Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Politiek · Scheiding van kerk en staat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Politiek · Scheiding van kerk en staat

6 minuten leestijd

"Omtrent de juiste bepaling der gedachte: scheiding van kerk en staat, heerst grote onzei< erheid en waarschijnlijk nog meer misverstand... Telkenmale, wanneer men op de uitdrukking scheiding van kerk en staat stuit, is het nodig te onderzoeken wat met deze leuze bedoeld is en in hoeverre zij de werkelijkheid dekt." Dat schreef in de vorige eeuw prof. I.A. Diepenhorst al in een studie over de verhouding van kerk en staat in Nederland. Is er sindsdien meer duidelijkheid gekomen? Zijn de misverstanden minder geworden?

Bepaald niet. Nog steeds is er alle reden om goed op te passen als dit begrip in de mond wordt genomen. Zeker nu er juist ook in deze tijd, onder meer in het kader van de discussie over waarden en normen, telkens weer naar de scheiding van kerk en staat wordt verwezen.Vaak zonder dat duidelijk wordt gemaakt wat men eronder verstaat. Niet in het minst door de confrontatie met islamitische opvattingen wordt deze scheiding als een van de belangrijke grondwaarden van onze rechtsorde in stelling gebracht.

Vlag en lading

Soms dekt deze vlag een lading die bijval verdient.Als men met scheiding van kerk en staat bedoelt: niet-inmenging van de staat in interne kerkelijke aangelegenheden, is dat in overeenstemming met het staatkundig gereformeerd uitgangspunt. Scheiding van kerk en staat in de zin van onderscheiding van kerkelijk en burgerlijk gezag wordt door ons gedeeld. Zeker, wij hechten zeer aan de stem van de kerken in gewichtige politieke vraagstukken. Juist ook omdat zowel in kerk als staat gehoorzaamheid aan God en Zijn Woord het fundament voor een goede gezagsuitoefening is.

Maar een vermenging van kerkelijk en wereldlijk gezag wordt ook door de SGP niet voorgestaan. Kerk en staat hebben onderscheiden bevoegdheden op hun eigen terrein. Geen onderwerping van de staat aan de kerk, of van de kerk aan de staat. In deze 'machtenscheiding', die een waarborg biedt voor een kwetsbare opeenhoping van bevoegdheden, ligt een belangrijk verschilpunt met bijvoorbeeld een ayatollah-cratie zoals die in de islamitische staat Iran aan de orde is. Daar hebben de bekleders van geestelijke ambten, de ayatollahs, tegelijk daadwerkelijke regeringstouwtjes in handen. Dat is geen goede zaak. Daartegen worden terecht bezwaren aangevoerd. Juist in contrast met islamitische staatkundige opvattingen is het nuttig hier geen misverstand over te laten bestaan.

Flagrante strijd

Maar geheel iets anders is het als het begrip scheiding van kerk en staat wordt gehanteerd als aanvalswapen tegen elke verbinding tussen godsdienst en politiek. Zo'n scheiding is in flagrante strijd met de kern van de christelijke politiek. Juist in deze tijd wordt de scheiding van kerk en staat echter steeds meer in deze zin verstaan en als een grondwaarheid beleden. Dat kan met een paar voorbeelden uit het afgelopen vergaderjaar worden geïllustreerd.

Toenmalig WD-fractievoorzitter Zalm maakte er principieel bezwaar tegen toen na het aantreden van het kabinet- Balkenende I in zekere zin weer een 'bede' in de troonrede terugkwam. Zijn fractie achtte zo'n bede in strijd met de scheiding van kerk en staat. Dat dit in de opstelling van deVVD-fractie niet zomaar een incident was, bleek ook op andere momenten.

De VVD steunde ook een motie van D66 die kort voor het zomerreces werd ingediend bij een debat over het ontwerp van een zogenaamde Europese'Grondwet'. Een van de strijdpunten rond dit - voor ons ook op heel andere gronden omstreden - document was het al dan niet uitdrukkelijk vermelden van de betekenis van de joodschristelijke waarden voor de vorming van Europa in een pre-ambule op dit verdrag. In het ontwerp wordt wel het humanisme uitdrukkelijk genoemd, maar niet het christendom. Een pijnlijke geschiedvervalsing, vonden wij. D66woordvoerderVan der Laan dacht daar heel anders over en wilde het rammelende concept graag zo houden.

