Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Coffeeshops (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Coffeeshops (I)

8 minuten leestijd

Het Nederlandse coffeeshopbeleid voorziet in vergaande regulering: onder strikte voorwaarden wordt de verkoop van softdrugs in coffeeshops gedoogd. Echter, al schrijft het landelijke beleid dan voor wat maximaal toelaatbaar is, in de praktijk maken gemeenten de dienst uit.

Door de overlast voor de omgeving, de problemen van buitenlandse bezoekers in grensstreken en de veranderde publieke opinie is in steeds meer plaatsen de dringende behoefte ontstaan om het aantal coffeeshops terug te dringen. Bovendien willen gemeenten zowel aan de ‘voordeur’ (een pasjessysteem voor klanten) als aan de ‘achterdeur’ (gereguleerde wietteelt) van de coffeeshops de vinger aan de pols houden.

Softdrugs
Onder softdrugs wordt in Nederland voornamelijk marihuana (wiet) en hasjiesj (hasj) verstaan. Beide zijn producten van de plant Cannabis sativa, uit de hennepfamilie. Wiet wordt gemaakt van de bloemtoppen van deze plant, hasj van de hars ervan. Cannabis wordt tegenwoordig op grote schaal in Nederland gekweekt en verwerkt tot zogeheten nederwiet. Het Nederlandse gedoogbeleid voor softdrugs houdt in dat de verkoop van softdrugs strafbaar is; echter, indien coffeeshops zich aan een aantal strikte voorwaarden houden, worden ze niet vervolgd voor de verkoop van kleine hoeveelheden cannabis. In veel andere landen wordt geen onderscheid gemaakt tussen hard- en softdrugs, en staan er vaak zware straffen op het verhandelen of bezitten van cannabis.

Coffeeshops zijn alcoholvrije horecagelegenheden waar handel in en gebruik van softdrugs plaatsvindt. Daarnaast fungeren ze als ontmoetings- en ontspanningsruimte. er bestaan concentraties van coffeeshops in de grote steden in de Randstad en in de grensstreken. Sinds enkele jaren is het toezicht op de coffeeshops verscherpt, waardoor het aantal is afgenomen. In 1997 telde Nederland bijna 1200 coffeeshops; in 2007 waren er nog 702 coffeeshops, verspreid over 106 gemeenten. 1 Het sluiten van coffeeshops blijkt echter niet te leiden tot het verdwijnen van de vraag, maar wel tot de opkomst van illegale aanbieders van softdrugs. Het al dan niet gedogen van coffeeshops vormt dan ook een urgent probleem dat om een oplossing vraagt.

Gedoogbeleid
Bij het ontwerp van het Nederlandse gedoogbeleid in de jaren zeventig was de veronderstelling dat softdrugs op den duur wel geaccepteerd zouden raken in het buitenland. Softdrugs zouden een ‘normaal’ genotmiddel worden, zoals alcohol en sigaretten, en door legalisering zou de criminaliteit rond softdrugs verdwijnen. Dit bleek echter een misrekening: internationale normalisering en legalisering van softdrugs bleef uit. De europese markt voor softdrugs criminaliseert, waardoor Nederlandse grensgemeenten de dupe worden van drugskoeriers en drugstoeristen. Daarnaast dacht men dat de verkoop van softdrugs in de sfeer van de jeugdhulpverlening zou plaatsvinden. Maar in de praktijk bleek de verkoop commercieel aantrekkelijk. Uit deze combinatie van commercie en gedoogbeleid ontstonden de coffeeshops. De grondslag van het gedoogbeleid ligt daarnaast in een geïntegreerde benadering van de drugsproblematiek, waarbij het belang van handhaving moet wijken voor het algemene belang van volksgezondheid en openbare orde. De volksgezondheid zou worden bevorderd doordat de handel in soft- en harddrugs werd gescheiden, zodat minder gebruikers zouden overstappen van soft- naar harddrugs. De openbare orde zou profiteren van de afname van criminaliteit rond softdrugs.

Het Nederlandse gedoogbeleid op het gebied van coffeeshops is uniek. De handel aan klanten wordt gedoogd, terwijl de inkoop nog steeds illegaal is. Cannabis mag wel worden verkocht, maar niet geproduceerd of verhandeld. Deze tegenstelling tussen het voor- en achterdeurbeleid is door actievere opsporing van teelt en bevoorrading van coffeeshops te groot geworden. Het coffeeshopbeleid wankelt. Herziening van de wet is volgens velen dan ook nodig.

Internationale druk en verdragen staan een versoepeling van de wetgeving echter in de weg. Sinds ongeveer 2004 is er zelfs sprake van een hardere lijn dan ooit sinds het ontstaan van het gedoogbeleid, met name door het oprollen van wietplantages en het sluiten van coffeeshops. De voorwaarden waaronder verkoop van softdrugs wordt gedoogd zijn in de loop der jaren bovendien opgeschroefd en aangescherpt. Deskundigen worden steeds kritischer over het Nederlandse gedoogbeleid. Zo bekritiseerde de Rotterdamse criminoloog Van de Bunt in 2006 de resultaten van dertig jaar gedoogbeleid. 2 De hoogleraren strafrecht Fijnaut en De Ruyver pleiten voor de inrichting van één of hooguit twee plekken met twee of drie coffeeshops. De vrees dat sluiting van coffeeshops zal leiden tot meer illegale drugshandel is volgens hen niet gerechtvaardigd.3 Gedogen ligt dus onder vuur. Het is tijd voor een keuze: het Rijk moet de teelt en verkoop van softdrugs volledig legaliseren óf juist opnieuw verbieden.

Opiumwet
De Opiumwet maakt onderscheid tussen verdovende middelen met een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid (harddrugs) en drugs met een geringer risico (softdrugs). Coffeeshops worden toegelaten om zo een scheiding van de markt te bewerkstelligen en te voorkomen dat cannabisgebruikers in aanraking komen met het criminele milieu van de harddrugmarkt. Dit beleid lijkt te werken, want Nederland telt relatief minder harddrugsgebruikers dan andere europese landen.4 Overigens kunnen er vragen gesteld worden bij de sterke relativering van de schadelijkheid van cannabis. Het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem maakt melding van een behoorlijke toename van cannabisgebruikers met problemen. een van de oorzaken hiervan is dat de concentratie van de stof THC in cannabis, vooral in nederwiet, de laatste jaren sterk is gestegen. THC is de stof die zorgt voor een roes bij gebruikers, maar die ook tot problemen kan leiden, zoals geheugenverlies, depressiviteit en verlies aan motivatie. er gaan dan ook stemmen op om nederwiet onder de harddrugs te scharen.

Op basis van de Opiumwet hoeven coffeeshops justitie niet te vrezen zolang ze maar binnen bepaalde randvoorwaarden, de zogenaamde AHOJ-G criteria, opereren. Deze criteria bepalen dat coffeeshops geen jongeren onder de achttien jaar mogen toelaten, geen overlast mogen veroorzaken en geen reclame mogen maken. De handelsvoorraad mag maximaal 500 gram softdrugs zijn en klanten mogen maximaal 5 gram per dag afnemen. er mogen geen harddrugs verkocht en gebruikt worden.

De Opiumwet kent een sterke rol toe aan de lokale ‘driehoek’ van gemeente, politie en justitie. Deze kan de voorwaarden voor gedogen naar eigen inzicht aanscherpen. In overleg kunnen burgemeester, politie en Openbaar Ministerie bijvoorbeeld afspreken dat in een bepaalde gemeente helemaal geen coffeeshops worden gedoogd. Op veel plaatsen is een lokaal coffeeshopbeleid tot stand gekomen dat voorziet in een maximaal aantal coffeeshops, waarbij regulering plaatsvindt door middel van een vergunningenstelsel gebaseerd op de Algemene Plaatselijke Verordening. Ongeveer zeventig procent van de gemeenten tolereert geen enkel verkooppunt van cannabis.

Bovendien hebben gemeenten een redelijke vrijheid om hun beleid tussentijds te wijzigen. Verschillende gemeenten (waaronder Amsterdam en Rotterdam) beraden zich op het vaststellen van minimale afstanden tussen coffeeshops en scholen. Maastricht is van plan om alle coffeeshops te verplaatsen naar een ‘Wietboulevard’ buiten de stad. Roosendaal en Bergen op Zoom willen alle coffeeshops sluiten. totdat de in totaal acht coffeeshops daadwerkelijk gesloten zijn, scherpen zij het geldende gedoogbeleid aanzienlijk aan. Als deze gemeenten dit plan in zijn geheel doorzetten, zal het voor het eerst zijn dat een gemeente het gedoogbeleid voor coffeeshops afschaft.

Wiettop
De gemeente Maastricht en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) organiseerden op 21 november jl. een ‘wiettop’ in Almere. Aan deze besloten bijeenkomst over het drugsbeleid namen 33 (loco)burgemeesters deel, van grensgemeenten en niet-grensgemeenten. Het VNG-bestuur benadrukte dat burgemeesters niet van boven af landelijk beleid opgelegd moeten krijgen. er bleek onder de aanwezigen grote eensgezindheid te bestaan over de aanpak van coffeeshops. De burgemeesters slaagden er uiteindelijk zelfs in gezamenlijk tot een standpunt rond het softdrugsbeleid te komen, dat de VNG heeft voorgelegd aan het kabinet. Want het Rijk moet uiteindelijk de knoop doorhakken. enkele conclusies uit deze slotverklaring:
- De overheid moet blijven inzetten op ontmoediging. een absoluut verbod op softdrugs vormt geen oplossing voor de problemen rond coffeeshops. De burgemeesters willen reguleren en controleren, aangezien de openbare orde en de volksgezondheid daarbij het meest gebaat zouden zijn.
- Het voordeurbeleid moet worden aangescherpt door middel van een gereguleerde toegang voor klanten. Om overlast van drugstoerisme in de grensgemeenten tegen te gaan, kan een pasjessysteem ingevoerd worden.
- Regulering en beheersing van het achterdeurbeleid is noodzakelijk. De wietteelt moet worden gereguleerd, bijvoorbeeld door een zogeheten stadskwekerij in te richten die de coffeeshops verplicht bevoorraadt. Burgemeester Van Gijzel van eindhoven heeft inmiddels aangeboden een proef met een stadskweker te beginnen, maar hierop is vanuit Den Haag lauw gereageerd.
- De aan wiethandel verbonden georganiseerde criminaliteit moet adequaat worden aangepakt door Openbaar Ministerie, politie en gemeenten. De aard en omvang van deze criminaliteit moet beter worden onderzocht.
- Er moet een houdbaar en samenhangend europees softdrugsbeleid komen, zodat drugstoerisme en -criminaliteit kunnen worden voorkomen of effectiever worden bestreden.

Al met al geven de uitkomsten van de wiettop een duidelijk signaal: het is de hoogste tijd de productie van en handel in softdrugs te reguleren. De SGP vindt dat het halfslachtige overheidsbeleid op dit terrein moet worden omgebogen tot een volledig verbod op de verkoop van drugs en sluiting van alle coffeeshops. Als dit (nog) niet mogelijk is, zouden coffeeshops zich niet mogen bevinden binnen een straal van drie kilometer van een school, andere onderwijsinstelling of sportclub.


Volgende keer: het lokale coffeeshopbeleid van de gemeente Terneuzen.

Noten:
1 A. Beelen, E. de Bie, B. Bieleman en R. Nijkamp: Coffeeshops in Nederland 2007, Groningen 2008, p.17.
2 H.G van de Bunt: ‘Hoe stevig zijn de fundamenten van het cannabisbeleid?’ In: Justitiële verkenningen, jrg.32, nr.1, p.10-23.
3 C. Fijnaut en B. de Ruyver: Voor een gezamenlijke beheersing van de drugsgerelateerde criminaliteit in de euregio Maas-Rijn, Tilburg/Gent, 2008.
4 Exacte cijfers over drugsgebruik zijn te vinden in de Nationale Drug Monitor van het Trimbosinstituut.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 2009

De Banier | 24 Pagina's

Coffeeshops (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 2009

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken