Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Studiecentrum · Integreren, waarin?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Studiecentrum · Integreren, waarin?

5 minuten leestijd

Het debat over het rapport van de commissie 6/ok over het irttegratiebeleid lijkt over zijn hoogtepunt heen te zijn. De discussie over het meer of minder geslaagd zijn van het integratiebeleid en de oorzaken daarvan is overgegaan in de vraagstelling: wat is de inhoud van het typisch Nederlandse burgerschap waarin de immigrant moet worden onderwezen en ingewijd? Wat zullen de kerndoelen zijn van de burgerschapskunde zoals die op de scholen zal moeten worden onderwezen? Deze vraag naar de eigen, Nederlandse identiteit leidt tot verlegenheid. Is dat omdat die vraag ontdel< t aan het gemis van of aan het niet meer bewust aanwezig zijn van die identiteit?

De beantwoording van de vraag "wat is de Nederlandse identiteit" Is wel een voorwaarde waaraan vooraf voldaan moet zijn alvorens over te gaan tot burgerschapsvorming. De vraag dringt wel, volgens Paul Scheffer kan zij niet eindeloos worden vermeden en dringt zij tot een herwaardering van onze cultuur in een mogelijk pijnlijk zelfonderzoek (NRC 12/13 februari jl.). Katalysator tot deze discussie is de verontrusting over zinloos geweld in de samenleving en de vergaande individualisering. Het lijkt een bevestiging van de verzuchting die Huizinga uitte toen zijn waarschuwingen tegen het opkomend nationaal socialisme geen gehoor kregen: "de meeste mensen zijn gevoeliger aan hun vlees dan aan hun geest". Inmiddels komt het debat over de invulling van de Nederlands identiteit op gang, ingezet door het advies van de

Onderwijsraad aan de minister van onderwijs dat het Nederlandse onderwijs een grotere bijdrage moet leveren aan de socialisatie van de burgers. Dat kan, volgens de Raad, door aandacht voor burgerschap, voor het Nederlandse erfgoed en voor de Nederlandse identiteit. En: vele mensen in het onderwijs willen dat ook graag, want wat is er mooier dan het overdragen van cultuur? , zo licht de voorzitter van de Onderwijsraad, prof.Van Wieringen toe in een interview in de NRC. Daarom bepleit de Raad het opstellen van "een nieuwe canon voor het onderwijs", een selectie uit de Nederlandse cultuur en geschiedenis. In een maatschappelijk debat moet deze canon tot stand komen, met een breed draagvlak.

Een kakofonie van meningen

De oproep tot reflectie op de eigen, Nederlandse identiteit leidde tot heel wat en zeer uiteenlopende reacties. De voorzitters van vijf adviesraden van de regering noemden: culturele aspecten (literatuur, schilderkunst, architectuur), de plaats van vreemde talen en de katholieke emancipatie. Andere wetenschappers reageerden onder kopjes als: "leve de canon-maar niet te absoluut", "Dé vaderlandse geschiedenis bestaat niet" en "burgerschap moet je zelf doen". Genoemd werd voor het onderwijs het nodige vormende element als tegenhanger van loutere kennisoverdracht. Gewezen werd op het dynamische, relatieve en relationele karakter van het begrip identiteit.Alles bij elkaar zeer uiteenlopende benaderingen die heel wat stuurmanskunst zullen vereisen van degene die een maatschappelijk debat moet gaan leiden. Maar juist hier stellen we de vraag: is de Nederlandse identiteit wel te formuleren als de uitkomst van een Nationaal debat anno 2005? Zijn we dan niet erg kwetsbaar voor het ontstane gebrek aan historisch besef? De recente verkiezing van de grootste Nederlander aller tijden deed door een computerstoring geen recht aan Willem van Oranje. En, als toch gekozen wordt voor een bredere maatschappelijke discussie, hoe deel te nemen aan zo'n debat?

Huizinga en Da Costa

De historicus Van Deursen wijdde de drieëntwintigste Huizingalezing aan een vergelijking van Da Costa's geschrift Bezwaren tegen den geest der eeuw met Huizinga's publicaties In de schaduwen van morgen en Geschonden wereld, een beschouwing over de kansen op herstel van onze beschaving. De veelzeggende titel van de lezing van Van Deursen was: cultuur van verschuivende normen gaat onherroepelijk teloor. Hij citeert Da Costa: "het is een heilloze weg, als over elke vraag beslist wordt bij meerderheid van stemmen", daarmee de menselijke autonomie onder kritiek stellend. Uit Huizinga citeert hij: "cultuur heeft hogere normen nodig om cultuur te kunnen zijn" en "ook als moraal zich losmaakt van godsdienstige normen, mag ze zich niet van elke binding bevrijden". Indien inderdaad in een maatschappelijke discussie de Nederlandse identiteit omschreven gaat worden, ligt hier een wezenlijk aandachtspunt.Als de meeste stemmen bepalen wat recht is en wat zedelijk is, regeert de geest der eeuw, waarin volgens Scheffer Nederland lijdt aan een cultureel tekort. Vandaar de door hem aangehaalde, ontdekkende vraag van een immigrant op een inburgeringcursus: "inburgeren, ja, maar waarin dan? "

Burgerschapskunde in het onderwijs?

Niet het feit dat burgerschapskunde op de scholen een plaats krijgt, maar de inhoud van dit vak verdient onze volle aandacht. In een wetsvoorstel van mevr. Hamer es, schrijven zij ter toelichting dat de scholen vanuit hun eigen uitgangspunten gestalte zouden mogen geven aan de integratiedoelstellingen. In die situatie bepleit Van Klinken in het Reformatorisch Dagblad van 28 januari jl. terecht de ontwikkelingen rondom de canon vorming pro-actief te volgen. Het reformatorisch onderwijs kan er een invulling aan geven die niet alleen heilzaam is voor de eigen leerlingen, maar voor heel de samenleving. Dat betekent dat er reden is voor de gereformeerde gezindte om een doordachte bijdrage te leveren aan een mogelijk maatschappelijk debat waarin op hoofdlijnen de Nederlandse identiteit wordt omschreven en vervolgens deze bijdrage te bewerken tot hanteerbare leerdoelen voor de scholen.

dr. G. van der Hoek, vrijwillig medewerker

studiecentrum

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 2005

De Banier | 24 Pagina's

Studiecentrum · Integreren, waarin?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 2005

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken