Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Europees Parlement · Christelijk erfgoed

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Europees Parlement · Christelijk erfgoed

5 minuten leestijd

De vraag naar Europa's erfgoed is een vraag naar de waarden die ten grondslag liggen aan Europa. De Europese Unie pretendeert een waardengemeenschap te zijn. Wat verstaat zij daar echter precies onder? Om deze vraag te beantwoorden, willen wij nagaan welke geestelijke grondslagen, alsmede de daaruit voortvloeiende waarden en normen, identiteitsbepalend en richtinggevend zijn voor de Europese Unie en haar lidstaten.

De Europese Unie als geheel heeft in zichzelf niet zozeer een eigen identiteit. De vraag naar de identiteit van de EU kan dan ook niet los v/orden gezien van de identiteit van de gezamenlijke lidstaten. Zij hebben ieder een eigen geschiedenis, een eigen cultuur en een eigen identiteit. Ondanks alle verscheidenheid in Europa is er één factor die alle huidige en toekomstige lidstaten van de Unie gemeenschappelijk hebben, namelijk de joods-christelijke waarden, die eeuwenlang een grote invloed hebben uitgeoefend in al deze landen en dat tot op de dag van vandaag doen.

Bezwaren

Toch zijn er velen die bezwaar hebben geuit tegen opneming van een verwijzing naar de joods-christelijke wortels van Europa in de concepttekst voor een Europese grondwet. Frankrijk heeft zich opgeworpen als de grootste tegenstander onder de huidige lidstaten. De Franse grondwet heeft een seculier karakter. Parijs beoogt een Europese grondwet op exact dezelfde leest.

Een ander probleem is het bezwaar dat Turkije maakt tegen een verwijzing naar de joods-christelijke geschiedenis van Europa. De Turkse autoriteiten hebben aangegeven dat Europa een waardengemeenschap moet zijn, die openstaat voor meerdere religies. Een expliciete verwijzing naar de joods-christelijke geschiedenis van Europa is voor hen onacceptabel.Verschillende Europese leiders zijn dan ook terughoudend in het opnemen van zo'n verwijzing uit angst de Turkse regering voor het hoofd te stoten.

Max van den Berg

Daarnaast zijn er mensen die vanuit principieel oogpunt tegen de opneming van een verwijzing naar de joods-christelijke grondslagen van Europa zijn. Zij betogen dat opneming getuigt van het niet respecteren van andersdenkenden. Europarlementariër Max van den Berg verwoordde het als volgt: Het verwijzen naar één of twee religies in de Grondwet brengt een democratischer, efficiënter en transparanter Europa, de doelstelling van de Europese Conventie, geen stap dichterbij. Sterker nog, daarmee sluit je onherroepelijk een groot aantal mensen in Europa buiten. Arrogant, want fundamentele waarden zijn er in principe voor alle Europese burgers. En nog belangrijker: waar is het principe van scheiding van kerk en staat, de basis van de moderne democratie, gebleven? Even verder in het artikel vervolgt hij zijn betoog als volgt: Vrijheid en pluriformiteit dreigen hier ingeruild te worden voor het eigen ethisch gelijk, opgelegd aan andere bevolkingsgroepen of andere landen. Ik wil in geen geval een Europese Grondwet die de Nederlandse burgers inperkt of regels oplegt die geen meerwaarde of noodzaak hebben in het Europees domein. Hij besluit zijn betoog met de volgende zinnen: leder individu in Europa heeft het recht op zijn eigen waarden en beginselen. God staat boven de wet. Een Europese Grondwet mag God niet verlagen tot de wet en daarmee de scheiding tussen kerk en staat aantasten. (Trouw, I I -10- 2003)

Belang

aarom dan toch een verwijzing naar de joods-christelijke geschiedenis van Europa? In de eerste plaats biedt het en referentiekader, waarbij de bronnen die ten grondslag liggen aan de aarden, worden erkend. De waarden aar Europa voor moet staan, worden odoende vanuit de juiste invalshoek belicht. Een humanistische visie op deocratie is bijvoorbeeld van principieel nder gehalte dan de bijbelse visie op e overheid.

In de tweede plaats biedt de joodschristelijke geschiedenis van Europa de mogelijkheid te spreken over een gedeeld erfgoed. Zij vormt zodoende de factor die alle huidige en toekomstige lidstaten van de Unie gemeenschappelijk hebben. Het ontbreken van een verwijzing naar de joods-christelijke geschiedenis is dan ook een miskenning van de geschiedenis van Europa. Dat geeft aan dat Europa dreigt los te raken van zijn oorspronkelijke wortels.

In de derde plaats is het niet terecht om onder het verwijt van aantasting van het principe van scheiding van kerk en staat een verwijzing te weren. De scheiding van kerk en staat mag nooit gebruikt worden om geloof en politiek te scheiden. Door het geloof in de levende God naar de privé-sfeer te verdringen krijgt de antireligie van het socialisme en liberalisme in het publieke domein ruim baan.

Dit droeve gevolg van een voortgaande scheiding van kerk en staat heeft Groen van Prinsterer op treffende wijze voorzien. In zijn boek "Grondwetherziening en eensgezindheid" (1849) betoogt hij dat deze scheiding in werkelijkheid een vereniging is: "Ze is vereeniging met onverschilligheid en ongeloof, ze leidt tot onverdraagzaamheid en vervolging van al wat zich naar de prakticale eischen van het ongeloof niet voegt." Die voorspelling lijkt nu meer dan ooit gerechtvaardigd, concludeert ook historicus prof. dr.A.Th.Van Deursen (Zie het blad Ecclesia, 19 juli 2003)."Als het staatsgeloof zich volledig losmaakt van de boodschap die de christelijke kerk de mensen voorhoudt", zo vervolgt de hoogleraar, "zal dat onvermijdelijk de kerk als haar vijandin gaan zien."

Uiteindelijk is het niet voldoende dat christelijke uitgangspunten inspiratiebron zijn voor de politiek. Nodig is dat de EU haar universele grondslag vindt in de Tien Geboden en dat deze een plaats krijgen in de Europese verdragen. Een verwijzing naar de joods-christelijke geschiedenis van Europa is echter een eerste stap op de weg naar het behoud, de revitalisatie en de overdracht van elementair Europees erfgoed.

Drs. Bas Belder en drs. Dick jan Diepenbroek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 2004

De Banier | 24 Pagina's

Europees Parlement · Christelijk erfgoed

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 2004

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken