Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Studiecentrum · Het internationale statensysteem (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Studiecentrum · Het internationale statensysteem (2)

8 minuten leestijd

In het eerste artikel in deze reeks over de plaats en de betekenis van oorlog in het internationale statensysteem heb ik stil gestaan bij de periode van de zeventiende tot en met het midden van de achttiende eeuw.

Realisme

In het midden van de achttiende eeuw ontstond een nieuwe theorie over de verhoudingen in het internationale statensysteem. Deze theorie staat bekend als de school van het Realisme. Deze grondgedachte van deze stroming is die van het recht van de sterkste. Deze theorie is ontleend aan de ideeën van Charles Darwin (1809-1882). Darwin schreef in 1859 zijn beroemde boek On the origin of species by means of natural seleaion waarin hij het ontstaan van de soorten op aarde beschreef. Zijn theorie is onder ons bekend als de evolutietheorie.Volgens Darwin overleeft alleen de sterkste soort, de zwakkere soorten sterven uit. Hij sprak in dit verband over de struggle for life (het gevecht om in leven te blijven) en de survival of the fittest (het overleven van de sterkste). De evolutietheorie werd niet alleen van betekenis voor de biologie, maar ook voor de sociale wetenschappen.We spreken in dit verband van het sociaal-darwinisme. Dit berustte op de veronderstelling dat de mensheid te determineren (onderverdelen) was in verschillende rassen. Elk ras had zijn eigen kenmerken en het ene ras zou sterker zijn dan het andere ras. De rassen op de aarde waren met elkaar verwikkeld in een struggle for life waarbij de survival of the fittest het eindresultaat zou zijn.Volgens het sociaal-darwinisme was het dus een wetmatigheid dat rassen met elkaar op voet van oorlog leefden en dat het sterkste ras voorbestemd was om die strijd te winnen.

Beroemde voorbeel­

den van de uitwer­

king van dit'rea­

listische' politieke denken zijn het optreden van Bismarck

(1815-1898), het moderne imperia­

lisme en het nazisme. Otto von Bis­

marck smeedde het versnipperde Duitsland aaneen om er voor te zorgen dat het Duitse volk een betere uitgangspositie zou hebben in het gevecht tussen de verschillende rassen om in leven te blijven. Bij het verbeteren van de uitgangspositie van het Duitse volk

marck smeedde het versnipperde Duitsland aaneen om er voor te zorgen dat het Duitse volk een betere uitgangspositie zou hebben in het gevecht tussen de verschillende rassen om in leven te blijven. Bij het verbeteren van de uitgangspositie van het Duitse volk schuwde hij de oorlog niet. Oorlogsvoering werd gezien als een noodzakelijkheid om het ras of het volk te beschermen. In dezelfde periode begon ook het moderne imperialisme opgeld te doen. De Europese staten beijverden zich om een deel van Afrika of Azië aan hun rijk toe te voegen door veroveringen. Dat zij dit deden werd als volstrekt legitiem gezien. Het West-Europese ras was immers voorbestemd om de wereldheerschappij te hebben. Toegang tot de grondstoffen uit Afrika en Azië werd van levensbelang geacht voor het overleven van het West-Europese ras.

Het meest desastreuze voorbeeld van waar het Realisme toe kan leiden is de ongebreidelde veroveringszucht van Adolf Hitler In het nazisme namen het ras, geweld en oorlog een belangrijke plaats in. Oorlog werd in het nazisme verheerlijkt als de heroïsche strijd van het superieure Germaanse ras tegen de in hun ogen inferieure rassen zoals de Slaven en de Joden. Adolf Hitler sprak dan ook van de lotsbestemming van het Duitse volk om de wereld te beheersen. De Germanen waren als het sterkste ras nu eenmaal daartoe voorbestemd. In deze sociaal- darwinistische redenering ging Adolf Hitler zelfs zo ver dat hij zei niet te zullen rouwen om de nederlaag van Duitsland. Als Duitsland zou verliezen dan was het Duitse volk niet puur en rein genoeg geweest om als sterkste ras de wereld te beheersen. Het Realisme is dus een theorie waarbij oorlog de internationale statensamenleving vormt. Oorlog vormt als het ware de kern van het Realisme.

De Koude Oorlog

In de periode na de Tweede Wereldoorlog ziet de internationale statensamenleving er geheel anders uit dan in de periode daarvoor. Voor WO-I I was er een multipolaire internationale statensamenleving. Een aantal Europese mogendheden en Amerika domineerden het wereldtoneel. Na de Tweede Wereldoorlog verliezen de Europese mogendheden snel hun status van grootmacht. In plaats van een multipolaire wereld ontstaat een bipolaire wereld. Nog slechts twee landen kon­ den bogen op een status als grootmacht. Het internationale statensysteem werd gedomineerd door de Sovjetunie en de Verenigde Staten. Globaal gesproken was de wereld verdeeld in twee invloedsferen. Door middel van bondgenootschappen (NAVO en Warschaupact) en door middel van ontwikkelingshulp en het steunen van regeringen en/of rebellengroeperingen probeerden de Sovjetunie en de Verenigde Staten hun invloedssfeer te vergroten.

