Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De strijd der geesten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De strijd der geesten

7 minuten leestijd

“Ik wenschte, dat deze Fakkel u de kop verplette, oude gek! Vive de verlichting, uwen vriend jubelhond. Am(sterda)m 1820”, aldus een aanhanger van de Verlichting. De toonzetting van het debat tussen vertegenwoordigers van het vroege protestantse Réveil en aanhangers van de verlichting in het begin van de 19 de eeuw liegt er niet om! Vader en zoon Kaghelland analyseerden en verwerkten het schriftelijk debat tussen vertegenwoordigers van de beide stromingen in een omvangrijke en leesbare dissertatie.

Titel
Vertegenwoordigers van het Réveil doven het licht, het vooruitgangsgeloof van de Verlichting. De Arnhemsche Courant opent in 1822 een domperrubriek. “Alle wetenschap namelijk is een licht, hetwelk schijnsel geeft. Al wat dat licht uitdooft is de domper. (…) te Leijden, naast den tempel der verlichting, is de fabriek van den domper opgezet”. De tempel der verlichting is de Leidse universiteit gelegen aan het Rapenburg. In de directe omgeving staat de woning van Bilderdijk, de plaats waar hij jonge intellectuelen inwijdt in de wetenschappen. Die plaats is de domperfabriek, waar voor elk verlichtingskaarsje wel een domper te krijgen is.

1815-1826
De auteurs onderzochten publicaties tussen 1815 en 1826. De verlichte jurist Hendrik Willem Hoving publiceert in 1815 Christendom en Hervorming, een aanval op de belijdenisgeschriften. De laatste publicatie is Da Costa’s Aan Nederland (1826). De periode kenmerkt zich door een bewustwordingsproces met betrekking tot identiteit en idealen van het vroege protestantse Réveil en door de scherpe confrontatie tussen christendom en verlichtingsdenken.

Opbouw
Na een analyse van de geruchtmakende publicaties van beide zijden volgen de reacties daarop in de vorm van recensies, pamfletten en krantenartikelen. De methode zorgt voor een goed inzicht in de standpunten en wat misschien nog interessanter is: in de persoonlijke verhoudingen. De auteurs weten een wereld van geestelijke strijd te openen. Zaken en personen worden in die strijd niet ontzien. Het ging de Réveilvertegenwoordigers om de bestrijding van de Verlichting die op alle terreinen van het leven invloed uitoefende.

Verlichting
Wat is in essentie de Verlichting? De schrijvers geven de cultuurhistorische context weer in het eerste hoofdstuk. “De Verlichting is te beschouwen als een consequente voortzetting van het Humanisme van de zestiende eeuw”. Zij kenmerkt zich door een vooruitgangsgeloof waarin sprake is van een blindelings vertrouwen in de verstandelijke vermogens en de goede aanleg van de mens. De verlichte mens gaat voor vrijheid, deugdzaamheid, gelijkheid, tolerantie en solidariteit. De mens kan zich losmaken van afhankelijkheid, rechteloosheid en onderdrukking. De Verlichting bracht staatkundige, economische, theologische en maatschappelijke veranderingen.

Dompers
Niet iedereen kon zich enthousiast scharen achter de idealen van de Verlichting. In proza en poëzie bond Willem Bilderdijk de strijd tegen de tijdgeest aan. De Krekelzangen geven daar blijk van. Bilderdijk ziet zich als een krekel die al huppend en kwelend door het graan zijn eigen gang gaat en niet meedanst met de massa. De krekel kritiseert het verwoestende werk van het vrijheidsspook in de samenleving:

Vaar voort, verraderes, begoochel en vervoer;
Omslinger volk by volk in uw verwarrend snoer; (…)
Volhard! Keer Kerk en Throon met woeste dolheid om,
En eigen u deze aard als wettig eigendom.
Bilderdijk uit een dringende bede tot God om persoonlijk in te grijpen:
Verhoe dit! Wend het af! Ja keer het, God van orde!
Verlos ons van ’t geweld dier God vergeten horde!

Het gedicht “’t Vorschgekwaak” eindigt eveneens met een bede of God wil ingrijpen om Zijn ordening, inclusief de eenheid van kerk en staat, te herstellen:

Gy, Godheid, zie, zie neer op dees verwarde Tijden!
Herstel Uw orde, Uw wet; verplet wie haar bestrijden;
Breng de afgevallen’ tot Uw ordening weêrom;
Hereenig Kerk en Staat, en zij ’t één heiligdom”.

De staatsleer
Het gezag heeft, volgens Bilderdijk, zijn oorsprong in God. Het gezag is dienstbaar aan de door God in de mens ingeschapen “algemeene liefde”. Zonder die liefde is een samenleving geen lang leven beschoren. De bijbel laat zien hoe een menselijke samenleving snel ontspoort door haat en doodslag. Het medium daartegen is niet het maatschappelijk verdrag, want dat is een product van de verlichting, maar het gezag. Gezag is te vinden in het gezin: de vader vertegenwoordigt het gezag. In de samenleving is de koning de gezagsdrager. Democratie is een verworvenheid van de verlichting. Volkssoevereiniteit is opstand tegen God en de door Hem gegeven wetten. Door de constitutie te aanvaarden, maakt de koning een knieval voor de volkssoevereiniteit. tegelijkertijd is die aanvaarding een verloochening van het regeren “bij de gratie Gods”.

