Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tweede Kamer · De rijke jongeling

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tweede Kamer · De rijke jongeling

5 minuten leestijd

Vanuit christelijk perspectief bezien, zijn we de laatste decennia ontzettend veel kwijt geraakt. Dat kan iedereen zonder veel moeite constateren. In het bijzonder wel onder de acht jaren van het paarse kabinet, waarin gepoogd werd zoveel mogelijk waarden en instellingen die herinneren aan de christelijke grondslagen van onze cultuur, af te breken. En het einde is nog niet in zicht.We leven nog in de interim-periode. De religie van het ongeloof is nog niet in totalitaire zin doorgebroken. Nog is er de ruimte om het christelijk gedachtegoed, ook in de politiek, uit te dragen. Wat een grote verantwoordelijkheid dus om van deze ruimte gebruik te maken. Het is immers onbekend hoe lang we deze mogelijkheid nog zullen hebben. Het is bepaald niet uitgesloten dat in het kielzog van de radicale imams ook bijbelgetrouwe organisaties vermanend zullen worden aangesproken op hun gedachtegoed.

Van Ruler

Er bestaat op dit punt genoeg reden tot zorg. Dr. A.A. van Ruler merkte in 1948 reeds op, dat'wij nog leven in de neutrale periode. Men doet er echter goed aan, de dingen wat hoger te nemen dan ze in onze neutrale periode liggen, en ze daarom in de categorie van de agressie te brengen, ener­

zijds de godvruchtige agressie van

de kerk op de staat en anderzijds de goddeloze agressie van de

staat op de kerk. Want het einde van de neutrale periode is in zicht.

Dat dan de goddeloze agressie zal losbarsten is zeker. Dat er ook sprake kan zijn van een godvruchtige agressie is echter - gegeven de stand van ons christendom - niet zo zeker. (...) Het revolutionaire elan schijnt uit ons christendom geweken te zijn. Zij (de christenen - DvD) schijnen althans geen taak meer te zien in een agressie op de staat. En dat in een tijd, waarin de christenen steen en been klagen over de ontkerstening. Zij vallen alles aan, behalve de neutrale staat.'

Geen christen mag zich derhalve in de huidige 'neutrale periode' onttrekken aan zijn verantwoordelijkheid. Een verantwoordelijkheid die, met het oog op God gericht, ook in vertrouwen mag worden genomen.'Wat heeft niet, waar het beginselen gold, één enkel mens, op God steunend, verricht!' zo riep Groen van Prinsterer eens uit. Daarbij zullen we wél moeten beseffen, dat het herstel van de staat begint bij herstel van de kerk; en herstel van de kerk bij persoonlijke bekering. Eenvoudig gezegd: zolang de bijbelgetrouwe kerken niet voller lopen, valt er voor bijbelgetrouwe politieke partijen ook geen winst te behalen.

Verlies

Heeft de afgelopen periode alléén maar verlies opgeleverd? We zijn verder afgeraakt van het theocra­

tisch beginsel dat de SGP voorstaat. In die zin moet de vraag bevestigend worden be­

antwoord. Wie durft er nog te dromen van het theocratisch

ideaal, waarbij de kerkelijke en burgerlijke overheid gezamenlijk het volksleven regeren en het in

de heilige orde van Gods recht houden? In die zin is er slechts sprake van verlies.Toch kan onze tijd ook

leiden tot persoonlijke, geestelijke winst, indien we erkennen dat veel uit het verleden ons kón hinderen op onze reis naar de eeuwigheid.

Ik denk daarbij aan de geschiedenis van de rijke jongeling (Matth. 19). Zijn rijkdom stond hem in de weg om tot Christus te komen en om Hem te volgen. Niet omdat rijk zijn als zodanig zondig is, maar omdat hij op zijn rijkdom vertrouwde. In het Joodse gedachtegoed was rijkdom immers een bewijs van Gods gunst. De rijke jongeling kon aan zijn rijkdom afmeten dat God hem gunstig gezind was. Zijn rijkdom was als het ware zijn toegangsbewijs voor de hemel. En toen Christus hem vroeg om afstand te doen van deze gunstbewijzen, haakte hij af Hij kon niet vertrouwen op de Heere alléén. Hij wilde niet leven van genade alleen, maar wenste ook te bouwen op bepaalde kenmerken, op de gaven van God. De rijke jongeling wilde zijn tastbare 'toegangsbewijs' niet kwijt.

Emmaüsgangers

In het licht van het voorgaande, kan zelfs onze donkere tijd nog geestelijke winst opleveren. We kunnen met heimwee terugzien op vorige eeuwen waarin het christelijk geloof breed werd gedeeld en tot uiting kwam in cultuur, wetenschap en in het openbaar bestuur. Het gevaar daarvan is echter dat we zomaar op deze voorrechten gaan bouwen. Dat we uit deze voorrechten zomaar afleiden dat God met ons is. We kunnen door die voorrechten ook zomaar vergeten dat christenen slechts pelgrims zijn op reis naar de eeuwigheid. Dan denken we op aarde al deel te hebben aan het eeuwig koninkrijk en wordt de genade steeds algemener, aardser en menselijker verstaan. De geschiedenis wijst uit dat dit zeker niet denkbeeldig is. Calvijn wees er reeds op, dat 'het tegenwoordige leven een zekere reis is, waardoor wij trekken naar het hemelse Koninkrijk; daarom moeten wij de aardse goederen in zoverre gebruiken, dat zij onze loop eerder bevorderen dan vertragen'.

Schemer

In onze tijd zijn veel voorrechten ons uit de handen geslagen.We staan met beide benen in de harde werkelijkheid van de in de zonde gevallen wereld. Op voorrechten die 'onze loop eerder vertragen dan bevorderen' kunnen we steeds minder bouwen. De schemer is ingevallen over ons land en het wordt donken Dit gegeven dringt ons te zien op het Jeruzalem dat boven is. Het dwingt ons om ons vertrouwen te stellen op de Heere alleen. Die cruciale vraag aan Christus, gesteld door de moedeloze Emmaüsgangers, krijgt ineens nieuw perspectief: 'Blijf met ons, want het wordt avond, en de dag is gedaald' (Luk. 24: vers 29). Indien dit onze bede is, dan is Hij in ons midden. Dat mag de geestelijke winst van onze tijd zijn.

In dat perspectief mogen we ook, zolang het nog kan, christelijke politiek bedrijven. Zonder kramp en wanhoop, omdat we daarbij ten diepste mogen rusten in Gods werk. Dat besef zet ons in beweging en geeft stuwkracht om op onze beurt, als medearbeiders en instrumenten van God, onze taak in het publieke leven op te pakken.

mr. Dj.H. van Dijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 2002

De Banier | 24 Pagina's

Tweede Kamer · De rijke jongeling

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 2002

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken