Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Studiecentrum · Maatschappelijk middenveld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Studiecentrum · Maatschappelijk middenveld

5 minuten leestijd

Samenvatting

'De Hoeksche Waard is een nationaal landschap. De grens ervan n)oet zo worden getrokken dat zowel de ruimtereservering voor het (beperkte) bedrijventerrein als het globale tracé van de mogelijke toekomstige A4-zuid, erbuiten komen te liggen. De begrenzing moet voorts zodanig ruim worden getrokken dat een zo groot mogelijk deel van de Hoeksche Waard onderdeel wordt van dit nationaal landschap. Verdere verstedelijking langs de A4-zuid en de aansluiting daarvan op de A29 wordt vermeden. Het gebied is daarmee geen zoekruimte voor verstedelijkingsbehoefte van de Zuidvleugel. Grootschalige verstedelijking is hiermee, ook los van de exacte begrenzing van het nationale landschap, uitgesloten'.

Deze door de Tweede Kamer geaccordeerde formulering in de Nota Ruimte heeft een voorgeschiedenis waarin het maatschappelijk middenveld een opmerkelijke rol gespeeld heeft. In deze bijdrage willen we nagaan wat we hiervan kunnen leren voor toekomstige besluitvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening. Het is een succesvolle casus die uitnodigt tot een diepere doordenking van de eigentijdse wijze van besluitvorming.

Groene long, glazen stadof havenkade?

In de heldere lucht boven het agrarisch getinte cultuurlandschap van de Hoeksche Waard pakten zich eind vorige eeuw donkere v^olken samen. Er waren ruimteclaims voor de aanleg van de Hoge Snelheids Lijn, het doortrekken van de A4-zuid, de verkassing van glastuinbouw uit het Westland, voor verstedelijking en voor de aanleg van een groot regionaal bedrijventerrein in het hart van het eiland. Een tentoonstelling hierover ter voorbereiding van een nieuw streekplan opende de ogen van een groep eilandbewoners: niet langer kon volstaan worden met gedachten als "het zal mijn tijd wel duren" of "het gaat wel weer over". Dit leidde tot de oprichting van een Platform: het Hoeksche Waard Initiatief (HWI). Het HWI zorgde ervoor dat een gemeenschappelijke visie van het middenveld werd geformuleerd en krachtig werd uitgedragen en dat tegenstrijdige deelbelangen werden overbrugd. Het doel was om bij de ruimtelijke herinrichting de selectie van ontwikkelingen te begeleiden met behoud van de cultuurhistorische identiteit van het eiland.

Decentraal wat kan, centraal wat moet

Zo luidt het motto van de sturingsfilosofie van de Nota Ruimte. Die behelst een keuze van de rijksoverheid: zichzelf beperken tot sturing op hoofdlijnen zodat anderen hun verantwoordelijkheden ook werkelijk kunnen nemen en waarmaken. Het rijk heeft niet de wijsheid in pacht, laat staan alle oplossingen klaarliggen. Samenspel tussen overheden, maatschappelijke organisaties, burgers en bedrijven is nodig. Radicaal neemt het rijk de beslissing zich niet meer te bemoeien met lokale en regionale issues. Zij beperkt zich tot de hoofdlijnen: de Ruimtelijke Hoofd Structuur en de zorg voor de zogenoemde basiskwaliteit (Nota Ruimte, paragraaf 1.3). In de typisch Nederlandse overlegdemocratie leidt dit ertoe dat het poldermodel op het lokale en regionale niveau moet worden ingevuld, bijvoorbeeld over ontpolderingen in Zeeland in verband met de verdieping van de Westerschelde. Dit geeft niet alleen ruimte voor lokale en regionale representanten, de besluitvorming is er zelfs op gebaseerd dat zij participeren. Daarop is door het Hoeksche Waard Initiatief in een vroeg stadium ingespeeld, vanuit de overtuiging dat de Hoeksche Waard unieke waarden bezat. De brede samenwerking van deze Initiatiefgroep voorkwam dat burgerij en bedrijfsleven als partijen tegenover elkaar kwamen te staan bij het debat over de verdeling van de ruimte op hun eiland. Deze samenwerking, de opgebouwde materiedeskundigheid en een sterke interne en externe presentie leidden er uiteindelijk toe dat externe grootschalige ruimtewensen buiten de deur werden gehouden: de Hoeksche Waard kreeg de status van Nationaal Landschap.

Een rol voor het middenveld?

Als SGP'ers leggen we vaak de nadruk op de rol en de verantwoordelijkheid van de overheid. Zij is Gods dienares, ons ten goede (Romeinen 13: 4). Maar is het nu ook mogelijk dat zij die inhoudelijke eindverantwoordelijkheid invulling geeft tezamen met een besluitvormingsproces waarin de overheid (slechts) regievoerder is? Dat is nog iets anders dan voor te stellen dat de overheid haar eindverantwoordelijkheid zelf deelt met een maatschappelijke groepering. Dan zou zij immers meehelpen aan

de uitholling van haar eigen gezag.Wanneer we ook als SGP het bestuur dicht bij de burger willen brengen en tevens de persoonlijke verantwoordelijkheid van het individu benadrukken, zijn er dan situaties waarin gereglementeerde deelname van maatschappelijke groeperingen aan het besluitvormingsproces mogelijkheden biedt om lokale of regionale belangen te

behartigen? Of andersom: als we van geopende mogelijkheden geen gebruik maken, accepteren we het dan wanneer anderen dat wel doen en zodoende een ruimtelijke toewijzing helpen bewerkstelligen waarin we ons niet kunnen vinden, bijvoorbeeld bij de invulling van een bestemmingsplan?

Ten slotte: rentmeesterschap vraagt om een overheidsregie, ons ten goede, zeker wanneer het gaat om de vastlegging van hoofdlijnen van beleid en het aanleggen van grenzen. Dat is de interpretatie van de in de aanhef gegeven samenvatting van de Nota Ruimte voor de Hoeksche Waard. En die kwam mede tot stand door een consequente en consistente participatie van de Initiatiefgroep Hoeksche Waard. Zijn we zo op de goede weg?

Binnenkort verschijnt bij het studiecentrum een Nota die bouwstenen aanreikt voor de beantwoording van deze vraag.

dr. G. van der Hoek

Vrijwillig medewerker Guido de Brès-Stichting Studiecentrum SGP

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 2005

De Banier | 24 Pagina's

Studiecentrum · Maatschappelijk middenveld

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 2005

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken