Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Studiecentrum · Vrijheid van inrichting?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Studiecentrum · Vrijheid van inrichting?

5 minuten leestijd

De onderwijsvrijheid zoals die vastgelegd is in art. 23 van onze Grondwet betekent naast de vrijheid om scholen te stichten ook de vrijheid van inrichting van het onderwijs. Deze ruimte geeft verantwoordelijkheid en daarmee verantwoordingsplicht. In tijden van autonomievergroting roept het vragen op als desondanks het parlement zich op uitvoeringsniveau inlaat met de inrichting van het onderwijs. Hoe kunnen scholen en hun besturen hiermee omgaan en waarop moet gelet worden bij het afleggen van verantwoording?

Recente discussiepunten

Aanleiding tot deze bijdrage is een aantal recente discussies waarbij vanuit verschillende invalshoeken de onderv^ijsvrijheid ter sprake werd gebracht. Bijvoorbeeld: a. het integratiedebat, waarbij zowel de stichting als de inrichting van het (bijzonder) onderwijs kritisch werd benaderd; b. de door de minister van onderwijs gewenste (wetenschappelijke) discussie over Intelligent Design (ID), evolutietheorie en scheppingsgeloof. In de Tweede Kamer werden hierover vanuit een "evolutiegeloof" heel stellige uitspraken gedaan over de inrichting van het onderwijs, met name wat er niet ter sprake zou mogen komen; c. het rapport "Grenzen aan de maatschappelijke opdracht van de school" van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Dit rapport stelt kritische vragen over de mate waarin de school naast haar primaire taak ook helpen moet bij de oplossing van maatschappelijke problemen. Zo stellen de meeste

geïnterviewde deskundigen: "een

school is er niet voor de opvang. Dat klinkt hard, maar is wei zo. Dat de school die functie wel vaak krijgt is iets anders, maar een school is daar niet voor. Opvang is een verantwoordelijkheid van de ouders" (p. 35). Het roept op zijn minst vragen op over de waarde die gehecht wordt aan een SCP-rapport wanneer Kamer en Kabinet zo snel na het verschijnen ervan desondanks besluiten dat ouders er recht op hebben dat de school kinderopvang (laat) verzorgen. Is dat autonomievergroting en vrijheid van inrichting?

Zo komen we tot de kernvragen: wat is de maatschappelijke opdracht van de schooi, hoe wordt die ingevuld en hoe wordt daarover verantwoording afgelegd?

De maatschappeiijite opdracht van de school

Het SCP-rapport vermeldt onder andere de definitie: "Onder de maatschappelijke opdracht van de school worden al die maatschappelijke vragen en problemen verstaan die op de school afkomen en waarop de school - uit eigen ambitie en missie of door externe druk - kan reageren door naast reguliere onderwijstaken allerlei vormen van extra ondersteuning en zorg aan te bieden".Te denken valt aan achterstandbestrijding, integratie, een veilige school met op­

vang en zorg voor risicoleerlingen, burgerschapsvorming, etc.

Er wordt gesproken over taken die de school naast reguliere onderwijstaken zou kunnen verrichten. De maat­

schappij is er mee gediend dat scholen goed onderwijs geven, dat leerlingen worden gevormd - vanuit de levensbeschouwing

van de school - tot Nederlandse staatsburgers, en dat zij zo worden toegerust dat zij kunnen participeren in onze samenleving. In deze definitie valt de tussenzin op

"uit eigen ambitie en missie of door externe druk". Die brengt het spanningsveld van de inrichting van het onderwijs precies in beeld: de eigen ambitie en missie volgen direct uit de erkende grondslag van de school. Die werkt door in het onderwijs over waarden en normen, daartoe wisten de oprichters zich geroepen en de erkenning hield in dat onze samenleving die richting een wettelijke plaats geeft. Lastiger wordt het als door externe druk (van wie? ) de schooi extra opdrachten krijgt. Het laatste is het geval nu de scholen verplicht gaan worden om voor ouders die daar om vragen kinderopvang te (laten) verzorgen. Ook al hoeft de school de kinderopvang niet zelf te geven en kan zij volstaan met te bemiddelen, het is een oneigenlijke, externe aanvulling op haar takenpakket. In het SCP-rapport staat: opvang is de eerste verantwoordelijkheid van de ouders. Dat vindt de SGP ook. De ouders beloven bij de doop hun kinderen te onderwijzen en te doen en te helpen onderwijzen naar Gods Woord. Afgezien van de vele praktische vragen die de verplichte zorg voor de voor- en naschoolse opvang van 7.30 tot 18.30 uur met zich meebrengt, ligt hier een wezenlijk punt van de vrijheid van de inrichting van het onderwijs.

De relatie school en maatschappij voor het christelijk, reformatorisch onderwijs

In de oudste versie van het logo van de Kweekschool De Driestar valt op dat de school niet alleen een relatie wil hebben met de maatschappij maar met drie partners: het gezin, de kerk en de maatschappij. De oprichters hebben dat bewust zo geformuleerd. Die relatie is gebaseerd op wederzijdse dienstverlening. Om die reden is er ook wederzijdse verantwoording. De school legt die af door jaarverslagen. Die worden besproken in de ledenvergadering van

de schoolvereniging en op ouderavonden (verantwoording aan de ouders), in de Raad van Toezicht (verantwoording aan de kerken) en met de inspectie (verantwoording aan de maatschappij). Verder zijn er de publicaties van kwaliteitskaarten en andere inspectierapporten. Kortom: de wegen van verantwoording afleggen zijn erWorden die vanuit de school ook actief gebruikt? Ergo: weten de partners van de school, namelijk ouders, kerk en maatschappij waarom en waarvoor de school er is? Wordt met ouders en kerk gewerkt aan een intern en extern herkenbaar christelijk schoolklimaat en worden onze jongeren toegerust op deelname in onze maatschappij? Dit is de aandacht ten volle waard. Laat de kaars niet onder een korenmaat staan maar op een kandelaar.

dr. G. van der Hoek

Vrijwillig medewerker Guide de Brès-Stich studiecentrum SGP

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 2005

De Banier | 24 Pagina's

Studiecentrum · Vrijheid van inrichting?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 2005

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken