Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Europees Parlement · Staat van de EU

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Europees Parlement · Staat van de EU

5 minuten leestijd

Elk jaar verschijnt na Prinsjesdag een dikke nota van de Nederlandse regering, getiteld Staat van de Europese Unie. Daarin ontvouwt het kabinet zijn plannen en voornemens op het terrein van de Europese samenwerking. Ook worden de te verwachten ontwikkelingen in Europa op papier gezet en denkt de regering hardop na hoe zij daarop zal reageren.

De Tweede Kamer debatteert leder jaar begin oktober over de Staat van de Europese Unie. Aan dat debat mogen ook de delegatieleiders van de Nederlandse politieke partijen in het Europees Parlement deelnemen. Bij wijze van vooruitblik geven we in dit artikel een aantal punten van commentaar op het document van de Nederlandse regering.

Scharnierpunt

De Europese Unie bevindt zich op een scharnierpunt in de tijd. Zo'n vijftien jaar na de val van de Berijjnse Muur zijn in 2004 acht landen uit Midden- en Oost-Europa toegetreden tot de EU. Daarnaast is er een ontwerp gepresenteerd voor een nieuw Grondwettelijk Verdrag van de Unie. De Nederlandse regering typeert de ontwerp-Grondwet als een bundeling van de huidige Europese verdragen. Dat is onterecht! Want op heel veel punten wordt het vetorecht van de lidstaten opgeheven en ingeruild voor meerderheidsbesluitvorming. Ook wordt het zgn. Handvest van grondrechten erin opgenomen, waardoor de EU steeds meer statelijke trekken krijgt. Een ontwikkeling waar we ons juist tegen verzetten. De Europese Unie kan nu eenmaal niet het evenbeeld worden van de Verenigde Staten van Amerika. Daarvoor verschillen de Europese landen teveel van elkaar qua geopolitieke oriëntatie. Ook doet dit geen recht aan de historische ontwikkeling en de daaruit voorvloeiende verscheidenheid van de EU-lidstaten. Het keurslijf van een gezamenlijke staatseenheid past de Europese landen niet.

Europa’s bestemming?

Daar komt bij dat de Nederlandse regering de vraag niet stelt naar het einddoel van de Europese Unie en hoe de daarbij passende verhouding tussen Unie en lidstaten eruit zal zien. Intussen schrijft de regering wel dat zij wil meewerken aan een voortgaand proces van 'verbreden en verdiepen' van de Europese Unie. Dit houdt in dat de EU nóg meer beleidsterreinen gaat behartigen (verbreden) en ook meer bevoegdheden krijgt op de terreinen die ze al in beheer heeft (verdiepen). In goed Hollands: de Europese trein rijdt verder

zonder dat wordt nagedacht over de route en het eindstation. Het is volgens ons dan ook niet zo verwonderlijk dat de regering niet goed raad weet met het subsidiariteitsbeginsel.Volgens dit principe moet er pas Europees beleid komen als de lidstaten een grensoverschrijdend probleem niet zelfstandig kunnen oplossen. Zo is het goed uit te leggen aan een burger dat luchtvervuiling via Europese regelgeving wordt aangepakt. Maar het is raadselachtig waarom de EU zich zou bemoeien met toerisme, omdat dit vooral een regionale aanpak vergt. We hopen dat de Tweede en de Eerste Kamer nieuwe EU-regelgeving heel strak gaan toetsen op het punt van de subsidiariteit. Het bestuur moet zo dicht mogelijk bij de burger plaatsvinden. De burgers keren zich immers af van Europa wanneer ze menen dat het functioneren van hun samenleving wordt belemmerd door regelgeving waarin ze zich niet herkennen.

Financiering van de EU

Een belangrijk hoofdstuk van de Staat van de Europese Unie gaat over de financiële aspecten van de Europese samenwerking. En uiteraard de vraag: hoeveel gaat het Nederland kosten? De Nederlandse regering zet in op een begrenzing van de Europese begroting tot maximaal I % van het nationaal inkomen (BNI) van alle EU-lidstaten. Een prima inzet, omdat de Europese Commissie de begroting wil ophogen van 1, 08 naar 1, 24% BNI. Daarvoor worden allerlei nieuwe EU-beleidsvormen bedacht, vooral om de werkgelegenheid in Europa op te krikken. Maar werkgelegenheidsbeleid is nu juist een zorg van de nationale regeringen en vraagt vaak om een regionale of lokale aanpak. Het is onlogisch om hiervoor Europese fondsen in te zetten. Wanneer de EUbegroting wordt beperkt tot 1% BNI van de EU-landen, dan wordt de Europese Commissie gedwongen om heel veel 'oud beleid' te evalueren en eventueel te vervangen door'nieuw beleid'. Tot nu toe stelt zij voor om veel 'nieuw beleid' bovenop het 'oude' te stapelen. Een verkeerde ontwikkeling.

Het is te verwachten dat de Nederlandse contributie aan de EU in de komende jaren verder zal stijgen.Van 5, 18 miljard in 2004 naar ongeveer 6, 48 miljard euro in 2007. Deze stijging is niet zo sterk als in voorgaande jaren.Wel is de EU-afdracht vanaf 2006 voor meer dan 60% gekoppeld aan het nationaal inkomen. Een goede ontwikkeling, want hierdoor zullen ook in de EU de sterkere schouders zwaardere lasten dragen.

Over de gelden die Nederland vanuit Brussel zal ontvangen, is de regering minder concreet. De netto-betalingspositie blijkt licht verbeterd (van circa 3, 8 miljard in 2001 naar bijna 3 miljard euro in 2002), maar hoe dit plaatje de komende jaren eruit ziet, kan de regering niet zeggen. De subsidie-ontvangers zijn namelijk vooral provinciale en gemeentelijke instanties. Wel is te verwachten dat Nederland minder Europese subsidies binnenhaalt. Na het debacle rond het Europees Sociaal Fonds, waarbij Nederland zo'n 400 miljoen aan Brussel moest terugbetalen, zijn subsidie-aanvragers blijkbaar veel voorzichtiger geworden.

De Europese Commissie heeft een voorstel gelanceerd voor een netto-begrenzer, zodat lidstaten die relatief veel geld aan Brussel afdragen, worden gecompenseerd. Maar wanneer dit correctie-mechanisme pas in werking treedt als een lidstaat netto meer dan 0, 75% BNI afdraagt, dan heeft Nederland daar voorlopig geen baat bij, omdat de NL-afdracht volgens de Brusselse definitie thans 0, 5% BNI bedraagt. Het is beter om ook de ontvangsten af te toppen van de rijke landen die nettoontvangers zijn. Spanje, Ierland, Portugal en Griekenland ontvangen soms meer dan 2% van hun BNI uit Brussel.Wanneer het welvaartsniveau van deze landen ligt boven 90% van het EU-gemiddelde, dan is er volgens ons geen noodzaak voor zulke hoge EU-bijdragen. Die kunnen effectiever besteed worden in de armere lidstaten in Midden- en Oost-Europa.

In het volgende nummer gaan we in op de discussie over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie.

Drs j.A. Schippers

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 oktober 2004

De Banier | 24 Pagina's

Europees Parlement · Staat van de EU

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 oktober 2004

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken