Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Houdt u de vinger aan de pols? (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Houdt u de vinger aan de pols? (I)

7 minuten leestijd

IN ALLE GEMEENTEN ZIJN IN OKTOBER EN NOVEMBER VAN 2007 BESPREKINGEN GEVOERD OVER DE BEGROTING 2008. DE VRAGEN WAT WILLEN WE IN 2008 BE­ REIKEN, WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN EN WAT MAG DAT KOSTEN ZIJN DAARBIJ IN WISSELEND BELANG AAN DE ORDE GEWEEST.

Menig wethouder van financiën zal een zucht van verlichting slaken als de begroting voor het nieuwe jaar is vastgesteld. Dat is niet verbazend. Er gaat veel werk vooraf aan het maken van een goede en sluitende begroting. Met het vaststellen van de begroting is echter nog maar een begin gemaakt van een jaarcyclus rond de gemeentefinanciën. In dit artikel wordt stilgestaan bij de financiële cyclus van een gemeente en de mogelijkheden die u als raadsfractie hebt om de vinger aan de pols te houden.

Vinger aan de pols

Om de vinger aan de pols te houden zijn minstens drie elementen van belang. Het gaat dan om randvoorwaarden of instrumenten die u hebt om de vinger aan de pols te kunnen houden. Het betreft de kwaliteit van de begroting, uw eigen visie op het financiële beleid en het provinciaal toezicht.Aan de hand van de begroting kunt u toetsen in welke mate gerealiseerd wordt wat is afgesproken. Op basis van uw visie op financieel beleid kunt u toetsen of het college van B& W de juiste beslissingen neemt om financiële problemen of tegenvallers op te lossen. Met de uitkomst van het provinciaal toezicht kunt u uw visie op de financiële positie spiegelen aan die van de toezichthouder.

De financiële cyclus

De financiële cyclus voor een kalenderjaar (in het voorbeeld 2008) begint al bij de voorbereiding in het voorjaar van het jaar ervoor Dan worden de eerste verwachtingen voor het nieuwe begrotingsjaar al op papier gezet. De uitkomst van deze berekeningen worden met de gemeenteraad besproken in de perspectiefnota in juni 2007. De gemeenteraad doet dan richtinggevende uitspraken voor het opstellen van een uitgewerkte begroting. Deze begroting 2008 moet volgens de Gemeentewet vóór 15 november 2007 bij de provincie zijn ingediend. De provincie toetst deze begroting aan een daarvoor opgesteld toetsingskader en stuurt de gemeente voor het begin van het begrotingsjaar een brief met de uitkomst daarvan. Dat kan betekenen dat de gemeente onder repressief (lichte vorm) of preventief toezicht (zware vorm) wordt gesteld. In de laatste vorm betekent het dat de begroting én alle begrotingswijzigingen gedurende het jaar goedkeuring behoeven van de provincie voordat deze uitgevoerd kunnen worden. Gedurende het jaar worden een aantal voortgangsrapportages opgesteld waaruit zichtbaar is hoe het staat met de realisatie van de beleidsdoelen en de financiële positie van de gemeente. Op deze momenten wordt dus tussentijds de balans op gemaakt en heeft de gemeenteraad mogelijkheden om het beleid bij te sturen. In de eerste helft van het opvolgende jaar (2009) volgt dan het jaarverslag waarin ook de jaarrekening is opgenomen.Ten onrechte vormt dit vaak een hamerstuk op de agenda van de raad. De verantwoordingsvraag 'is gedaan wat werd afgesproken' verdient minstens evenveel aandacht als het presenteren van de plannen. Het antwoord op deze vraag heeft namelijk consequenties voor het dan lopende jaar (2009) en het jaar daarna (2010). Het jaarverslag vormt de verbindende schakel tussen verleden, heden en toekomst van de gemeente. Ook het jaarverslag moet weer aan de provincie worden voorgelegd. In het bij dit artikel opgenomen figuur is een overzicht gegeven van de volledige financiële cyclus van een gemeente aan de hand van het begrotingsjaar 2008.

Begroting

Een eerste randvoorwaarde om de vinger aan de pols te kunnen houden is een kwalitatief goede begroting.Twee elementen verdienen daarbij bijzondere aandacht. Het eerste element betreft concreet geformuleerde doelstellingen. Uit de doelstelling moet onder meer duidelijk blijken wanneer deze als bereikt is te beschouwen.Anders kunt u tussentijds en bij het jaarverslag niet toetsen of de doelen daadwerkelijk zijn bereikt. U hebt dan ook nauwelijks mogelijkheden om tussentijds bij te sturen. Denk bijvoorbeeld aan het doel 'het verbeteren van het wegenonderhoud'. Met de meest minimale vooruitgang kan het college van B& W aangeven dat het doel is behaald. Dat was uiteraard niet de achterliggende gedachte van dit doel. Het verbeteren van de kwaliteit van D in 2007 naar een B in 2010 op de CROW-kwaliteitsindex is veel concreter. In de tweede plaats is de koppeling tussen beleid en geld belangrijk. Het moet duidelijk zijn aan welke doelstelling hoeveel geld wordt besteed. Door deze koppeling ontstaan mogelijkheden te sturen op doelstellingen.Wanneer een doelstelling naar beneden wordt bijgesteld, behoort ook het financiële plaatje te wijzigen. Als dat niet ge-

De financiële cyclus van een gemeente van het begrotingsjaar 2008.

beurt, kunt u niet veel met de in uw begroting concreet geformuleerde doelen. Kennelijk fungeren er op de achtergrond dan andere mechanismen waarmee het geld wordt uitgegeven, waar u geen invloed op hebt. In veel gemeenten doet de lokale rekenkamer onderzoek naar de kwaliteit van de gemeentebegroting. Wanneer uw rekenkamer dit nog niet in haar programma heeft opgenomen kunt u haar verzoeken zo'n onderzoek te doen.

Financieel beleid

Een tweede randvoorwaarde om de vinger aan de pols te kunnen houden, is het hebben van een duidelijke visie op gezond financieel beleid. Uw visie op het financiële beleid zou kunnen bestaan uit een aantal concrete uitgangspunten aan de hand waarvan u het beleid van het college van B& W toetst. Het hanteren van die uitgangspunten is niet alleen van belang bij financiële problemen.Want ook al hebt u een sluitende begroting, dat betekent nog niet dat uw begroting gebaseerd is op 'zuinig beheer' en de lasten niet'nodeloos verzwaard zijn', om maar met het beginselprogramma van 1918 te spreken. Het gaat tenslotte om belastinggeld van onze burgers en daarbij geldt het motto 'Elke euro telt'. U kunt bij de uitgangspunten voor financieel beleid bijvoorbeeld denken aan; i. Eerst sparen dan uitgeven; 2. Evenwicht op lange termijn; 3. Geen structurele uitgaven dekken metincidentele baten; 4. Er is een gezonde buffer voor onverwachte uitgaven; 5. De lokale lasten staan in gezonde verhouding tot het voorzieningenniveau; 6. Bij financiële nood: eerst bezuinigen endan pas overwegen zwaarder te belasten (o.a. OZB).

Provinciaal toezicht

Een derde randvoorwaarde of instrument dat u als raadsfractie hebt, betreft het provinciaal toezicht. De provincie heeft op grond van de Gemeentewet een taak om toezicht te houden op de gemeentefinanciën. Dit komt tot uitdrukking in een toets op de begroting, de jaarrekening en de verordeningen ex 212, 213 en 213a van de gemeentewet. In het dualisme is het provinciaal toezicht als een aanvulling te beschouwen voor de gemeenteraad op het instrumentarium dat zij zelf tot haar beschikking heeft. De provincie is dus geen vijand die u buiten de deur moet houden maar een partner om een gezonde financiële positie te bewaken.Want ook de provincie houdt de vinger aan de pols.

Uit de visie van de provincie op uw begroting is zichtbaar of de provincie vindt dat uw financiële positie gezond is of dat zij van mening is dat er slechts sprake is van een fragiel evenwicht. Ook komt het voor dat de provincie constateert dat de begroting op papier wel sluit, maar dat er feitelijk structurele tekorten met incidentele opbrengsten worden afgedekt. Zij merkt dan op dat er geen sprake is van structureel evenwicht.Vooruitlopend op een wijziging van de Gemeentewet hebben de provincies besloten gezamenlijk vanaf 2008 aandacht te besteden aan het thema'duurzaam financieel evenwicht'. Het is voor de gemeenteraad van belang na te gaan of het college adequaat reageert op opmerkingen van de provincie over de begroting en/of de jaarrekening. Naar aanleiding van de door de provincie uitgevoerde toets op de begroting en de jaarrekening stuurt zij iedere gemeente een brief.Als raadsfractie kunt u het college van B& W vragen wat zij van plan is te doen met de opmerkingen die de provincie heeft gemaakt over uw begroting en/of jaarrekening.

Vervolg

In een volgend artikel hoop ik in te gaan op een aantal momenten uit de financiële cyclus waarbij u aan de hand van de begroting en uw visie op gezond financieel beleid actief de vinger aan de pols kunt houden.

drs. P.j. (Peter) Verlieij RA Lid van de Gemeenteraad van Alblasserdam en de Gemeenschappelijl< e Regeling Drechtsteden. Bij beide organisaties is hij lid van de auditcommissie.

Relevante verwijzingen

Gemeentewet (art. 189 - 21 I) www.commissiebbv.nl www.vng.nl (beleidsveld Financiën) Gemeenschappelijk Mininum BeleidsKader Provinciaal Toezicht Beleidskader Financieel Toezicht (per provincie) SGP Beginselprogramma SGP Voorbeeldverkiezingsprogramma gemeente

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 2008

De Banier | 24 Pagina's

Houdt u de vinger aan de pols? (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 2008

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken