Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

65

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

65

4 minuten leestijd

Een historisch besluit, zo zou je de beslissing van het vierde kabinet-Balkenende over het verhogen van de AOW-leeftijd kunnen noemen. Sinds de staat namelijk zorgt draagt voor een ouderdomspensioen, Staat die leeftijd van 65 vast. De hoogte van de AOW-uitkering is in de loop der jaren steeds aangepast, de leeftijd waarop men daar recht op heeft niet. Daar komt dus nu een eind aan, althans, vanaf 2020. Tijd voor een korte terugblik.

De SGP had nooit veel op met allerlei sociale wetten. Net als de liberalen en de vertegenwoordigers van de andere protestants- christelijke partijen, ontwaarden de SGP-vertegenwoordigers achter al die wetten en regels een steeds verder oprukkende staat en (staats)socialisme. Bovendien speelde voor de SGP mee dat de meeste sociale wetten uitgaan van het principe van verzekeringen. Daar werk je niet aan mee als je belijdt dat alles in Gods hand ligt. Om die reden neemt de SGP het tot op de dag van vandaag op voor ‘gemoedsbezwaarden’ tegen verzekeringen.

Buffer
Deze anti-houding wilde overigens niet zeggen dat de SGP (en de andere ‘tegenpartijen’) niet voor hulp aan sociaal zwakkeren waren. Dat waren ze wel, zij het dat de gedachte daarbij was dat die steun van onderop moet komen, via de familie, de kerk (diaconie) of organisaties die daarvoor waren opgericht. en spaarzin is vanuit de calvinistische gedachte natuurlijk ook nooit weg, al was het maar om, als de nood aan de man/vrouw komt, een ‘buffer’ te hebben om op terug te kunnen vallen.

Een van de sociale wetten waar zo’n 65 jaar (sic!) over is gevochten tussen enerzijds de ‘staatsonthouders’ en anderzijds de ‘staatsinmengers’, is de Ouderdomswet, op grond waarvan mensen na hun 65e AOW ontvangen. Die wet werd in 1956 door de tweede Kamer aanvaard, nadat in 1947 al een voorlopige regeling was gemaakt die bekend staat als de Noodwet-Drees. De ‘AOW-wet’ werd met een zeer ruime meerderheid aangenomen. VVD en ARP (een van de voorlopers van het CDA) hadden weliswaar grote bezwaren, maar toen het op stemmen aankwam waren alleen ds. Zandt en ir. Van Dis tegen.

Borduren
Zoals gezegd, de Algemene Ouderdomswet borduurde eigenlijk voort op de wet die al in 1947 door PvdA-voorman en minister van Sociale Zaken Drees was ingediend. (tussen twee haakjes: daar komt ook de uitdrukking ‘van Drees trekken’ vandaan.) Bij de behandeling van beide wetten is veel gediscussieerd over allerlei aspecten van het ‘ouderdomspensioen’. Bijvoorbeeld over het verzekeringskarakter, over hoogte en duur van de uitkering, over uitzonderingen en over de vraag: wie moet dat betalen? Over de leeftijd van 65 jaar is niet of nauwelijks gesproken. Dat was een uitgemaakte zaak; daar hoefde niet over gediscussieerd te worden.

De sociaal-democraat Willem Drees was er bepaald niet de man naar om geld over de balk te smijten, iets wat zijn tegenstanders wel eens beweerden. Drees koos voor een ‘zuinige’ oplossing. Je moest 65 zijn, dat allereerst, maar ook moest je aantonen dat je sinds 1941 onafgebroken in Nederland had gewoond. Wie als zelfstandige in z’n eigen levensonderhoud kon voorzien, viel eveneens buiten de prijzen. Als je boven een bepaalde inkomensgrens viel, was dat een probleem, en wie, “hoewel tot arbeiden in staat,” voor z’n 65e had nagelaten voor zichzelf en zijn gezin te zorgen, had óók het nakijken.

Sterke drank
Sommige groepen mensen waren ook en bloc uitgesloten van de AOW. Wie misbruik maakte van sterke drank kon het wel schudden, net als degenen waarvan redelijkerwijze kon worden verwacht dat ze misbruik zouden gaan maken van hun staatssteun. Ook gevangenen en nog achter de tralies verblijvende foute Nederlanders visten achter het net. Overigens is het wel aardig om te memoreren dat de SGP bij monde van ir. Van Dis en ds. Zandt de AOW-uitkering, zo die er moest komen, inkomensafhankelijk wilden maken. Wie genoeg geld had, hoefde niet ook nog eens door de staat te worden uitbetaald, redeneerden de SGP’ers.

De tegenstem van de SGP bij de definitieve AOW-wet was opvallend. een van de bekendste politieke tekenaars van die tijd was L.J. Jordaan, die geregeld prenten maakte voor het weekblad Vrij Nederland. De minister die de wet erdoor kreeg was de PvdA’er J.G. Suurhoff. Diens grootste moment in de parlementaire geschiedenis werd door Jordaan treffend ‘op de plaat gezet’. De zorgzame minister staat met zijn breiwerkje bij z’n tuintje en ziet daar tot zijn ontsteltenis hoe ds. Zandt over het hek is geklommen. De SGP’er plukt de enige twee tegenstemmen. Op alle andere bloemen staat ‘voor’. Het onderschrift is ontleend aan een bekend kinderliedje: “Klein, klein kleutertje, wat doe je in mijn (Suur)hoff?”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 2009

De Banier | 24 Pagina's

65

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 2009

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken