Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Studiecentrum · Boerkaverbod

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Studiecentrum · Boerkaverbod

5 minuten leestijd

Voor de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november jl. heeft de Tweede Kamer een motie van de Groep Wilders aangenomen waarin het liabinet wordt verzocht het dragen van een boerka in het openbaar te verbieden. In deze bijdrage staat de vraag centraal of een dergelijk verbod wenselijk en juridisch mogelijk is.

Een boerka is een kledingstuk die het gehele lichaam bedekt en voornamelijk gedragen wordt door islamitische vrouwen. De vrouw kijkt bij een boerka door een soort gaas, waardoor zij zelf wel kan kijken, maar niet bekeken kan worden. De boerka onderscheidt zich van de niqaab. Bij een niqaab kijkt de vrouw door een smalle spleet waardoor haar ogen wel zichtbaar zijn. Binnen de islamitische gemeenschap bestaat er verschil van mening over de vraag of het dragen van een boerka of niqaab een religieuze verplichting is. De Nederlandse overheid kiest hierin geen positie en matigt zich geen oordeel aan over de juistheid van bepaalde theologische opvattingen. Dit betekent dat vanuit het perspectief van de overheid het dragen van een boerka moet worden gezien als het naleven van een religieus voorschrift dat valt onder de grondwettelijk beschermde vrijheid van godsdienst. Het aantal vrouwen dat een boerka draagt in Nederland is klein. Exacte getallen zijn niet bekend. Schattingen variëren van 50 tot hooguit een paar honderd.

Argumenten

Tegenstanders van een boerkaverbod denken dat een verbod ontaardt in een heksenjacht en dat de tegenstellingen in de samenleving erdoor worden aangescherpt. De argumenten van de voorstanders van een boerkaverbod zijn divers. Eén van de argumenten voor een verbod is dat mensen die een boerka dragen onherkenbaar zijn waardoor andere mensen zich bedreigd kunnen voelen. Door de onherkenbaarheid van mensen treden veiligheidsrisico's op. Een praktisch bezwaar is dat het contact maken met boerkadragende vrouwen erg lastig is, wat weer niet bevorderlijk is voor de integratie.Wilders vindt de boerka "vrouwonvriendelijk en eigenlijk middeleeuws. Dat vrouwen geheel onherkenbaar over straat gaan, is een belediging voor iedereen die gelooft in gelijke rechten." Voor de SGP zullen andere argumenten een rol spelen dan de door Wilders genoemde. De partij probeert zoveel mogelijk de islamisering van de samenleving te beperken zonder zich kritiekloos aan te slui­ ten bij mensen die voorvechters zijn van een seculiere gelijkheidsideologie. Daarnaast spelen veiligheidsoverwegingen nadrukkelijk een rol in de standpuntbepaling. Wat de SGP betreft worden in Nederland in de publieke ruimte geen boerka's gedragen. De vraag is echter of een wettelijk verbod juridisch mogelijk is.

Vrijheid van godsdienst

Het dragen van een boerka is een religieuze uiting die door de vrijheid van godsdienst wordt gewaarborgd. De vrijheid van godsdienst is niet alleen vastgelegd in artikel 6 van onze Grondwet, maar ook in artikel 9 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). Dat betekent dat een algemeen verbod op het dragen van boerka's in Nederland juridisch onhoudbaar is. Een boerkaverbod dat alleen geldt op bepaalde plaatsen is ook niet toegestaan.Verboden die zich specifiek richten tegen islamitische godsdienstige uitingen worden namelijk als discriminatoir aangemerkt. Het gelijkheidsbeginsel staat dergelijke verboden niet toe. Blijft alleen de optie nog over om een godsdienstneutraal kledingverbod in te stellen. Dit betekent dus een verbod op het dragen van alle vormen van gezichtsbedekkende kleding (waaronder ook de boerka valt). Is dit juridisch wel mogelijk? We kennen in ons land in instellingen en organisaties het fenomeen 'huisregels'. Huisregels zijn toegestaan als ze maar niet discriminerend zijn. Een bank mag als huisregel stellen dat mensen die een gezichtsbedekking dragen niet wor­ den geholpen, maar het is niet toegestaan dat die bank alleen het dragen van islamitische gezichtsbedekking verbiedt. In overheidsfuncties mogen ook kledingvoorschriften worden gesteld. Bij de rechterlijke macht is dit gebruikelijk. Dergelijke huisregels hebben tot gevolg dat de vrijheid van godsdienst wordt ingeperkt. Op bepaalde plaatsen mogen mensen namelijk geen gezichtsbedekking dragen, terwijl dat voor hen wel een religieuze verplichting kan zijn. Dit is een toegestane beperking van de vrijheid van godsdienst. Deze vrijheid gaat namelijk niet zover dat mensen overal, op elke plaats en tijd zijn godsdienst mag uiten.

Openbaar vervoer

De overheid mag de vrijheid van godsdienst beperken als dat bijvoorbeeld nodig is in het belang van het verkeer of ter bestrijding of voorkoming van wanorde. Dit betekent dat het dragen van gezichtsbedekkende kleding mag worden verboden wanneer dat op grond van de openbare orde en veiligheid nodig is. Het is echter de vraag of een dergelijke situatie zich op dit moment in ons land voordoet. Het is goed mogelijk dat de rechter een dergelijk verbod niet noodzakelijk of disproportioneel vindt.^

Een andere mogelijkheid is om het dragen van gezichtsbedekkende kleding alleen in bepaalde situaties te verbieden, bijvoorbeeld in het openbaar vervoer. Het verdient aanbeveling een dergelijk verbod nadrukkelijk te overwegen. Het is begrijpelijk dat de aanwezigheid van boerkadragende vrouwen of mensen die andere vormen van gezichtsbedekking dragen in het openbaar vervoer angstgevoelens en onzekerheid kan veroorzaken. Het betreft hier een publieke dienst waar mensen met elkaar in een afgesloten ruimte verkeren en elkaar daardoor niet gemakkelijk kunnen ontwijken.Vanuit het oogpunt van het minimaliseren van de veiligheidsrisico's is een verbod te verdedigen. Zoals gezegd moet een verbod dan alle gezichtsbedekkende kleding betreffen, omdat anders sprake is van discriminatie.Volgens deskundigen is een dergelijk verbod op dit moment juridisch nog niet mogelijk. Waarschijnlijk is het nodig dat openbaar vervoerbedrijven een wettelijke machtiging ontvangen om een verbod op gezichtsbedekking in te stellen.

J.W. van Berkum

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 2007

De Banier | 24 Pagina's

Studiecentrum · Boerkaverbod

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 2007

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken