Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie · Dood en leven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Meditatie · Dood en leven

5 minuten leestijd

En Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Openbaring I vers 18

Het is op de dag des Heeren. De verhoogde, de verheerlijkte Christus verschijnt in al Zijn heerlijkheid, majesteit, luister en roem aan Zijn oude kind en dienstknecht Johannes op Patmos. Hij schrijft daarvan in vers 17: En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten. Hij werd zo klein, zo nietig toen Christus hem verscheen in Zijn hemelse heerlijkheid.

Lezers, kennen wij die plaats in ons leven? Als de Heere in ons leven gaat verschijnen, moeten wij verdwijnen.Als de Heere in ons leven komt, dan breekt de heerschappij van de zonde. Dan wordt de vijandschap verbroken. Dan verliezen we alle grond uit eigen kracht, eigen waarde en eigen deugd. Dan mogen we de wapens van verzet inleveren en worden we wat we in ons aller verbondshoofd Adam ge­

worden zijn: zondaar voor God, liggend midden in de dood. De Heere kan dan geen kwaad meer doen en wij geen goed. God is dan recht en wij zijn slecht.

Maar o wonder, daar stoot de Heere Johannes niet weg maar Hij legt vriendelijk Zijn rechterhand

Maar o wonder, daar stoot de Heere Johannes niet weg maar Hij legt vriendelijk Zijn rechterhand

van gunst en liefde op zijn hoofd en spreekt: Vrees niet. Ik ben de Eerste en de Laatste; en Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie. Ik ben levend in alle eeuwigheid.

Eigenlijk staat er: Ik ben de levende, en Ik was een dode.

Lezers, dat mogen we deze dagen met de Kerk des Heeren van alle tijden op alle plaatsen herdenken. Goede Vrijdag: Christus is dood geweest. Hij heeft geleden, de ganse tijd van Zijn leven op de aarde, maar in het bijzonder aan het einde van Zijn leven. In de hof van Gethsémané en op de heuvel Golgotha. Daar heeft Hij de toorn Gods tegen de zonde van al de Zijnen gedragen. Hij is gestorven. Hij gaf de geest.

Hij is begraven. Het graf in de tuin van Jozef van Arimathea getuigt van: Ik ben dood geweest. Zo diep moest de Borg Zich vernederen.Tot in de dood.Tot in de dood des kruises.Waarom? Om aan het recht Zijns Vaders volkomen genoeg te doen. Zijn deugden te verheerlijken, de wet te vervullen, de straf te dragen en Zijn volk te verlossen van de dood en voor hen het eeuwige zalige leven te verwerven. Plaatsbekledend heeft Hij Zijn ziel uitgestort in de dood. Uit borgtochtelijke, eeuwige, nooit te bevatten, eenzijdige zondaarsliefde ging Hij de weg van kribbe tot kruis.

Christus is dood geweest...Toch is Hij niet in de dood gebleven. Als dat zo geweest was, dan was het voor eeuwig

kwijt, voor altijd verloren. De weg van de lijdende en stervende Borg eindigde niet in het graf. Op Goede Vrijdag volgt Pasen...De dood kon Christus niet houden. Hij is de Levende, de eeuwig Levende. Hij is immers een volkomen Middelaar De enige, volkomen Zaligmaker, Die een volkomen genoegdoening heeft aangebracht. En daarom is Hij niet in de dood gebleven maar is Hij ten derde dage opgewekt door God de Vader en is Hij opgestaan in Zijn Goddelijke kracht. Hij heeft de dood, het graf en de hel overwonnen om als de Levensvorst het leven aan te brengen voor al de Zijnen. Nooit zal de dood over Hem kunnen heersen. Paulus schrijft daarvan in zijn brief aan de gemeente van Rome: Wetende, dat Christus, opgewekt zijnde uit de doden, niet meer sterft; de dood heerst niet meer over Hem; want dat Hij gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat leeft Gode. ( Rom. 6 vers 9 en 10.)

Christus roept het Johannes op Patmos toe: Zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. En Johannes krijgt bevel om dit op te schrijven. De boodschap van Goede Vrijdag en Pasen. De boodschap van de dood in Adam en het leven in Christus. De boodschap van wet en evangelie, vloek en zegen... Wat krijgt deze prediking waarde voor een volk dat met Johannes als dood neerzinkt aan Zijn voeten, vrezend en bevend, des doods waardig. Geen bestaansgrond meer voor God. Alleen maar schuld. En niets om te betalen... Dan is het verloren. Dan moeten zij omkomen.

Dan wordt het van hun zijde hopeloos en onmogelijk om zalig te worden. Maar dan het wonder: tot

zulken mag de boodschap klinken: Vreest niet... Christus is dood

geweest. En Hij is opgestaan. Hij is de Zaligmaker, uw Zaligmaker, de levende Zaligmaker. Hij legt Zijn rechterhand ook vandaag nog op mensen die vrezen en beven, die leren verstaan dat ze midden

in de dood liggen maar die het leven mogen gaan zoeken en vinden buiten zichzelf, in Hem Die dood geweest is en Die leeft in alle eeuwigheid.

Dat kunnen wij niet begrijpen. Dat is alleen in verwondering te aanbidden. En dat zal Gods volk gaan doen, hier in dit leven in beginsel, straks in de hemel storeloos en eindeloos, volmaakt. Dan zullen zij eeuwig leven uit Hem, door Hem en tot Hem. Daar zal de Kerk des Heeren van zingen: Mijn God, U zal ik eeuwig loven, Omdat Gij 't hebt gedaan

(Psalm 52 vers 7 ber)

Terwolde-De Vecht, Ds. D.W.Tuinier

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 2003

De Banier | 23 Pagina's

Meditatie · Dood en leven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 2003

De Banier | 23 Pagina's

PDF Bekijken