Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Parlementaire zelfreflectie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Parlementaire zelfreflectie

5 minuten leestijd

Vertrouwen en zelfvertrouwen. Dat is de titel van het rapport van een stuurgroep uit de Tweede Kamer die zich gebogen heeft over het functioneren van het parlement. Van deze stuurgroep maakte ook de nestor van de Kamer, onze fractievoorzitter Van de Vlies, deel uit.

Twee jaar geleden heeft de Kamer een motie aangenomen, die om een parlementaire zelfreflectie vroeg. Aanleiding hiervoor was dat nogal eens kritiek wordt uitgeoefend op de positie, de reputatie en de werkwijze van het parlement. Snijdt deze kritiek hout? Wat kunnen we daartegen doen? Over die vragen is uitvoerig nagedacht. Heel wat mensen van binnen en buiten de Kamer zijn hierover gehoord en hebben suggesties en aanbevelingen gedaan. Afgelopen mei is daarover een rapport uitgebracht. De tweede Kamer heeft er onlangs een debat aan gewijd.

Functioneren Kamer
De conclusie kan worden getrokken dat nogal wat klachten over het functioneren van de Kamer terecht zijn. er zijn te veel spoeddebatten. De aandacht voor kwaliteit van de wetgeving kan beter. De gerichtheid op incidenten neemt toe. De stortvloed van moties en schriftelijke vragen maken scherpe parlementaire instrumenten bot. De controletaak van de Kamer wordt belemmerd door een te weinig dualistische opstelling van regeringsfracties, die gebonden zijn aan een omvangrijk regeerakkoord. De omloopsnelheid van Kamerleden is te hoog. Zonder aan deze gegronde klachten af te doen, is het ook goed om oog te hebben voor wat er goed gaat. Uit internationaal onderzoek blijkt het Nederlandse parlement er bepaald niet slecht van af te komen. De hyperigheid en spoeddebattenmanie vertellen niet het hele verhaal. We kennen uit de afgelopen jaren ook goede voorbeelden van gedegen parlementair onderzoek. Zo zijn de spoeddebatten over ontsnapte TBS’ers gevolgd door een stevig parlementair onderzoek, waaruit een aantal belangrijke beleidswijzigingen zijn voortgekomen. Kortom: er is reden om noodzakelijke zelfkritiek hand in hand te laten gaan met gepast zelfvertrouwen.

Bemiddelende rol
Alles is politiek, dat geldt ook voor het oordeel over het gewenste functioneren van de Kamer. Wat wij taalverruwing noemen, wordt door anderen beschouwd als ‘zeggen waar het op staat’. Wat de een ziet als een ontijdig spoeddebat, wordt door anderen aangeprezen als een uitgelezen kans om de regering een ‘boodschap mee te geven’. Op de achtergrond is de visie op de taak en rol van volksvertegenwoordigers van groot belang. Zelf spreekt mij zeer de visie aan, waarin wordt beklemtoond dat volksvertegenwoordigers een belangrijke bemiddelende rol vervullen tussen twee werelden: de wereld van het bestuur en de beleving van de burgers. Het bestuur, de regering, moet duidelijk worden gemaakt wat er leeft onder de bevolking. Anderzijds moet ook aan de burgers duidelijk worden gemaakt dat niet alle wensen zomaar in beleid kunnen worden omgezet. Anders gezegd: wie met zijn hoofd alleen maar in de wereld van het bestuur leeft, schiet tekort in zijn taak om volksvertegenwoordiger te zijn. en wie alleen maar het onbehagen onder de bevolking vertolkt zonder serieus mee te denken over reële oplossingen, kan daarmee wellicht wel bij de stembus scoren, maar maakt zich er evenzeer te makkelijk van af. Als het goed is blijft hier altijd een gezonde spanning bestaan. In Bijbels licht is duidelijk dat elke drager van een politiek ambt nooit een kritiekloos doorgeefluik mag zijn van allerlei wensen, maar geroepen is tot een zelfstandige beoordeling in verantwoordelijkheid tegenover de Koning der koningen.

Aanbevelingen
Uit het debat bleek dat de meeste aanbevelingen van de stuurgroep breed worden gedeeld. Bijvoorbeeld als het gaat om meer werk te maken van een toekomst- en onderzoeksagenda, het vaker gebruikmaken van de mogelijkheden van adviesraden en planbureaus, het meer investeren in een vroegtijdige uitvoeringstoets van wetgeving. Het zijn geen revolutionaire voorstellen. Dat maakt ze niet minder belangrijk. Heel praktisch betekent bijvoorbeeld de uitvoeringstoets dat er bij een onderwijsvernieuwing uitdrukkelijk wordt teruggekoppeld naar het onderwijs zelf wat een werkbare ingangsdatum zou zijn. Dat kan helpen om de kloof met ‘de werkvloer’ te dichten.

Motie
Op het punt van het verminderen van spoeddebatten bleken behoorlijke verschillen van mening binnen de Kamer te bestaan. Zelf vind ik de spoeddebattencultuur in de afgelopen tijd echt doorgeschoten. een debat over de mogelijke sluiting van een ziekenhuis, terwijl een gezaghebbend rapport hierover een week later zou verschijnen, is geen uitzondering. Zonder dat er serieuze spoed aan de orde is, wordt een spoeddebat nu vaak toch toegekend omdat je met steun van één of twee fracties al snel aan de dertig leden zit. Daarom heb ik een motie ingediend om een eind te maken aan de regel dat steun van dertig leden voldoende is om een plenair spoeddebat te houden. Mijn voorstel is om daar vijftig leden van te maken, en dit voortaan ook te laten gelden voor algemene overleggen. Het rare is namelijk dat voor een ‘lichter’ spoed-algemeen-overleg, dat niet in de plenaire zaal wordt gehouden, een ‘gewone meerderheid’ nodig is. Hier is een aanpassing van het ordereglement van de Kamer zelf aangewezen.

Of deze zelfreflectie werkelijk wat gaat veranderen? De toekomst zal het moeten uitwijzen. De klachten over tekort aan dualisme en te veel incidentengerichtheid zijn niet van vandaag of gisteren. In de politieke praktijk is dit diep ingesleten en lastig te veranderen. Maar het blijft de moeite waard om van tijd tot tijd het eigen functioneren van het parlement kritisch tegen het licht te houden en werk te maken van concrete verbeteringen. Daarvoor biedt het rapport ‘vertrouwen en zelfvertrouwen’ waardevolle handvatten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 2009

De Banier | 24 Pagina's

Parlementaire zelfreflectie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 2009

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken