt door de gedeputeerde staten getoetst, zonodig gewijzigd en vastgesteld.

3. Het rampbestrijdingsplan, vastgesteld door de burgemeester, waarin concrete bestrijdingsmaatregelen geformuleerd zijn, die van toepassing zijn bij een ramp of zwaar ongeval waarvan de aard, plaats en gevolgen voorzienbaar zijn. De Commissaris van de Koningin kijkt wel naar dit plan en kan de gemeente verzoeken het te wijzigen, maar heeft daar niet zelf de bevoegdheid toe. De regering wil de bevoegdheden van de Commissaris op dit punt versterken. De uiterste bevoegdheid die de provincie heeft ten aanzien van dit en het onder I genoemde plan is het optreden in gevallen van taakverwaarlozing door gemeenten.

4. Het regionale beheersplan, eens per vier jaar vastgesteld door de brandweerregio, waarin het beleid geformuleerd is ten aanzien van multidisciplinaire voorbereiding van rampenbestrijding, de benodigde capaciteit en kwaliteit van de rampenbestrijdingsorganisatie. De Commissaris van de Koningin kijkt naar de verhouding van dit plan met dat van aangrenzende regio's en provincies en of het voldoende voorbereiding biedt voor een adequate rampenbestrijding in de provincie. Hij kan de regio's aanwijzingen geven wanneer hij van mening is dat dit niet het geval is.

Uit recente nieuwsberichten blijkt dat de provincies niet volwaardig hun taken kunnen uitvoeren. Ze beschikken over te weinig informatie om te beoordelen of de gemeentelijke en regionale rampenbestrijding qua omvang, opleiding en oefening adequaat toegerust is. Ook beschikken de provincies niet over adequate toetsingskaders om te kijken of genoemde plannen aan wettelijke voorschriften voldoen. De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken gaat hier de komende tijd verbetering in aanbrengen, door heldere toetsingskaders op te stellen en de mogelijkheden voor bestuurlijke rapportage te verbeteren.

In de volgende artikelen zullen we ingaan op de rol van de regio's en de gemeenten in het beleid inzake veiligheid en rampenbestrijding.

Even-jan brouwer, beleidsmedewerker Binnenlandse Zaken

Vragen of reacties? E-mail: e.brouwer@tk.parlement.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 2002

De Banier | 24 Pagina's

Doelwit · Is uw gemeente veilig? (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 2002

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken