Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jongeren · Theocratie en strafrecht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jongeren · Theocratie en strafrecht

5 minuten leestijd

Zoals iedere rechtgeaarde SGP-er bekend is, is er al veel over theocratie geschreven en gezegd. Het ortderwerp is zozeer rr]et het bestaan van onze partij verweven, dat het er slecht uit zou zien als we erover uitgepraat zouden zijn. Waar theocratie (in de zin van bibliocratie) alle aspecten van het maatschappelijk leven bestrijkt, geldt dit zeker ook voor het recht, zie Romeinen 13.

Aangezien het strafrecht kan worden beschouwd als pars pro toto voor de rechtsorde van de gehele Staat, is het belangrijk om een koppeling aan te brengen tussen de Bijbel en het strafrecht. Hieronder enkele gedachten daarover, mede naar aanleiding van een onlangs gehouden symposium over "De Bijbel over Recht en Gerechtigheid" door het ICS Christen-juristennetwerk en een oproep van prof.W.A. Zondag in het RD om een discussie te openen over begrippen als straf en vergelding. Van deze discussie is tot op heden weinig terechtgekomen. Daarom kan het geen kwaad een nieuwe aanzet te geven.

Vergelding als motief

Vanouds hangt de SGP de ideeën van de Klassieke School aan met betrekking tot het doel van de straf: de Toelichting op het Program van Beginselen (PvB) vermeldt onder art. 13 expliciet dat "het opleggen van de straf als vergelding voor het geschonden recht dient", op objectieve wijze. De rechter mag nog wel rekening houden met de omstandigheden van het geval, maar moet het niet gekker maken. Louter omdat misdaan is, moet straf volgen.

Vanouds wordt de idee van straf als loutere vergelding als volledig Bijbels beschouwd, dit mede vanwege de parallel met het Godsgericht (Brunner). Hierin wordt de zonde als rebellie tegen God zelf, als wederspannigheid tegen Zijn wil, rechtvaardig vergolden. Indien God het onrecht dat Hem aangedaan wordt onbestraft liet, zou dit betekenen dat Zijn orde krachteloos is en dat Hij Zijn geboden niet ernstig meent. De goddelijke straf is dan ook een rechtvaardige vergelding en als zodanig een noodzakelijk herstel van Gods orde. Dit is het oerbeeld van alle aardse straffende gerechtigheid. De rechter is zo verstaan een plaatsvervanger, ongeacht of hij God kent of niet.Wat in naam van de Staat wordt gedaan, is de vervulling van Gods opdracht.

Evenredigheid

In deze benadering past ook de notie van evenredigheid, proportionaliteit. De rechtsorde wordt pas goed hersteld, als de straf in overeenstemming is met de gemaakte inbreuk. Gesproken wordt wel van spiegelstraf; de benadelaar wordt door de straf (ai dan niet symbolisch) in een gelijke positie gebracht als de benadeelde, zodat de rechtsorde wordt hersteld.Verwezen wordt ook naar het "oog om oog, tand om tand" uit Leviticus.

Tegen de straf als vergelding sec bestaat tegenwoordig veel weerstand vanuit de gedachte dat de straf hiermee een wraakmotief heeft, hetgeen barbaars en niet meer van deze tijd wordt geacht. Zoals hierboven wordt uiteengezet, heeft vergelding echter niets te maken met wraak.Veeleer dient het begrip te worden uitgelegd als boete(doening). De Staat ontneemt het benadeelde individu juist het recht om het ondergane onrecht zelf te wreken, aldus de zaak bevrijdend van de onbetrouwbare hartstochten van het slachtoffer ten gunste van de gemeenschap als geheel. De straf dient dan ook niet alleen het slachtoffer, maar ook de dader. De dader voldoet de schuld en bevrijdt zich aldus van de last daarvan, waardoor hij weer als lid van de gemeenschap kan participeren. Zoals de Hoge Raad eens overwoog: "eerbied voor de menselijke persoon brengt mee dat aan een veroordeelde zijn daad, nadat hij haar heeft geboet, in beginsel niet meer wordt nagehouden". Dit laatste pleit overigens tegen een grote(re) rol van het slachtoffer in het strafproces, zoals deToelichting op art. 13 PvB wil. Het slachtoffer is reeds in staat zijn verklaring af te leggen ten overstaan van de politie, medische rapporten in te brengen, eventueel een getuigenverklaring af te leggen. De rechter weet dan ook prima hoe het ermee voorstaat en welke gevolgen het misdrijf voor het slachtoffer had. Het toevoegen van een emotioneel geladen verklaring is louter psychologisch relevant, maar niet juridisch en brengt aldus de evenredigheid (het wezen van de vergelding) tussen misdaad en straf in gevaar.

Omstandigheden

De gewenste evenredigheid brengt ook mee dat de mate van de schuld niet uitsluitend aan de objectieve schade kan worden gekoppeld. Dat zou immers betekenen dat de man, wiens bijl van de steel vliegt met dodelijk gevolg even hard moet worden gestraft als de man die met dezelfde bijl opzettelijk de schedel zijns naaste klieft. De persoonlijke momenten dienen, om tot een rechtvaardige straf te komen, volledig te worden meegewogen. Dus ook de intentie en het motief en alle daarmee samenhangende (persoonlijke) omstandigheden. Het meewegen van de persoonlijke omstandigheden doet dan ook geen afbreuk aan de vergeldingsgedachte, maar verfijnt deze juist.

De insteek van deToelichting op het PvB om persoonlijke omstandigheden niet al te veel in aanmerking te nemen, aangezien dan het gevaar aanwezig is dat de vergeldingsgedachte daarmee op de achtergrond raakt, is naar mijn smaak dan ook niet juist; deze omstandigheden zijn immers volstrekt verweven met de dader en derhalve ook met het misdrijf. Waarmee niet gezegd wil zijn dat uitsluitend op grond van deze omstandigheden geoordeeld moet worden; ook dat zou afbreuk doen aan de notie van vergelding. In iedere strafzaak dient dan ook opnieuw een balans te worden gevonden om een Bijbelse uitkomst te bereiken. Dat betekent dus geen volledige fixatie op de dader en zijn moeilijke jeugd. Maar zeker betekent dit ook niet het volgen van minister Donner in zijn "criminohysterie" (prof. Corstens)!

Arjan Klaassen is advocaat bij ËVD-advocaten te Utrecht en bestuurslid van de SGP-jongeren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 2004

De Banier | 24 Pagina's

Jongeren · Theocratie en strafrecht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 2004

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken