Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Koninklijke onderscheidingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Koninklijke onderscheidingen

5 minuten leestijd

Het is van oudsher een recht geweest van regerende vorsten en vorstinnen om onderscheidingen toe te kennen of personen in de adelstand te verheffen. Tot vandaag de dag is daarvan een overblijfsel herkenbaar in de vorm van het decoratiestelsel. Traditioneel wordt het merendeel van de onderscheidingen op 29 april, de dag voor Koninginnedag, uitgereikt aan mensen die daarvoor zijn voorgedragen en die aan de gestelde voorwaarden voldoen.

Overwegingen

Tegenwoordig gaat het vooral om een soort beloning van mensen die zich op een bijzondere v^ijze voor de samenleving hebben ingezet. De geschiedenis leert dat er andere overwegingen mee kunnen spelen. Zo verloor Abraham Kuyper in 1909 een ministerschap toen uitkwam dat hij, in ruil voor een storting van I 100 gulden in de kas van de Antirevolutionaire Partij, voor iemand een benoeming tot Officier in de Orde van Oranje Nassau had georganiseerd. Aan die gebeurtenis hebben we de gevleugelde uitspraak'Het boetekleed ontsiert den man niet' te danken. De vraag of deze uitspraak getuigt van werkelijk schuldbesef laat ik liggen. Iemand die niet moest bedelen om onderscheidingen, laat staan er geld voor bood, was admiraal Michiel Adriaenszoon de Ruyter. Bij hem waren het juist de groten der aarde die er eer in stelden hem een hoge onderscheiding te mogen geven. Hij accepteerde sommige hoge onderscheidingen, maar hij weigerde een aangeboden Engels ridderschap. Ook een uitnodiging om aan het Engelse koninklijk hof te verschijnen was aan hem niet besteed. Daarvan schrijft Brandt, 'De Ruyter, die niet zeer hoofsch gezint was, en zich aan de burgerlijkheid hield, bedankte den Koning voor d'eere hem opgedragen en sloegh de uitnoodiging beleefdelijk af'. De Ruyter, een van de grootsten uit onze rijke historie, kende de betrekkelijkheid van aardse zaken. Daarvan getuigt de uitspraak die hij, onder ondraaglijke pijnen, op zijn sterfbed deed: 'Aan dit ellendig lichaam is niets gelegen, als de ziel maar behouden wordt'. Dat bevestigt ook zijn gebed, tevens de laatste woorden die hij heeft uitgesproken: 'Mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U, in een land dor en mat, zonder water'. Een onderscheiding met politieke bijbedoelingen ontving Prins Maurits. Koning Jacobus I maakte zich ernstige zorgen over de benoeming vanVorstius als opvolger van Arminius. Hij zag deze benoeming als een onderdeel van een complot'ter vernietiging van de godsdienst waarop de welvaart van Groot-Brittannië en de Verenigde Provincies gebouwd was' (van Deurssen in Maurits van Nassau, pag. 244).Tegen de op het roomse Frankrijk steunende Van Oldenbarnevelt wilde hij Prins Maurits in het Britse (protestantse) kamp krijgen of houden. Dat is de achtergrond van de opname van Prins Maurits (4 februari 1613) in de zeer exclusieve Orde van de Kousenband. Ook aan die gebeurtenis hebben we een gebeitelde uitspraak te danken.'Honni soit qui mal y pense' (in die kringen was Frans de omgangstaal) was het door Maurits gekozen devies.Vrij vertaald wil dat zeggen dat achter de toekenning van deze onderscheiding niets kwaads gezocht moest worden. Inderdaad, niets kwaads, maar er zat wel iets achter

Onderscheidenen

Het is opvallend dat onder de meer dan 3300 gedecoreerden geen enkele inwoner van Staphorst te vinden is. Komt dat omdat daar een deugd als bescheidenheid èn het besef dat, wanneer wij doen wat onze plicht is, wij slechts onnutte dienstknechten zijn, in het algemeen sterker leeft dan in sommige andere plaatsen? Daarmee wil ik niet gezegd hebben dat het decoratiestelsel voor ons geen waarde mag heb­ ben. Iemand plaatste de opmerking dat het maatschappelijk klimaat ook hierin doorwerkt. Sporthelden, mediaberoemdheden en andere idolen blijken van grote waarde geacht te worden. Idolen, van het Engelse idols, in het Nederlands afgoden. Daarvoor waarschuwt de apostel Johannes ons in I Joh.5: 2h'Kinderkens, bewaart uzelven van de afgoden'.

Wij moeten het zonder meer waarderen dat er in onze maatschappij toch nog enige erkenning bestaat voor werk dat door SGP-ers in verschillende verbanden wordt verricht. Het is geen lange lijst, mogelijk speelt het Staphorster effect ook hierin een rol, maar op 29 april kregen zeker 7 partijgenoten de bekende formulering te horen dat het de Koningin behaagd heeft hem te benoemen tot ridder (of lid) in de Orde van Oranje Nassau; 4 ridders en 3 leden. Drs.A^. Burggraaf te Ede, lid van het Hoofdbestuur van 1973 tot 1994 en de heer LM.P. Scholten te Capelle aan de IJssel, lid van het Hoofdbestuur van 1988 tot 1997, werden tot ridder benoemd. Beiden hebben zich vele jaren ingezet voor de SGP Ook drs. P.A. Zevenbergen, onze huidige partijsecretaris, werd benoemd tot ridder Hij heeft die eervolle verheffing te danken aan zijn 17-jarig raadlidmaatschap, waarvan 8 jaar wethouder, te Alblasserdam. Hoewel geen (oud) hoofdbestuurslid heeft de eveneens tot ridder benoemde oudhoofdredacteur van het RD, Dr. C.S.L Jonse, zijn sporen binnen de SGP ruimschoots verdiend. Zo was hij voorzitter van de commissie die het verkiezingsmanifest voor de komende verkiezingen van het Europees Parlement heeft opgesteld.Tot leden in de Orde van Oranje Nassau werden benoemd de heer D. Prosman, 17 jaar raadslid en vanaf 2003 wethouder te Rhenen, de heer ƒ Pronk te 's Gravenzande, die zijn raadlidmaatschap moest beëindigen door een gemeentelijke herindeling en de heer J. Simons te Nieuw-Lekkerland die sinds 22 maart 1979 bestuurslid is van de kiesvereniging, eerst als 2^ en later als I ^ penningmeester Namens het Hoofdbestuur feliciteer ik hen allen met deze onderscheiding en wens hun toe de onderscheiding, uitgereikt door de Koning der koningen, die bij het sterven niet moet worden teruggezonden, maar die dan van onschatbare en oneindige waarde zal blijken te zijn.

W. Kolijn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 2004

De Banier | 22 Pagina's

Koninklijke onderscheidingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 2004

De Banier | 22 Pagina's

PDF Bekijken