Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Doelwit · Indien de jonckheit niet en deugt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Doelwit · Indien de jonckheit niet en deugt

14 minuten leestijd

"Indien de jonckheit niet en deugt, en geeft de schuld niet aan de jeugd. De vader self verdient de straf, die haer geen beter les en gaf." Zo dichtte vader Cats lang geleden. Kunnen we met deze wijsheid iets voor het hedendaagse gemeentelijke jeugd- en jongerenbeleid? Wie kent niet de problemen met de hangjeugd die de buurt rondom de hangplekken onveilig maakt, het spoor van vernielingen op de routes van en naar het centrum na een vrijdag- of zaterdagnacht? Geen makkelijke taak voor gemeentebesturen om deze problemen vóór te zijn. Om zich niet te laten leiden door de gebeurtenissen en zo van incident naar incident te hobbelen, maar pro-actief en preventief op te treden. En natuurlijk, als het nodig is een harde aanpak van de bestaande problemen.

Jeugd- en jongerenbeleidgaat een steeds belangrijkerplaats innemen op deraadsagenda. De Thoolse SGP-fractie benutte de op één na laatste dag vanhet jaar 2003 om hier met wethouderen steunfractieonder leiding van eenVeenendaalse collega eens goed over na te denken en een actieplanop testellen voor aanpak en preventievan problemenop het terrein van jeugd- enjongerenbeleidin de gemeente Tholen. In deze Doelwit aandachtvoor dedoelgroep van het jeugd- en jongerenbeleid, de partnersvan de gemeente opdit beleidsterreinen enkele thema's waarbij de raad een rol kan spelen in hetvinden van oplossingen voor problemendie veroorzaaktworden door dejeugd van de gemeente.

Het werd opnieuw positief ervaren om eens met elkaar over een thema te spreken, dat uit te diepen, zonder direct geleid te worden door een dwingende raadsagenda. Het vereist lef om op zo'n manier eens kritisch naar jezelf en je functioneren te kijken als fractie, om standpunten die eigenlijk vanzelfsprekend ingenomen worden eens grondig tegen het licht te houden en om een standpunt te bepalen ten aanzien van vraagstukken die zich voor het eerst voordoen. Natuurlijk spelen actuele gemeentepolitieke zaken op de achtergrond mee. Die kwamen in het opstellen van een actieplan ook nadrukkelijk aan de orde. Maar ze vormden niet het uitgangspunt. Dit werd bepaald door het thema jeugd- en jongerenbeleid. De vraag die een SGP-er zich als eerste moet stellen, is: wat zegt Gods Woord hierover.

"Voorzichtiglijk wandelen"

De boeken Spreuken (m.n. hoofdstuk 4) en Prediker geven veel wijze raadgevingen voor de jeugd. Daaruit kunnen we ook leringen trekken die van belang zijn voor het maken van beleid voor jeugd en jongeren in de gemeente. "Verblijd u, o jongeling, in uw jeugd, en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten en in de aanschouwing uwer ogen; maar weet dat God om al deze dingen u zal doen komen voor het gericht", zegt Salomo in Prediker I 1: 9. De handelingen genoemd in dit vers worden ingekaderd door: "maar weet dat God om al deze dingen u zal doen komen in het gericht". Zo moeten ook alle bestuurlijke beslissingen getoetst worden aan Gods geboden.

Veelzeggend zijn ook de woorden: "En gedenk aan uw Schepper in de dagen uwer jongelingschap eer de kwade dagen komen en de jaren naderen, van dewelke gij zeggen zult: ik heb geen lust in dezelve" (Pred. 12: 1). Zowel voor de jeugd als voor een gemeentebestuurder geldt dat we in alle dingen "voorzichtiglijk" moeten wandelen [...] verstaande "welke de wil des Heeren is", zoals Paulus dat in het vijfde hoofdstuk van zijn brief aan die van Éfeze schrijft. Zeker in de bestuurlijke wereld bestaat de neiging om jongeren negatief te benaderen, maar uit literatuur over opvoeding van onze geestelijke voorvaders (bijvoorbeeld Fruytier, Koelman) spreekt juist grote bewogenheid met de jeugd. Dat is een houding die ookde gemeentebestuurder past.

Voor wie?