Leerlingen
Het gedachtegoed van Bilderdijk, door zijn opposanten ook wel ‘bulhond’ genoemd, droeg zijn leerlingen de universitaire wereld binnen. Diverse dissertaties van ‘fabrieksarbeiders’ uit de ‘domperfabriek’ die in het voetspoor van Bilderdijk verder gingen, kwamen onder verdenking te staan, omdat sporen van Bilderdijk gevonden werden.

In het gedicht met de titel “Aan een’bulhond onzes tijds” typeert een vijandig gezinde dichter de slaafse navolging:

(…) keffers, die, in ’t klein,
Apen van hunn’ meester zijn.
Die gestadig op staan passen,
Of zij u ook hooren bassen,
En wier treden zijn gerigt,
Waar ge uw been hebt opgeligt.

Da Costa
Eén van de bekendste leerlingen is Isaäc da Costa. Zijn Bezwaren tegen den Geest der Eeuw sloeg als een bom in. Zelfs op regeringsniveau was sprake van een zekere onrust. De satan is de grote verleider. Op het titelblad prijkt 2 Kor. 11:14, “De Satan zelve verandert zich in een engel des Lichts”. De vrijheid die hij propageert is schijnvrijheid. Of zoals het in 2 Petrus 2:19 staat: “Belovende hun vrijheid, daar zijzelven dienstknechten zijn der verdorvenheid”.

Da Costa moet van de constitutie niets hebben. Het woord is een toverwoord. “Er ligt immers geen enkele waarborg voor vrijheid en wederzijdse rechten in een dergelijk document”. Volgens Da Costa was de koning niet in alle gevallen aan zijn eed op de grondwet gebonden. een maatschappij waarin de publieke opinie zonder gezag van God leidend is, moet in het verderf storten. Opvallend is ook de visie van Da Costa op de afschaffing van de slavernij. Het is bekend dat hij daar niet onverdeeld gelukkig mee was. Bij vriend en vijand riep deze publicatie reacties op. De Arnhemsche Courant neemt stelling tegen Da Costa’s mening over de eed van de koning op de constitutie. een tweede artikel is feller van toon. De redactie is van mening, “dat dit Domperprodukt, voor elk, die met eenig nadenken leest, erkend moet worden, als in deszelfs strekking, allerverderfelijkst; zoodanig, dat elk vriend van het vaderland en van den koning hetzelve moet verfoeijen”.

Kerk en staat
Eén van de onderzoeksvragen richt zich op de positie van de vertegenwoordigers van het vroege protestantse Réveil met betrekking tot de in 1796 in ons land afgekondigde scheiding van kerk en staat. Uit de publicaties komt duidelijk naar voren, dat zij streefden naar een gereformeerde theocratie. De verlichting had een scheiding bewerkstelligd die zij niet wilden aanvaarden. Wat nu precies onder theocratie verstaan moet worden, blijkt in de kring van het Réveil niet eenduidig te liggen. Verschillende vertegenwoordigers pleitten voor een theocratie, waarin kerk én staat beide onderworpen zijn aan God en Zijn wetten. Anderen dachten meer aan de bevoorrechte positie van de Gereformeerde Kerk.

Dezelfde idealen in een andere context
De vertegenwoordigers van het vroege protestantse Réveil leefden in de tijd van verlichtingsoptimisme en het ideaal van de volkssoevereiniteit. De polemiek was daarom sterk ideologisch van toon. Het besef van de strijd der geesten domineerde in hun optreden. De dissertatie gunt ons een blik in een tijd waarin met felheid posities werden ingenomen. eén van de stelling typeert Da Costa’s boodschap, “als de bewogen uiting van een verontrust gemoed over de ernst van de situatie”. Fel en bewogen.

De thema’s blijven actueel. Zie de voortgaande gedachtewisseling in SGP-kringen over onderwerpen zoals democratie, constitutie, verdraagzaamheid, scheiding tussen kerk en staat, etc. Het voortgaande gesprek behoedt voor een klakkeloos aanvaarden van zaken waartegen Réveilvertegenwoordigers streden. De bewogenheid in het verleden, zou levend moeten zijn in het heden. De schrijvers hebben waardevolle bouwstenen aangereikt voor een inhoudelijke verdieping van de gedachtewisseling.


N.a.v. A. Kagchelland en M. Kagchelland, VAN DOMPERS EN VERLICHTEN. Een onderzoek naar de confrontatie tussen
het vroege protestantse Réveil en de Verlichting in Nederland (1815-1826). Delft 2009 blz. 797. ISBN 9789059722767

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 2010

De Banier | 24 Pagina's

De strijd der geesten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 2010

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken