Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jongeren · Gezag en (on)gehoorzaamheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jongeren · Gezag en (on)gehoorzaamheid

5 minuten leestijd

Staken is in. Nog vorige wee/c was liet weer raak bij busmaatschappij Arrive. Het blijft onrustig in werknemersland. Enige tijd geleden vroeg ik mede om die reden in het Reformatorisch Dagblad van 19 november aandacht voor de ethische aspecten van het recht om in actie te komen. Hebben calvinisten dit recht en hoe daarmee om te gaan? Ik heb prof. Zondag uitgenodigd daarop in te gaan - in het artikel heb ik zelf met name de positie belicht van degenen die wél willen werken. In het Reformatorisch Dagblad van 26 november is gereageerd door Zondag en de heer Schalk van de RMU. Door Zondag is aangegeven dat het een lastige materie is omdat de bijbelse arbeidsverhoudingen niet één op één toepasbaar zijn. Schalk ging verder in zijn stellingname: voor hem is staken ronduit verboden, tenzij doorwerken zonde is. Dat zou het zijn, indien het opvolgen van de orders in strijd komt met hetgeen God in de Bijbel van ons eist.

Dat standpunt lijkt lielder en is om die reden ook aantrekkelijk. De terughoudendheid van Zondag doet echter afvragen of het zo eenvoudig ligt. Bij nadere beschouwing meen ik van niet. Wellicht is dit de goede plaats om eens enkele voortgezette gedachten op te werpen. Dit artikel zal geen sluitend betoog zijn. Als mijn gedachten stof tot overdenking vormen, ben ik tevreden.

Uitgangspunt

Als uitgangspunt acht ik het volkomen juist dat verzet is geboden, zodra het niet-verzetten betekent dat men handelt in strijd met Gods geboden. Ongehoorzaamheid is dan geen recht, het is een plicht. In alle andere gevallen is ech­

ter blinde gehoorzaamheid geboden, aangezien het het "over ons gestelde gezag" aangaat.

In deze lijn past ook de reactie van de RMU. In zijn bijdrage noemt Schalk de gezagsrelatie tussen werkgever en werknemer in één adem met die van overheid en onderdanen. De vraag is of dit juist is. Het "recht van verzet" is afkomstig van Calvijn. Hij ziet daarbij echter uitsluitend op de burgerlijke overheid en niet op particuliere relaties. Het

gezag van de overheid op één lijn zetten met dat van de werkgever volgt daarom niet vanzelfsprekend uit Calvijn. Natuurlijk spreekt het vijfde gebod over vader en moeder De catechismus leert dat hierdoor moet worden verstaan "allen die over mij gesteld zijn" (vr. en antw. 104). Het betreft hier wel degelijk particuliere relaties.Toch meen ik dat er nog steeds een verschil bestaat tussen deze relaties en de werkgever-werknemerverhouding. Ds. Kersten zegt in zijn catechismuspreek over het vijfde gebod het volgende: "wij kiezen onze ouders niet, zij zijn ons gegeven. Zoo is het bij alle overheden in het gemeen" (eerste druk: p. 208).

Keuzemogelijkheid

Het kenmerkende verschil lijkt mij in deze keuzemogelijkheid gelegen. Kinderen kiezen hun ouders niet, onderdanen hun overheden niet.Als ik solliciteer, kies ik echter mijn eigen werkgever Daarmee plaats ik mij uiteraard onder zijn gezag. Elementair onderdeel van iedere arbeidsovereenkomst is het bestaan van een gezagsrelatie, zo leert het Burgerlijk Wetboek. Het is echter een andersoortig gezag dan het vanzelfsprekende gezag van ouders en overheden. Het is een contractuele vorm van gezag, waartegenover vastomlijnde en helder omschreven plichten en rechten staan van beide partijen. Komt de één een verplichting niet na, dan geeft dat de ander de wettelijke bevoegdheid om de zijne evenmin na te komen. Deze gezagsrelatie is een relatieve, in tegenstelling tot het absolute gezag van degenen die over ons gesteld. De wet omkadert het gezag van de werkgever nauwkeurig; hij mag alleen de overeengekomen werkzaamheden opdragen, de arbeidsvoorwaarden niet eenzijdig wijzigen, etc.

Ook Zondag geeft aan dat het "zakelijke aspect" van de hedendaagse relatie meebrengt dat toepassing van de bijbelse gegevens lastig is. Als de bovenstaande redenering juist is, houdt dit best wat in. Als de gezagsverhouding relatief is, is de gehoorzaamheidsverplichting dat ook.Verzet in de arbeidsverhouding is vergelijkbaar met een contractbreuk die de huurder pleegt die de huur niet betaalt omdat zijn dak lekt, terwijl de verhuurder weigert te repareren. Niemand zal daarvan zeggen dat dit onbijbels is.

Ik haast me overigens te zeggen dat bij het "recht van verzet" in deze context altijd sprake moet zijn van een proportionele reactie. Gehoorzaamheid - in bijbelse zin - blijft de norm. Deze gaat echter niet zo ver dat gehoorzaamheid ook is vereist indien men kwalijk behandeld wordt, zoals dat bij de gehoorzaamheid conform het vijfde gebod wel het geval is. Gehoorzaamheid mag hier niet ontaarden in een doorgeschoten slachtofferschap dat uitnodigt tot het maken van misbruik door de werkgever Calvijn is hier in dit verband heel duidelijk in. De "vriendelijkheid des gemoeds en gematigdheid zal niet verhinderen dat de hulp der overheid wordt ingeroepen of uit ijver voor het algemeen welzijn wordt geëist dat een schuldig en schadelijk mens gestraft wordt".

Misbruik

Ik kom in mijn praktijk nogal eens reformatorische werkgevers tegen die de werknemer van het opkomen voor hun positie trachten te weerhouden met een expliciet beroep op de gehoorzaamheid aan de "machten" die over hem zijn gesteld. De verwijten van die aard worden met name geuit in geval sprake is van inschakeling van rechtsbijstand als reactie op geschonden rechten. Misbruik van bijbelteksten is dat. Op dit punt blijken deze werkgevers Calvijn niet te kennen; immers leert deze dat het volstrekt is toegestaan dat bij krenking van recht de rechter als door God aangestelde overheid de zaak wordt voorgelegd met verzoek om recht te spreken."Zij die alle rechtsgedingen kortweg veroordelen, moeten begrijpen dat ze tegelijkertijd Gods heilige ordinantie verwerpen".Waar het ook hier op aankomt is de grondhouding. Doel van de actie mag nooit wraaklust zijn.

Mr.Arjon Klaassen is bestuurslid van de SGP jongeren en advocaat bij Bouwman Van Dommelen Advocaten te Utrecht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 2004

De Banier | 32 Pagina's

Jongeren · Gezag en (on)gehoorzaamheid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 2004

De Banier | 32 Pagina's

PDF Bekijken