Bij jeugd- en jongerenbeleid denken we al gauw aan de problemen die door een klein deel van de jeugd worden veroorzaakt. Het thema wordt daardoor in een negatief daglicht geplaatst. We spreken zo makkelijk over "dé jeugd" of "de jeugd van tegenwoordig" en dan volgt meestal een negatief verhaal. Maar dit generaliseren van de jeugd is onterecht. Dé jeugd bestaat niet. Niet vergeten moet worden dat het grootste deel van de jeugd, ongeveer 85 %, geen problemen veroorzaakt voor de gemeente.Voor het overige deel van de jeugd is bijsturen wél nodig, soms zelfs heel hard nodig. Oplossing of beperking van de problemen die zij veroorzaken, heeft raakvlakken

met allerlei beleidsterreinen: openbare orde, zorg en welzijn, onderwijs. Een ander misverstand is de gedachte dat er alleen beleid gemaakt moet worden voor dat deel van de jongeren dat problemen veroorzaakt. Hoewel het natuurlijk de eerste verant­

woordelijkheid van de ouders is om de jeugd op te voeden en hen te begeleiden in hun bezigheden, geldt dat de gemeente voor algemene voorzieningen voor de jeugd moet zorgen. De peuterspeelzaal, een speeltuintje, een trapveldje of een skatebaan kunnen de jeugd een plaats bieden voor verantwoorde ontspanning en ontmoeting. Dit wordt genoemd het preventieve jeugdbeleid. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt met name bij de gemeente. Heeft een jongere zorg nodig, dan komt de provincie in beeld als verantwoordelijke bestuurslaag. Een derde misverstand is de heersende

gedachte dat de jeugd in deze tijd voor méér problemen zorgt dan de jeugd van honderd of duizend jaar geleden. De problemen zijn wel anders geworden en vergen ook een andere aanpak en andere oplossingen. Maar de klachten over gedragingen van de jeugd zijn van alle tijden.

Andere actoren

Zoals we al schreven, ligt In de visie van de SGP de eerste verantv/oordelljkheid bij de ouders voor het opvoeden van hun kinderen. Daarna komen de kerken en het onderwijs. Dit zijn dan ook drie actoren waar de gemeente mee te maken heeft als het gaat over jeugd- en jongerenbeleid. Ook is het goed de jongeren zelf te betrekken bij het beleid. Al deze partners van de gemeente in het jeugd- en jongerenbeleid zijn tijdens de studiedag aan de orde gekomen.

Jongeren

Het is aanbevelenswaardig jongeren zelf in te schakelen bij het vormgeven van het beleid. Natuurlijk is het van groot belang om vooraf duidelijk aan te geven wat het doel is van hun inbreng en wat de grenzen zijn. Want als je aan jongeren vraagt'wat wil je' dan is de kans aanwezig dat ze alleen maar dingen willen die niet mogelijk zijn. Maar zij kunnen zelf wél het beste aangeven waar bijvoorbeeld een speeltuintje of trapveldje moet komen en als het vinden van een goede locatie moeilijk is, dan is het belangrijk dat jongeren in een vroeg stadium bij het proces betrokken zijn, zodat ze ook begrip krijgen voor de argumenten van de gemeente en in overleg tot een goede beslissing gekomen kan worden. Dit soort overleg kan incidenteel georganiseerd worden met vertegenwoordigers van betrokken groepen jongeren. Ook kan er voor gekozen worden om structureel overleg te voeren als college van B& W of gemeenteraad met een jongerenpanel. Een derde mogelijkheid is het instellen van een jeugd(gemeente)raad. In de gemeente Hardinxveld- Giessendam functioneert al enige jaren een jeugdgemeenteraad. InVeenendaal is men bezig met het instellen van een jeugdraad. Mits de bevoegdheden, het budget en de (on)mogelijl< heden van zo'n jeugdraad duidelijk afgebakend zijn en met de jongeren gecommuniceerd worden en de jeugdraad een goede binding heeft met de jeugd uit de hele gemeente, kan een jeugdraad een belangrijke functie vervullen. Het is een manier om jongeren te leren verantwoordelijkheid te dragen voor een stuk beleid in het openbaar bestuur (al blijft de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor beslissingen natuurlijk bij de gemeenteraad liggen). Niet alleen voor het preventieve jeugd­ beleid, maar ook als groepen jongeren problemen veroorzaken in de gemeente, is het goed met de jongeren zélf in gesprek te gaan om tot een oplossing te komen.

Ouders

Ouders zullen ingeschakeld moeten worden op het moment dat er problemen zijn met bepaalde (groepen) jongeren. Het is een goede zaak wanneer een overtreding is begaan, bijvoorbeeld een verstoring van de openbare orde, en de jongere een bepaalde leeftijd nog niet heeft bereikt, dat de ouders worden geïnformeerd en betrokken bij de straf of indien nodig bij begeleiding en zorg. In ernstige gevallen van ontsporing van de jongere kan het nodig zijn zorg aan de ouders aan te bieden in de vorm van specifieke opvoedingsondersteuning.

Een ander aspect van de betrokkenheid van de ouders op het jeugd- en jongerenbeleid is wanneer gemeente en/of politie moeten constateren dat jongeren aan zichzelf overgelaten worden door de ouders of wanneer ze door wat voor omstandigheden dan ook geen goede opvoeding gehad hebben, zoals de situatie die vader Cats beschrijft in de geciteerde regels. Schrijnend is het verhaal van een jongere die in dronken toestand 's nachts ergens langs de weg gevonden werd en wiens ouders hem na een telefoontje van een voorbijganger niet gelijk wilden komen halen omdat ze zelf nog op een feestje waren. In dergelijke gevallen is opvoedingsondersteuning en het maken van afspraken met ouders noodzakelijk. maar het is de vraag in hoeverre deze categorie ouders hiervoor open staat. Het wordt nog moeilijker als we beseffen dat de overheid zélf gezinsontwrichtende maatregelen stimuleert, denk aan het gedwongen solliciteren (met als doel: werken) door bijstandsmoeders en ander beleid waardoor (jonge) moeders de arbeidsmarkt op gejaagd worden. Jeugd- en jongerenbeleid wordt daarmee een dweilen met de kraan open. Als je als SGP-fractie collega's in de raad kunt overtuigen van het verband tussen enerzijds dit beleid dat er toe leidt dat het gezin geen veilige thuishaven meer is en anderzijds de problemen van kinderen en jongeren, kan dat misschien een opening bieden om op gemeentelijk niveau de schade van gezinsontwrichtend beleid te beperken.

Kerk

Is er in het gemeentelijk jeugd- en jongerenbeleid ook een rol weggelegd voor de kerken? Jazeker. In de kerkgenootschappen van de SGP-achterban is het de gewoonte dat de kerkelijke jeugdvereniging, als die er is, alleen bedoeld is voor de jeugd van de eigen gemeente. Maar als we de lijn van betrokkenheid van de kerk op overheid en samenleving ook leggen vanaf het kerkelijk jeugdwerk, dan ligt er een verantwoordelijkheid voor het kerkelijk jeugdwerk richting de jeugd van de gehele burgerlijke gemeente. Als kerk(elijke vereniging) een open houding te hebben naar alle jongeren is het minste dat gedaan kan worden. Een SGP-fractie mag dat ook best eens uitstralen richting haar achterban.

Betrokkenheid van de kerk kan ook op een andere manier gestalte krijgen. In een enkel geval kan het nuttig zijn dat de gemeente of de politie contact opneemt met de kerkenraad wanneer een jongere regelmatig in de fout valt en het moeilijk is om contact met de ouders te leggen, bijvoorbeeld als de jongere komt uit een probleemgezin.

Onderwijs

Ten slotte is samenwerking tussen gemeente en onderwijsinstellingen ook onmisbaar. De scholen kunnen een belangrijke rol spelen in het preventieve beleid, bijvoorbeeld als het gaat over voorlichting. Sommige gemeenten kennen een SchoolAdoptiePlan (SAP). Daarin wordt een school 'geadopteerd' door een wijkagent die regelmatig de school komt bezoeken en voorlichtingslessen geeft. Daarnaast kan de gemeente scholen stimuleren om instellingen als Stichting Voorkom uit te nodigen voor het geven van voorlichting over alcohol en drugs.

Ook zal er contact moeten zijn tussen de leerplichtambtenaar en de scholen. Bij frequent schoolverzuim of vroegtijdig schoolverlaten door jongeren is het nuttig om als scholen en gemeente nauv/ samen te werken. De raad moet er op aandringen dat de leerplichtambtenaar voldoende tijd heeft voor het vervullen van zijn taak en dat in overleg met de school naar oorzaken van het verzuim gezocht wordt.Veelvuldig spijbelen kan ook een verbloemde hulpvraag van de jongere zijn!

Politie

Een belangrijke partner voor de gemeente als het gaat over de openbare orde is natuurlijk de politie en wat betreft de jeugd in het bijzonder bureau Halt. Aan een uitgebreide bespreking van de relatie gemeente en politie gaan we hier voorbij omdat die grotendeels buiten het bereik van de raad ligt. Soms is het nuttig behalve het reguliere overleg tussen gemeente en politie bijzonder overleg te voeren over speciale problemen met betrekking tot de jeugd van de gemeente. In de gemeente Tholen werd voor een van de kernen een convenant gesloten tussen politie, gemeente en horeca om de uitgaansproblematiek aan te pakken, mét succes. In het convenant werden onder meer afspraken gemaakt over de aanwezigheid van politie op bepaalde tijdstippen en plaatsen, de aanstelling van portiers door de horeca en zaken als openbare verlichting voor de gemeente.

Actieplan

Tijdens de studiedag werd de basis gelegd voor een actieplan waarmee de Thoolse fractie de komende tijd specifieke problemen aan de orde kan stellen. Per probleem werd eerst een omschrijving gegeven, de doelstelling van de actie die door de fractie ondernomen kan worden om het probleem op te lossen, welke acties vereist zijn, welke andere actoren ingeschakeld moeten worden, wanneer de actie ondernomen zal worden en hoeveel tijd het komen tot een oplossing in beslag mag nemen. Een aantal van deze problemen en mogelijke oplossingen zal hier de revue passeren.

Hangjeugd en jOP's

Er zullen altijd wel jongeren op straat ontmoeting gezocht hebben, maar de term 'hangjeugd' is vrij nieuw, Vaak gaat het hangen gepaard met geluidsoverlast en criminaliteit, soms ook met het gebruik en dealen van drugs en het gebruik van alcoholische dranken.Van hangjeugd kan een bedreigende sfeer uitgaan voor andere burgers. Oorzaken voor de problemen die de hangjeugd geeft, moeten onder andere gezocht worden in de overvloed aan vrije tijd, de beperkte vrije ruimte die er meestal is in onze volgebouwde dorpen en steden, de mentaliteit van de Nederlandse jeugd in het algemeen en de geringe beperkingen die de jeugd ondervindt bij het verkrijgen van geluidsapparatuur, drank en genotsmiddelen. Bestrijding van het probleem van de hangjeugd is lastig.Als de jeugd op de ene plaats geweerd wordt, verplaatst het probleem zich meestal naar een andere plaats.

In veel gemeenten is aan het probleem dat deze jongeren op ongewenste plaatsen rondhangen, tegemoet gekomen door hen een 'hangplek' of jongerenontmoetingsplaats (jOP) te geven.

Deze JOP's kunnen allerlei vormen aannemen, klein of groot, overdekt of niet, met voorzieningen zoals een tennistafel en volle/balnetten of alleen met bankjes. Soms fungeert een trapveldje of een skatebaan als JOP. Het is van belang bij de lokalisering van een JOP zowel de jongeren als de buurt te betrekken. Buurtbewoners zijn vaak niet blij met de komst van een JOR Er kan uitgezien worden naar een locatie op afstand van woningen zodat omwonenden er geen last van hebben, maar dat kan ook weer andere problemen geven. Burgers vertonen vaak NlMBY-gedrag (NIMBY=Not In My BackYard, niet in mijn achtertuin). Maar men moet ook bedenken dat we allemaal jong zijn geweest en dat ook eigen kinderen gebruik kunnen maken van de JOR

Vandalisme

Een veel voorkomend probleem met betrekking tot jeugd en jongeren is vandalisme. Dit hangt samen met de problematiek van de hangjeugd en uitgaansproblemen. De eerste verantwoordelijkheid op dit terrein ligt bij de burgemeester in samenspraak met de politie. Maar ook de raad kan zich er voor inzetten om oplossingen aan te dragen. In De E> anier 13 van 27 juni 2003 (p. 14) informeerden we u over het initiatief van de SGP-fractie inVeenendaal die naar aanleiding van enkele incidenten die geen incidenten bleken te zijn, een enquête over veiligheid hield onder de bevolking. Deze enquête leidde tot het instellen van een centraal meldpunt bij de gemeente waar burgers vandalisme kunnen melden. Vanuit dit meldpunt wordt de verantwoordelijke instantie vervolgens benaderd om de scheve lantarenpaal, de geplunderde bloembak of het kapotte bushokje te herstellen.Voordeel van een centraal meldpunt is de bundeling van meldingen waardoor inzicht ontstaat in het patroon van vandalisme, hetgeen het aanpakken daarvan vergemakkelijkt. Daarnaast speelt een rol het gemak voor de burger waardoor het percentage meldingen van vandalisme kan toenemen wat voor de aanpak ervan ook positief is.

Een andere mogelijkheid is om als raad het initiatief te nemen om rondom specifieke problemen een panel van betrokkenen samen te stellen met wie regelmatig overleg wordt gevoerd om tot een oplossing voor de problemen te komen. Buurtbewoners, horeca-uitbaters, de politie, de jeugd zelf (via de jeugdraad bijvoorbeeld) en de jongerenwerker kunnen in zo'n panel betrokken worden. Zij kennen de problemen van binnenuit en zouden daarom ook het beste in staat moeten zijn om oplossingen aan te dragen en ieder vanuit zijn specifieke betrokkenheid de voortgang van oplossing van het probleem in de gaten te houden.

Rudi Biemond

Vragen of reacties: rbiemond@sgp.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 2004

De Banier | 24 Pagina's

Doelwit · Indien de jonckheit niet en deugt

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 2004

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken