Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Missen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Missen

5 minuten leestijd

Natuurlijk was het hele fractieteam present bij de maidenspeech van onze nieuwe aanwinst in de Tweede Kamer, Elbert Dijkgraaf. Het was per slot van rekening voor het eerst in twaalf jaar dat een SGP’er in de grote vergaderzaal van de Tweede Kamer zijn debuut maakte. Wij als ontspannen ouwe rotten allemaal achterover leunend achterin, evenals twee enigszins gespannen dijkgravinnen.

Vlak voor ‘mevrouw de Voorzitter’ het woord wilde geven aan de kersverse SGP-afgevaardigde gebeurde het. Op de tribune van de tweede Kamer ontstond enige beweging toen een tiental –voor zover ik van onder uit de zaal na kon gaan- bevallige jongedames binnenschreden die zich daarna neervleiden in de voor het grote publiek bestemde groene klapstoeltjes.

Vrijwel iedereen in de zaal sloeg daarop de blik naar boven, de een wat meer besmuikt dan de ander, maar toch… Niet dat het niet vaker gebeurt dat twee handen vol dames op de publieke tribune plaatsnemen, maar déze vertegenwoordigsters van de vrouwelijke sexe onderscheidden zich behoorlijk van de gebruikelijke plattelandsvrouwen en doorsneebakvissen.

Tenn eerste viel op dat ze allemaal een sjerp om hadden hangen met daarop teksten die ik van beneden af niet precies kon ontcijferen, maar waarvan ik het vermoeden had dat daarop bij wijze van oormerk of nummerbord de namen stonden vermeld. Voor als ze kwijt zouden raken, vermoed ik.

Niet minder opvallend was dat deze jongedames weinig om het lijf hadden, in ieder geval zó weinig dat mijn moeder, als ik Schot zou zijn geweest en aldus in mijn kilt naar buiten zou hebben willen gaan om bij Loch Ness met m’n vriendjes tussen de Hooglanders te gaan spelen, gezegd zou hebben: “Als je niet ook nog een lange broek aantrekt, kom je het huis niet uit.”

Clara’s?
Even flitste het bij de binnenwandelende parade van deze jongedames door mij heen: “O nee, het zal toch geen protestactie tegen de SGP wezen???” Maar toen ik de juffers onderuit de zaal nog eens nauwgezet monsterde, overweldigde mij het geruststellende gevoel: dit zijn echt geen Clara’s. In mijn SGP-leven ben ik al met al aardig wat feministes tegen het vege lijf gelopen, maar de som van mijn ervaringen met deze Clara-achtigen is van dien aard dat zij –hoe zeg ik dat nou netjes- gemiddeld genomen wat minder goed bedeeld zijn met zaken die het aardse leven bij tijd en wijle verfraaien dan de jongedames die zich op de publieke tribune hadden genesteld.

(Knietje)

(Sorry Femke, uitzonderingen bevestigen de regel)

Het vervolg van het debat bevestigde mijn vermoeden. De dames van lichte kledij hadden absoluut niets kwaads in de zin. Zij observeerden een klein half uurtje in alle rust de verrichtingen van de geachte afgevaardigden onder hen, inclusief dus Elbert Dijkgraaf, en begaven zich toen onder de leiding van een manspersoon die het midden hield tussen een chaperon en een uitsmijter, even ordentelijk als gedisciplineerd naar de overloop achter de tribune.

Miss-Holland
Zoals gezegd, vanaf de werkvloer heb ik dit tafereel met meer dan gemiddelde belangstelling gadegeslagen. en niet alleen ik. Want wat er op de tribune zat was niet mis. Dat wil zeggen, eigenlijk wél miss. Het waren namelijk, zo bleek bij navraag toen ze de zaal hadden verlaten, dames die stuk voor stuk dingen naar de titel miss-Holland.

Toch wel weer aardig dat deze kandidaat- missen uitgerekend op de tribune plaatsnamen toen een SGP’er z’n maidenspeech uitsprak.

Na het vertrek van de missen stond ik in de marge (daar sta ik altijd) van de vergaderzaal nog wat na te praten met een kundig en niet onvermaard kamerlid van het Christen-Democratisch Appel, tevens een kundig en niet onvermaard dierenarts in het oosten des lands. Ook zíjn blik was getroffen door de dames op de tribune. Op zijn oprecht belangstellende vraag wat ik daar nu van vond, antwoordde ik naar eer en geweten, diplomatiek als altijd en rekenend op ’s mans sympathie vanwege zijn oude professie: “Ik zie liever 35 koeien.”

Zelden heb ik een kamerlid zó zien twijfelen aan mijn toerekeningsvatbaarheid. Hij keek me aan met een blik van ‘Meent hij dat nou écht?’ en voegde daar de opmerking nog aan toe dat dit, evenals 35 koeien, ook “puur natuur” was, maar ik ben, zoals men dat van mij gewend is, niet snel van mijn stuk te brengen en persisteerde dus in mijn eigen gelijk. “Ik zie liever 35 goed in het vlees zittende koeien.”

Kort daarna zag ik de geachte afgevaardigde wat smoezen met Kees van der Staaij. Aan beider schielijk in mijn richting geworpen blik te zien, hadden ze het over mij. Wat er tussen Van der Staaij en de christen-democraat gewisseld is, weet ik natuurlijk niet, maar ik sluit niet uit dat de christen-democraat Van der Staaij heeft geconfronteerd met mijn opmerking dat ik liever 35 koeien zie dan tien missen Holland. en ik sluit evenmin uit dat Van der Staaij, geconfronteerd met mijn opmerking, heeft laten weten dat ik het fractie- en partijstandpunt wel vaker niet helemaal correct verwoord…

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juli 2010

De Banier | 20 Pagina's

Missen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juli 2010

De Banier | 20 Pagina's

PDF Bekijken