Hoewel de Koude Oorlog een periode van grote internationale spanningen was, bleef het tamelijk rustig. Grote wereldwijde conflicten bleven uit. leder regionaal conflict kon een nieuwe wereldoorlog betekenen.Voor zowel de politici in het Witte Huis als in het Kremlin bleek een nieuwe wereldbrand niet acceptabel. De gevolgen van een dergelijke nieuwe wereldoorlog zouden immers niet te overzien zijn. De gevolgen van de inzet van de atoombom als het ultieme wapen schrok beide grootmachten af van het gebruik daarvan. De atoombom bleek, menselijkerwijs gesproken, de beste garantie tegen oorlog. Daar kwam bij dat de bipolariteit van de Koude Oorlog zorgde voor een redelijk overzichtelijke en evenwichtige machtsbalans. De twee grootmachten hielden elkaar goed in evenwicht, waarbij elke te grote machtsverschuiving onwenselijk was, omdat deze instabiliteit in de internationale statensamenleving zou veroorzaken.Toch kunnen we in deze context niet spreken van een Balance of Power zoals die in de zeventiende en achttiende eeuw in Europa had bestaan. Dat systeem kenmerkt zich door meerdere grootmachten die in wisselende coalities elkaar in evenwicht hielden. In de periode van de Koude oorlog waren er maar twee grootmachten en de coalities waren redelijk stabiel.

Na de Koude Oorlog

Toen de Sovjetunie in 1991 in elkaar stortte hield het bipolaire internationale statensysteem op te bestaan. Er bleef maar één absolute wereldmacht over. Het statensysteem was unipolair geworden. Na de Koude Oorlog sprak president Bush senior van een nieuwe wereldorde. Een wereldorde waarin de Verenigde Staten de enige supermacht zouden zijn. In de periode vlak na de Koude Oorlog spraken militaire en politieke specialisten hoopvol over een Pax Americana (Amerikaanse vrede). De VS zouden het initiatief moeten nemen in het stabiliseren van het internationale statensysteem. Bush zag voor de VS de rol van wereldwijde conflictbeheerser weggelegd. Anderen zagen dit streven meer als een poging om de Amerikaanse macht te vergroten.

Na een tweetal decennia in het huidige unipolaire statensysteem geleefd te hebben, kunnen we stellen dat er geen sprake is van een zogenaamde Pax Americana. Bloedige conflicten als de Eerste Golfoorlog, de strijd in voormalige Joegoslavië, de oorlog tegen Afghanistan en de Tweede Golfoorlog laten zien dat een unipolair statensysteem net zo min vreedzaam is als alle voorgaande systemen. Sterker nog het is zeer waarschijnlijk dat een unipolair statensysteem inherent instabiel is. Hoewel Amerika's positie als enige supermacht onbetwist is, bevinden de Verenigde Staten zich op een gevaarlijke plaats.

Een unipolair systeem is eerder instabiel dan een bipolair of multipolair systeem. In laatstgenoemd systeem kunnen bondgenootschappen een zeker evenwicht aanbrengen. In het geval van een bipolair systeem kunnen beide grootmachten adequaat reageren op eikaars bewegingen. Het huidige systeem kent echter geen evenwicht. Er is slechts één supermacht die zijn positie moet verdedigen. In de Koude

Oorlog was duidelijk wie de vijand was en kon men ook een redelijke inschatting maken van de capaciteiten en mogelijkheden van de vijand. Die duidelijkheid ontbreekt nu ten enenmale.Wie is eigenlijk de vijand van de supermacht Amerika.' Geen enkel land, zelfs geen enkele coalitie van landen, is in staat om de Verenigde Staten op militair gebied te evenaren. Juist die grote overmacht van Amerika zorgt ervoor dat Amerika door anderen, maar ook door zichzelf, gezien wordt als de'politieagent van de wereld'. Deze functie brengt echter gevaren met zich mee. Door in allerlei conflicten in te grijpen, roept het gedrag van supermacht Amerika veel weerstand op. Die weerstand wordt, uit angst voor de Amerikaanse slagkracht, meestal niet door de regeringen van staten openlijk geventileerd. Staten zoeken naar andere middelen dan militaire om de Verenigde Staten te treffen.Vooral het terrorisme blijkt een doeltreffend middel. Ook, of misschien wel juist, een supermacht is kwetsbaar daarvoor In geval van terrorisme kan de status van supermacht met dito militaire vermogens niet meer baten.

War on terrorism

Oorlog of de dreiging van oorlog heeft vroeger het internationale statensysteem in hoge mate vormgegeven. In de huidige situatie blijkt dat het verschijnsel oorlog steeds minder in staat is een orde in het internationale staten­ systeem aan te brengen. Dit omdat een unipolair statensysteem welhaast gedoemd is instabiel te zijn en te blijven. De huidige unipolaire situatie in het internationale statensysteem is nieuw en ook uniek in de wereldgeschiedenis. Nooit eerder heeft één enkele staat zo- 'n machtsoverwicht over de rest van de wereld gehad. Hoewel de positie van Amerika als supermacht voornamelijk is ontleend aan militaire middelen, blijken die niet afdoende om de status van supermacht te handhaven. In 'the war on terrorism' van George W. Bush en in de Amerikaanse aanval op Irak komt duidelijk naar voren dat de Amerikanen vrezen dat het terrorisme de orde in het internationale statensysteem zal ondergraven. Het is echter maar de vraag of het verwijderen van Saddam Hoessein uit Irak het gewenste effect sorteert. Met het verdwijnen van het huidige Irakese regime verdwijnt de dreiging van het door anti-Amerikaanse gevoelens gevoede terrorisme niet. In die zin is de Amerikaanse 'war on terrorism' eigenlijk een innerlijke tegenstrijdigheid.Terrorisme kan misschien nog wel afgestraft, maar niet voorkomen worden door middel van oorlog. Deze opmerkingen moeten overigens niet politiek, maar zuiver theoretisch geduid worden. Kortom; de Amerikanen zijn in hun positie als enig overgebleven supermacht niet te benijden.

drs. E.G. Bosma

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 2003

De Banier | 23 Pagina's

Studiecentrum · Het internationale statensysteem (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 2003

De Banier | 23 Pagina's

PDF Bekijken