Waarom? In naam van de scheiding van kerk en staat. Door het christendom uitdrukkelijk te noemen, zou 'op een rare manier kerk en staat bijeengebracht worden', aldus de mondelinge toelichting. Helaas kreeg deze merkwaardige redeneertrant veel bijval: de motie werd gesteund door een ruime kamermeerderheid. Gelukkig wist minister-president Balkenende met een spitsvondige uitleg de motie onschadelijk te maken. Mede aangespoord door onze fractie, heeft hij zich toch sterk gemaakt voor een aanpassing van deze stuitende onevenwichtigheid in het Europese document.Vooralsnog overigens vruchteloos.

Rechtsorde

Maar intussen blijkt hier wel uit, dat een duidelijke Kamermeerderheid een zeer vergaande interpretatie aan het begrip scheiding kerk en staat geeft. Al wordt het niet met zoveel woorden uitgesproken: een logische gevolgtrekking uit de gekozen redeneerlijn is immers dat als je, zoals wij doen, wel hecht aan de bede in de troonrede, of de erkenning van de betekenis van het christendom bij de vorming van Europa, dat niet alleen van de hand wordt gewezen, maar in feite buiten de rechtsorde verklaard!

De eigen seculier-liberale politieke opvatting, al dan niet doorspekt van antikerkelijke denkbeelden, wordt hiermee op een oneigenlijke manier verheven tot constitutionele werkelijkheid, tot norm voor iedereen, tot pijler van onze rechtsorde! In deze benadering wordt godsdienst naar het privé-domein verbannen, en van zijn betekenis voor het publieke leven beroofd. Scheiding van kerk en staat betekent hier een strikte scheiding tussen politiek en godsdienst.Als dit daadwerkelijk de essentie van onze rechtsorde zou uitmaken, zou dit betekenen dat christelijke partijen in de kern in strijd met de rechtsorde zouden handelen. Dat verwijt verwerpen wij met kracht.

Lofzang op de godsdienst

Historische studies over de verhouding tussen kerl< en en staat in Nederland in de afgelopen twee eeuwen laten het beeld zien van een scheiding die lange tijd gepaard ging met de erkenning van het belang van de godsdienst voor de publieke moraal. Kenmerkend is dat nadat de band tussen de bevoorrechte gereformeerde kerk en de staat in 1796 werd doorgesneden, de nieuwe staatsregeling zelfs nog een lofzang op de godsdienst behelsde."De eerbiedige erkentenis van een Albestuurend Opperwezen versterkt de banden der maatschappij, en blijft lederen burger ten duursten aanbevolen", zo heette het toen.

Met alle kritiek die op de gekozen formuleringen en uitgangspunten te leveren valt, kan hiermee wel worden vastgesteld dat het dus bepaald een aanvechtbare suggestie is, dat de scheiding van kerk en staat als uitgangspunt van het Nederlandse rechtsbestel met zich meebracht dat godsdienst in het publieke domein geen rol mag spelen.

Met andere woorden: het is dan ook bepaald geen dwingende consequentie van onze Grondwet, maar vooral een vrucht van de voortgaande secularisatie van staatkundige opvattingen dat het christelijk geloof als grondslag voor recht en moraal, steeds scherper wordt afgewezen.Wij voelen ons desondanks nog steeds ten volle gerechtigd om onverbloemd een fundamenteel andere politieke overtuiging voor te staan, die uitgaat van de wezenlijke betekenis van het christelijk geloof, ook voor het politieke en maatschappelijke leven. Juist omdat staatsrecht levend recht is, is het van belang om elke annexatie van onze rechtsorde door deze geradicaliseerde politieke visies luid en duidelijk te weerspreken.

Vlijmscherpe analyse

Hoezeer deze actuele invulling van het begrip scheiding van kerk- en staat dus bestrijding verdient, verrassen doet het intussen niet. Groen van Prinsterer heeft er in de negentiende eeuw al op gewezen, hoe de revolutionaire invulling van het begrip scheiding van kerk en staat zich een eigen weg baant. "De zogenaamde scheiding, gelijk zij veeltijds aangeprezen wordt, is de vereniging met onverschilligheid en ongeloof en leidt tot onverdraagzaamheid en vervolging van al wat zich naar de praktikale eisen van het ongeloof niet voegt." Deze vlijmscherpe analyse is anno 2003 verrassend actueel!

Mr. C.G. van der Staaij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 2003

De Banier | 20 Pagina's

Politiek · Scheiding van kerk en staat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 2003

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken