Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Koningin Beatrix maakt werk van haar ambt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Koningin Beatrix maakt werk van haar ambt

9 minuten leestijd

Echt gerust waren ze er bij links midden jaren '60 niet op - op lioningin Beatrix. Van koningin Ju/iana vermoedden ze dat zij een Vo/kse'vorstin was, met het hart op de progressieve plaats. Een koningin die gewoon op de fiets stapte, het protocol het liefst negeerde en niets moest hebben van dikdoenerij. Geen Majesteit, maar gewoon 'mevrouw'. Maar of dat ook gold voor haar dochter Beatrix?

Toenmalig PvdA-fractievoorzitter Nederhorst had er een zwaar hoofd in. In een brief aan partijgenoten die het onverteerbaar vonden dat prinses Beatrix het had aangelegd met een Duitser, maakte hij van zijn hart geen moordkuil: "Eerlijk gezegd maak ik mij veel meer zorgen over kroonprinses Beatrix, wier eigenzinnigheid krachtig in toom zal moeten worden gehouden, dan over de heer von Amsberg, op wie, voorzover wij hebben kunnen nagaan, niets aan te merken is." Toen koningin Beatrix in 1980 aantrad als Koningin der Nederlanden, zullen sommigen dan ook ongetwijfeld teruggedacht hebben aan Nederhorsts woorden. Zou zij zich inderdaad gaan ontpoppen als "eigenzinnig"? Zou zij echt "in toom moeten worden gehouden"?

Plichtsbetrachting

Terugkijkend op '25 jaar koningin Beatrix', moet vastgesteld worden dat het beeld dat de fractievoorzitter van de PvdA in 1965 had van koningin Beatrix, voor een belangrijk deel spoort met het beeld dat zich vanaf medio jaren '90 over haar heeft vastgezet. Gold de vorstin tot zeg 1995 als onberispelijk, hardwerkend, terzake kundig en een toonbeeld van plichtsbetrachting, opeens heette het dat de koningin zich eigenzinnig, star en bemoeizuchtig opstelde, een Majesteit wier wil wet was. Royalty-watchers en commentatoren speculeerden volop over 'de macht' van de koningin. Die stroom van perspublicaties werd gevolgd door een aantal boeken waarin op deze suggestie werd voortgeborduurd. En uit de aard der zaak waren er ook op het Binnenhof politici bereid om een duit over het 'Beatrixisme' in het zakje te doen.Toenmalig fractievoorzitter Thom de Graaf van D66 zette het onderwerp in 2000 op de politieke agenda, waarna premier Kok zich aan het schrijven van een overigens weinig nieuws bevattende notitie over'modern koningschap' zette.

Hoe kwam het toch dat het koningschap van koningin Beatrix ergens in de jaren '90 opeens ter discussie kwam te staan? Vanwaar die ophef? Waarschijnlijk ligt een belangrijk deel van de oorzaak in het feit dat er toen in een betrekkelijk korte tijd een betrekkelijk groot aantal 'kwesties' in de openbaarheid is gekomen waarbij de invloed van koningin Beatrix aanwijsbaar was - althans, dat dacht men. Die kwesties waren achtereenvolgens de vestiging van een Nederlandse ambassade in Jordanië, het vermeende koninklijk verzet tegen het 'homohuwelijk', het niet verlenen van een subsidie voor het toneelstuk'Emily', de hernieuwde aandacht voor Hare Majesteits bemoeienis ten behoeve van de in Singapore ter dood veroordeelde zakenman Van Damme en de overplaatsing van de Nederlandse ambassadeur in Zuid-Afrika, met daaraan gekoppeld kritische vragen over haar uitnodigingsbeleid ten aanzien van ongehuwde hokkers. Later kwamen daar 'affaires' bij als de skivakantie van de koningin in het besmette Oostenrijk van de rechtspopulist Jörg Haider, het 'de-leugen-regeert-incident', indiscrete kamerleden, een reeks prinselijke huwelijken (waarvan er enkele veel stof deden opwaaien) en een op hol geslagen nichtje dat uit het paleis klapte.

Invloed

Dat koningin Beatrix haar invloed deed gelden, was iets wat al langer bekend was. Het verschil met de periode daarvóór was echter dat die invloed nu ineens zichtbaar werd. De abstracte invloed die men veronderstelde, bleek ineens concreet aanwijsbaar: de koningin zag het homohuwelijk niet zitten, moest niks hebben van ongehuwd samenwonen, vond een toneelstuk over haar privé-zaken en die van haar oudste zoon ongepast, bemoeide zich actief met de verbintenissen van haar zoons, en ga zo maar door Die keurige en ijverige koningin bleek zomaar een mening te hebben, en daar nog voor uit te komen ook. Dat nu was enkele dogmatische democraten net iets te veel van het kwade.

Het is goed nog eens uitdrukkelijk vast te stellen dat het, afgezien van 'Amman' (minister Van Mierio erkende in antwoord op schriftelijke vragen van de SGP z'n mond te hebben voorbijgepraat), in al deze gevallen ging om verhalen en geruchten waar niemand het ware van weet. Pijnlijk en storend daarbij is dat het lijdend voorwerp van deze discussie. Hare Majesteit zelf, zich, gezien haar positie, niet kan verdedigen. Ook de bewindslieden zullen nooit geheel bevredigend en afdoende op dit soort geluiden kunnen reageren, gebonden als ze zijn aan het geheim van het paleis.

Kroongetuige

Tegelijkertijd gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat de verhalen over een in- vloedrijke koningin wel passen in een bepaald beeld dat in de loop der jaren over koningin Beatrix is ontstaan - niet in het minst door haar eigen toedoen en door de lovende woorden van degenen die haar van nabij meemaken. Ettelijke bewindslieden die het weten kunnen, met als kroongetuige natuurlijk de premier die het langst met haar optrok, Lubbers, gaven hoog op van Beatrix' regeerkunst. Zo ontstond het beeld van een hardwerkende, plichtsgetrouwe en zeer ter zake kundige vorstin die achter de schermen veel 'werk maakt' van haar hoge ambt, en als het moet haar verantwoordelijkheid neemt. Illustratief is in dat verband de uiterst moeizame 'paarse' kabinetsformatie van 1994. De impasse op het politieke schaakbord kon uiteindelijk pas en slechts opgelost worden door een volkomen onverwachte, maar effectieve "koninklijke meesterzet".

Invloed is moeilijk te meten. Dat geldt wel heel in het bijzonder voor koninklijke invloed, waar twee handicaps het zicht op de koninklijke invloed ontnemen. Handicap één is het even beroemde als beruchte geheim van het paleis: het verkeer tussen de koningin en de ministers speelt zich als het goed is af achter gesloten paleisdeuren. Als er invloed is, is die voor buitenstaanders onzichtbaar. De tweede handicap is, dat er in een moderne constitutionele monarchie geen onwrikbare en welomlijnde regels zijn waaraan de koningin en de ministers zich hebben te houden. De speelruimte van koningin Beatrix is niet nader gedefinieerd of uitgewerkt in een handzame wet - of het nu de kabinetsformatie betreft of haar werkzame aandeel als volwaardig lid van de regering, en alles wat daarbij hoort.

Bagehot

In dit verband duiken altijd de drie door de 19" eeuwse Engelse liberaal W. Bagehot in de wereld geholpen rechten op: "the right to be consulted, the rigt to encourage and the right to warn." Vrij vertaald: het recht van de vorstin om geconsulteerd te worden, het recht om aan te moedigen en het recht om te waarschuwen. Ook voor het Nederlandse staatshoofd valt men nogal eens terug op deze klassieke trits.Alleen -en daar zit'm de moeilijkheid dan weerdeze rechten kunnen op verschillende manieren worden uitgeoefend. Ze zijn als het ware elastisch. Degene die die rechten uitoefent en uitoefenen mag, kan het elastiek oprekken en kan het eveneens laten vieren. Of, om het in de woorden van een ex-excellentie die nog onder koningin Wilhelmina diende te zeggen: de ene vorst slaat de toetsen wat zwaarder aan dan de andere.

Het lijdt geen twijfel, dat koningin Beatrix het type vorstin was en is dat ertoe neigt om de haar toekomende rechten en bevoegdheden als lid van de regering op te rekken - de toetsen wat zwaarder aan te slaan. Iemand die daar al vele jaren geleden op wees is de journalist en monarchie-specialist Harry van Wijnen. Hij wees er in 1992 op dat koningin Beatrix veel meer gewicht in de regeringsschaal legt dan menigeen vermoedde. Hij noemde haar het "het constitutioneel contragewicht in de regering" en bestempelde haar koningschap als een "inwonende schaduwregering." Van Wijnen schreef dit toe aan Beatrix' taakopvatting. Die luidt: evenknie zijn van de ministers."Dat komt neer op de zelfopgelegde taak aan de ministers gelijk te willen zijn, niet in kennis van het regeringsbeleid voor de minister-president onder te willen doen, zelfs niet te willen onderdoen voor de vakministers, ja, opgewassen te willen zijn tegen het kabinet." Vanuit die taakopvatting komt koningin Beatrix tot een taakinvulling die, aldus nog steeds Harry van Wijnen, getuigt van een "energieke betrokkenheid, om niet te zeggen ambitie..."

Legaal

De kort daarna opgelaaide discussies naar aanleiding van de 'affaires', hebben Van Wijnens gelijk bevestigd: koningin Beatrix heeft, naar het zich laat aanzien, haar rechten en bevoegdheden maximaal benut. Dat hoeft niemand te verbazen, temeer niet omdat het geheim van Beatrix' succes eenvoudig en volkomen legaal is. In al de jaren die zij 'aan het bewind' was, heeft zij een reputatie opgebouwd waar je u tegen zegt. Zij stond en staat bekend als een hard werkende, ter zake kundige en uitermate goed geïnformeerde vorstin die overal goed beslagen ten ijs komt. Haar taakopvatting en werkwijze dwingen wijd en zijn respect af.

Welnu, deze reputatie heeft koningin Beatrix in meerderlei opzichten goed gedaan. Ze heeft er gezag mee verworven. En dat is een gegeven dat zonder enige twijfel meeweegt als ze met de minister-president of met een van de andere bewindslieden in conclaaf is en met hen de staatszaken doorneemt. Haar vragen, haar aansporingen, haar adviezen en haar ongetwijfeld subtiel geformuleerde waarschuwingen kunnen door niemand, ook niet door de ministers, achteloos terzijde worden geschoven. Een weer- of antwoord op haar interventies moet door de betrokken minister of staatssecretaris van een degelijke argumentatie worden voorzien. Vandaar dat de audiënties ten paleize o.nder Beatrix niet te boek staan als de meest makkelijke.

Kroonberaad

Daarbij past dan echter wel onmiddellijk de fundamentele kanttekening dat in onze huidige staatsrechtelijke verhoudingen het tenslotte de ministers zijn die de speelruimte van de vorstin bepalen.Als de koningin inderdaad een toenemende invloed heeft op het constitutionele speelveld, dan zijn het de ministers die haar die speelruimte kennelijk gunnen, in ieder geval haar die ruimte laten. Zij immers zijn verantwoordelijk voor haar doen en laten en moeten de uitkomst van ieder kroonberaad voor hun rekening (willen) nemen. Doen of durven ze dat niet, dan hebben ze kennelijk te weinig tegenspel geboden - om wat voor reden dan ook. Dan hebben ze, om met wijlen PvdA-fractievoorzitter Nederhorst te spreken, koningin Beatrix niet krachtig genoeg in toom gehouden. De vraag is dan over wie dat meer zegt: over die weinig tegenspel biedende ministers of over de rechtmatige Majesteit?

Menno de Bruyne

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 2005

De Banier | 24 Pagina's

Koningin Beatrix maakt werk van haar ambt

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 2005

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken