Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Parlementair logboek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Parlementair logboek

16 minuten leestijd

Financiën

Het belangrijkste debat de afgelopen twee weken was dat met minister Zalm over de Miljoenennota. Het geld, de cijfertjes, en vooral: de verdeling daarvan. We hebben het dan over de bekende algemene fmanciële beschouwingen. Partijen die het kabinet willen dwingen tot andere keuzes dan die welke door de bewindslieden gemaakt zijn, moeten dan hun slag slaan. Anders zijn ze te laat, en kunnen ze alleen nog wat schuiven met bedragen binnen de begroting van één departement.

Anders gezegd: wie geld dat bestemd is voor bijvoorbeeld de topsport in v/il zetten voor de bestrijding van vrouv/enhandel, kan dat alleen doen bij de algemene financiële beschouwingen. Want zo'n verschuiving betekent dat er geld weg moet van de begroting van Sport naar de begroting van Justitie. En dat kan alleen als het hele financiële plaatje wordt bekeken, dus bij de financiële beschouwingen.

Dit voorbeeld is overigens niet uit de lucht gegrepen. Integendeel, het was één van de voorstellen die SGP-woordvoerderVan der Vlies deed tijdens de debatten met minister Zalm. Hij stelde het scherp: de Kamer kan kiezen: topsport bevorderen of vrouwenhandel bestrijden. De keus van de SGP was en is helder Een plusje zette de SGP ook bij twee andere kwetsbare groepen in de samenleving. De eersten zijn de chronisch zieken en gehandicapten. Niet ontkend kan worden dat zij de afgelopen jaren in de knel zaten. Nu het wat beter lijkt te gaan, waarom dan uitgerekend deze mensen geen steuntje in de rug geven? vroeg Van derVlies zich af. Hetzelfde geldt voor de middeninkomens. Het kabinet heeft aan deze groep in het verleden zelfs beloftes gedaan. Dan is het nu de hoogste tijd om die beloftes in te lossen, aldus Van derVlies, die aankondigde bij de behandeling van het belastingplan met concrete voorstellen te zullen komen om de kinderkortingen te verhogen.

Waar de SGP ook de vinger bij wilde leggen, is het alcoholgebruik, met name onder jongeren. De overheid kan natuurlijk nooit een gezond leven van haar burgers afdwingen. Wat zij echter wél kan, en in onze ogen ook móet, is het zorgen voor prikkels die burgers in een bepaalde richting duwen. En dat blijkt nog altijd het best te kunnen via de portemonnee - financiële prikkels dus. Tegen die achtergrond pleitte Van derVlies voor een stevige ophoging van de accijnzen op alcoholhoudende dranken, en eveneens op tabak.

In zijn bijdrage stipte de SGP-afgevaardigde uit Maartensdijk nog ettelijke andere punten aan.Te noemen is het goede woordje dat hij deed voor de monte/zor-g(ers). En ook de in SGP-ogen veel te hoge afdrachten van ons land aan Europa. Nederland betaalde al een hele hoop (hoogste nettobetaler!), en daar komt nu wéér een substantieel bedrag bij! Dat kan duidelijk minderWaar ook nog op te verdienen valt, is het vuurwerk.Van derVlies herhaalde nog maar eens het SGP-pleidooi om een (stevige) heffing op vuurwerk in te voeren. Op het verlanglijstje om méér geld aan uit te geven, staan verder nog het spoor en de dijkversterking. Geen nieuwe thema's, maar daarom nog niet onbelangrijk.

Polygamie

Een heel raar verhaal natuurlijk. Het werd als eerste gebracht door een regionale krant in Brabant en delen van Zeeland, maar ook het RD publiceerde het prominent: een gehuwd paar dat gaat samenwonen met een derde partner, een gemeenschappelijke vriendin van het paar. En dat met veel tamtam, inclusief bruidsauto, trouwkleding en - ringen en een feestje voor familie, vrienden en bekenden.Wie het bericht las, kon zich niet aan de indruk onttrekken dat hier sprake was van een eerste stap op weg naar polygamie.

Hoe zit dat precies? Dat was de kernvraag die de SGP nog diezelfde dag stelde aan de regering, in dit geval in de persoon van minister Donner van Justitie. In het bericht stond dan wel dat een notaris deze driehoeksverhouding officieel had geregeld, maar kan dat zomaar? Zit er in de Nederlandse wet en regelgeving inderdaad een soort gat, waardoor deze 'sluiproute' naar polygamie mogelijk is? Mocht dat zo zijn, dan is het volgens Van der Staaij, die de vragen stelde, zaak dat gat zo snel mogelijk te dichten. Want dit kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn van de wetgever De SGP voorstander van het klassiek-christelijke huwelijk tussen één man en één vrouw, zou daarom graag zien dat de regering dit soort sluiproutes gewoon afsnijdt.

Mensenhandel

"De handel in mensen is een ernstig en vooral hardvochtig misdrijf. De meeste slachtoffers, vaak vrouwen, zijn tussen de 18 en 23 jaar. Een harde aanpak daarvan is noodzakelijk. Het blijft daarbij onthutsend en pijnlijk om te zien wat een centrale rol de seksindustrie speelt -gelegaliseerd of niet-gelegaliseerd- in deze onmenselijke handel. Deze verwevenheid moet ons bezig blijven houden en blijven motiveren om prostitutie zowel aan de aanbodzijde als aan de vraagkant terug te dringen. Het is de hartelijke wens van de SGP dat die kant van het Internationale Vrouwenverdrag ook eens wat meer voor het voetlicht zou komen in ons land."

Met deze woorden en een knipoog naar hetVN-Vrouwenverdrag begon SGP'erVan der Staaij op 27 september zijn bijdrage aan het overleg in de Tweede Kamer over de mensenhandel. Aandacht is er voor deze problematiek genoeg, zo lijkt het, maar dat is dan vooral aandacht voor onderzoek naar en overleg over deze materie.Wat de SGP betreft moet er méér gebeuren, en wel in de sfeer van optreden en aanpakken. Want uit de (voorlopige) cijfers van de nationaal rapporteur mensenhandel blijkt dat er opnieuw een forse stijging te registreren valt van het aantal geregistreerde verdachten van de handel in mensen, met name vrouwen en kinde-

Uit alle gegevens die de Kamer nu ter beschikking heeft, blijkt dat de controle in bordelen duidelijk tekort schiet.AI eerder stelde de SGP-fractie aan de orde dat de strijd tegen de uitbuiting in de seksindustrie niet echt wordt aangebonden. Uit de rapportage van de al genoemde rapporteur blijkt zonneklaar dat zowel de bestuurlijke controles door de gemeenten als de opsporing en vervolging door politie en justitie niet werken.Toen onder Paars de prostitutie een 'normale bedrijfstak' werd, werd als een van de argumenten voor deze legalisering genoemd het feit dat daardoor beter opgetreden kan worden tegen de illegale praktijken. Helaas moet vastgesteld worden: klopt niet. Alles wijst erop dat het tegendeel het geval is. Dat verbaast de SGP niks, maar bij de rege- ring en veel andere partijen is dat inzicht nog altijd niet doorgedrongen - alle onderzoeken en reportages die dat aantonen ten spijt.Typisch geval van ziende blind zijn en horende doof. Men wil het gewoon niet zien en horen.

Een punt maakte Van der Staaij van het strafbaar stellen van 'hoerenlopers'. Wat is erop tegen om, net als in sommige andere landen, mannen strafbaar te stellen die willens en wetens seksuele 'diensten' afnemen van vrouwen die gedwongen worden tot prostitutie. Er gaat een duidelijke signaalwerking vanuit en het maakt'klanten' hopelijk alerter De Stichting tegen vrouwenhandel wees erop dat er groepen prositutiebezoekers bestaan die welbewust op zoek gaan naar vrouwen en meisjes die uitgebuit en onderdrukt worden.Via internet en andere informatiekanalen weten ze precies hoe en wat. Het is toch te gek dat zulke gewetenloze lieden niet strafbaar zijn? Het argument om dat niet te doen, is dat deze personen dan geen informatie meer zullen willen verstrekken. Complete onzin. Alsof dit soort types op dit moment wél naar politie en justitie stappen om aangifte te doen! De minister zou toch warempel beter moeten weten.

OZB

Het klinkt allemaal natuurlijk erg aanlokkelijk: schaf de OZB af, de belasting op onroerende zaken. Allicht dat veel burgers daar voor te porren zijn, want dat levert een mooi voordeeltje op. In deze tijd van aangehaalde broekriemen en hogere kosten is dat mooi meegenomen. Dus wie zou daar niet voor tekenen?

Wie de zaak zo bekijkt, ziet helaas maar één kant van de zaak. En dat doet het kabinet. In het regeerakkoord is op verzoek van de WD vastgelegd dat het gebruikersdeel van de OZB op woningen moet worden afgeschaft en dat de overige OZB-tarieven moeten worden 'gemaximeerd', d.w.z. niet boven een bepaald vastgesteld bedrag mogen uitkomen. Nogmaals, dat klinkt prettig in de oren, maar wie nagaat wat de gevolgen daarvan zijn voor met name de gemeenten, zal inzien dat er op dat voorstel ook het nodige valt af te dingen.

Iemand die dat deed toen dit kabinetsvoorstel in de Tweede Kamer werd besproken, was 'onze'Van der Staaij. Niet nodig en niet wenselijk, was zijn conclusie.Waarom?

Hoofdpunt van kritiek van de SGP (en zeer vele anderen, organisaties, verenigingen, gemeenten natuurlijk, maar ook diverse gerenommeerde adviescolleges) is dat de gemeenten deze inkomstenbron hard nodig hebben om een eigen beleid te kunnen voeren. Door de afschaffing van de OZB worden ze in feite beroofd van de mogelijkheid om inhoud en vorm te geven aan een eigen beleid op de terreinen waar de gemeenten autonoom zijn. Feitelijk wordt door het dichtdraaien van de financiële kraan de gemeentelijke vrijheid om hals gebracht.

Het kabinet beroept zich bij de verde­

diging van haar voorstel op irritatie bij de burgers.Van der Staaij bracht daar tegenin dat als irritatie bij de burgers de maatstaf wordt bij het beantwoorden van de vraag of bepaalde belastingen moeten worden gehandhaafd of afgeschaft, het antwoord al bij voorbaat helder is: dan zal er nagenoeg geen belasting meer worden geheven in Nederland. De irritatie over de inkomstenbelasting leeft óók breed, vooral als de blauwe enveloppen weer de brievenbus inglijden. Schaffen we die dan ook maar af?

Lokale politiek

Bovendien: is dit niet ook typisch een kwestie van lokale politiek? Van der Staaij: "De relatie tussen de hoogte van de lokale lasten en het daarbij behorende voorzieningenniveau is bij uitstek een kwestie voor de lokale politiek. Deze verhouding behoort uiteraard in evenwicht te zijn. Op lokaal niveau kan dat het beste worden beoordeeld en daar wordt de stem van de betrokkenen via de volksvertegenwoordiging ook het meest rechtstreeks gehoord. Ik zie niet in dat de bij uitstek lokaal-politieke aangelegenheid van de verhouding tussen lokale lasten en het daarbij behorende voorzieningenniveau een steekhoudend argument kan zijn voor het nemen van een bij uitstek Haagse maatregel. Een maatregel waardoor de verhouding tussen lasten en voorzienin­

gen voor de burger overigens helemaal achter de horizon verdwijnt - wat de SGP-fractie betreft onwenselijk en contraproductief."

In zijn uitvoerige bijdrage ging Van der Staaij ook nog in op de stelling dat met de voorstellen van het kabinet een aanzienlijke lastenverlichting wordt bewerkstelligd voor de burgers. Dat is maar zeer de vraag. Opnieuw Van der Staaij: "De regering stelt dat met de voorliggende maatregel voor burgers een aanzienlijke lastenverlichting wordt bereikt. Bij die stelling zijn wel de nodige kanttekeningen te plaatsen. Het is wél zo dat veel burgers de afschaffing van het gebruikersdeel van de OZB als een lastenverlichting zullen ervaren. De gemeenten worden voor

de te derven inkomsten echter door het rijk gecompenseerd. De daarvoor benodigde middelen moeten ook ergens vandaan komen.Via de landelijke belastingen betalen de burgers dus wel degelijk mee aan deze als lastenverlichting gepresenteerde wijziging. In die zin is er, in tegenstelling tot wat de regering beweert, wel sprake van een sigaar uit eigen doos. Niet doordat er ten bate van deze ingreep belastingverhoging wordt doorgevoerd, maar wel in die zin dat zonder deze ingreep het forse bedrag van ruim I miljard euro een alternatieve bestemming had kunnen krijgen dan wel dat verdere lastenverlichting had kunnen worden doorgevoerd." op de avond voorafgaande aan Prinsjesdag kwamen zo'n vijftig lokale bestuurders en belangstellenden in Gouda bijeen om na te denken over integraal veiligheidsbeleid op lokaal niveau. In deze Doelv/it een verslag van het congres.Veiligheidsbeleid is een thema waarvan de actualiteit helaas nog elke dag bewaarheid wordt! In de gemeente is veiligheid niet alleen een taak van de burgemeester en de politie, maar ook wethouders en gemeenteraad hebben hun verantwoordelijkheid. We spreken niet voor niets over integrale veiligheid, dat wil zeggen dat veiligheidsbeleid raakvlakken heeft met veel andere gemeentelijke beleidsterreinen.

Veiligheid: cijfers en gevoel

Op landelijk niveau zijn minister Donner (Justitie) en minister Remkes (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) verantwoordelijk voor het veiligheidsbeleid. Hoofdspreker tijdens het congres v^^as de minister van BZK. De heer Remkes begon met een aantal opmerkingen over het begrip veiligheid. Dat heeft een 'harde' kant, de cijfers, en een 'zachte' kant, het gevoel. Wat de cijfers betreft gaat het de laatste jaren beter: in 2002 gaf 31 % van de bevolking aan zich v/el eens onveilig te voelen, in 2005 was dit percentage gezakt naar 24%. De collega-ministers streven er gezamenlijk naar met de uitvoering van het veiligheidsprogramma de criminaliteit en overlast terug te dringen. Daarbij ligt wat minister Remkes betreft de nadruk op repressie. In 2006 wordt er een nieuw veiligheidsplan gepresenteerd om mee te starten in 2007. In dat plan wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor lokale veiligheid.Veiligheid vraagt niet alleen in grote gemeenten om aandacht, maar ook in kleinere gemeenten. Daarom is het ministerie in samenwerking met deVNG en het Centrum voor Criminaliteitspreventie het project Veilige Gemeenten gestart om ook kleine gemeenten hierin te ondersteunen. Belangrijke onderwerpen, óók voor gemeenten, zijn terreurbestrijding en de informatievoorziening bij rampenbestrijding. De gemeenten zijn bij uitstek in de gelegenheid om in gesprek met de burgers, in "de haarvaten van de samenleving", te proeven welke gevoelens spelen onder de bevolking die kunnen leiden tot onveilige situaties, aanslagen of brandstichtingen bijvoorbeeld. De minister noemt als voorbeeld de brandstichting in de islamitische school in Uden na de moord op Theo van Gogh. Achteraf bleek dat in de gemeente signalen waren dat er iets zou gebeuren, maar er is 'weggekeken'. De minister ziet een belangrijke verantwoordelijkheid voor burgers zelf, ouders, scholen en de lokale overheid weggelegd. Wat betreft de "zachte" kant van veilig­ heidsbeleid, het gevoel, legt minister Remkes er de nadruk op dat de lokale volksvertegenwoordigers het dichtst bij de burger staan. Lokale politici zijn voor de burger veel meer'overheid' dan een minister Burgers zijn meestal wel tevreden in hun eigen situatie, maar ze zijn ongerust over criminaliteit en veiligheid in de samenleving als geheel. Het (on)veiligheidsgevoel is dus niet zozeer

gebaseerd op eigen ervaringen, maar op wat men hoort, leest en ziet.Velen roepen dat er hard moet worden opgetreden en men heeft ook iets over voor meer veiligheid: kijk maar naar de acceptatie van de identificatieplicht.

Lokale verantwoordelijkheid

Wat kan een lokale politicus doen in het duale stelsel? De minister geeft aan dat daarvoor geen nationaal recept bestaat. Elke gemeente is anders. De lokale context is voor het veiligheidsbeleid cruciaal. Op dit moment staat veiligheid in veel gemeenten al hoog op de agenda. Ook de raad is er bij betrokken door middel van beleidsplannen integrale veiligheid. Raadsleden kunnen zelf onderwerpen op de agenda zetten Voor burgers moet duidelijk zijn dat de raad de hoofdlijnen vaststelt, het college uitvoert en dat de raad vervolgens controleert. "Veiligheid is niet alleen de politie die een boef vangt of de burgemeester z'n politieke hobby", aldus minister Remkes. Raad en college zijn hier ten volle bij betrokken. Daarbij is het de taak van de raad om het college "op de hielen te zitten". Bij de uitvoering van het veiligheidsprogramma 2002 is het zaak niet naar elke schakel apart te kijken maar naar de keten als geheel. Dat laat onverlet de verantwoordelijkheid van burgers, de samenleving zelf. Samen met die burgers, met bedrijven en ondernemers kan de lokale politiek haar verantwoordelijkheid gestalte geven. Kaders stellen betekent dan dat het niet gaat om die ene lantarenpaal, maar om goede verlichting. De raad moet het college aanspreken op de kaders die ze zelf heeft gesteld.Tot slot wenst de minister de lokale politici sterkte in hun taak.

Belang van lokaal beleid

Burgemeester Stoop van de gemeente Dirksland reageert op het referaat van de ministen Hij citeert uit de 'Gids voor de veiligheid' van het ministerie van BZK om het begrip integrale veiligheid te definiëren: "Systematisch en samenhangend werken aan behoud of verbetering van de lokale veiligheid in al haar facetten, onder regie van het lokale bestuur." Veiligheid is een containerbegrip, uiteenlopende zaken vallen hieronder, van het invoeren van het Keurmerk Veilig Wonen tot preventief lokaal jeugdbeleid.Veiligheidsbeleid verschilt erg per gemeente en hoeft niet persé te voldoen aan alle criteria die hiervoor vastgesteld kunnen worden. Dit illustreert burgemeester Stoop aan de hand van een onderzoek naar het integraal veiligheidsbeleid in zeven kleine gemeenten in de regio Rotterdam-Rijnmond. Uit het onderzoek blijkt dat de in bovengenoemde definitie genoemde aspecten van integrale veiligheid niet voor alle gemeenten opgaan. Knelpunten zijn de beperkte financiële middelen, dubbelfuncties in de ambtelijke organisatie, relatief lage prioriteit vanwege de even grote relatieve veiligheid, gemeentelijke regiefunctie teveel gericht op incidenten en het ontbreken van gestructureerde informatieverzameling. Het is niet zo dat deze gemeenten dus niets aan integraal veiligheidsbeleid doen, integendeel, maar uit het onderzoek blijkt dat er lokaal een heel verschillende aanpak kan zijn.

En die moet er ook zijn, aldus de burgemeester, omdat lokaal maximaal zicht bestaat op de problematiek.

Voorkomen is beter dan genezen

Gemeenten kunnen vanuit de kennis van de lokale samenleving zich het beste richten op preventie, het voorkómen van onveiligheid. Burgemeester Stoop vindt dat preventie minstens zo belangrijk is als repressie, zeker op lokaal niveau. Hij ziet de handreiking van het Project Veilige Gemeenten dan ook met belangstelling tegemoet.

Lokale maatvoering is belangrijk.Wel moeten verschillende gemeenten, of het nu Dirksland is of Groningen-stad, kunnen rekenen op dezelfde basispolitiezorg. In een kleine gemeente heeft een criminele of overlastgevende gebeurtenis een veel grotere impact op de lokale samenleving dan v^anneer een gebeurtenis van eenzelfde omvang plaatsvindt in een grote stad.

De burgemeester uit een 'cri de coeur' richting minister als het gaat over de centralisatie van het politiebestel: bespaar gemeenten een kostbare, energievretende reorganisatie. Spreker maakt van deze gelegenheid gebruik om de minister gelijk te melden dat een verdere beperking van het belastinggebied, de opheffing van de OZB voor gebruikers, een verantwoorde aanpak van veiligheidsbeleid alleen maar moeilijker zal maken voor de gemeenten.

De coreferent erkent de taak van gemeenten op het gebied van informatievoorziening, maar benadrukt dat dit vooral ook vanuit de politieregio's gestalte moet krijgen. De informatieorganisatie van de politie moet worden uitgebreid. Burgemeester Stoop is het eens met de minister als hij zegt dat de lokale politiek in gesprek moet met burgers over de verantwoordelijkheid van individuen, scholen, kerken en organisaties. Hij heeft helaas ook de ervaring dat mensen niet altijd hun mond opendoen en 'wegkijken'. Het co-referaat wordt afgesloten met de opmerking dat in het kader van het lokale veiligheidsbeleid iedere schakel van de keten en elk bestuursorgaan van belang is.Veiligheidsbeleid is een gezamenlijke taak voor bestuur en burgers, ieder in zijn eigen rol.

D.V. 'm de volgende Banier kunt u het verslag van de workshops lezen.

Rudi Biemond

Mart-Jaap van Leeuwen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 oktober 2005

De Banier | 24 Pagina's

Parlementair logboek

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 oktober 2005

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken