Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Studiecentrum · Integratie (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Studiecentrum · Integratie (I)

5 minuten leestijd

Integratieis een vraagstuk dat ai enige tijd po/it/ek actueel is. Hetstudiecentrumvan de SGP organiseertop D.V. vrijdag19 september2003 een congresover dit thema. Als voorbereidingdaarop wordt in dit artil< .ei ingegaan op dehistorie van het integratieproces, de reactie van de samenleving op de komstvan immigrantenen de moeilijkhedenvan het huidigeintegratieproces.

Historie

Het integratievraagstuk is niet nieuw voor ons land. In het verleden hebben grote groepen immigranten zich een plaats verworven in de Nederlandse samenleving. Prof. A.Th. van Deursen heeft in Mensen van klein vermogen. Het kopergeld van de gouden eeuw beschreven hoe in de zestiende eeuw door de stijgende welvaart grote groepen migranten naar ons land kwamen. Het ging toen vooral om Duitsers die de tekorten in de scheepvaart aanvulden. Vanaf het eind van de zestiende eeuw kwamen grote groepen vluchtelingen naar ons land. Door de politieke omstandigheden vluchtten deze mensen - vooral vanuit Zuid-Nederland en Frankrijk - naar de Republiek. De toestroom van tienduizenden vluchtelingen leidde met name in Holland tot een enorme groei van de bevolking. Rond 1600 bedroeg het aantal vreemdelingen in de Republiek tussen de 10% en 12% van de bevolking.Van Deursen schrijft dat deze mensen zich concentreerden in de grote steden en dat daardoor het percentage vreemdelingen rond de 50% lag.Vanaf 1680 kwamen tussen de 50.000 en de 60.000 Hugenoten naar ons land. In deze periode lag het percentage vreemdelingen tussen de 6 en 7% van de bevolking van de Republiek.

Aan deze toeloop van vreemdelingen naar ons land kwam een eind door de veranderende economische omstandigheden. Door de stagnerende economie en de afnemende werkgelegenheid nam de immigratie af In de 18* eeuw bedroeg het percentage immigranten ongeveer 6%. Door de Vierde Engelse Oorlog liep de economie echter nog meer terug, waardoor ook het percentage immigranten in ons land terugzakte naar twee procent in 1860. In die tijd zien we dat niet alleen het aantal immigranten afneemt, maar ook dat grote groepen Nederlanders wegtrekken naar onder andere Noord-Amerika. Na een periode van emigratie in de 19= eeuw en het begin van de 20*^ eeuw, kwam na de Tweede Wereldoorlog de immigratie weer op gang. Dekolonisatie en de verbeterende economische om­ standigheden leidden ertoe dat grote groepen Molukkers, Surinamers, Antillianen, Turken en Marokkanen naar ons land kwamen.

Op dit moment zijn er in Nederland ruim 250.000 mensen van Marokkaanse, ongeveer 300.000 van Turkse , bijna 300.000 van Surinaamse en ongeveer 100.000 van Antilliaanse en Arubaanse afkomst.

Na de ineenstorting van het communistische systeem kwamen uit Centraal- en Oost Europa grote groepen vluchtelingen om politiek asiel te vragen in de rijke Europese landen waaronder Nederland. Door het wegvallen van het IJzeren Gordijn kwamen ook van buiten Europa grote groepen asielzoekers. In de jaren negentig kwamen er door de gunstige economische omstandigheden arbeidsmigranten uit welvarende landen als Japan en de Verenigde Staten.

Reactie samenleving

Uit deze korte historische weergave blijkt dat Nederland vele jaren een immigratieland geweest is. Doordat de immigratie de afgelopen decennia enorm is gestegen, is het aantal in Nederland wonende niet-Nederlandsers fors toegenomen. Hoe is door de samenleving op de komst van buitenlanders gereageerd?

In het verleden werden immigranten die iets te bieden hadden met open armen ontvangen. Dat gold bijvoorbeeld voor de Hugenoten. De Hugenoten waren welvarende kooplieden, bekwame textielarbeiders en 'huisgenoten des geloofs'. De integratie van de Hugenoten verliep voorspoedig. Dat komt mede doordat de Nederlandse elite de Franse taai sprak om zich van de rest van de bevolking te onderscheiden.

Een dergelijke ontvangst was niet voor iedereen weggelegd. Zo wilde de Staten van Holland ten tijde van de Dertigjarige oorlog geen collecte houden voor Duitse vluchtelingen, omdat men vreesde dat daardoor teveel vluchtelingen naar Holland zouden komen.Van Deursen geeft zelfs aan dat Amsterdamse metselaars en timmermansgezellen vreemde knechten mochten ontslaan wanneer zij zelf zonder werk zaten.Veel immigranten waren aangewezen op de liefdadigheid en dat leidde in die tijd ook al tot de reactie dat die mensen naar Holland waren gekomen om op kosten van het publiek te leven. Ondanks het feit dat de immigranten hard wilden werken was de beeldvorming ten aanzien van hen slecht.Volgens de historicus Lucassen is een negatieve reactie van de samenleving op de eerste generatie asielzoekers iets van alle tijden.Volgens hem zijn echter vanaf de zestiende eeuw na enkele generaties vrijwel alle immigranten geïntegreerd. Dat zou betekenen dat uitspraken over het huidige integratieproces nog niet goed mogelijk zijn, omdat het nu met name nog gaat om de eerste en tweede generatie.

Toelkomst

Het is de vraag of het huidige integratieproces zo voorspoedig zal verlopen als dat volgens Lucassen in het verleden heeft plaatsgevonden. De situatie van vroeger is namelijk niet vergelijkbaar met de huidige situatie. Een belangrijk verschil is dat een groot deel van de hedendaagse immigranten uit heel andere culturen komt.Vroeger kwamen de meeste immigranten uit nabijgelegen West-Europese landen. In de meeste gevallen was daarbij sprake van vergelijkbare culturen en vergelijkbare samenlevingen. Nu zien we echter dat er een grote diversiteit is aan herkomstlanden van de immigranten. De culturele afstand is zoals gezegd veel groter Dat brengt extra grote problemen met zich mee. En juist het aantal niet-westerse allochtonen is de laatste jaren sterk gestegen. In 1995 waren dat er I, I miljoen (7% van de bevolking) en in 2001 1, 5 miljoen (9% van de bevolking). Men verwacht dat dit aantal in 2010 oploopt tot 2 miljoen (12% van de bevolking). Onder deze groep zit ook een groot aantal mensen uit islamitische landen. Het CBS verwacht dat in 2010 6 a 7 procent van de Nederlandse bevolking moslim is. Ook deze ontwikkeling veroorzaakt in ons land ook grote spanningen.

Een volgende keer willen we verder ingaan op de verschillen tussen het vroegere en huidige Integratieproces en daarbij ook aangeven welke vragen voor de SGP van belang zijn.

j.W. van Berkum.

medewerker Studiecentrum SGP

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 2003

De Banier | 24 Pagina's

Studiecentrum · Integratie (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 2003

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken